‘Je kunt niet zomaar tegen veehouders zeggen: doe die dieren weg en ga maar peulvruchten telen. Dat is misschien goed voor het klimaat, maar daarvoor is de realiteit veel te complex.’
Toch betekent dat niet dat de veehouderij goed is zoals ‘ie nu is, zegt Marin Vandamme. Dat dieren ook in de toekomst onderdeel zijn van ons voedselsysteem, staat volgens de oprichter van The Protein Project buiten kijf. En dus kunnen we niet over de toekomst van voedsel praten zonder het ook over de veehouderij te hebben. Maar in een duurzaam voedselsysteem ziet die veehouderij er wel een stuk anders uit dan nu.
Hoe? Dat wordt zichtbaar in een nieuw rapport dat Vandamme samen met collega Manon Schots schreef: Livestock Reimagined.
De veehouderij van de toekomst
De veehouderij blijkt een perfecte sfeerverpester voor familiefeestjes: er zijn weinig sectoren waarover zo veel wordt gediscussieerd. Critici wijzen op het mestoverschot en dierenmishandeling, voorstanders belichten de belangrijke rol van boeren in cultuur en voedselvoorziening en zijn – laten we eerlijk zijn – nu eenmaal gehecht aan hun lapje vlees.
Toch hoeft het één het ander niet uit te sluiten. In de ruimte tussen bio-industrie en een volledig vegan wereld bevinden zich vele alternatieven. Ook de meeste klimaatwetenschappers en milieuactivisten die voor een drastische verlaging van de consumptie van dierlijke producten pleiten, hebben geen volledig plantaardig dieet voor ogen. De consensus: (veel) minder dierlijke eiwitten van betere kwaliteit.
Hoe dat eruitziet, laten allerlei boeren in Europa nu al zien. De als bedrijfseconoom opgeleide Vandamme interviewde er dertig voor een nieuw rapport van The Protein Project, dat schetst hoe toekomstbestendige veehouderij eruit kan zien.
Neem bijvoorbeeld de Nederlandse boer Ruben Exterkate, die het aantal varkens in zijn stallen drastisch reduceerde en biologisch is gaan boeren. De Hongaarse Zoltán Lengyel, die veevoer zelf verbouwt en het vlees zelf, met hogere marges, verkoopt. Of de Portugese boerderij-met-restaurant van Elias Gellweiler, waar de gerechten van het land komen en de voedselresten terug naar de dieren gaan.
Vier strategieën voor toekomstbestendige veehouderij
Je kunt vier soorten maatregelen herkennen die veehouders nemen om hun bedrijf toekomstbestendig te maken, legt Vandamme uit. Er zijn boeren die hun praktijken beter afstemmen op het natuurlijke landschap, bijvoorbeeld door vee te laten grazen in plaats van te voeren; boeren die circulair gaan werken, bijvoorbeeld door dieren te voeren met reststromen en hun mest op eigen land gebruiken; boeren die hun inkomen diversifiëren, bijvoorbeeld door eigen producten te maken en verkopen of rondleidingen aan te bieden; en boeren die meer aandacht besteden aan dierenwelzijn en wat hun dieren nodig hebben.
In de praktijk komen die maatregelen zelden alleen voor, maar worden ze vaak gecombineerd.
Die vierdeling tornt aan het beeld dat veel mensen over toekomstbestendige landbouw hebben: kleinschalig is goed, grootschalig is slecht. Megastallen mogen dan ontbreken in het rapport, maar ‘sommige productiesystemen kunnen alleen uit als de schaal groot genoeg is’, zegt Vandamme. ‘Kijk naar Kipster in Nederland. Zij hebben tienduizenden kippen per stal. Door dat volume kunnen ze duurzaamheid winstgevend maken.’
Technologie als verbindende factor
Op de veehouderij van de toekomst blijkt ook technologie een grote rol te spelen. Ook dat knaagt aan de gedachte dat ‘vroeger alles beter was’, zegt Vandamme. Technologie speelt een rol bij boeren zelf, die bijvoorbeeld monitoren waar koeien grazen, hoe hoog de lichaamstemperatuur van dieren is en zelfs hoe ze op hun omgeving reageren. Maar ze wordt ook op andere manieren toegepast. Technologische innovaties in veevoer kunnen bijvoorbeeld zorgen voor minder methaanuitstoot en een betere gezondheid van dieren.
