Maaike Kooijman
22 mei 2026, 16:37

Nieuw zuivel-initiatief spreekt zowel PRO als BBB aan: 'We zijn er voor boer én natuur'

Het gaat niet goed met de natuur in Nederland. De stikstofneerslag stijgt, de biodiversiteit en waterkwaliteit dalen. Boeren worden als het achterliggende probleem gezien. Maar die kunnen ook de oplossing zijn, denken ze bij Ikwileerlijkezuivel.nl.

GettyImages-147675310-1.jpg Ikwileerlijkezuivel.nl wil boeren bij Natura2000-gebieden helpen natuurinclusief te werken. | Credits: Getty Images

Boeren rondom Natura2000-gebieden liggen onder een vergrootglas, zegt Tijmen van Zessen. Hij spreekt uit ervaring: Van Zessen is melkveehouder in het Utrechtse Lexmond. Zijn boerderij ligt op een steenworp afstand van natuurgebied de Zouweboezem. De stikstof die zijn boerderij uitstoot kan daar zomaar eens neerslaan, of terechtkomen in het grondwater. Stikstof komt op melkveehouderijen vooral vrij in de vorm van ammoniak, dat ontstaat uit een chemische reactie tussen mest en urine van koeien.

Die negatieve gevolgen wil Van Zessen voorkomen. En hij is niet de enige, zegt hij. ‘Uiteindelijk is elke boer in Nederland een vriend van de natuur. Die hebben we simpelweg nodig, bijvoorbeeld omdat insecten onmisbaar zijn voor de bestuiving van gewassen.’

Sinds vorig jaar levert de melkveehouder zijn zuivel aan Ikwileerlijkezuivel.nl. Dat levert hem – op zijn huidige duurzaamheidsniveau – een opslag op van 8 cent per liter. Uitgaande van een miljoen liter per jaar, is dat toch al snel 80.000 euro.

Die opslag stelt hem in staat de kans om meer te investeren in verduurzaming van zijn bedrijf, zegt Van Zessen. ‘Ik wil bijvoorbeeld de bodem gaan verbeteren. Omdat ik geen kunstmest meer gebruik, ben ik afhankelijk van de vruchtbaarheid van de bodem en de dieren die daarin leven. Dit jaar wil ik voor het eerst gaan bekalken. Calcium verhoogt de pH-waarde van de bodem en zorgt voor meer zuurstof.’

Fabriek in Ommen

De melk die Van Zessen levert, gaat naar de Twentse fabriek ‘de Vechtstroom’ van Ikwileerlijkezuivel.nl. Met een capaciteit van 150 miljoen kilo melk per jaar kan daar de productie van tot 200 melkveehouders verwerkt worden. Op dit moment zijn dat er acht, maar dat aantal moet dit jaar fors groeien. Superunie is de grootste afnemer. Dat is de inkooporganisatie van onder meer Plus, Spar en Dirk.

Ikwileerlijkezuivel.nl werd in 2022 opgericht door ceo Rik Hoogenberg. De IT-ondernemer woont in een Natura2000-gebied en zag de natuur daar rap achteruitgaan. Daar wilde hij iets aan doen. Het team dat hij om zich heen verzamelde bestaat uit onder anderen cco Bart Fischer (oud-Albert Heijn), cfo Peter Paul Coppes (oud-FrieslandCampina), coo Jan Drenthen (oud-FrieslandCampina) en chief innovation officer Ank van Wylick (oud-KPMG).

Ikwileerlijkezuivel.nl heeft niet de ambitie om een groot zuivelbedrijf te worden, benadrukt cco Bart Fischer. Het enige doel is om boeren nabij Natura2000-gebieden te helpen natuurinclusief te werken. Van de ruim 12.000 melkveehouderijen in Nederland liggen er zo’n 4.500 binnen tweeënhalve kilometer van zo’n beschermd natuurgebied.

