Bedrijven

Vind een bedrijf

7 duurzame circulaire economie bedrijven

Organisaties die samen de nieuwe economie vormgeven. Ze vernieuwen, verbeteren en veranderen hun bedrijven en organisaties voor een betere toekomst.


Visie & Strategie Van Bedrijven

Bedrijven waar verandering niet een punt op de agenda is, maar het nieuwe businessmodel. Zo langzamerhand is iedereen ervan overtuigd dat er weeffouten zitten in onze economische modellen. We zullen anders moeten produceren en consumeren willen we welvaart en welzijn in evenwicht met elkaar brengen.

Visie & Strategie GroenLeven

GroenLeven ontwikkelt en realiseert grootschalige zonne-energie in Nederland. Om zo efficiënt mogelijk met de schaarse ruimte om te gaan, specialiseert GroenLeven zich in ‘dubbelfuncties’. Zoals drijvende zonnepanelen of zonnepanelen boven zacht fruit, waardoor energie wordt opgewekt en tegelijkertijd kwetsbare frambozen worden beschermd tegen te uitbundig zonlicht. Roland Pechtold is algemeen directeur van GroenLeven. In 2018 was de omzet 70 miljoen euro, het hoofdkantoor zit in Leeuwarden.

“In 2025 is het mogelijk om subsidievrij zonneparken aan te leggen”  GroenLeven ontwikkelt en realiseert grootschalige zonne-energie in Nederland. Om zo efficiënt mogelijk met de schaarse ruimte om te gaan, specialiseert GroenLeven zich in ‘dubbelfuncties’. Zoals drijvende zonnepanelen of zonnepanelen boven zacht fruit, waardoor energie wordt opgewekt en tegelijkertijd kwetsbare frambozen worden beschermd tegen te uitbundig zonlicht.   “Onze missie is de wereld voorzien van schone energie”, zegt algemeen directeur Roland Pechtold van GroenLeven. Pechtold wordt naar eigen zeggen gedreven door oprechte zorgen over klimaatverandering. “We willen een bijdrage leveren aan de oplossing van het klimaatvraagstuk. Dat kunnen we alleen samen. Dus we werken intensief aan de energietransitie met omwonenden, bedrijven, corporaties zoals FrieslandCampina en Agrifirm, overheden, het onderwijs en netbeheerders.”  Dubbelfuncties   GroenLeven heeft zich gespecialiseerd in het bouwen van installaties voor zonne-energie op locaties, die al een andere functie hebben. “Nederland is een klein land, de ruimte is schaars. Daarom zoeken wij graag dubbelfuncties op. Denk aan zonneparken op grote daken, water, industrieterreinen, vuilstorten, parkeerplaatsen en boven zacht fruit zoals frambozen,” zegt Pechtold. “Én we gaan geen uitdaging uit de weg: zo hebben we ook een zonnepark gerealiseerd tussen de start- en landingsbaan van Groningen Airport Eelde, terwijl de luchthaven gewoon actief was.”  In 2019 leverde het bedrijf zelfs een bijdrage van 1 procent aan de totale uitdaging van het Nationale Klimaatakkoord. Belangrijke onderdelen van dat klimaatakkoord zijn voor zonne-energie onder andere de zonneladder, in welke volgorde zonne-energie moet worden toegepast, en lokale participatie. “Wij vonden het bij de aanleg van een zonnepark altijd al belangrijk om de omgeving goed mee te nemen en te laten participeren. Je ziet dit dus overal terug bij onze bestaande projecten, zoals ons zonnepark in Emmen en het grootste drijvende zonnepark buiten Azië dat we hebben gerealiseerd op een zandwinplas in Zwolle. Deze zijn bijna volledig in lokaal eigendom. Dé verwezenlijking van het klimaatakkoord.” GroenLeven installeerde al meer dan 230.000 zonnepanelen op het water.  Nederland is een klein land, “Singapore at the North Sea”, dus ruimtelijke ordening is vaak een heet hangijzer. Er heerst dan ook een discussie over het gebruik van landbouwgrond voor de opwekking van duurzame energie. Hoewel GroenLeven met de dubbelfunctie-strategie constructief in het debat zit, wijst Pechtold erop dat, op basis van een studie van TNO en de Universiteit Utrecht, in 2030 slechts 0,2 procent van de landbouwgrond nodig is voor energieopwekking om de doelstellingen te halen. “We moeten zorgvuldig omgaan met vruchtbare landbouwgrond, maar ook in landbouwgrond zitten gradaties.”   Waar Pechtold kansen ziet, naast zonnepanelen boven zacht fruit, is de grond in de veengebieden. Dankzij het zakkende waterpeil en de oxiderende grond stoten die steeds meer CO2 uit; bovendien kampen boeren er met mislukte oogsten. “Als wij daar zonnepanelen mogen neerleggen, kunnen we de waterdaling tegengaan, de natuur een kans geven en tegelijkertijd energie opwekken. Tegen dit soort gebieden kan de landbouwsector geen nee zeggen.”  