Maaike Kooijman
24 maart 2026, 15:47

Voor aanpak van ontbossing moeten we verder kijken dan koffie en palmolie: deze gewassen spelen ook een rol

Dat je dagelijkse kopje koffie bijdraagt aan het verdwijnen van het regenwoud, weet je inmiddels wel. Maar aan gewassen die een groter aandeel in ontbossing hebben wordt veel minder aandacht besteed, blijkt uit nieuw onderzoek.

Ontbossing Ontbossing voor landbouw is goed voor zo'n 5 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. | Credits: Alex Diaz via Unsplash

Als bossen de longen van de aarde zijn, heeft de aarde inmiddels chronische bronchitis en een flinke rokershoest. En er verdwijnen nog steeds miljoenen hectaren bos per jaar. Zeker 90 procent van die ontbossing komt voor rekening van de landbouw en veehouderij, schat de voedsel- en landbouworganisatie van de VN.

Dat is een vrij ruime schatting, concluderen Zweedse onderzoekers in een nieuw rapport. Volgens hun data is landbouw verantwoordelijk voor iets meer dan 70 procent van de wereldwijde ontbossing. We moeten bovendien niet vergeten dat niet alle afname van bomen is toe te schrijven aan ontbossing. Een deel komt door degradatie, zoals bosbranden, en bijvoorbeeld gewassenrotatie in de bosbouw.

Dat neemt natuurlijk niet weg er veel regenwouden en andere bossen verdwijnen voor ons voedsel. En dat zorgt voor veel CO2-uitstoot. Deels doordat de CO2 die bomen hebben opgeslagen vrijkomt als ze worden verbrand. Deels doordat daarvoor in de plaats vervuilende activiteiten komen, bijvoorbeeld veehouderij.

Ontbossing voor landbouw is zodoende goed voor zo’n 5 procent van de wereldwijde CO2-emissies.

Vlees zorgt voor meeste ontbossing, maïs en rijst vaak over het hoofd gezien

Met een nieuw model hebben de Zweedse onderzoekers per soort voedsel precies in kaart gebracht wat de effecten zijn geweest op de ontbossing tussen 2001 en 2022. Daarvoor hebben ze gedetailleerde satellietdata van over de hele wereld gebruikt, en gekeken naar meer dan 180 gewassen.

Een deel van de uitkomst is geen verrassing: de rundveehouderij is veruit de grootste oorzaak achter ontbossing wereldwijd. Daar komt nog bij dat ook gewassen die veel worden gebruikt voor veevoer – zoals soja – voor ontbossing zorgen.

Ook palmolie, cacao en koffie zijn usual suspects als het om ontbossing gaat. Er zijn veel initiatieven om dat te voorkomen, zoals de keurmerken van Rainforest Alliance.

Opvallender is het aandeel van basisvoedingsmiddelen als cassave, maïs en rijst. Die zijn in hogere mate verantwoordelijk voor ontbossing, terwijl ze in monitoring en anti-ontbossingprogramma’s veel minder vaak de hoofdrol spelen dan bijvoorbeeld koffie en cacao. Laat staan dat er hele merken rondom zijn opgetuigd, zoals bij palmolie wel het geval is.

‘Het gesprek gaat vaak over de manier waarop rijke landen ontbossing veroorzaken door de import van grondstoffen. En dat is absoluut belangrijk. Maar we mogen ook niet vergeten dat een groot deel van de ontbossing wordt veroorzaakt door landbouwproductie voor binnenlandse markten. Om ontbossing echt terug te dringen, moeten we dus ook maatregelen nemen in de productielanden’, zegt onderzoeker Martin Persson in een persverklaring.

‘Ons onderzoek laat zien waar de risico’s zitten en waar initiatieven het meest nodig zijn. We hopen daarmee bedrijven en overheden te helpen actie te ondernemen’, zegt collega-onderzoeker Chandrakant Singh.

Ontbossing per werelddeel

Interessant is dat de onderzoekers ook gekeken hebben naar de teelt van gewassen per land en de invloed daarvan op ontbossing.

In Brazilië wordt vooral bos gekapt voor de productie van rundvlees, soja en maïs. In Midden- en West-Afrika spelen cacao en cassave de hoofdrol; in Zuidoost-Azië zorgen vooral palmolie en rubber voor ontbossing. Van de 122 miljoen hectare bos die in de onderzochte periode is verdwenen voor landbouw, stond meer dan 80 procent in de tropen.

Op termijn willen de onderzoekers hun model ook inzetten om andere oorzaken van ontbossing in kaart te brengen, bijvoorbeeld die van mijnbouw en de energiesector.

Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.

Lees ook:

Ceo die moreel leiderschap wil tonen, moet meester zijn in het afwegen van verschillende belangen

Het gaat wat ver om voormalig Disney-topman Bob Chapek een activistische ceo te noemen. Maar hij sprak zich na interne druk in 2022 wel uit, toen in Florida een nieuwe wet werd aangenomen. Die verbood leerkrachten op basisscholen om het over seksuele oriëntatie en gender te hebben.Disney is een van de grootste werkgevers van Florida: het bedrijf heeft in de staat ruim 80.000 mensen in dienst. Die waren woedend dat hun ceo in eerste instantie weigerde om de Don’t Say Gay-wet, zoals de wet al snel bekend kwam te staan, publiekelijk te veroordelen. Helemaal omdat Chapeks voorganger, Bob Iger, zich in februari al tegen de wet had gekeerd.Chapek kwam alsnog met een statement. En met excuses. Hij legde uit dat het Disney-bestuur al vanaf dag één tegen het wetsvoorstel was, maar bewust niet publiek een standpunt had ingenomen in de overtuiging dat lobby achter de schermen succesvoller was. Die aanpak werd nu ‘opnieuw beoordeeld’. Druk op ceo over maatschappelijke standpunten van verschillende kanten Leiders voelen immense druk om een standpunt in te nemen over dit soort kwesties. Dat concluderen Kimberly Whitler, universitair hoofddocent bedrijfskunde aan de Universiteit van Virginia, en Thomas Barta, ceo van het Marketing Leadership Institute, in nieuw onderzoek. Daarvoor vroegen ze 121 zakelijke leiders uit onder meer Noord-Amerika en Europa naar de redenen om zich maatschappelijk of politiek uit te spreken.De druk komt niet zozeer van buiten, bijvoorbeeld vanuit de media of actiegroepen, maar vooral van binnenuit. De belangrijkste reden? De eigen overtuigingen. Vooral jonge ceo’s laten zich bij de beslissing om ergens publiekelijk iets van te vinden leiden door hun eigen normen en waarden.Maar handelen vanuit de onderbuik is niet altijd het beste voor het bedrijf, waarschuwen de onderzoekers. Leiders hebben immers een brede verantwoordelijkheid voor groei, winst en waardecreatie voor de aandeelhouders. In dat krachtenveld spelen ook klanten en medewerkers een rol. Invloed van werknemers Het voorbeeld van Disney laat zien dat medewerkers grote druk kunnen uitoefenen op leiders, zoals de mea culpa van Chapek laat zien. De topman kwam niet ongeschonden uit de rel.Werknemers waren niet onder de indruk van zijn telefoontje naar de gouverneur van Florida om zijn ‘teleurstelling en bezorgdheid’ over de Don’t Say Gay-wet te uiten. Of van de belofte om 5 miljoen dollar te doneren aan lhbti+-organisaties, waaronder de Human Rights Campaign. HRC wilde de miljoenen niet hebben. Too little, too late. Boze achterban Naast een gebutst imago lopen bedrijven en bestuurders die kleur bekennen ook risico op financiële schade. De onderzoekers waarschuwen daarom om goed te kijken naar waar de beslissing om een standpunt in te nemen vandaan komt en of alle belanghebbenden daarmee zijn gediend.Zo viel een advertentie van scheermerk Gillette over giftige mannelijkheid helemaal verkeerd bij de eigen achterban, die zich persoonlijk aangevallen voelde. En het Amerikaanse biermerk Bud Light is nog altijd niet hersteld van de gevolgen van een campagne met transgender model Dylan Mulvaney. Zij kreeg in het voorjaar van 2022 een sixpack met gepersonaliseerde biertjes opgestuurd, bedoeld om haar eerste transitiejaar te vieren.Het merk wilde een jonger publiek aanspreken, maar vergat zijn bestaande klanten: Bud Light is vooral populair in conservatieve delen van de VS. Een blinde vlek die volgens de onderzoekers tot ‘kostbare misstappen’ leidde. Amerikanen boycotten het merk massaal en plaatsen video’s op sociale media waarin ze Bud Light-blikjes beschoten. Na twee weken stilte trok het bedrijf zijn handen van de campagne af. Daarmee kreeg het biermerk ook de lhbti+-gemeenschap over zich heen.Je uitspreken kan de klantloyaliteit vergroten, maar ook consumenten van je vervreemden. Ceo's moeten zich scherp bewust zijn van dat krachtenveld om effectief te zijn, als ze moreel leiderschap willen tonen.Dit artikel verscheen in een uitgebreide versie eerder op MT/Sprout.