Moderne technologie levert bovendien steeds meer alternatieven voor specifieke ingrediënten. Aan de eiwit-vervangers van Revyve en The Protein Brewery komt bijvoorbeeld geen dier te pas.
Vandamme: ‘Als veehouders niet meer hoeven te produceren voor koekjes en cake, is er veel minder volume nodig. De vlees, melk en eieren die dan nog wel geproduceerd worden, kunnen duurzamer en van hogere kwaliteit.’
Duurzame veehouderij slechts deel van de oplossing
De boeren die hij sprak hebben met alle strategieën ‘uiteindelijk wel positieve ervaringen’, zegt Vandamme. Sommige worden er economisch zelfs beter door. Maar ze moeten wel veel investeringen doen en risico nemen. ‘We kunnen niet verwachten dat elke boer in Europa daar de financiële draagkracht én mentale ruimte voor heeft.’
‘Bovendien is het ook van de vraag afhankelijk hoe ver boeren kunnen gaan. Het idee dat vlees supergoedkoop is en we het meerdere keren per dag kunnen eten, zet een limiet op wat de boerengemeenschap kan doen.’ Alleen een toekomstbestendige veehouderij is daarom niet genoeg, benadrukt Vandamme. ‘Voor een goede balans moet er tegelijkertijd gewerkt worden aan meer peulvruchten en nieuwe eiwitten’.
Nieuwe EU Livestock Strategy
Vandamme voorziet dat veranderingen in de veehouderij tegen 2040 op grote schaal zichtbaar zijn. Maar dan moet er de komende jaren wel hard aan gewerkt worden. The Protein Project is opgericht om te fungeren als – volgens de oprichters voorheen ontbrekende – schakel tussen boeren, keten en beleidsmakers. Het rapport over de veehouderij verschijnt dan ook niet toevallig vlak voor de Europese Unie haar nieuwe Livestock Strategy presenteert. Vandamme is druk in gesprek met ambtenaren in Brussel, waar zijn organisatie gevestigd is. ‘De voedseltransitie draait nu met name om politieke wil.’
Hoewel het rapport maatregelen van individuele boeren uitlicht, adviseert Vandamme de politiek met name om een overkoepelende strategie te bepalen. ‘Boeren kunnen individueel wel circulair gaan werken. Maar als we 60 procent van onze eiwitconsumptie uit circulaire dierlijke producten halen, is dat alsnog te veel.’
Toch is het huidige landbouwbeleid vooral gericht op wat er op specifieke boerderijen gebeurt, zegt hij. Subsidies zijn bijvoorbeeld met name gebaseerd op het aantal hectare landbouwgrond dat boeren hebben. En de zogenoemde fosfaatrechten in Nederland zijn toegewezen op basis van het aantal koeien op een boerderij. Vandamme: ‘Er ontbreekt een overkoepelende strategie. De vraag moet bijvoorbeeld niet zijn hoeveel dieren één boer kan hebben, maar hoeveel dieren een regio of land in totaal aankan als je kijkt naar boer, milieu en klimaat.’
Dat vergt lef en visie van de politiek. Net als sommige andere beleidsmaatregelen die het rapport voorstelt. De EU moet bijvoorbeeld goed nadenken over welke consumptiepatronen ze wil stimuleren en over haar handelsovereenkomsten met het buitenland, vindt Vandamme. Hoe de veehouderij er in de toekomst ook uitziet, feit is dat de productie van dierlijke producten gemiddeld meer geld gaat kosten. ‘Dan moeten we natuurlijk niet tegelijkertijd goedkoop vlees uit Thailand en Brazilië blijven importeren.’
Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.
Lees ook:
- Bacteriën, schimmels en gisten kunnen de grote problemen in de landbouw oplossen (én voor nieuwe verdienmodellen zorgen)
- Rabobank-directeur wil duurzamer boeren belonen: ‘Zolang economie en wetgeving botsen, is het vechten tegen de bierkaai’
- Aandacht voor Europese autonomie doet energietransitie floreren − is de voedseltransitie hierna aan de beurt?