Met die missie scoort het bedrijf hoge ogen. Fischer: ‘Vorig jaar kwam Caroline van der Plas langs. Ze vond het geweldig wat we doen, we zijn er natuurlijk helemaal voor de boeren. Maar ook Progressief Nederland was enthousiast. Want we zijn er óók voor de natuur.’

12 cent extra per liter

Het helpen verduurzamen leunt deels op de hogere melkprijs die het bedrijf natuurinclusieve boeren biedt. Op basis van waar ze staan qua natuurinclusiviteit wordt de toeslag berekend. Boeren die ervoor zorgen dat hun koeien minstens 720 uur per jaar de wei ingaan, vallen onder niveau ‘brons’ en krijgen 3 cent per liter boven op de standaard melkprijs die FrieslandCampina hanteert. Zilver is 6 cent, goud 8 cent en platina 9 cent. Scoren andere boeren in hun cohort ook goed, dan komt daar nog een bonus bovenop. 12 cent extra per liter is de max.

Als melkveehouder is Van Zessen daar maar wat blij mee. Zelf zit hij nu op niveau goud. ‘Ik vind het mooi dat je als ondernemer zelf aan de knoppen zit. Je hebt niet alleen invloed op het gebied om je heen, maar ook op je eigen verdienmodel en levensvatbaarheid. Goed gedrag belonen werkt wat mij betreft beter dan straffen.’

Zo’n hogere melkprijs is op zich niets nieuws. Boeren met bepaalde duurzame keurmerken, bijvoorbeeld een biologische SKAL-certificering of ‘on the way to planet proof’, krijgen ook al meer betaald voor hun melk. Een deel van de bonus die boeren krijgen wordt dan ook betaald door de supermarkten. De rest wordt opgehoest door Ikwileerlijkezuivel.nl, dat zegt kosten te besparen met efficiënte productiewijzen.

Fischer: ‘Bij ons is het één melkstroom in, één verpakkingsstroom uit.’ Geen aardbeien- of perzikyoghurt dus, louter roomboter en naturel en hybride zuivel.

Natuurinclusief boeren

Het niveau van boeren wordt bepaald door een aantal indicatoren. Stikstof, biodiversiteit en weidegang wegen daarin het zwaarst. Dingen als circulariteit, het percentage blijvend grasland (waarin ook CO2 wordt opgeslagen) en methaanuitstoot tellen in mindere mate. Het idee is dat aangesloten boeren steeds een niveau stijgen, middels een concreet en gepersonaliseerd bedrijfsnatuurplan.

De eisen gaan specifiek over doelen, niet over manieren om daar te komen. Zulke ‘doelsturing’ is prettig voor boeren, zegt Van Zessen. ‘Niet elke boer kan dezelfde maatregelen doorvoeren. Sommige kunnen makkelijk kiezen om hun koeien vaker naar buiten te laten gaan, terwijl andere liever kiezen voor een eiwitarm dieet.’

Ikwileerlijkezuivel.nl en het klimaat

Veehouderijen krijgen niet alleen kritiek door hun invloed op het milieu (de directe omgeving), maar ook door hun invloed op het klimaat. Tijdens het herkauwen produceert een koe veel methaan, dat een veel sterker broeikasgas is dan CO2. De zuivelsector is wereldwijd goed voor zo’n 4 procent van de broeikasgassen die mensen uitstoten.

De uitstoot van broeikasgassen is één van de dertien indicatoren waar Ikwileerlijkezuivel.nl naar kijkt. Melkveehouders kunnen zich echter in principe ook aansluiten als ze hun uitstoot niet verlagen, omdat je een bepaald niveau al behaalt als 80 procent van de indicatoren op niveau is.

Digitaal ESG-platform

Een snel rekensommetje leert dat die ene fabriek niet genoeg is om de melk van 4.500 boerderijen te verwerken. Dat is ook helemaal niet de ambitie, legt Fischer uit. Het bedrijf heeft namelijk nog een ander middel (en daarmee ook verdienmodel): het zogenoemde Smart Platform for Change. Dat digitale ESG-platform moet voor boeren, afnemers én overheid zichtbaar maken hoe het met de natuurinclusiviteit gesteld is. Daarmee wil het bedrijf opschalen naar alle boeren rondom Natura2000-gebieden.

