Change Inc. staat voor verandering. Wij zijn het platform voor professionals die zich in de voorhoede van de transitie willen begeven. We delen en publiceren kennis. En verbinden en mobiliseren experts. Word onderdeel van de oplossing en sluit je aan bij deze krachtige beweging van toekomstmakers.


Alle duurzame ontwikkelingen

Iedere dag laat onze expertredactie zien hoe de toekomst vandaag al vorm krijgt. Volg hier de laatste ontwikkelingen in duurzaamheid, innovatie, ondernemerschap en het bedrijfsleven.

Bekijk alle artikelen

Change Industrie

Chemische innoveert en wordt biobased: ‘Ik kan mijn kennis inzetten om het verschil te maken’
Change Inc

door Teun Schröder

Change Industrie

Chemische innoveert en wordt biobased: ‘Ik kan mijn kennis inzetten om het verschil te maken’

De Nederlandse chemiesector is qua omzet één van de grootste van Europa. De sector voorziet in meer dan 500.000 banen, verdeeld over honderden bedrijven. De industrie is daarmee goed voor 15 procent van de productie, export en investeringen in Nederland. Tegelijkertijd is het ook een sector met een hoog emissieaandeel - zo’n 10 procent van de Nederlandse uitstoot – die nog sterk afhankelijk is van fossiele grondstoffen. De noodzaak wordt steeds groter om over te stappen naar een biobased economie, met hernieuwbare materialen als input. De topsectoren, dat zijn de sectoren die uitblinken in het Nederlandse bedrijfsleven, Agri&Food, Energie en Chemie verwachten dit decennium dat de opkomst van de biobased economie gepaard gaat met 4.500 nieuwe banen en 2,5 miljoen ton CO2-reductie. Aan het front van de transitie staan de wetenschappers en specialisten die op constante basis innoveren. Lazar Draskovic, Ana Morao en Murielle Oster oefenen elk met hun eigen expertise invloed uit op de chemiesector van de toekomst. Lees ook: Van bioplastics tot algenconsumptie en duurzame chips voor het 5G netwerk: biotech is overal Duurzaamheid binnen en buiten het bedrijf De drie onderzoekers werken gepassioneerd op het snijvlak van duurzaamheid en biotechnologie. Draskovic: “Hoe beter je chemische processen begrijpt, hoe meer je leert dat de traditionele aanpak niet houdbaar is. Voor mij was dit een wake-up call. Ik kan mijn kennis over chemie inzetten om het verschil te maken.” Ook Morao wordt gedreven door de gedachte dat ze de status quo kan doorbreken: “Duurzaamheid in processen integreren is een vak voor de wetenschap, maar uiteindelijk vindt het een weg in de hele bedrijfsvoering. Niet alleen bij inkoop en productie, maar ook wat je als bedrijf uitdraagt in marketing, verkoop en pr-beleid.” Volgens Oster past dit bij de aangescherpte verantwoordelijkheid die bedrijven vandaag de dag hebben. “Daarbij gaat het naast de eigen productie juist ook om wat er daarna gebeurt. Waar komt mijn product terecht? Hoe wordt het gedistribueerd? Kan het gerecycled worden? Het wordt steeds belangrijker dat bedrijven een zo volledig mogelijk beeld krijgen van de wereld waarop ze invloed uitoefenen.” Chemie voor duurzaam visvoer Lazar Draskovic is als wetenschapper gespecialiseerd in biochemische processen. Samen met zijn team ontwerpt hij installaties op pilot-schaal om te testen of ze geschikt zijn voor grote fabrieken. “Op het moment zijn we bezig met duurzame visvoeding op basis van micro-algen”, vertelt Draskovic via een videoverbinding vanuit San Francisco. “Voor gekweekte zalm wordt traditioneel in het wild gevangen vis gebruikt, wat zorgt voor een onhoudbaar systeem. Wij vervangen het op vis gebaseerde voer voor micro-algen met dezelfde voedingswaarde als het dierlijke alternatief.” De potentie van micro-algen is volgens Draskovic enorm. “Niet alleen als voer voor vis of vee, maar ook als aanvulling op het dieet van mensen." Lees ook: Startups, wetenschappers en grote bedrijven moeten innovatiekracht bundelen Biopolymeren in medische sector Naast voedingsingrediënten produceert Corbion ook producten voor de medische en farmaceutische sector. Chemisch ingenieur Murielle Oster ontwikkelt met haar team producten voor de farmaceutische industrie. “Bij Corbion werken we van oudsher met melkzuur en melkzuurderivaten. Hiervan kunnen we een biopolymeer maken dat langzaam degradeert in het menselijk lichaam.” Een capsule gemaakt van dit materiaal kan daarmee heel gedoseerd medicijnen afgeven in een lichaam. “Ook kunnen er bijvoorbeeld implantaten van gemaakt worden. Als het materiaal eenmaal zijn werk heeft gedaan, hoeft het daarna ook niet operatief verwijderd te worden. Dit scheelt tijd, geld en ontzorgt natuurlijk de patiënt.” Gezondheid van mensen is een belangrijk element van duurzaamheid, zegt Oster. “Met Corbion focussen we onder andere op Sustainable Development Goal 3 ‘Goede gezondheid en welzijn'. We willen een veilige oplossing aanbieden zonder dat het de omgeving, mens en milieu schaadt. Biologisch afbreekbare polymeren vervullen precies deze behoefte.” Milieu en sociale impact berekenen Corbion heeft zich gebonden aan de Science Based Targets (SBT), wat betekent dat alle bedrijfsactiviteiten erop zijn toegespitst de opwarming van de aarde tot 2 graden te beperken. Ana Morao was betrokken bij het in lijn brengen van Corbions doelstellingen met die van de SBT’s. “Het was een enorme uitdaging om alle processen in kaart te brengen en ze zo te organiseren dat ze voldoen aan de criteria van de SBT’s”, vertelt Morao. “De volgende stap is dat we voortdurend blijven monitoren hoe we ervoor staan. Alleen met cijfers en modellen kun je ook daadwerkelijk hardmaken dat we aan de criteria blijven voldoen.” Daarbij hoort ook dat Corbion Life Cycle Assessments en Product Social Impact Assessments van zijn producten maakt. Morao: “We brengen de totale milieubelasting in kaart van een product gedurende de hele levensfase. We letten niet alleen op CO2 en waterverbruik, maar proberen ook te kijken naar biodiversiteit en sociale impact. Het is een enorme uitdaging om dit te kwantificeren, maar je moet keiharde cijfers hebben om te kunnen onderbouwen dat je daadwerkelijk een positieve impact maakt op de SDG's.” Lees ook: De SDG’s als geraamte van je strategie: ‘als wij het kunnen, kan de rest het ook’ Transitie versnelt Ondanks alle innovaties en ambities zijn de drie wetenschappers het erover eens dat er nog veel moet gebeuren in de transitie naar een biobased economie. Toch spreken ze allen hoop uit voor de toekomst. “Om me heen zie ik dat technologie steeds geavanceerder wordt”, vertelt Draskovic. “Er is echt sprake van een stijgende curve. Als de pilots van nu uitgroeien tot grootschalige fabrieken kunnen we ineens grote stappen maken.” Ook het gebruik van biologisch afbreekbare stoffen in de biomedische en farmaceutische wereld wordt steeds gebruikelijker, denkt Oster. “We zien nu al onderzoeken met biobased materialen die reageren op lichaamstempratuur of PH-niveau waarna een medicijn geactiveerd wordt. Op deze manier kunnen we heel gericht in het lichaam ziektes bestrijden. In dit geval biedt een biobased materiaal een betere oplossing dan we voorheen konden bedenken.” Voor Morao is het duidelijk dat de biobased chemische sector ‘the place to be is.’ “Er zijn zoveel ontwikkelingen gaande op dit moment. Als je nieuwsgierig bent en opzoek naar een uitdaging dan is dit de kans om op dit gebied een verschil te maken.”