Samenwerken met netbeheerders  Naast efficiënt ruimtegebruik is samenwerking met de netbeheerders van cruciaal belang voor GroenLeven. Volgens de letter van de wet zijn de netwerkbedrijven verplicht om ieder nieuw zonnepark aan te sluiten op de infrastructuur, zodat de duurzaam opgewekte stroom de gebruiker kan bereiken. Maar de netwerkbedrijven hebben grote moeite om het tempo van de energietransitie bij te houden, omdat wind- en zonneparken vaak een verzwaring van de netwerken vereisen. “Samen met netbeheerders kijken we hoe we de transitie het beste kunnen realiseren”, zegt Pechtold. “We hebben het recht op een aansluiting, maar het moet wel uitvoerbaar zijn. Formeel sturen we weleens boze brieven naar elkaar, maar informeel werken we samen hard aan innovatieve oplossingen.”   Samen met Alliander realiseert GroenLeven een proefproject waarbij een elektrolyser waterstof produceert van zonne-energie. Daarmee wordt het net ontzien. Met netwerkbedrijf Enexis koos GroenLeven voor een andere oplossing om het netwerk te ontzien op piekmomenten: ‘peak shaving’. “Dan knijpen we de energieopwekking zodanig af dat het netwerk het precies aan kan”, legt Pechtold uit. “Op dat moment verlies je even productie, maar het voordeel is dat het zonnepark wel gebouwd en aangesloten kan worden.” Het energieverlies is beperkt, ongeveer 2 tot 5 procent van de opgewekte stroom kan niet worden afgevoerd.   Aanpassen van de beleidskaders  Het belangrijkste is volgens Pechtold dat beleidskaders aangepast moeten worden om de energietransitie te faciliteren. Soms lijkt het namelijk of er een rem zit op de energietransitie. Dat zie je terug in vele vergunningstrajecten. “Dat kan écht niet meer”, alarmeert de GroenLeven-directeur. Wat is er volgens Pechtold dan nodig? “We moeten positief blijven denken en kritisch naar onszelf kijken”, oppert hij. “Want er is veel om wél trots op te zijn. Dankzij het klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategieën (RES) is er nu veel meer landelijke regie, die we met lokale autonomie aan het invullen zijn.”   Een ander positief voorbeeld ziet Pechtold in de manier waarop de samenspraak plaatsvindt tussen overheid, netwerkbedrijven en de bedrijven voor hernieuwbare energie. “Die drie partijen hebben elkaar echt gevonden”, merkt hij op. “De techniek is de afgelopen tijd enorm veranderd. De regels zijn nog gebaseerd op oude systemen. Met elkaar proberen we nu de regelgeving aan te passen.”   Maatschappelijk draagvlak essentieel   Maatschappelijk draagvlak is belangrijk voor energieprojecten. Dat wordt benadrukt in het klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategieën. “Het is belangrijk samen met de omgeving zonne-energie te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat de omgeving kan profiteren, in welke vorm dan ook. Maar bovenal gaat het om goede communicatie en échte inspraak in de plannen. Soms maken we aan de hand daarvan een park kleiner, veranderen we de indeling of passen we de landschappelijke inpassing aan. Wij vinden de panelen mooi, maar voor omwonenden helpt het vaak als we de zonnepanelen juist aan het blikveld kunnen onttrekken.”   Lokale participatie gaat volgens Pechtold verder: “Bij elk van onze projecten kijken we hoe we lokale bedrijven kunnen aanhaken bij de ontwikkeling van het zonnepark. Zo gaat zo’n bron van groene energie echt leven in de regio. Wat ik bij ons zonnepark in Emmen erg mooi vind, is dat daar een educatiecentrum komt. Lokaal onderwijs en het lokale bedrijfsleven kunnen daar werken aan innovaties, onder andere op het gebied van zonne-energie, waterstofproductie, warmtetechnieken en het gebruik van biobased materialen. Werken aan het nu en aan de toekomst van de energietransitie.”  Subsidievrij   Waar nu nog subsidies nodig zijn om zonnestroom tegen concurrerende prijzen op de markt te krijgen, is het doel van GroenLeven om zo snel mogelijk subsidievrij te zijn. Pechtold: “De vraag naar schone energie blijft stijgen en daarmee ook de prijs van GvO’s (Garanties van Oorsprong). Steeds meer consumenten en bedrijven kiezen bewust voor hernieuwbare energie. Ik verwacht dat de businesscase van grootschalige zonne-energie binnen vijf jaar zo sterk is, dat we geen subsidies meer nodig hebben.” 

