‘Zonder boer in het land geen boodschappen in de mand.’ ‘Niet vergeten: zonder boeren geen eten.’ En natuurlijk: ‘No farmers, no food.’
De hevige boerenprotesten in Nederland mogen dan al even geleden zijn, op Europees niveau gaan ze onverminderd door. Richt de onvrede zich niet op stikstof, dan is er wel wat aan te merken op Europese regels of de nieuwe Mercosur-handelsdeal met Zuid-Amerika. De gemene deler: boeren zijn bang voor hun toekomst.
Helemaal onterecht is dat niet. Want regels die goed zijn voor de planeet, zijn voor boeren vaak financieel onvoordelig.
Tot € 255 miljard schade
Anniek Kortleve, promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen van de Universiteit Leiden, heeft die financiële risico’s voor het eerst gekwantificeerd in een vorige maand verschenen artikel. Wat blijkt: zouden alle Europeanen nu volledig plantaardig gaan eten, dan wordt liefst 255 miljard euro aan bezittingen van boeren potentieel waardeloos.

Anniek Kortleve, promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen van de Universiteit Leiden.
Stranded assets, noemt Kortleve het: kapitaalinvesteringen die waardeloos worden. De onderzoeker keek specifiek naar vaste activa die nodig zijn voor de directe voedselproductie binnen Europa. Daaronder vallen gebouwen, machines en fokvee, plus materialen die nodig zijn voor de productie van veevoer. De waarde van land en van vlottende activa, waaronder voorraden en vee dat na enkele maanden geslacht wordt, liet ze buiten beschouwing, net als effecten buiten Europa.
Als we 9,5 procent minder dierlijke producten gaan consumeren in Europa, dan loopt 61 miljard euro aan vaste activa het risico waardeloos te worden, berekende Kortleve. Dat is 20 procent van het totaal aan vaste bezittingen. Melkmachines en veestallen die normaal nog jaren mee hadden gekund, zijn dan immers niet meer nodig: er is sprake van versnelde afschrijving.
Bij een reductie van 60 procent loopt het op tot 168 miljard euro (49 procent). Het gaat om het netto-effect: er is al gecorrigeerd voor de waarde die de extra vraag naar bijvoorbeeld peulvruchten, noten en groenten en fruit oplevert.
Nederland afhankelijk van melkproductie
De werkelijke impact verschilt per Europees land. Landen als Spanje en Italië staan erom bekend veel olijfolie, groenten en fruit te produceren, waar Nederland juist afhankelijker is van de export van melk. Laat dat nou juist een zeer kapitaalintensieve sector zijn, die daardoor extra kwetsbaar is.
Tegelijkertijd blijft zuivel in veel scenario’s relatief lang onderdeel van ons eetpatroon, zegt Kortleve. In totaal loopt in ons land tussen de 1,8 en 15 miljard euro aan bedrijfskapitaal het risico op waardeverlies, berekende ze.
Belangrijk te vermelden is dat de onderzoeker alleen keek naar afschrijvingen als gevolg van een verschuiving in consumptie. Ook extreem weer als gevolg van klimaatverandering is een risico voor de activa van boeren, maar dat is natuurlijk moeilijker te voorspellen.

De verdeling van activa in de huidige situatie vs. situaties waarin we minder of geen dierlijke producten eten. | Credits: Stranded assets in European agriculture during food system transformations, Nature Food, Kortleve et al. (2026)
Voordelen komen bij maatschappij
Het is een behoorlijk bedrag, knikt Kortleve. Ze spreekt van een zogenoemde lock-in: boeren hebben dusdanig veel geïnvesteerd dat ze niet zomaar kunnen overschakelen naar een duurzamer voedselsysteem. Dat is een grote belemmering voor de voedseltransitie.
Volgens Kortleve moet het systeem wel degelijk veranderen. ‘Maar het is niet eerlijk als boeren daar alleen voor moeten opdraaien.’ Want, benadrukt ze: de voordelen van een verschuiving richting plantaardig eten komen juist de hele maatschappij ten goede.
Denk aan een fikse reductie van uitstoot van broeikasgassen en schonere lucht, maar ook veel meer overgebleven ruimte en gezondheidsvoordelen. De scenario’s waar Kortleve mee werkt komen uit het befaamde rapport van de EAT–Lancet Commissie over gezond en duurzaam voedsel.
Wie draait op voor de kosten?
De grote vraag is: wie gaat het dán betalen? Daar is beleid voor nodig, stelt Kortleve. ‘Nu de bedragen gekwantificeerd zijn, kunnen we kijken wat we ermee doen. Denk aan financiële compensatie voor afschrijvingen van activa, en algemene steun voor boeren in de transitie. Als we daar nu al over nadenken, komt het straks minder als een verrassing.’
Daarvoor zou de EU het geld kunnen gebruiken dat nu naar vervuilende landbouwactiviteiten vloeit. Meer dan 80 procent van de landbouwsubsidies van de EU gaat naar de productie van dieren en hun voer, blijkt uit eerder onderzoek van Kortleve. ‘Wat als we die miljarden zouden gebruiken om boeren te stimuleren plantaardige producten te verbouwen?’
Bedrijven in energiesector wel gecompenseerd
Goede voorbeelden van agrifood-beleid dat rekening houdt met snelle afschrijvingen zijn er nog niet. Maar in de energiesector, waar stranded assets al veel langer worden onderzocht, worden bedrijven in transitie al wel gecompenseerd voor financiële schade die ze lijden, zegt Kortleve.
Alle landen met een grote steenkoolindustrie én ambitieuze plannen om kolen uit te faseren, hebben daar een speciaal compensatiebeleid voor. In Duitsland kunnen kolencentrales bijvoorbeeld een bepaald bedrag krijgen voor het kapitaalverlies per megawatt.
Ook in Nederland bestaan zulke maatregelen. In 2021 bood de Nederlandse regering 212 miljoen euro subsidie voor vrijwillige sluiting voor de Rotterdamse kolencentrale Onyx Power, al maakte het bedrijf daar geen gebruik van.
Melkmachine maakt geen havermelk
In het vorige week gepresenteerde coalitieakkoord reserveert de kersverse coalitie 20 miljard euro voor een investeringspakket voor stikstof, natuur en landbouw. Daaronder vallen onder meer investeringen in natuurherstel, waterkwaliteit en de vrijwillige beëindigingsregeling voor boeren.
Als alle Europese lidstaten zo’n bedrag vrij zouden maken, zou het wel goed komen met die financiële compensatie, zou je denken. Maar dat is te simpel gedrag. Niet alleen gaat dat bedrag niet volledig naar boeren; we moeten ook rekening houden met andere gevolgen dan alleen het kapitaalverlies.
Aan de andere kant worden niet alle stranded assets meteen waardeloos. ‘In een schuur waarin nu graan voor veevoer ligt opgeslagen, kun je natuurlijk ook graan voor menselijke consumptie opslaan. En in veeschuren kun je champignons kweken’, legt Kortleve uit. ‘Maar dat geldt niet overal voor. Een melkmachine voor koeien maakt geen havermelk. En over het algemeen zijn er voor plantaardige productie gewoon minder activa nodig. Wat ook maar weer laat zien dat dat relatief heel efficiënt is.’
Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.