6 minuten lezen


Change Circulaire economie

De Changemakers van week 15: Circulaire Economie
Change Inc

door Willemijn van Benthem

Change Circulaire economie

De Changemakers van week 15: Circulaire Economie

Klaske Kruk Voor oprichter Klaske Kruk (38) van Circularities is de duurzame tendens die nu rondwaart niet nieuw. De van origine neuropsycholoog zit al tien jaar in de circulaire economie en ontwikkelingssamenwerking. Ze wil het vooral op de werkvloer in de praktijk laten brengen bij de mensen die nu aan de knoppen zitten en impact kunnen maken, anders zegt ze, zijn we te laat. Haar uitdaging: “Hoe zorg je dat circulaire economie in de dagelijkse praktijk van je werk terugkomt?” Lees hier het hele profiel.  Marc Dokter Sinds veertien jaar is Marc Dokter (54) directeur van ENKEV in Volendam. Als jurist was hij werkzaam voor de internationale grote en kleine industrie, verkocht hij producten van België tot Brazilië. Tot hij inzag dat hij lokaal wilde ondernemen. Hij werd directeur van ENKEV, een fabriek die vul- en afdekmaterialen op basis van natuurlijke grondstoffen produceert die als halffabricaat hun weg vinden in meubelen, matrassen, autostoelen, filters en verpakkingen. Het bedrijf bestaat al sinds 1932, en Marc Dokter voelt zich er al veertien jaar thuis. “Het grappige is dat we tot voor kort helemaal niet in de gaten hadden dat we duurzaam zijn.” Lees hier het hele profiel. Ilse van Eekeren Ilse van Eekeren (40) werkt als Programmamanager Circulair Ondernemen bij de NS op de afdeling duurzaam ondernemen. Ze wil ervoor zorgen dat NS in 2030 circulair inkoopt, dat alle materialen optimaal worden (her)gebruikt en geen er afval meer is op kantoren, werkplaatsen en van treinen. “Ik heb de mooiste baan die er is. Ik houd me elke dag bezig met de circulaire economie, en zorg ervoor dat we meer gaan doen met minder, dat grondstoffen eindeloos worden (her)gebruikt en afval niet bestaat.” Lees hier het hele profiel.

2 minuten lezen


Directeur BMW Group Nederland Stefanie Wurst: ‘Duurzaamheid en financiële gezondheid groeien steeds meer naar elkaar toe’

Change Transport en mobiliteit

Directeur BMW Group Nederland Stefanie Wurst: ‘Duurzaamheid en financiële gezondheid groeien steeds meer naar elkaar toe’

