Jeroen de Boer
05 oktober 2026, 11:01

Wat hebben boeren nodig voor de duurzame transitie? Nieuw adviesrapport doet 3 aanbevelingen

Hoe krijgen boeren er vertrouwen in dat de transitie naar een duurzamer agrarisch systeem haalbaar en betaalbaar is? In een nieuw rapport adviseert de SER om scherp te kijken naar de manier waarop landelijk beleid rond stikstof, klimaatdoelen en natuur wordt ingevuld op regionaal en bedrijfsniveau.

transitie duurzame landbouw boeren stikstof SER | Credits: Unsplash.com / Erwin Bosman

Het kabinet-Jetten zet in op nieuwe wetgeving om Nederland van het stikstofslot te halen en de agrarische sector te verduurzamen. Voor de landbouw heeft dat ingrijpende gevolgen. Of Nederland erin slaagt om de komende tien jaar de omslag te maken naar toekomstbestendige landbouw hangt volgens de Sociaal-Economische Raad (SER) vooral af van gericht beleid dat samenwerking tussen boeren, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties stimuleert.

In een nieuw rapport doet de SER een aantal aanbevelingen, gesteund door onder meer landbouwkoepel LTO Nederland, non-profitorganisatie Natuur en Milieu en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontact (NAJK).

In het rapport worden diverse risico’s benoemd die de transitie naar een duurzamere agrarische sector bemoeilijken. De rode draad is de manier waarop landelijke doelen voor klimaat, ammoniakuitstoot, natuurherstel, waterkwaliteit en biodiversiteit op regionaal en bedrijfsniveau worden uitgewerkt.

Nationale doelen voor klimaat, stikstof, natuurherstel, water en biodiversiteit

doelen stikstof klimaat natuur Nederland

Credits: SER

Het grootse risico is dat voor agrariërs vaag blijft wat landelijke doelen precies betekenen voor hun regio en bedrijf. Zonder duidelijk langetermijnperspectief voor de sector blijft het vertrouwen in de overheidsplannen laag.

Sluiten veehouderijen zonder helder plan voor grondbeleid

Een voorbeeld uit het SER-rapport dat het gebrek aan coördinatie illustreert, is het afschalen van veehouderij zonder dat dat goed is ingebed in een regionale visie op grondbeleid.

Zo focust de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) op uitkoop van veehouders om zo de stikstofuitstoot te verlagen. Dat leidt regelmatig tot omzetting van grasland naar akker- en tuinbouw, bomen en bollenteelt, zonder dat de nieuwe grondbestemming is ingebed in ruimtelijk en milieubeleid.

Ondertussen kan veranderend grondgebruik wel weer gevolgen hebben voor waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid en bodemkwaliteit. ‘Omschakeling moet daarom in balans zijn met de opgaven in het gebied’, schrijft de SER.

Agrariërs en lokale bestuurders vinden dat de overheid te weinig gericht is op integrale sturing van milieudoelen in combinatie met economisch perspectief voor boeren. In hoofdlijnen zijn daarvoor volgens het SER-rapport drie dingen nodig.

Betere regionale regie

Boeren en ketenpartners hebben op regionaal niveau te maken met een waaier van regelingen en uitvoeringsorganisaties. Dat creëert al snel verwarring, waardoor veel regelingen worden onderbenut. Ook ontstaan er bij regelingen voor ondernemers verschillen in de uitvoering per regio, wat onderling vertrouwen tussen de betrokken partijen niet ten goede komt.

Een gebiedsgerichte regie met duidelijke doelen en randvoorwaarden per gebied is daarom van groot belang, aldus de SER. Daarbij moet het Rijk aangeven wat wel en niet meer kan per gebied. Vervolgens moet samen met het bedrijfsleven beleid worden ontwikkeld rond innoveren, extensiveren, stoppen en verplaatsen.

Bedrijfsspecifieke doelen voor boeren

Een niveau lager hebben agrariërs dringend behoefte aan duidelijke doelen op bedrijfsniveau. Ondernemers zouden hierbij volgens het SER-rapport vrijheid moeten hebben om zelf te bepalen hoe ze doelen willen bereiken. Dat vraagt wel om strakke afspraken over het meten van vooruitgang.

Het SER-rapport erkent dat het uitwerken van nationaal en regionaal beleid op bedrijfsniveau technisch en juridisch ingewikkeld kan zijn. ‘Een zorgvuldige governance, met heldere verantwoordelijkheden, tijdige rechtszekerheid en faciliterend beleid (kennis, scholing, investeringsruimte), is daarom cruciaal om te voorkomen dat ondernemers wel de verantwoordelijkheid maar niet de randvoorwaarden krijgen om aan hun doelen te voldoen.’

Er zou daarom een publiek-private organisatie moeten komen die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling, uitvoering en meting van bedrijfsspecifieke normen met duidelijke prestatie-indicatoren, adviseert de SER.

Nieuwe duurzame verdienmodellen met oog voor kleine boeren

De derde opgave draait om het creëren van verdienmodellen die verduurzaming belonen, zowel voor boeren als voor afnemers van agrarische producten. Het gaat dan om inspanningen voor verduurzaming in brede zin: van technologische innovatie, agrarisch natuurbeheer en het vormgeven van kortere ketens tot biologische keuzes.

Belangrijk in dit verband is het haalbaar maken van kleinschalige verdienmodellen. In het huidige systeem is het voor grotere agrarische bedrijven makkelijker om bankfinanciering te krijgen dan voor kleine. Dat werkt ten nadele van jonge, nieuwe agrariërs en boeren die willen omschakelen naar een kleinschalige, duurzame bedrijfvoering.

Het SER-rapport beveelt aan om op ketenniveau meer samen te werken om eerlijke prijzen te bedingen voor duurzame producten met langjarige contracten. Verder zijn maatregelen nodig op de grondmarkt ter ondersteuning van nieuwe en omschakelende boeren. Dat vergt ook gericht fiscaal beleid voor verschillende soorten verdienmodellen die duurzaamheid belonen.

Lees ook:

Nieuwsupdate: Windmolenindustrie voelt Chinese dumping en topverkopen thuisbatterijen en EV's

Van windmolens tot kabels: Chinese dumping raakt Nederlandse industrie Nederlandse industriële bedrijven zijn bezorgd dat goedkope, vaak met staatssteun geproduceerde Chinese producten te makkelijk op de Europese markt komen. Dat bedreigt zowel het vermogen van Europa om met een eigen industrie de energietransitie vorm te geven, als de verduurzaming van industriële processen. Dit blijkt uit een rondgang van NRC  bij een reeks industriële bedrijven in Nederland.Zo stelt Sif Group, die stalen monopiles voor windmolens maakt in Rotterdam, dat er fors meer concurrentie is gekomen van Chinese fabrikanten. Die maken gebruik van goedkoop staal dat Chinese overheidsbedrijven leveren. En kabelfabrikant TKF ziet dat aannemers soms te makkelijk goedkopere Chinese kabels kopen voor uitbreiding van het stroomnet, terwijl die niet voldoen aan de Nederlandse kwaliteitseisen. De bredere boodschap: als Europa de eigen maakindustrie wil behouden én verduurzamen dan moet strenger worden opgetreden tegen Chinese dumping én veel meer vaart worden gemaakt met 'Made in Europa'-eisen bij de inkoop.Lees ook: Groen staal vrijgesteld van Made in EU-eisen, die gaan gelden voor cement, zonnepanelen, batterijen en windmolens Thuisbatterijen niet aan te slepen: recordverkopen in september Het aantal nieuwe batterijen dat bij netbeheerders wordt geregistreerd, bereikte afgelopen maand een piek van 8.535 installaties. Dat blijkt uit maandcijfers van Energieleveren.nl. In de eerste negen maanden van dit jaar zijn er al 53.517 thuisbatterijen bijgekomen. Dat is meer dan het dubbele van de totale registraties over 2025. De werkelijke verkoopcijfers liggen waarschijnlijk hoger, omdat vooral stekkerbatterijen die op gewone stopcontacten werken niet allemaal worden aangemeld.De populariteit van thuisbatterijen wordt gevoed door het verdwijnen van de salderingsregeling voor zonnepanelen per 1 januari 2027. Daardoor wordt het voordeliger om een groter deel van zelf opgewekte zonnestroom ook zelf te gebruiken. Via batterijopslag kan elektriciteit uit zonnepanelen tijdelijk worden opgeslagen voor later gebruik. Experts verwachten overigens dat de echte doorbraak van thuisbatterijen in 2027 komt, als huishoudens met zonnepanelen goed zicht krijgen op het effect van het wegvallen van de salderingsregeling op de energierekening.Lees ook: Echte versnelling van thuisbatterij komt in 2027: 'Dan zien mensen op hun energierekening hoeveel het scheelt' Meer dan helft van nieuw verkochte auto's elektrisch September bracht ook nieuwe records voor de verkopen van elektrische auto's, blijkt uit cijfers van brancheclub Bovag. Liefst 52,8 procent van de nieuwverkopen was volledig elektrisch. Over de eerste negen maanden van dit jaar zijn er in totaal 109.024 volledig elektrische modellen verkocht. Het marktaandeel van volledig elektrisch kwam daarmee uit op 41,2 procent.De hoge prijzen van benzine en diesel spelen EV's in de kaart, volgens directeur Patrick Olgers van Bovag. Daarnaast sorteren werkgevers  met leaseauto's voor op de zogenoemde pseudo-eindheffing. Dat is een fiscale heffing die vanaf 2027 van kracht wordt, waarbij het aanbieden van een leaseauto met brandstofmotor duurder wordt voor de werkgever. Dit moet volledig elektrische modellen aantrekkelijker maken als zakelijke auto.Lees ook: Waarom de elektrische auto zo snel oprukt in Nederland: beter betaalbaar, hogere actieradius en sneller laden Innovatieve inspanning van failliete startup SeaO2 blijft behouden Het innovatieve werk van de afgelopen juni omgevallen startup SeaO2 gaat niet verloren. Op LinkedIn meldt mede-oprichter en voormalig ceo Ruben Brands dat het intellectuele eigendom is ondergebracht bij het bedrijf CtrlS. Dat specialiseert zich in het behoud van kennis die is opgebouwd bij omgevallen climate tech-bedrijven. SeaO2 heeft de afgelopen jaren een methode ontwikkeld en getest om CO2 te filteren uit zeewater.De activa van SeaO2 worden overgenomen door CarbonBlue. Deze startup haalt via een elektrochemisch proces calciumoxide uit afvalstromen zoals staalslak. Calciumoxide is zeer geschikt om CO2 aan zich te binden en wordt toegepast bij technologie die CO2 uit de lucht filtert (direct air capture), maar ook bij het binden van CO2 die in oceanen terecht komt (direct ocean capture).Lees ook: Hoe Rob van Straten met CO2-filteraar Skytree de route naar commerciële opschaling heeft gevonden Nederland kan veel meer doen om dierenwelzijn te verbeteren Nederland stond lang bekend als gidsland op het gebied van dierenrechten. Dat kwam vooral door een wettelijke bepaling uit 1981 die stelt dat dieren een 'intrinsieke waarde' hebben. Maar dit heeft er niet voor gezorgd dat dierenwelzijn in de praktijk ook goed is gewaarborgd in Nederland. Rechtsfilosoof Janneke Vink en jurist Léon Ripmeester gaan in een afgelopen weekend gepubliceerd essay in op de tekortkomingen van het beleid rond dierenwelzijn.In Trouw geven ze aan dat er Nederland onvoldoende wordt nagedacht over hoe je belangen van dieren effectief laat meewegen. De oplossingen die Vink en Ripmeester aandragen zijn zowel voor de korte als lange termijn bedoeld. Bij dat laatste gaat het over zaken als een grondwettelijke bepaling die ervoor zorgt dat de staat verantwoordelijk is voor dierenwelzijn en de mogelijkheid om als burger namens dieren naar de rechter te stappen. Op korte termijn kan intussen al veel bereikt worden met betere handhaving van bestaande wetgeving rond de behandeling van dieren in stallen en slachthuizen.Lees ook: Hoe 30.000 mensen samen het geluid van de natuur terugbrengen op het boerenland Ook in de media:Alquion gaat in 2027 flexolyser voor waterstofproductie leveren aan Nyrstar (FD) Sicilië experimenteert door klimaatverandering met koffieteelt, zodat koffie helemaal Italiaans wordt (BNR) Uitbreiding stroomnet in Amsterdam vraag om 2.200 kilometer aan nieuwe kabels (Trouw) Netbeheerder Liander: grond krijgen voor uitbouw stroomnet steeds ingewikkelder (Liander) Subsidiepot Aanzet voor e-trucks in hoog tempo overtekend (RVO) Keniaanse herders boos dat ze buitenspel staan bij CO2-project voor bos- en natuurgroei van Meta en Netflix (NOS) Grootste faciliteit voor aquathermie in Europa komt bij Amercentrale van RWE (Ennatuurlijk)