De ontwikkeling van dat platform vraagt, samen met de ontwikkeling van een nieuwe productlijn, om een slordige 4,9 miljoen euro. Het grootste deel daarvan is al toegezegd. Ikwileerlijkezuivel.nl wordt bijvoorbeeld gefinancierd door het Nationaal Groenfonds, Oost NL en CONO Kaasmakers.

De nog benodigde 1,8 miljoen euro wordt vanaf vandaag via mkb-aandelenbeurs NPEX opgehaald. Daar worden certificaten van aandelen uitgegeven, met een minimale inleg van 450 euro.

Keurmerk in de maak

Naast het digitale platform moet ook een officieel keurmerk boeren stimuleren om te verduurzamen. Dat staat voor eind dit jaar op de planning, zegt Fischer. Met een keurmerk is over het algemeen beter geborgd dat boeren aan specifieke eisen voldoen. Hoewel Ikwileerlijkezuivel.nl nu al een samenwerking heeft met zuivelketeninspecteur Qlip, vraagt een keurmerk om een nog uitgebreider certificeringsproces.

Fischer wijst erop dat natuurinclusief boeren tot nu toe niet gecertificeerd is. ‘Wordt dat het wel, dan is het voor boeren veel makkelijker om financieel beloond te worden voor hun inspanningen. ‘

Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.

Lees ook:

Met circulaire bouwmarkten wil Buurman ook mensen met twee linkerhanden laten bouwen met hout