Op de salontafel in het kantoor waar we elkaar ontmoeten ligt een dik rapport geprint op vaal grijs papier getiteld Ökologieorientiertes Marketing – Systematisierung und kritische Darstellung, een onderzoek uit 1992 naar ecologisch georiënteerde marketing. Het blijkt de afstudeerscriptie (op gerecycled papier) te zijn van Stefanie Wurst, algemeen directeur van BMW Group Nederland. “Dertig jaar geleden was het woord ‘duurzaamheid’ nog niet heel gebruikelijk”, glimlacht Wurst. “Maar de principes zijn hetzelfde gebleven. Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in de link tussen de economie en het milieu.” Voorafgaand aan haar huidige functie was Wurst vierenhalf jaar hoofd marketing van BMW Group Duitsland. In de tweeënhalf jaar dat ze in Nederland woont heeft ze zich de taal knap eigen gemaakt. “Bij de Nonnen in Vught”, vertelt ze met een licht Duits accent. “Een taalinstituut – van oudsher een klooster – dat in de jaren vijftig een eigen taalmethodiek ontwikkelde.” Tegenwoordig worden de lessen niet meer verzorgd door nonnen, maar hoogopgeleide taalkundigen uit de hele wereld. “De Nederlandse taal leren was voor mij heel belangrijk, omdat ik veel spreek met onze dealers. Dat we nu dezelfde taal spreken helpt met de verbinding.” Duurzaamheid in productie en energie Met BMW streeft Wurst stap voor stap naar een emissievrije toekomst. De Duitse autofabrikant wil in 2030 een vermindering van 80 procent CO2-uitstoot per geproduceerd voertuig ten opzichte van 2019. Sinds dit jaar draaien alle fabrieken van BMW op hernieuwbare energie en kijkt het concern voortdurend naar het optimaliseren van energieverbruik in de productie. Wurst: “In de fabriek in Leipzig wekken we elektriciteit op met vier windturbines. En in Dingolfing gebruiken we energie uit hydro-elektriciteit, opgewekt door de rivieren Isar en Lech die vanuit de Alpen langs de fabriek stromen.” Lees ook: Trends in mobiliteit: duurzaamheid en digitalisering De BMW-dealer als fabriek Op nationaal niveau spelen de eerder genoemde dealers – 52 in Nederland – ook een belangrijke rol in de duurzaamheidsstrategie. “Elke dealer is in wezen een kleine fabriek; het zijn gebouwen die energie verbruiken, maar ook zelf energie kunnen opwekken met bijvoorbeeld zonnepanelen. Ook is het een plek waar bedrijfs- en garageafval ontstaat dat je verantwoord kan recyclen”, vertelt Wurst. “Het is de eerste plek die onze klanten zien en daarmee hét moment om een voorbeeld te stellen. Een eveneens grote winst is volgens Wurst te behalen in de toeleveringsketen. “Ik probeer altijd uit te leggen dat de CO2-uitstoot van de hele waardeketen omlaag moet. Daarom willen we in de komende negen jaar ook een CO2-reductie van 20 procent per voertuig in onze toeleveringsketen realiseren. Dat is ambitieus, aangezien de totaal benodigde energie voor de productie van elektrische auto’s juist veel hoger is.” Wurst hoopt dat er een sneeuwbaleffect van verduurzaming ontstaat bij alle bedrijven in de keten waar BMW mee samenwerkt. “Zo’n toeleverancier werkt voor veel meer partijen dan alleen wij. Als wij hogere eisen stellen aan onze leveranciers, plukken andere afnemers daar ook de vruchten van.” Winning van zeldzame metalen Als voorbeeld noemt Wurst de winning van zeldzame metalen zoals kobalt en lithium; grondstoffen voor batterijen. “In veel gevallen kopen fabrikanten deze metalen in bij grote agentschappen, waarbij het onduidelijk is waar het product precies vandaan komt en hoe de winning gaat. BMW doet dat anders. Wij kopen direct bij de mijnen en zien toe op de milieu- en werkomstandigheden waaronder de metalen gewonnen worden en helpen actief mee om deze te verbeteren.” Wurst verwacht dat op de lange termijn de toeleveranciers die niet willen verduurzamen, het niet gaan redden. “Iedereen die ‘in business’ wil blijven, is met verduurzaming bezig. Uiteindelijk trekken deze producenten ook een grotere markt aan. De behoefte om iets goeds te doen voor de planeet overlapt met economische noodzaak. Het is een beweging die niet meer te stoppen is; de geest is uit de fles.” Lees ook: Eindhovense studenten lanceren ‘camper’ op zonne-energie Gerecyceld plastic in een BMW BMW Group wil zijn CO2-voetafdruk sterk verlagen bij de productie van voertuigen en zet daarom nadrukkelijk in op recycling. Op het moment wordt 99 procent van het afval dat ontstaat bij de jaarlijkse productie van 2,5 miljoen voertuigen al gerecycled. Ook in de voertuigen zelf wordt steeds meer gerecycled materiaal gebruikt. “De BMW iX die dit najaar komt, bevat al 60 kilo gerecycled plastic; zo’n 20 procent van de totale hoeveelheid plastic in de auto”, vertelt Wurst. “BMW Group Nederland heeft ook een samenwerking met The Ocean Cleanup, de organisatie van Boyan Slat die de plasticsoep uit rivieren en oceanen haalt. En honderd klanten hebben via de aanschaf van een speciale Oceans Edition van de BMW i3 gezamenlijk 100.000 euro aan The Ocean Cleanup gedoneerd. Ook als een BMW zijn laatste kilometer heeft gereden, wil de fabrikant de auto in de keten houden. In dertig landen is samen met de dealers een systeem opgezet waarmee afgedankte auto’s worden ingezameld. In het Recycling en Demontage Centrum in München worden afgedankte auto’s ontleed en secundaire grondstoffen verzameld. Speciale aandacht gaat uit naar de accu’s van elektrische modellen. Als deze intact zijn, krijgen ze een tweede leven als energie-opslag. Zo staat naast de fabriek in Leipzig een accupark van zevenhonderd BMW i3 accu’s die dienst doen als buffer voor eventueel overtollige energie die met de windmolens wordt opgewekt. Elektrisch rijden en e-zones In 2023 heeft BMW Group in totaal 25 geëlektrificeerde modellen op de markt, waarvan 13 volledig elektrisch. MINI, het andere automerk dat onder BMW valt, wordt vanaf 2030 zelfs volledig elektrisch. Verder spoort BMW zijn plug-in hybride rijders aan zo veel mogelijk elektrisch te rijden. Zo schakelen de plug-in hybrides, zoals de BMW X5 xDrive45e automatisch over op elektrische aandrijving als de auto een ‘eDrive Zone’ binnenrijdt; een geografisch gebied, dat in elk geval de milieuzone omvat. Zo wordt de uitstoot verlaagd waar het er het meest toe doet, in de stad. Of BMW ook een volledig elektrisch merk wordt, vindt Wurst moeilijk te zeggen. “Uiteindelijk hangt dat ook van de behoefte van de consument af. Daarnaast is niet elke regio in de wereld geschikt voor elektrisch. We werken op het moment aan een BMW met een waterstofbrandstofcel. Die aandrijving komt weer van pas als de afstanden langer zijn. Uiteindelijk denk ik dat het niet verstandig is om op één paard te wedden. Wat de aandrijving in de toekomst ook gaat zijn, aan ons de taak om het duurzaam te produceren.” Toekomst van mobiliteit De verscheidenheid aan doelstellingen en projecten van BMW Group past bij het leiderschap van Wurst. “Ondanks de coronacrisis hebben we het heel goed gedaan en zijn we weer marktleider geworden in ons segment. En als je aan de top wilt blijven, dan zul je voortdurend moeten veranderen en open staan voor andere ideeën.” Ook binnen het bedrijf probeert Wurst dit te stimuleren door zich hard te maken voor diversiteit. “Een bedrijf hoort een afspiegeling te zijn van de maatschappij. Naast een goede man-vrouwverhouding moet hier plek zijn voor mensen van alle leeftijden, met een migratieachtergrond of beperking. Want alle discussies die daarbuiten worden gevoerd, wil ik ook hierbinnen hebben. Zo ontstaan moderne oplossingen.”