Visie & Strategie Arcadis

Arcadis is een advies- en ingenieursorganisatie. Het merendeel van de opdrachtgevers, zo'n 70 procent, is afkomstig van de overheid. Arcadis wil niet alleen in de eigen onderneming duurzaamheid op orde hebben, maar ook de branche in beweging brengen. Kortom, het bedrijf wil industry game changer worden. Internationaal werken er 28.000 mensen bij Arcadis, verspreid over zeventig landen. In 1888 werd Arcadis opgericht als de vereniging Nederlandsche Heidemaatschappij.

“Wij tonen aan dat duurzame projecten een rendabele businesscase opleveren”  Arcadis heeft zijn eigen bedrijfsvoering klimaatneutraal gemaakt. Dat verschaft het advies- en ingenieursorganisatie de geloofwaardigheid om ook zijn opdrachtgevers duurzame keuzes te laten maken. “Bedrijven met een heldere duurzame agenda worden hoger gewaardeerd op de beurs. Dat is waar het oude denken aansluit op de nieuwe realiteit.”  “We zijn al een klimaatneutraal bedrijf”, zegt Gert Kroon, CEO van Arcadis. “Het laatste stukje CO2-uitstoot compenseren we nog via carbon credits. De ambitie is om in 2030 daadwerkelijk klimaatneutraal te zijn, zodat we niet meer hoeven te compenseren. We willen naar nul uitstoot.”  Klimaatneutraal   Arcadis is er hoofdzakelijk in geslaagd om klimaatneutraal te worden door de mobiliteit te verduurzamen. Het elektrificeren van de vloot van leaseauto’s is daar een belangrijk onderdeel van. Kroon: “Vervolgens moet je wel nog zorgen dat alle stroom, die de auto’s verbruiken, groen wordt opgewekt.”   Het verplaatsen van kantoren in de buurt van treinstations hielp ook mee om duurzamere mobiliteit te verwezenlijken. De tweede maatregel, die gewicht in de klimaatschaal legt, is dat een aantal kantoorgebouwen van Arcadis van het gas is afgehaald. “De kantoren, waar we als enige huurder zitten, verwarmen we nu bijvoorbeeld met aardwarmte en we gebruiken er groene stroom. In gebouwen waar we met anders huurders zitten, is dat wat lastiger te organiseren.”   De duurzaamheid van de eigen bedrijfsvoering is belangrijk voor Arcadis, maar de grootste impact bereikt het bedrijf met projecten, die het voor zijn opdrachtgevers uitvoert. “We doen tienduizend projecten per jaar. De grootste impact die we kunnen bereiken, is om die projecten duurzamer te maken. Maar daarvoor moet je zelf wel duurzaam zijn, anders ben je niet geloofwaardig”, meent Kroon.   Duurzaamheidsagenda   Als Arcadis in gesprek gaat met klanten, dan vraagt het bureau meteen welke ambitie de opdrachtgever heeft. “Is er een duurzaamheidsagenda? Daar gaan we over in gesprek. Vaak kijken we dan samen hoe we die agenda in het project gerealiseerd kunnen krijgen.” Soms geeft Arcadis de opdrachtgever daar nog een extra zetje bij, vertelt Kroon: “Toen Prorail het treinstation in Eindhoven onder handen wilde nemen, misten we plannen om er meteen groene stroom op te wekken. Prorail dacht dat het niet kon vanwege de monumentenstatus van het gebouw. Dus toen zijn wij met een ontwerp gekomen dat rekening hield met de status, maar ook zonnepanelen mogelijk maakte.”  Ook met het aanleggen van wegen zoekt Arcadis naar de meest duurzame oplossingen. “Kunnen we geen weg bedenken, die energie oplevert? Asfalt is een donkere massa, die veel energie opslaat als de zon schijnt. Als je die warmte oogst, kun je dat mogelijk weer omzetten in elektriciteit, waarmee je diezelfde weg kunt verlichten.”  Voor Kroon is het niet belangrijk wat klanten motiveert om duurzame keuzes te maken. “Op dit moment realiseren zich heel veel klanten dat ze met duurzaamheid kunnen profileren. Bedrijven met een heldere duurzame agenda worden hoger gewaardeerd op de beurs. Dat levert waarde op. Gelukkig kunnen wij vaak aantonen dat een duurzaam project een rendabele businesscase oplevert. Dat is waar het oude denken aansluit op de nieuwe realiteit.”   