Een bankje. Een tafel. Een kattenbak in de vorm van een kat. En een houten bord met de tekst: 'Heb ik zelf gebouwd'.De kast met houten creaties staat in de hoek van een grote loods bij de Rotterdamse Schiehaven. In de rest van de ruimte staan metershoge stellingkasten vol hout. Balken, planken, platen: voor ieder wat wils.We zijn bij Buurman, een circulaire bouwmarkt en educatieve houtwerkplaats. Het hout dat hier ligt, is niet nieuw, maar is aangeleverd door lokale partners die het hebben afgekeurd. 'Bijvoorbeeld omdat er net een knoest te veel in zit', legt oprichter Laura Rosen Jacobson uit. 'Maar het is nog gewoon mooi materiaal.'[caption id="attachment_179276" align="alignright" width="300"] Buurman-oprichter Laura Rosen Jacobson.[/caption]Rosen Jacobson stond in 2014 aan de wieg van de eerste Buurman, samen met ondernemer Bas van den Berg en architect Lenard Vunderink. Een meubelmaker is ze zelf niet; ze is opgeleid als architect en richtte Buurman op nadat ze op de universiteit onderzoek had gedaan naar circulaire bouw. Grijnzend: 'Ik zou misschien nog net een basiscursus kunnen geven. Maar ik ben goed in andere dingen.'Buurman groot maken, bijvoorbeeld. Elf jaar na de eerste opening zijn er vijf Nederlandse vestigingen, en één Belgische. In 2030 hoopt de circulaire bouwmarkt gegroeid te zijn naar tien filialen volgens een social franchisemodel. Daarover later meer. Buurman: Bouwmarkt en werkplaats in één De vestigingen van Buurman bestaan grofweg uit twee gedeeltes: een bouwmarkt en een werkplaats. In de bouwmarkt wordt tweedehands hout aangeboden: restpartijen van met name lokale houtverwerkers. In Rotterdam is er ook een samenwerking met de gemeente. Bomen in de stad die gekapt moeten worden, worden in stukken gezaagd door Hoeksch Hout en (deels) verkocht door Buurman.Klanten zijn vooral particulieren, maar ook decorbouwers en kleine aannemers. Die moeten wel een beetje flexibel zijn: 'Bij ons vind je natuurlijk geen driehonderd precies dezelfde platen.' Tegelijkertijd zijn klanten door de tijd heen wel meer gaan afnemen. 'We zijn de afgelopen jaren gegroeid van konijnenhok-niveau naar tiny house-niveau', zegt Rosen Jacobson. 'Mensen die wel een groot volume afnemen, maar niet voor een groot huis.'Zelf verbouwde ze haar tuinhuisje al eens met circulaire materialen.[caption id="attachment_179143" align="alignnone" width="900"] Buurman verkoopt hout dat door grote verwerkers is afgekeurd. | Credits: Change Inc./Maaike Kooijman[/caption][caption id="attachment_179142" align="alignnone" width="900"] Ook gekapte Rotterdamse bomen vinden hun weg naar de circulaire bouwmarkt. | Credits: Change Inc./Maaike Kooijman[/caption]De werkplaats is er vooral voor degenen die nooit iets maken, maar dat wel willen leren. 'Echt de mensen die denken dat ze twee linkerhanden hebben.' Zij kunnen workshops en avondcursussen volgen, of, als ze al wat ervaring hebben, een werkbank in de ruimte huren. Hoewel de bouwmarkt in Rotterdam het grootste deel van de ruimte in beslag neemt, is de omzet van de werkplaats ongeveer even hoog.In de werkplaats vinden ook sessies voor teambuilding plaats. Een dankbare activiteit, vindt Rosen Jacobson. 'Mensen komen vaak schuchter binnen en bouwen met z'n allen dan toch wat moois. Het is leuk te zien wat dat met de dynamiek in een groep doet. Bovendien bereiken we daarmee een nieuwe doelgroep. Mensen komen omdat ze het leuk vinden om een zeepkist te bouwen, maar komen zo ook in aanraking met circulariteit en tweedehands materialen.' Social franchise-model De eerste Buurman werd geopend in 2014. Maar reststromen hout ontstaan natuurlijk niet alleen in en rondom Rotterdam. Rosen Jacobson: 'Omdat we met lokale partners werken, kan eigenlijk overal een Buurman komen.' In 2019 opende Buurman Utrecht, in 2021 volgde Buurman Antwerpen.De verschillende locaties opereerden in eerste instantie vooral los van elkaar. Ja, ze hadden dezelfde naam en hetzelfde concept, en wat afspraken op een A4'tje – maar dat was het wel zo'n beetje. De oprichters wisten: willen we verder groeien, dan moet het anders.[caption id="attachment_179146" align="alignnone" width="900"] Buurman Rotterdam huist in een oude loods bij de Schiehaven. | Credits: Change Inc./Maaike Kooijman[/caption]De vraag was vooral hóe. Rosen Jacobson: ‘Als je wilt opschalen, wordt het vaak een commercieel verhaal. Met een hoofdkantoor en zo. Dat is altijd onze nummer één-regel geweest: géén hoofdkantoor', voegt ze vrolijk toe.Daarom bedacht Buurman het social franchise-concept. Alle Buurman-vestigingen door het land heen hebben hetzelfde gedachtegoed en min of meer hetzelfde verdienmodel. Maar het bedrijf heeft geen winstoogmerk of top down-cultuur. In plaats daarvan staat samenwerking in het zogenoemde Buurman Collectief centraal. Dat trekt ondernemers aan, merkt de oprichter. 'Voor hen is het toch fijn dat ze het wiel niet helemaal zelf hoeven uit te vinden.'De franchise fee die ondernemers aan het collectief betalen, wordt ingezet voor gezamenlijke doelen als communicatie, huisstijl en de ontwikkeling van cursussen.De sociale onderneming heeft bewust gekozen voor langzame groei. Maximaal één nieuwe vestiging per jaar, zegt Rosen Jacobson. 'Als we met alle geïnteresseerden in zee waren gegaan, waren we nu al dubbel zo groot geweest. Maar bij ons staat intensieve samenwerking voorop. Daar hoort bewuste groei bij.'Officiële aandeelhouders van het collectief zijn stichting Buurvrouw en Qmulus Invest. De investeerder heeft echter geen recht op de winst en ook maar beperkt stemrecht. De meeste beslissingen worden gemaakt door het bestuur van de stichting, die gevormd wordt door eigenaren van Buurman-vestigingen. Buurman is daarmee in de praktijk steward-owned; alle winst vloeit terug naar de missie en visie. Afval wordt meer waard De opening van de eerste Buurman is ruim elf jaar geleden. Is de wereld sindsdien wat circulairder geworden? Deels. Rosen Jacobson: 'In het begin kregen we alle materialen gratis, nu moeten we regelmatig een prijs voor restpartijen betalen. Afval is in die zin meer waard geworden. Het is voor ons daardoor soms zoeken naar de marges, maar macro-economisch gezien is het natuurlijk positief.'Tegelijkertijd ziet de ondernemer 'nog geen structurele verandering in de verdienmodellen van bouwbedrijven'. 'Toen we elf jaar geleden begonnen, dacht ik oprecht: over vijf jaar bestaan we niet meer. Dan is de circulaire economie voltooid. In een ideale wereld bestaan wij niet, dan zijn er geen restmaterialen.''Ik had nooit kunnen denken dat de verandering zó langzaam zou gaan. Het schrijnendste vind ik nog wel dat er wereldwijd nog veel meer troep is bij gekomen, van bedrijven als Temu en Shein.' Lachend: ‘Maar waarschijnlijk gaan transities altijd te langzaam voor wie er middenin zit.' Geschikte locaties vinden Er zijn nu Buurman-vestigingen in Rotterdam, Utrecht, Antwerpen, Arnhem, Nijmegen en Breda. Eindhoven volgt eind dit jaar of begin volgend jaar. De meeste vestigingen zijn gefinancierd met een combinatie van crowdfunding, gemeentesubsidies en vaak nog een bijdrage van een fonds.Als initiatiefnemer van het collectief is Rosen Jacobson nauw betrokken bij de oprichting van nieuwe vestigingen. Na opening staan ze op eigen benen, hoewel er natuurlijk altijd de samenwerking binnen het collectief is.De grootste uitdaging voor nieuwe vestigingen is de ruimte. Door de combinatie van bouwmarkt en werkplaats is het vinden van een geschikte locatie zo makkelijk niet, legt Rosen Jacobson uit. Enerzijds is er een grote ruimte nodig, waar met heftrucks gereden kan worden en lawaai mag worden gemaakt. Tegelijkertijd richt Buurman zich met name op mensen in grote steden. Die moeten 's avonds wel naar hun cursus kunnen komen.Soms is de locatie zelfs een breekpunt: in Den Haag werd die niet gevonden, dus ging het hele plan er niet door.[caption id="attachment_179145" align="alignnone" width="900"] Buurman-vestigingen bestaan uit een bouwmarkt én werkplaats. | Credits: Change Inc./Maaike Kooijman[/caption] Even uit je hoofd Waar de focus van Buurman in de beginjaren vooral lag op de bouwmarkt, gaat de werkplaats een steeds grotere rol spelen. Deels is dat een strategische afweging: nieuwe materialen zijn zo goedkoop dat het moeilijk concurreren is. Maar de werkplaats is ook de beste manier om nieuwe mensen te bereiken, ziet Rosen Jacobson. 'En we willen liever meer mensen bereiken dan meer hout verkopen.''Ons hoofddoel is uiteindelijk om mensen in contact te brengen met zelf maken. Ik denk echt dat ze daardoor ook bewuster met spullen omgaan en anders gaan consumeren. Bovendien geloof ik heel sterk dat maken positief bijdraagt aan de mentale gezondheid. Even uit je hoofd.' Lachend: 'Dat hoofd is door AI toch niet meer nodig. AI heeft geen handen, dus laten we dan meer maken.' Lees ook:Hardhout in een week in plaats van tweehonderd jaar: New Dawn Bio kweekt hout in het lab 'Marktplaats' voor materialen moet de stad circulair maken: 'Met Lego-blokjes speel je toch ook meer dan één keer?' 'Kantoor vol Afval' bewijst dat circulair renoveren gewoon kan