7 minuten lezen


Deze woonwijk biedt een kijkje in de toekomst van duurzaam bouwen en wonen

Change Bouw en infra

Deze woonwijk biedt een kijkje in de toekomst van duurzaam bouwen en wonen

Het was in 2003 dat Ad Vlems met zijn vrouw besloot dat hij duurzamer wilde wonen. Hij betrok andere enthousiastelingen bij de plannen met als uiteindelijk resultaat het Ecodorp Boekel. De burgemeester van die gemeente wilde ruimte bieden aan de innovatieve woonwijk, en inmiddels wonen de eerste mensen in het dorp. Als initiatiefnemer is Vlems daar uiteraard één van. Hij ervoer al hoe goed de 50-centimeter-dikke kalkhennep muren warmte vasthouden. Zijn huis staat op het zuiden en daar werd het op een zonnige winterse dag 26 graden met de gordijnen dicht, terwijl het vroor. “We moeten de woningen dus nog wel wat tweaken”, aldus Vlems. Het plan is om luiken toe te voegen. Op die manier wil hij voorkomen dat het in de zomer nog veel heter wordt in de woning. En de luiken beschermen tegen stormen. Experimenteren en innoveren zijn onlosmakelijk verbonden met het ecodorp. Mensen die hier willen wonen moeten daarom ook vooraf een contract tekenen dat zij akkoord gaan met tests van innovaties. Niet verwonderlijk dus, dat Vlems in een video-call een half uur aan één stuk door kan praten over de bijzonderheden van het dorp. Innovaties in een duurzame woonwijk Ecodorp Boekel is bijvoorbeeld niet aangesloten op het riool. In plaats daarvan zuiveren bewoners het afvalwater in de wijk zelf. “Bij extreme droogte gaat er bij ons elke dag nog steeds 9.000 liter water de bodem in. In elke andere wijk gaat het grondwater omlaag, bij ons blijft het gelijk.” Dat komt doordat zij het water niet via het riool wegspoelen, maar letterlijk op locatie zuiveren met behulp van een helofytenfilter. Dat is een filter dat met behulp van planten afvalwater zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu. Daarnaast vangen de bewoners zoveel mogelijk regenwater op, wat ze gebruiken voor wasmachines en het doorspoelen van de toiletten. Naast wateropslag doen ze aan energieopslag. Daarvoor gebruiken ze de innovatie van Cees van Nimwegen: hij ontwikkelde een batterij waarbij warmte wordt opgeslagen in basalt-gesteente. Bekijk in deze infographic hoe die basaltbatterij werkt. Circulaire economie Het ecodorp innoveert ook met een circulaire elektriciteitskabel van kabelwereldleider Prysmian. Huidige stroomkabels kunnen na hun levensduur alleen nog verbrand worden om het metaal eruit te halen. De kabel die Prysmian ontwierp kan daarentegen makkelijk gestript worden, waardoor alles klaar is voor hergebruik. De kabel bestaat bijvoorbeeld uit één soort PVC-afvalplastic in plaats van meerdere soorten plastic. Dat maakt het veel makkelijker om het materiaal her te gebruiken. Omdat de kabel innovatief is, is hij nog niet helemaal gekeurd en gecertificeerd. Kortom, hij voldoet niet aan alle richtlijnen. Voor het kabelbedrijf biedt de samenwerking met Ecodorp Boekel uitkomst, want vanwege het innovatieve karakter van het dorp mag de kabel daar wel gebruikt worden. Het is niet de enige plek waar circulariteit in het dorp terugkomt; ook bij de bouwmaterialen is erop gelet. Zo maken de huizen gebruik van cementloos beton. Dat beton bestaat uit zand en grind dat eerder als asfalt werd gebruikt, en wordt gebonden met afval uit hoogovens. Daarnaast staan de huizen op glasschuim, een restproduct van glasrecycling. Tot slot is er aan de natuur gedacht. Zo is er in overleg met vleermuiswerkgroep Brabant, de vlinderbescherming en Nederland Zoemt bepaald welke vleermuis-, vlinder- en bijensoorten extra bescherming nodig hebben en goed gedijen in een woonwijk. In een biodiversiteitsplan staat opgeschreven op welke tien diersoorten het ecodorp extra gaat letten. “Provincie Brabant was zo enthousiast over ons biodiversiteitsplan dat we, als het klaar is, worden aangesloten bij het natuurgebied naast ons. Dan worden wij onderdeel van het natuurnetwerk van Nederland. Dat is natuurlijk uniek: als een woonwijk ineens een natuurgebied wordt.” ‘Elke