Missie   De missie van Arcadis wortelt in de 19de eeuw, toen de Heidemij werd opgericht om ‘iets te doen aan de slechte omstandigheden op het platteland’. Door het cultiveren van de woeste gronden werd het leefklimaat verbeterd. “Tegenwoordig verbeter je de kwaliteit van leven als je iets doet tegen klimaatverandering, als je de uitstoot van CO2 reduceert, of als je circulaire productieketens creëert.” De omstandigheden zijn veranderd, maar de missie is feitelijk nog hetzelfde, hoewel die in 2020 in het Engels wordt geformuleerd: ‘improving the quality of life’.   De CEO van Arcadis is van mening dat het volledige bedrijfsleven mee moet in de transitie om van Europa een volledig klimaatneutraal en circulair continent te maken. “Moeten we nog wel voor Shell werken?, vragen mensen weleens. Natuurlijk kunnen we voor Shell werken, zeg ik dan. We kunnen proberen dat bedrijf te veranderen. Je kunt wel heel radicaal zijn, en bepaalde bedrijven uitsluiten, maar dan heb je ook geen invloed. Om die reden zitten we ook nog in de wegenbouw. Als er een weg wordt aangelegd, is dat een politiek besluit. Laat ons die weg dan ontwerpen, dan kunnen we er tenminste voor zorgen dat het zo duurzaam mogelijk gebeurt.”  Arcadis heeft veel overheidsopdrachtgevers, zo’n 70 procent van het totaal. “Die hebben een maatschappelijk belang. We werken bijvoorbeeld veel voor waterschappen. Die hebben de afgelopen jaren de gevolgen van klimaatverandering aan den lijven ondervonden. Ze hebben ons altijd beschermd tegen te veel water, nu denken ze na over hoe ze Nederland kunnen voorbereiden op meer jaren van droogte. We moeten water niet langer zo snel mogelijk afvoeren, maar vasthouden. Daar kunnen wij de waterschappen bij helpen.”  Investeer in CO2-reductie en circulariteit  Op de vraag hoe de economie op een groene manier kan herstellen van de coronacrisis, antwoordt Kroon dat hij gelooft in het concept van ‘true pricing’. “Want als je álle kosten toerekent, ook de milieukosten, dan kom je op een hele andere prijsstelling. Dan worden duurzaam geproduceerde producten veel concurrerender.” Dat zou ook voor het midden- en kleinbedrijf, waar veel ondernemers nu in overlevingsmodus verkeren, een oplossing zijn. “Als alle kosten worden meegeteld, dan verdienen duurzame investeringen zich terug. Dan is er een grotere bereidheid om de benodigde investeringen te doen. Daarvoor staat de overheid aan de lat, want die moet niet de arbeid, maar de producten gaan belasten.”   Als het aan Kroon ligt, zou de overheid moeten besluiten om Nederland op een duurzame manier uit de crisis te investeren. “Investeer in dingen die bijdragen aan de doelen, die we in Parijs hebben afgesproken: CO2-reductie en circulariteit. De huidige fondsen zijn nog te generiek. Hoe specifieker je het geld oormerkt, des te beter het werkt. Als de overheid voor alle bouwprojecten voorschrijft dat er alleen nog maar met circulaire bouwmaterialen gewerkt mag worden, dan breng je wat op gang. Dan daag je ook de mkb-bedrijven uit. Als een mkb’er daarin investeert, dan weet die ondernemer dat hij de komende jaren een opdrachtgever heeft. Dat is belangrijk, want veel mkb’ers zien geen perspectief op dit moment.”  Hoewel de vergroening van het belastingstelsel en groene investeringen onderdeel zijn van een duurzaam herstel, vindt Kroon dat het bedrijfsleven vooral een eigen verantwoordelijkheid heeft. “Ik ben positief over de interne drive binnen veel bedrijven. Wij zitten als Arcadis in een aantal gremia, zoals de club Anders Reizen, dat een groener mobiliteitsprofiel nastreeft. Je ziet dat nu enorm groeien. Dan hoor je weer tips en tricks hoe andere bedrijven hun mobiliteit vergroenen. Wij hikten bijvoorbeeld tegen elektrisch leasen aan, durfden het niet verplicht te stellen. We wilden mensen niet opzadelen met laadstress. Maar als je hoort hoe concullega’s daar mee omgaan, dan denk je: waarom niet. Daarom gaan wij nu ook onze totale leasevloot elektrificeren.”  

