Onze voedselconsumptie heeft een flinke impact op het klimaat: ongeveer eenderde van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is terug te leiden naar voedsel, en er is veel land en water nodig voor het produceren ervan.
Hoogopgeleide mannen zorgen voor meeste uitstoot
Onderzoekers uit Leiden, Oxford en Wenen hebben berekend welke bevolkingsgroepen de grootste impact maken met hun voedselkeuzes. Met een speciaal daarvoor ontwikkeld model schatten ze de voedselgerelateerde uitstoot van mensen in 165 landen, verdeeld over subgroepen op basis van leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en of ze in de stad of op het platteland wonen.
Wat blijkt: hoogopgeleide, stedelijke mannen tussen de 15 en 34 jaar zorgen voor de meeste uitstoot (zo’n 5,66 kilo CO2-equivalent per dag). Laag- of niet-opgeleide vrouwen tussen de 35 en 54 jaar op het platteland zorgen voor de minste uitstoot (2,85 kilo CO2-equivalent per dag).
In de openbare database van de wetenschappers kun je uitstoot, water- en landgebruik vergelijken tussen landen en/of subgroepen. De grafieken in dit artikel gaan over de Nederlandse situatie. Die komt in grote lijnen overeen met het wereldwijde beeld: Nederlandse mannen zorgen met hun eetpatroon voor meer uitstoot dan vrouwen, jonge mensen meer dan oude mensen, en mensen met meer opleidingsjaren meer dan mensen die minder jaren opleiding hebben genoten.
Mannen eten meer én anders
Het verschil tussen de seksen zit ‘m er vooral in dat mannen gemiddeld meer consumeren dan vrouwen. Niet alleen vlees en zuivel, maar ook koffie. Dat ‘zwarte goud’ heeft een relatief hoge impact.
Je kunt je afvragen waarom mannen meer dierlijke producten consumeren dan vrouwen. Deels heeft dat ermee te maken dat ze simpelweg gemiddeld meer calorieën nodig hebben op een dag.
Maar er is ook een sociaal aspect. ‘‘Mannelijke’ mannen willen niet gezien worden met een plantaardige burger’, kopte NRC deze week nog. Het aangehaalde onderzoek concludeert dat vleesvervangers gemiddeld als minder mannelijk worden gezien dan vlees, en dat mannen zich over het algemeen willen distantiëren van gerechten die ze als minder mannelijk beoordeelden.
Gezond is ook duurzaam
De onderzoekers keken niet alleen naar broeikasgassen, landgebruik en waterverbruik, maar ook naar de voedzaamheid van verschillende eetpatronen. Dat doen ze met de zogenoemde Alternative Healthy Eating Index (AHEI). Elke 5 procent stijging op die index ging gepaard met 7,7 procent minder uitstoot van broeikasgassen, 4,4 procent minder waterverbruik en 7,2 procent minder landgebruik.
Ofwel: een gezond dieet is ook duurzamer, wat de bedenkers van het Planetary Health Diet natuurlijk allang wisten.