innovatie is een risico’ Met al die innovaties bleek financiering lastig. Zo herinnert Vlems zich een reactie die hij kreeg toen hij op uitnodiging van een aantal banken en fondsen zijn plannen presenteerde. “Elke innovatie is een hoger risico, want we kunnen niet berekenen wat de gevolgen zijn van die innovatie”, vertelde één van de bankmedewerkers hem. Dat betekende dat Ecodorp Boekel hoge hypotheekrentes zou moeten betalen. Maar dat was onmogelijk, legt Vlems uit. “We bouwen sociale huurwoningen, dus wij kunnen ons geen hoge rente veroorloven.” Uiteindelijk bood een Duitse bank met ervaring op het gebied van woongemeenschappen uitkomst door financiering aan te bieden. Michiel Delfos, directeur Schade en Inkomen bij Achmea, herkent de ervaring van Vlems. “Wij merken ook dat het verzekeren van innovaties, net als het geven van kredieten voor innovaties, moeilijk is. Juist omdat het nieuw is. Daardoor weet je niet welke risico’s daaraan vastzitten.” Ondanks deze onbekendheid besloot Achmea wel te verzekeren. Alle machines, leidingen en woningen zijn door Achmea verzekerd. “Je kunt er angstig inzitten en het daarom niet doen, maar je kunt er ook voor kiezen om een pilot aan te gaan, omdat het bijdraagt aan duurzaamheid. Daar hebben wij voor gekozen en we denken dat we er uiteindelijk ook heel erg van leren en daardoor een stapje voorlopen in de nieuwe wereld.” Het effect van een mandarijnenschil Achmea levert niet alleen verzekeringen, maar experimenteert ook mee. Zo doet Zilveren Kruis een proef met instrumenten die de luchtkwaliteit in de woningen meten en waar een alarmbel afgaat als er schadelijke stoffen in de lucht zitten. “Op een gegeven moment ging dat apparaat af. Wat bleek? Een kindje was een mandarijn aan het pellen. In de schil zitten gifstoffen en dat merkte het apparaat op”, vertelt Delfos. Daarnaast denken de experts van de verzekeraar mee over de veiligheid van verschillende innovaties. Bijvoorbeeld over de basaltbatterij. Misschien moet er bij wijze van spreken wel een slotgracht omheen als brandbeveiliging. Alles is nu nog denkbaar. Het voordeel van vroeg instappen “Als je in een vroeg stadium aanhaakt en meedenkt, dan leer je ook de risico’s kennen”, verklaart Delfos deze stap van de verzekeraar. “Dat is ook nuttig als Achmea in de toekomst vaker dit soort initiatieven wil verzekeren.” Ook kan deze ervaring direct leiden tot nieuwe producten of diensten. Een bestaand voorbeeld daarvan zijn de groene daken van Interpolis. De groene dakbedekking zorgt voor minder waterschade, is goed voor de biodiversiteit en het dak eronder gaat ook nog eens langer mee. De ondernemers die de sedum-daken leggen, kan Achmea weer verzekeren. “We kijken of we met Ecodorp Boekel ook kunnen experimenteren met dienstverlening die we later groot kunnen uitrollen.” Instappen bij een project als Ecodorp Boekel sluit aan bij de rol die Achmea voor zichzelf ziet als coöperatief bedrijf, benadrukt Delfos. “Wij staan midden in de samenleving. Dat betekent dat we tegen onszelf hebben gezegd dat we niet alleen goed moeten zorgen voor de klanten en het bedrijf,maar ook voor de maatschappij.” Het is zijn persoonlijke overtuiging dat een bedrijf dat niet midden in de maatschappij staat uiteindelijk niet succesvol kan zijn. “Daarom moet je ook de strategie niet vanuit jezelf bedenken, maar vanuit jouw positie in de samenleving.” De verzekeraar heeft drie duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties gekozen waar het extra aandacht aan besteedt en die intrinsiek aansluiten bij de rol van een verzekeraar: gezondheid, veiligheid en klimaat. Deze thema’s komen terug bij het ecodorp, maar ook bij andere projecten. “De kracht van Ecodorp Boekel is de kleinschaligheid, het experimenteren en het innoveren. Ik denk dat het onze kracht is om ontwikkelingen groter en bekender te maken; we hebben 10 miljoen klanten en daarmee een groot bereik. Ik weet nog niet precies hoe of wat, maar ik weet wel dat er ongetwijfeld mooie en nieuwe samenwerkingen uitkomen.” Lees ook: Hoe bouw je de stad van de toekomst?