Remeha

Rehema levert oplossingen voor verwarming en warm water. Het bedrijf is vooral bekend van de CV-ketels, maar levert ook andere producten zoals warmtepompen, hybride apparaten en zonlichtsystemen. Het bedrijf heeft zijn hoofdkantoor in Apeldoorn, maar opereert internationaal. Het heeft ruim 500 medewerkers. Remeha is onderdeel van BDR Thermea Group, in Europa het op twee na grootste bedrijf op het gebied van verwarming en warm water. Remeha wil een centrale rol spelen in de warmtetransitie en de verduurzaming van de gebouwde omgeving.

Veolia

Het Franse Veolia is een concern dat zich breed inzet op alles wat met milieudiensten te maken heeft, zoals waterzuivering, afvalverwerking, energie en transport. Het bedrijf stamt uit 1853, toen het werd opgericht door keizer Napoleon III. In Nederland is Veolia inmiddels meer dan 50 jaar actief en heeft het 650 medewerkers. Aan het roer van de Nederlandse onderneming staat Hildagarde McCarville.

Renewi

Renewi verwerkt afval en maakt hier nieuwe grondstoffen van. Van de 14 miljoen ton afval die het bedrijf jaarlijks verwerkt, wordt 89 procent gerecycled of gebruikt voor de terugwinning van energie. Het bedrijf is in 2017 ontstaan na een fusie van Shanks Group en Van Gansewinkel Groep. Renewi heeft beursnoteringen aan de London Stock Exchange en de Euronext Amsterdam. Het hoofdkantoor staat in het Verenigd Koninkrijk. In 2019 telde Renewi 8.000 medewerkers. Het bedrijf heeft 198 vestigingen in negen landen in Europa en Noord-Amerika.

SUEZ Nederland

SUEZ Recycling & Recovery Netherlands maakt deel uit van het in Frankrijk opgerichte SUEZ. Een internationale organisatie die innovatieve en duurzame oplossingen aanbiedt voor afval, grondstoffen, energie, water en milieu. In Nederland zamelt SUEZ het afval in van 530.000 huishoudens en 80.000 bedrijven en instellingen. Samen met een keten van partners maakt het bedrijf van dit afval weer grondstoffen en nieuwe producten. Wieger Droogh is momenteel algemeen directeur van de Nederlandse tak van de onderneming, waar zo’n 2.000 mensen werken.

GRO

Een van de grootste organische reststromen van Nederland gebruiken voor nuttig en lekker eten. GRO Together gebruikt koffiedik om oesterzwammen op te kweken. En met die paddenstoelen creëren ze het eten van de toekomst, met een kleinere voetafdruk dat toch door de gemiddelde Nederlander gegeten wordt. Een burger die voor 50 procent uit vlees en 50 procent paddenstoel bestaat, bijvoorbeeld.

Greenwaste

De startup Greenwaste ontfermt zich over de inzameling en verwerking van afvalstromen. In relatief korte tijd is het bedrijf uitgegroeid tot een onderneming met 18 medewerkers die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het afval van zo’n 160 bedrijfsklanten verspreid over 1.100 locaties. De huidige CEO is Johannes Bos.

Enkev Group

Enkev is een bedrijf dat vooral van natuurlijke vezels materialen maakt voor gebruik in matrassen, meubels en filters. Het bedrijf werd in 1932 opgericht en is gevestigd in Nederland, België, Polen en het Verenigd Koninkrijk. Het hoofdkantoor staat in Volendam. Enkev heeft 250 mensen in dienst en realiseert een jaaromzet van 22 miljoen euro.

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven


Producten & Diensten


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken by Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu