Marc Seijlhouwer 02 december 2021, 00:00

Advies RLI: Boeren worden duurzaam met duidelijkheid en vrijheid

Om boeren duurzaam te maken moet de overheid duidelijk zijn over de eisen, inclusief de deadlines. Het huidige wispelturige beleid werkt averechts. Dat schrijft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (RLI) in een vandaag gepubliceerd advies.

Change inc adobe stock boer boerderij koe landbouw De koe is een belangrijke bron van methaanuitstoot, een sterk broeikasgas | Credits: Adobe Stock

Dat ‘de boer’ duurzaam moet worden is onontkoombaar. Veehouderij en andere landbouw is verantwoordelijk voor 16 procent van de CO2-uitstoot van Nederland. De boeren lijken van dit klimaatbeleid niks te willen hebben, gezien de grote protesten tegen overheidsplannen om uitstoot van CO2 en stikstof te verminderen.

Maar voor de RLI is het klimaatakkoord en andere afspraken rond klimaat juist reden om met de boeren te gaan praten. De raad was benieuwd hoe de boeren het best mee kunnen doen met de transitie naar een duurzaam Nederland, en wat ze daarvoor nodig hebben. Het resultaat is een lijst met adviezen.

Duidelijkheid, vrijheid en consument

Ten eerste moet de overheid vooral duidelijk zijn. Duidelijk over wat de eisen voor duurzaamheid zijn en op welke termijn de boer die moet halen. Er moet daarbij genoeg tijd zijn om nodige investeringen te doen, of het verdienmodel aan te passen.

Daarover gesproken: zo’n transitie lukt alleen als ook de mensen met wie de boer te maken heeft, zich aanpassen. De consument moet bijvoorbeeld meer duurzame producten gaan kopen, of een eerlijke prijs gaan betalen waarin ook investeringen in duurzaamheid van de boer zijn meegenomen. Supermarkten spelen hierin een rol (zij kunnen met reclames duurzaam eten stimuleren), maar ook de overheid kan dingen doen, zoals de btw op duurzaam eten verlagen. Ook andere partijen kunnen iets doen; a.s.r, de verzekeraar die een heleboel landbouwgrond bezit, geeft korting aan duurzame boeren.

Uit de gesprekken merkte de RLI dat het boeren niet alleen maar om geld verdienen gaat. Ze missen ook waardering uit de maatschappij. Ook denke de boeren dat zij juist bij kunnen dragen aan de voedselvoorziening in een duurzame toekomst.

Controleren van de boer

Wel heeft de boer baat bij vrijheid. De overheid moet dus duidelijke regels en deadlines opstellen, maar niet bepalen hoe de boer aan de regels moet voldoen. Ook pleit het RLI voor een andere manier van controle. Met certificaten kan een boer laten zien dat hij aan bepaalde eisen voldoet, waardoor de overheid in theorie minder vaak op controle hoeft te komen. Die certificering moet door een onafhankelijke partij worden gedaan. Bijkomend voordeel: de certificaten kunnen meteen dienen als ‘bewijs’ dat de boer iets duurzaam doet. Dat is handig bij het aanvragen van keurmerken of financiering.

De adviezen pleiten dus voor een vrije boer, maar wel een die zich aan de regels van duurzaamheid houdt en daarop gecontroleerd wordt. Of zoiets in de praktijk gaat werken? De landbouw gaat niet altijd even netjes met de regels om, met de mestfraude als recent groot voorbeeld. Of die praktijk verbetert als de boer vrij wordt gelaten, zou in de praktijk moeten blijken. Het advies gaat vandaag naar minister Schouten; het is nog onbekend wat zij er mee gaat doen.

Eigenaar Onyx-centrale verkiest sluiten boven verduurzamen

Zeven jaar lang was de elektriciteitscentrale van Onyx Power in gebruik. De kolencentrale - die in 2015 door Engie voor 1,5 miljard euro op de Maasvlakte werd gebouwd - stond te boek als een van de meest moderne centrales van Europa. De installaties waren zo ontworpen dat ze geschikt waren voor het bijstoken van biomassa. Met onder andere TNO en Port of Rotterdam startte Engie in 2018 een onderzoeksproject. Doel: de centrale ombouwen naar een 100 procent biomassa gestookte centrale. Kolencentrale ombouwen Dit zogenaamde Arbaheat project ontving 19 miljoen subsidie van de Europese Unie en onderzocht de mogelijkheid om een innovatieve biomassa voorbehandelingsinstallatie te integreren in de Rotterdamse centrale. Deze installatie, die ontwikkeld is door het Noorse bedrijf Arbaflame, zou zogenaamde stoombehandelde biomassapellets produceren uit duurzame biomassa die voldoet aan de strengste EU duurzaamheidscriteria. Omdat deze pellets vergelijkbaar zijn met kolen, konden zij relatief gemakkelijk toegepast worden in een bestaande kolencentrale. Daarmee konden de ombouwkosten naar een biomassagestookte centrale aanzienlijk worden verlaagd. Het onderzoek was niet alleen relevant voor de Onyx-centrale. Voor honderden kolencentrales in Europa speelt momenteel de vraag of ze in de transitie naar een duurzaam energiesysteem hun poorten moeten sluiten of dat er een duurzame doorstart mogelijk is. De Centrale Rotterdam zou het showcase project moeten worden waardoor deze innovatieve techniek ook in andere Europese elektriciteitscentrales toegepast kon worden. Verkoop aan Riverstone Het liep anders. In 2019 deed Engie de centrale voor een geschatte 200 miljoen euro van de hand omdat kolenstook niet langer paste in de duurzame visie van het bedrijf. De Amerikaanse investeringsmaatschappij Riverstone zag er nog wel brood in. Maar daar komen de Amerikanen slechts twee jaar later op terug. Sinds Riverstone de Centrale Rotterdam aangemeld heeft voor de sluitingssubsidie van 212,5 miljoen euro, is ook het Arbaheat project in de ijskast gezet. “Natuurlijk waren we daar niet blij mee”, zegt Jaap Kiel die vanuit TNO betrokken was bij het project. Volgens Kiel waren de resultaten van het onderzoeksproject veelbelovend. Die wezen erop dat het goed mogelijk was om de centrale met deze techniek te verduurzamen. Geen toekomst voor kolen en biomassa De vraag rijst waarom de eigenaar in plaats van ombouwen toch kiest voor sluiten. In het Klimaatakkoord is een belangrijke rol weggelegd voor biomassa in de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening. Maar het gebruik ervan is controversieel. De verwachting is dan ook dat rond 2030 biomassa vrijwel niet meer ingezet wordt om elektriciteit op te wekken, omdat er dan meer wind- en zonne-energie zou zijn en de subsidies voor meerstook van biomassa stoppen. Dat maakt dat een duurzame doorstart een terugverdientijd heeft van acht jaar. Nu zowel kolen als biomassa geen toekomst hebben in een duurzame elektriciteitsvoorziening lijkt het erop dat eigenaar Riverstone met deze beslissing eieren voor zijn geld heeft gekozen.