7 minuten lezen


Changemakers

Changemakers tonen duurzaam leiderschap, zoeken naar innovatieve verbindingen en maken echt impact. Onze onafhankelijke redactie geeft deze leiders, verbinders en katalysators een inhoudelijk podium. Met iedere week een podcast-interview door Paul van Liempt. Als je van verandering houdt, is dit je tijd.

Bekijk alle Changemakers

Week
15

Marc
Dokter

Marc Dokter

Directeur bij Enkev Group

Marc Dokter is een man met visie, maar wel iemand die met twee benen op de grond staat en nuchter blijft. Wollig taalgebruik zul je bij Dokter niet aantreffen. Met Enkev bouwt hij aan een onderneming die niet gaat voor het financiële belang op korte termijn, maar voor de vanzelfsprekendheid om het goede te doen. 

En dat goede is bijvoorbeeld gebruik maken van natuurlijke materialen zoals kokos en paardenhaar voor bijvoorbeeld matrassen, waar herbruikbare polymeren voor worden gebruikt. Maar dat goede is ook zo lokaal mogelijk ondernemen. Geen energieslurpende wereldwijde toeleveringsketens. Voor Dokter is de lokale economie de toekomst. “Ik wil dat het geld van de bedrijven die winst maken, ook terechtkomt bij de mensen die op de vloer staan. En niet bij mensen aan de andere kant van de oceaan”, zegt Dokter zelf treffend. 

Ondanks de crisis, en dankzij de duurzame en circulaire strategie, slaagt Dokter erin om met Enkev te blijven groeien. Het bedrijf bestaat als sinds 1932 en heeft inmiddels vijf vestigingen in vier landen. Met 250 medewerkers wordt een jaaromzet gerealiseerd van 22 miljoen euro. Dit is geen start-up meer. De jury is onder de indruk van de consistentie waarmee de duurzame strategie van Enkev is doorgevoerd in producten en processen, en hoe dat gedragen wordt door het personeel. Voor velen bleef Enkev de afgelopen jaren onder de radar. Het is mooi dat Dokter de schuchterheid van zich afgooit, zodat hij met Enkev een inspiratie kan zijn voor andere bedrijven.

Bekijk volledig juryrapport

Week
16

De wereld heeft meer Changemakers nodig

Changemakers

zijn allemaal door onze onafhankelijke redactie geselecteerde koplopers. Die kleur bekennen, richting geven en tempo maken. Krachtige leiders uit familiebedrijven, multinationals, MKB, start-ups en scale-ups. Iedere week presenteert een objectieve en onafhankelijke vakjury de Changemaker van de Week. Laat de jury weten wie jouw favoriet is.

Marjon Castelijns
Manager Business Development, Future Proof Shipping

Mijn Favoriet

Khalid Tachi
Managing Director , EICB

Mijn Favoriet

Jan Fransen
Executive Director, Green Award

Mijn Favoriet

Duurzame bedrijven van morgen

Geen enkel bedrijf is 100% klaar voor de toekomst, nog niemand is 100% duurzaam. Maar steeds meer bedrijven ontwerpen hun producten, processen en diensten voor een betere toekomst. We brengen je een up-to-date en onafhankelijk overzicht van deze bedrijven van morgen. Hier vindt de verandering plaats.

Bekijk alle bedrijven

Corbion

Corbion is de wereldwijde marktleider op het gebied van melkzuur en melkzuurderivaten en een vooraanstaand leverancier van emulgatoren, functionele enzymenmixen, mineralen, vitamines en uit algen gewonnen ingrediënten. Corbion's ingrediënten vind je terug in een breed scala van toepassingen, van voeding en schoonmaakmiddelen tot medische implantaten en bioplastics. Corbion ontwikkelt duurzame ingrediëntoplossingen om de kwaliteit van leven te verbeteren voor mensen nu én voor toekomstige generaties. Duurzaamheid neemt een centrale plaats in bij het bedrijf.

Visie ‘Preserve what matters’. Met dat credo wil Corbion de toekomst veilig stellen, voor alle volgende generaties. Dit betekent onder andere het efficiënt gebruik van grondstoffen om verspilling tot een minimum te beperken. Verder zet het bedrijf in op verantwoorde inkoop en bedrijfsvoering, maar bovenal op duurzame ingrediëntenoplossingen. Deze stellen de klanten van Corbion (en uiteindelijk ook consumenten) in staat hun ecologische voetafdruk te verkleinen en de overgang naar een meer circulaire economie te ondersteunen. Strategie Corbion heeft zijn strategie in lijn gebracht met de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Het bedrijf heeft SDG2 (einde aan honger), SDG3 (goede gezondheid en welzijn) en SDG12 (duurzame consumptie en productie) gekozen als diegene waar ze de grootste positieve impact kunnen maken. Zo produceert het biotechconcern ingrediënten die de houdbaarheid van voedsel verlengen en zet het in op biobased chemicaliën en materialen als vervanging voor fossiele grondstoffen. Uitvoering Eind 2020 maakte Corbion bekend samen met olie- en gasbedrijf Total een tweede bioplasticfabriek te gaan bouwen in Frankrijk. Voor de fabriek wordt melkzuur als grondstof gebruikt. Van dat melkzuur wordt vervolgens bioplastic (PLA) gemaakt dat biologisch afbreekbaar is. Daarnaast is het bedrijf ook actief in de algenindustrie. Het biotechconcern ontwikkelt algen als plantaardig alternatief voor dierlijke visvoeding. Corbion is constant opzoek naar nieuwe ideeën en ingrediëntoplossingen. Het opereert in een ecosysteem van open innovatie waarin haar medewerkers contact leggen met universiteiten en jonge ondernemers. Want alleen met gebundelde kennis en kracht worden de uitdagingen van morgen opgelost.

2 minuten lezen

GroenLeven

GroenLeven ontwikkelt en realiseert grootschalige zonne-energie in Nederland. Om zo efficiënt mogelijk met de schaarse ruimte om te gaan, specialiseert GroenLeven zich in ‘dubbelfuncties’. Zoals drijvende zonnepanelen of zonnepanelen boven zacht fruit, waardoor energie wordt opgewekt en tegelijkertijd kwetsbare frambozen worden beschermd tegen te uitbundig zonlicht. Roland Pechtold is algemeen directeur van GroenLeven. In 2018 was de omzet 70 miljoen euro, het hoofdkantoor zit in Leeuwarden.

“In 2025 is het mogelijk om subsidievrij zonneparken aan te leggen”  GroenLeven ontwikkelt en realiseert grootschalige zonne-energie in Nederland. Om zo efficiënt mogelijk met de schaarse ruimte om te gaan, specialiseert GroenLeven zich in ‘dubbelfuncties’. Zoals drijvende zonnepanelen of zonnepanelen boven zacht fruit, waardoor energie wordt opgewekt en tegelijkertijd kwetsbare frambozen worden beschermd tegen te uitbundig zonlicht.   “Onze missie is de wereld voorzien van schone energie”, zegt algemeen directeur Roland Pechtold van GroenLeven. Pechtold wordt naar eigen zeggen gedreven door oprechte zorgen over klimaatverandering. “We willen een bijdrage leveren aan de oplossing van het klimaatvraagstuk. Dat kunnen we alleen samen. Dus we werken intensief aan de energietransitie met omwonenden, bedrijven, corporaties zoals FrieslandCampina en Agrifirm, overheden, het onderwijs en netbeheerders.”  Dubbelfuncties   GroenLeven heeft zich gespecialiseerd in het bouwen van installaties voor zonne-energie op locaties, die al een andere functie hebben. “Nederland is een klein land, de ruimte is schaars. Daarom zoeken wij graag dubbelfuncties op. Denk aan zonneparken op grote daken, water, industrieterreinen, vuilstorten, parkeerplaatsen en boven zacht fruit zoals frambozen,” zegt Pechtold. “Én we gaan geen uitdaging uit de weg: zo hebben we ook een zonnepark gerealiseerd tussen de start- en landingsbaan van Groningen Airport Eelde, terwijl de luchthaven gewoon actief was.”  In 2019 leverde het bedrijf zelfs een bijdrage van 1 procent aan de totale uitdaging van het Nationale Klimaatakkoord. Belangrijke onderdelen van dat klimaatakkoord zijn voor zonne-energie onder andere de zonneladder, in welke volgorde zonne-energie moet worden toegepast, en lokale participatie. “Wij vonden het bij de aanleg van een zonnepark altijd al belangrijk om de omgeving goed mee te nemen en te laten participeren. Je ziet dit dus overal terug bij onze bestaande projecten, zoals ons zonnepark in Emmen en het grootste drijvende zonnepark buiten Azië dat we hebben gerealiseerd op een zandwinplas in Zwolle. Deze zijn bijna volledig in lokaal eigendom. Dé verwezenlijking van het klimaatakkoord.” GroenLeven installeerde al meer dan 230.000 zonnepanelen op het water.  Nederland is een klein land, “Singapore at the North Sea”, dus ruimtelijke ordening is vaak een heet hangijzer. Er heerst dan ook een discussie over het gebruik van landbouwgrond voor de opwekking van duurzame energie. Hoewel GroenLeven met de dubbelfunctie-strategie constructief in het debat zit, wijst Pechtold erop dat, op basis van een studie van TNO en de Universiteit Utrecht, in 2030 slechts 0,2 procent van de landbouwgrond nodig is voor energieopwekking om de doelstellingen te halen. “We moeten zorgvuldig omgaan met vruchtbare landbouwgrond, maar ook in landbouwgrond zitten gradaties.”   Waar Pechtold kansen ziet, naast zonnepanelen boven zacht fruit, is de grond in de veengebieden. Dankzij het zakkende waterpeil en de oxiderende grond stoten die steeds meer CO2 uit; bovendien kampen boeren er met mislukte oogsten. “Als wij daar zonnepanelen mogen neerleggen, kunnen we de waterdaling tegengaan, de natuur een kans geven en tegelijkertijd energie opwekken. Tegen dit soort gebieden kan de landbouwsector geen nee zeggen.”  Samenwerken met netbeheerders  Naast efficiënt ruimtegebruik is samenwerking met de netbeheerders van cruciaal belang voor GroenLeven. Volgens de letter van de wet zijn de netwerkbedrijven verplicht om ieder nieuw zonnepark aan te sluiten op de infrastructuur, zodat de duurzaam opgewekte stroom de gebruiker kan bereiken. Maar de netwerkbedrijven hebben grote moeite om het tempo van de energietransitie bij te houden, omdat wind- en zonneparken vaak een verzwaring van de netwerken vereisen. “Samen met netbeheerders kijken we hoe we de transitie het beste kunnen realiseren”, zegt Pechtold. “We hebben het recht op een aansluiting, maar het moet wel uitvoerbaar zijn. Formeel sturen we weleens boze brieven naar elkaar, maar informeel werken we samen hard aan innovatieve oplossingen.”   Samen met Alliander realiseert GroenLeven een proefproject waarbij een elektrolyser waterstof produceert van zonne-energie. Daarmee wordt het net ontzien. Met netwerkbedrijf Enexis koos GroenLeven voor een andere oplossing om het netwerk te ontzien op piekmomenten: ‘peak shaving’. “Dan knijpen we de energieopwekking zodanig af dat het netwerk het precies aan kan”, legt Pechtold uit. “Op dat moment verlies je even productie, maar het voordeel is dat het zonnepark wel gebouwd en aangesloten kan worden.” Het energieverlies is beperkt, ongeveer 2 tot 5 procent van de opgewekte stroom kan niet worden afgevoerd.   Aanpassen van de beleidskaders  Het belangrijkste is volgens Pechtold dat beleidskaders aangepast moeten worden om de energietransitie te faciliteren. Soms lijkt het namelijk of er een rem zit op de energietransitie. Dat zie je terug in vele vergunningstrajecten. “Dat kan écht niet meer”, alarmeert de GroenLeven-directeur. Wat is er volgens Pechtold dan nodig? “We moeten positief blijven denken en kritisch naar onszelf kijken”, oppert hij. “Want er is veel om wél trots op te zijn. Dankzij het klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategieën (RES) is er nu veel meer landelijke regie, die we met lokale autonomie aan het invullen zijn.”   Een ander positief voorbeeld ziet Pechtold in de manier waarop de samenspraak plaatsvindt tussen overheid, netwerkbedrijven en de bedrijven voor hernieuwbare energie. “Die drie partijen hebben elkaar echt gevonden”, merkt hij op. “De techniek is de afgelopen tijd enorm veranderd. De regels zijn nog gebaseerd op oude systemen. Met elkaar proberen we nu de regelgeving aan te passen.”   Maatschappelijk draagvlak essentieel   Maatschappelijk draagvlak is belangrijk voor energieprojecten. Dat wordt benadrukt in het klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategieën. “Het is belangrijk samen met de omgeving zonne-energie te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat de omgeving kan profiteren, in welke vorm dan ook. Maar bovenal gaat het om goede communicatie en échte inspraak in de plannen. Soms maken we aan de hand daarvan een park kleiner, veranderen we de indeling of passen we de landschappelijke inpassing aan. Wij vinden de panelen mooi, maar voor omwonenden helpt het vaak als we de zonnepanelen juist aan het blikveld kunnen onttrekken.”   Lokale participatie gaat volgens Pechtold verder: “Bij elk van onze projecten kijken we hoe we lokale bedrijven kunnen aanhaken bij de ontwikkeling van het zonnepark. Zo gaat zo’n bron van groene energie echt leven in de regio. Wat ik bij ons zonnepark in Emmen erg mooi vind, is dat daar een educatiecentrum komt. Lokaal onderwijs en het lokale bedrijfsleven kunnen daar werken aan innovaties, onder andere op het gebied van zonne-energie, waterstofproductie, warmtetechnieken en het gebruik van biobased materialen. Werken aan het nu en aan de toekomst van de energietransitie.”  Subsidievrij   Waar nu nog subsidies nodig zijn om zonnestroom tegen concurrerende prijzen op de markt te krijgen, is het doel van GroenLeven om zo snel mogelijk subsidievrij te zijn. Pechtold: “De vraag naar schone energie blijft stijgen en daarmee ook de prijs van GvO’s (Garanties van Oorsprong). Steeds meer consumenten en bedrijven kiezen bewust voor hernieuwbare energie. Ik verwacht dat de businesscase van grootschalige zonne-energie binnen vijf jaar zo sterk is, dat we geen subsidies meer nodig hebben.” 

7 minuten lezen


Map of the Netherlands with participating companies

Vind bedrijven en start-ups die samen aan oplossingen werken voor een betere toekomst.

Onze onafhankelijke redactie ziet dat bedrijven van morgen opvallen door hun innovatiekracht.

Vind een bedrijf

Sluit je aan bij Change Inc.

Change Inc. maakt van iedere professional een toekomstmaker. We laten iedere dag zien hoe inspirerende personen en bedrijven de toekomsteconomie vandaag al vormgeven met aandacht voor zakelijk succes, actie en context.

Mobiel en tablet tonen Change.Inc website

Waarom moet ik community member worden?

Als community member inspireren en informeren we je met het laatste nieuws en de belangrijkste achtergronden over een betere en duurzame toekomsteconomie. Ook kom je in contact met gelijkgestemden. Wij stomen je klaar om zelf sneller stappen te zetten in het verduurzamen van je organisatie. Verander mee.

Hoe sluit ik me aan?

Aansluiten doe je hier. Het is heel eenvoudig en kost niets. Zodra je een profiel hebt aangemaakt, gaan we voor je aan de slag om je rol in een betere toekomst te vergroten.  

Zijn er kosten aan verbonden? 

Onderdeel worden van de beweging van toekomstmakers is kosteloos. Wij zetten geen content achter paywalls. Want we willen dat jij zo snel mogelijk zelf aan een betere en duurzame toekomsteconomie bouwt. Dus meld je hier aan en wordt een toekomstmaker.

Sluit je aan

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu