Change Inc. staat voor verandering. Wij zijn het platform voor professionals die zich in de voorhoede van de transitie willen begeven. We delen en publiceren kennis. En verbinden en mobiliseren experts. Word onderdeel van de oplossing en sluit je aan bij deze krachtige beweging van toekomstmakers.


Alle duurzame ontwikkelingen

Iedere dag laat onze expertredactie zien hoe de toekomst vandaag al vorm krijgt. Volg hier de laatste ontwikkelingen in duurzaamheid, innovatie, ondernemerschap en het bedrijfsleven.

Bekijk alle artikelen

Change Circulaire economie

De Changemakers van week 15: Circulaire Economie
Change Inc

door Willemijn van Benthem

Change Circulaire economie

De Changemakers van week 15: Circulaire Economie

Klaske Kruk Voor oprichter Klaske Kruk (38) van Circularities is de duurzame tendens die nu rondwaart niet nieuw. De van origine neuropsycholoog zit al tien jaar in de circulaire economie en ontwikkelingssamenwerking. Ze wil het vooral op de werkvloer in de praktijk laten brengen bij de mensen die nu aan de knoppen zitten en impact kunnen maken, anders zegt ze, zijn we te laat. Haar uitdaging: “Hoe zorg je dat circulaire economie in de dagelijkse praktijk van je werk terugkomt?” Lees hier het hele profiel.  Marc Dokter Sinds veertien jaar is Marc Dokter (54) directeur van ENKEV in Volendam. Als jurist was hij werkzaam voor de internationale grote en kleine industrie, verkocht hij producten van België tot Brazilië. Tot hij inzag dat hij lokaal wilde ondernemen. Hij werd directeur van ENKEV, een fabriek die vul- en afdekmaterialen op basis van natuurlijke grondstoffen produceert die als halffabricaat hun weg vinden in meubelen, matrassen, autostoelen, filters en verpakkingen. Het bedrijf bestaat al sinds 1932, en Marc Dokter voelt zich er al veertien jaar thuis. “Het grappige is dat we tot voor kort helemaal niet in de gaten hadden dat we duurzaam zijn.” Lees hier het hele profiel. Ilse van Eekeren Ilse van Eekeren (40) werkt als Programmamanager Circulair Ondernemen bij de NS op de afdeling duurzaam ondernemen. Ze wil ervoor zorgen dat NS in 2030 circulair inkoopt, dat alle materialen optimaal worden (her)gebruikt en geen er afval meer is op kantoren, werkplaatsen en van treinen. “Ik heb de mooiste baan die er is. Ik houd me elke dag bezig met de circulaire economie, en zorg ervoor dat we meer gaan doen met minder, dat grondstoffen eindeloos worden (her)gebruikt en afval niet bestaat.” Lees hier het hele profiel.

2 minuten lezen


Change Transport en mobiliteit

Directeur BMW Group Nederland Stefanie Wurst: ‘Duurzaamheid en financiële gezondheid groeien steeds meer naar elkaar toe’
Change Inc

door Teun Schröder

Change Transport en mobiliteit

Directeur BMW Group Nederland Stefanie Wurst: ‘Duurzaamheid en financiële gezondheid groeien steeds meer naar elkaar toe’

Op de salontafel in het kantoor waar we elkaar ontmoeten ligt een dik rapport geprint op vaal grijs papier getiteld Ökologieorientiertes Marketing – Systematisierung und kritische Darstellung, een onderzoek uit 1992 naar ecologisch georiënteerde marketing. Het blijkt de afstudeerscriptie (op gerecycled papier) te zijn van Stefanie Wurst, algemeen directeur van BMW Group Nederland. “Dertig jaar geleden was het woord ‘duurzaamheid’ nog niet heel gebruikelijk”, glimlacht Wurst. “Maar de principes zijn hetzelfde gebleven. Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in de link tussen de economie en het milieu.” Voorafgaand aan haar huidige functie was Wurst vierenhalf jaar hoofd marketing van BMW Group Duitsland. In de tweeënhalf jaar dat ze in Nederland woont heeft ze zich de taal knap eigen gemaakt. “Bij de Nonnen in Vught”, vertelt ze met een licht Duits accent. “Een taalinstituut – van oudsher een klooster – dat in de jaren vijftig een eigen taalmethodiek ontwikkelde.” Tegenwoordig worden de lessen niet meer verzorgd door nonnen, maar hoogopgeleide taalkundigen uit de hele wereld. “De Nederlandse taal leren was voor mij heel belangrijk, omdat ik veel spreek met onze dealers. Dat we nu dezelfde taal spreken helpt met de verbinding.” Duurzaamheid in productie en energie Met BMW streeft Wurst stap voor stap naar een emissievrije toekomst. De Duitse autofabrikant wil in 2030 een vermindering van 80 procent CO2-uitstoot per geproduceerd voertuig ten opzichte van 2019. Sinds dit jaar draaien alle fabrieken van BMW op hernieuwbare energie en kijkt het concern voortdurend naar het optimaliseren van energieverbruik in de productie. Wurst: “In de fabriek in Leipzig wekken we elektriciteit op met vier windturbines. En in Dingolfing gebruiken we energie uit hydro-elektriciteit, opgewekt door de rivieren Isar en Lech die vanuit de Alpen langs de fabriek stromen.” Lees ook: Trends in mobiliteit: duurzaamheid en digitalisering De BMW-dealer als fabriek Op nationaal niveau spelen de eerder genoemde dealers – 52 in Nederland – ook een belangrijke rol in de duurzaamheidsstrategie. “Elke dealer is in wezen een kleine fabriek; het zijn gebouwen die energie verbruiken, maar ook zelf energie kunnen opwekken met bijvoorbeeld zonnepanelen. Ook is het een plek waar bedrijfs- en garageafval ontstaat dat je verantwoord kan recyclen”, vertelt Wurst. “Het is de eerste plek die onze klanten zien en daarmee hét moment om een voorbeeld te stellen. Een eveneens grote winst is volgens Wurst te behalen in de toeleveringsketen. “Ik probeer altijd uit te leggen dat de CO2-uitstoot van de hele waardeketen omlaag moet. Daarom willen we in de komende negen jaar ook een CO2-reductie van 20 procent per voertuig in onze toeleveringsketen realiseren. Dat is ambitieus, aangezien de totaal benodigde energie voor de productie van elektrische auto’s juist veel hoger is.” Wurst hoopt dat er een sneeuwbaleffect van verduurzaming ontstaat bij alle bedrijven in de keten waar BMW mee samenwerkt. “Zo’n toeleverancier werkt voor veel meer partijen dan alleen wij. Als wij hogere eisen stellen aan onze leveranciers, plukken andere afnemers daar ook de vruchten van.” Winning van zeldzame metalen Als voorbeeld noemt Wurst de winning van zeldzame metalen zoals kobalt en lithium; grondstoffen voor batterijen. “In veel gevallen kopen fabrikanten deze metalen in bij grote agentschappen, waarbij het onduidelijk is waar het product precies vandaan komt en hoe de winning gaat. BMW doet dat anders. Wij kopen direct bij de mijnen en zien toe op de milieu- en werkomstandigheden waaronder de metalen gewonnen worden en helpen actief mee om deze te verbeteren.” Wurst verwacht dat op de lange termijn de toeleveranciers die niet willen verduurzamen, het niet gaan redden. “Iedereen die ‘in business’ wil blijven, is met verduurzaming bezig. Uiteindelijk trekken deze producenten ook een grotere markt aan. De behoefte om iets goeds te doen voor de planeet overlapt met economische noodzaak. Het is een beweging die niet meer te stoppen is; de geest is uit de fles.” Lees ook: Eindhovense studenten lanceren ‘camper’ op zonne-energie Gerecyceld plastic in een BMW BMW Group wil zijn CO2-voetafdruk sterk verlagen bij de productie van voertuigen en zet daarom nadrukkelijk in op recycling. Op het moment wordt 99 procent van het afval dat ontstaat bij de jaarlijkse productie van 2,5 miljoen voertuigen al gerecycled. Ook in de voertuigen zelf wordt steeds meer gerecycled materiaal gebruikt. “De BMW iX die dit najaar komt, bevat al 60 kilo gerecycled plastic; zo’n 20 procent van de totale hoeveelheid plastic in de auto”, vertelt Wurst. “BMW Group Nederland heeft ook een samenwerking met The Ocean Cleanup, de organisatie van Boyan Slat die de plasticsoep uit rivieren en oceanen haalt. En honderd klanten hebben via de aanschaf van een speciale Oceans Edition van de BMW i3 gezamenlijk 100.000 euro aan The Ocean Cleanup gedoneerd. Ook als een BMW zijn laatste kilometer heeft gereden, wil de fabrikant de auto in de keten houden. In dertig landen is samen met de dealers een systeem opgezet waarmee afgedankte auto’s worden ingezameld. In het Recycling en Demontage Centrum in München worden afgedankte auto’s ontleed en secundaire grondstoffen verzameld. Speciale aandacht gaat uit naar de accu’s van elektrische modellen. Als deze intact zijn, krijgen ze een tweede leven als energie-opslag. Zo staat naast de fabriek in Leipzig een accupark van zevenhonderd BMW i3 accu’s die dienst doen als buffer voor eventueel overtollige energie die met de windmolens wordt opgewekt. Elektrisch rijden en e-zones In 2023 heeft BMW Group in totaal 25 geëlektrificeerde modellen op de markt, waarvan 13 volledig elektrisch. MINI, het andere automerk dat onder BMW valt, wordt vanaf 2030 zelfs volledig elektrisch. Verder spoort BMW zijn plug-in hybride rijders aan zo veel mogelijk elektrisch te rijden. Zo schakelen de plug-in hybrides, zoals de BMW X5 xDrive45e automatisch over op elektrische aandrijving als de auto een ‘eDrive Zone’ binnenrijdt; een geografisch gebied, dat in elk geval de milieuzone omvat. Zo wordt de uitstoot verlaagd waar het er het meest toe doet, in de stad. Of BMW ook een volledig elektrisch merk wordt, vindt Wurst moeilijk te zeggen. “Uiteindelijk hangt dat ook van de behoefte van de consument af. Daarnaast is niet elke regio in de wereld geschikt voor elektrisch. We werken op het moment aan een BMW met een waterstofbrandstofcel. Die aandrijving komt weer van pas als de afstanden langer zijn. Uiteindelijk denk ik dat het niet verstandig is om op één paard te wedden. Wat de aandrijving in de toekomst ook gaat zijn, aan ons de taak om het duurzaam te produceren.” Toekomst van mobiliteit De verscheidenheid aan doelstellingen en projecten van BMW Group past bij het leiderschap van Wurst. “Ondanks de coronacrisis hebben we het heel goed gedaan en zijn we weer marktleider geworden in ons segment. En als je aan de top wilt blijven, dan zul je voortdurend moeten veranderen en open staan voor andere ideeën.” Ook binnen het bedrijf probeert Wurst dit te stimuleren door zich hard te maken voor diversiteit. “Een bedrijf hoort een afspiegeling te zijn van de maatschappij. Naast een goede man-vrouwverhouding moet hier plek zijn voor mensen van alle leeftijden, met een migratieachtergrond of beperking. Want alle discussies die daarbuiten worden gevoerd, wil ik ook hierbinnen hebben. Zo ontstaan moderne oplossingen.”

7 minuten lezen


Deze woonwijk biedt een kijkje in de toekomst van duurzaam bouwen en wonen

Change Bouw en infra

Deze woonwijk biedt een kijkje in de toekomst van duurzaam bouwen en wonen

Het was in 2003 dat Ad Vlems met zijn vrouw besloot dat hij duurzamer wilde wonen. Hij betrok andere enthousiastelingen bij de plannen met als uiteindelijk resultaat het Ecodorp Boekel. De burgemeester van die gemeente wilde ruimte bieden aan de innovatieve woonwijk, en inmiddels wonen de eerste mensen in het dorp. Als initiatiefnemer is Vlems daar uiteraard één van. Hij ervoer al hoe goed de 50-centimeter-dikke kalkhennep muren warmte vasthouden. Zijn huis staat op het zuiden en daar werd het op een zonnige winterse dag 26 graden met de gordijnen dicht, terwijl het vroor. “We moeten de woningen dus nog wel wat tweaken”, aldus Vlems. Het plan is om luiken toe te voegen. Op die manier wil hij voorkomen dat het in de zomer nog veel heter wordt in de woning. En de luiken beschermen tegen stormen. Experimenteren en innoveren zijn onlosmakelijk verbonden met het ecodorp. Mensen die hier willen wonen moeten daarom ook vooraf een contract tekenen dat zij akkoord gaan met tests van innovaties. Niet verwonderlijk dus, dat Vlems in een video-call een half uur aan één stuk door kan praten over de bijzonderheden van het dorp. Innovaties in een duurzame woonwijk Ecodorp Boekel is bijvoorbeeld niet aangesloten op het riool. In plaats daarvan zuiveren bewoners het afvalwater in de wijk zelf. “Bij extreme droogte gaat er bij ons elke dag nog steeds 9.000 liter water de bodem in. In elke andere wijk gaat het grondwater omlaag, bij ons blijft het gelijk.” Dat komt doordat zij het water niet via het riool wegspoelen, maar letterlijk op locatie zuiveren met behulp van een helofytenfilter. Dat is een filter dat met behulp van planten afvalwater zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu. Daarnaast vangen de bewoners zoveel mogelijk regenwater op, wat ze gebruiken voor wasmachines en het doorspoelen van de toiletten. Naast wateropslag doen ze aan energieopslag. Daarvoor gebruiken ze de innovatie van Cees van Nimwegen: hij ontwikkelde een batterij waarbij warmte wordt opgeslagen in basalt-gesteente. Bekijk in deze infographic hoe die basaltbatterij werkt. Circulaire economie Het ecodorp innoveert ook met een circulaire elektriciteitskabel van kabelwereldleider Prysmian. Huidige stroomkabels kunnen na hun levensduur alleen nog verbrand worden om het metaal eruit te halen. De kabel die Prysmian ontwierp kan daarentegen makkelijk gestript worden, waardoor alles klaar is voor hergebruik. De kabel bestaat bijvoorbeeld uit één soort PVC-afvalplastic in plaats van meerdere soorten plastic. Dat maakt het veel makkelijker om het materiaal her te gebruiken. Omdat de kabel innovatief is, is hij nog niet helemaal gekeurd en gecertificeerd. Kortom, hij voldoet niet aan alle richtlijnen. Voor het kabelbedrijf biedt de samenwerking met Ecodorp Boekel uitkomst, want vanwege het innovatieve karakter van het dorp mag de kabel daar wel gebruikt worden. Het is niet de enige plek waar circulariteit in het dorp terugkomt; ook bij de bouwmaterialen is erop gelet. Zo maken de huizen gebruik van cementloos beton. Dat beton bestaat uit zand en grind dat eerder als asfalt werd gebruikt, en wordt gebonden met afval uit hoogovens. Daarnaast staan de huizen op glasschuim, een restproduct van glasrecycling. Tot slot is er aan de natuur gedacht. Zo is er in overleg met vleermuiswerkgroep Brabant, de vlinderbescherming en Nederland Zoemt bepaald welke vleermuis-, vlinder- en bijensoorten extra bescherming nodig hebben en goed gedijen in een woonwijk. In een biodiversiteitsplan staat opgeschreven op welke tien diersoorten het ecodorp extra gaat letten. “Provincie Brabant was zo enthousiast over ons biodiversiteitsplan dat we, als het klaar is, worden aangesloten bij het natuurgebied naast ons. Dan worden wij onderdeel van het natuurnetwerk van Nederland. Dat is natuurlijk uniek: als een woonwijk ineens een natuurgebied wordt.” ‘Elke innovatie is een risico’ Met al die innovaties bleek financiering lastig. Zo herinnert Vlems zich een reactie die hij kreeg toen hij op uitnodiging van een aantal banken en fondsen zijn plannen presenteerde. “Elke innovatie is een hoger risico, want we kunnen niet berekenen wat de gevolgen zijn van die innovatie”, vertelde één van de bankmedewerkers hem. Dat betekende dat Ecodorp Boekel hoge hypotheekrentes zou moeten betalen. Maar dat was onmogelijk, legt Vlems uit. “We bouwen sociale huurwoningen, dus wij kunnen ons geen hoge rente veroorloven.” Uiteindelijk bood een Duitse bank met ervaring op het gebied van woongemeenschappen uitkomst door financiering aan te bieden. Michiel Delfos, directeur Schade en Inkomen bij Achmea, herkent de ervaring van Vlems. “Wij merken ook dat het verzekeren van innovaties, net als het geven van kredieten voor innovaties, moeilijk is. Juist omdat het nieuw is. Daardoor weet je niet welke risico’s daaraan vastzitten.” Ondanks deze onbekendheid besloot Achmea wel te verzekeren. Alle machines, leidingen en woningen zijn door Achmea verzekerd. “Je kunt er angstig inzitten en het daarom niet doen, maar je kunt er ook voor kiezen om een pilot aan te gaan, omdat het bijdraagt aan duurzaamheid. Daar hebben wij voor gekozen en we denken dat we er uiteindelijk ook heel erg van leren en daardoor een stapje voorlopen in de nieuwe wereld.” Het effect van een mandarijnenschil Achmea levert niet alleen verzekeringen, maar experimenteert ook mee. Zo doet Zilveren Kruis een proef met instrumenten die de luchtkwaliteit in de woningen meten en waar een alarmbel afgaat als er schadelijke stoffen in de lucht zitten. “Op een gegeven moment ging dat apparaat af. Wat bleek? Een kindje was een mandarijn aan het pellen. In de schil zitten gifstoffen en dat merkte het apparaat op”, vertelt Delfos. Daarnaast denken de experts van de verzekeraar mee over de veiligheid van verschillende innovaties. Bijvoorbeeld over de basaltbatterij. Misschien moet er bij wijze van spreken wel een slotgracht omheen als brandbeveiliging. Alles is nu nog denkbaar. Het voordeel van vroeg instappen “Als je in een vroeg stadium aanhaakt en meedenkt, dan leer je ook de risico’s kennen”, verklaart Delfos deze stap van de verzekeraar. “Dat is ook nuttig als Achmea in de toekomst vaker dit soort initiatieven wil verzekeren.” Ook kan deze ervaring direct leiden tot nieuwe producten of diensten. Een bestaand voorbeeld daarvan zijn de groene daken van Interpolis. De groene dakbedekking zorgt voor minder waterschade, is goed voor de biodiversiteit en het dak eronder gaat ook nog eens langer mee. De ondernemers die de sedum-daken leggen, kan Achmea weer verzekeren. “We kijken of we met Ecodorp Boekel ook kunnen experimenteren met dienstverlening die we later groot kunnen uitrollen.” Instappen bij een project als Ecodorp Boekel sluit aan bij de rol die Achmea voor zichzelf ziet als coöperatief bedrijf, benadrukt Delfos. “Wij staan midden in de samenleving. Dat betekent dat we tegen onszelf hebben gezegd dat we niet alleen goed moeten zorgen voor de klanten en het bedrijf,maar ook voor de maatschappij.” Het is zijn persoonlijke overtuiging dat een bedrijf dat niet midden in de maatschappij staat uiteindelijk niet succesvol kan zijn. “Daarom moet je ook de strategie niet vanuit jezelf bedenken, maar vanuit jouw positie in de samenleving.” De verzekeraar heeft drie duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties gekozen waar het extra aandacht aan besteedt en die intrinsiek aansluiten bij de rol van een verzekeraar: gezondheid, veiligheid en klimaat. Deze thema’s komen terug bij het ecodorp, maar ook bij andere projecten. “De kracht van Ecodorp Boekel is de kleinschaligheid, het experimenteren en het innoveren. Ik denk dat het onze kracht is om ontwikkelingen groter en bekender te maken; we hebben 10 miljoen klanten en daarmee een groot bereik. Ik weet nog niet precies hoe of wat, maar ik weet wel dat er ongetwijfeld mooie en nieuwe samenwerkingen uitkomen.” Lees ook: Hoe bouw je de stad van de toekomst?

7 minuten lezen


Hoe de lobby voor vegaburgers en amandeldrink strijdt voor een gelijk speelveld in Europa

Change Landbouw en voeding

Hoe de lobby voor vegaburgers en amandeldrink strijdt voor een gelijk speelveld in Europa

Invloed uitoefenen op beleidsmakers, oftewel lobbyen. Letterlijk vernoemd naar de ontmoetingsplek in het Britse parlementsgebouw waar belanghebbenden de politici informeel spraken. Het is een term die mensen al snel associëren met snode plannen en de tabaksindustrie (met dank aan de filmklassieker uit 2005, ’Thank you for Smoking’). Niets is echter minder waar. Iedereen lobbyt. “Lobbyen is simpelweg het uitspreken van je belang, het delen van je ideeën en het informeren van beleidsmakers. Het is onderdeel van het democratisch proces”, vertelt Sandrine Lauret, account director bij Hague. Hague is als adviesbureau betrokken bij de lobby voor verschillende duurzame initiatieven. Het wil deze versnellen door partijen bij te staan in het politieke en maatschappelijke debat, zowel op nationaal als Europees niveau. In 2020 bundelde Hague, samen met initiatiefnemer Siska Pottie van Fjutjer, verschillende organisaties rond de plantaardige voedingsindustrie om hun stem in Europa te versterken. “Want met een gebundelde stem word je sneller gehoord”, vertelt Lauret. “Dat is precies wat we proberen te bereiken met de EAPF, de European Alliance for Plant-based Foods. De EAPF vertegenwoordigt producenten, NGO’s, diëtisten en onderzoekers, allemaal betrokken bij het promoten van een plantaardig dieet.” Lees ook: Miljarden voor biologisch eten uit de EU, dit jaar miljoenen voor marketing Vegetarische burgers en ballen Het afgelopen jaar vierde de alliantie een grote overwinning in het Europees debat rond vleesterminologie voor vegetarische producten. “Deze wetgeving had een legitiem startpunt, namelijk het beschermen van streekproducten, zoals verschillende soorten ham (uit bijvoorbeeld Parma) en champagne (uit de Franse streek champagne)”, vertelt Lauret. “Maar sommige Europarlementariërs stelden een amendement op die wetgeving voor vleestermen als nugget, gehakt en filet zou verbieden op verpakkingen van vegetarische producten.” Wat bedoeld was als een wet die de controle op streekproducten moest versterken, werd aangegrepen om de benaming van vegetarische voeding te beperken. “En dat ging ons een stap te ver.” Wat volgde was een intensieve campagne waarin de EAPF en zijn leden zowel internationaal als nationaal burgers en bedrijven wist te mobiliseren. Met petities werden burgers opgeroepen hun stem te laten horen, waardoor beleidsmakers in Europa zich bewust werden van de potentiële impact van het amendement. Het resultaat? Vegetarische producten mogen als burgers, balletjes, nuggets en gehakt in de schappen van onze supermarkten blijven liggen. Lees ook: Voorspelling: vanaf 2025 eten we in Europa steeds minder vlees Amandelmelk en alternatief voor yoghurt Daarmee was de strijd echter nog niet gestreden. Er werd namelijk nog een amendement ingediend, bij beleidsmakers en stakeholders inmiddels bekend als Amendement 171. Dit verbiedt het gebruik van ‘zuivel-gerelateerde’ woorden op verpakkingen van niet-zuivelproducten. “Voor de duidelijkheid”, begint Lauret. “Zuivelbenamingen zijn al beschermd. Het gebruik van namen als soja- en amandelmelk is hierdoor al verboden. Deze moet je soja- of amandeldrink noemen. Maar met de nieuwe wetstoevoeging wordt ook elke referentie die wordt gemaakt naar zuivel op een plantaardig product verboden.” Als voorbeeld noemt Lauret een plantaardig product dat niet langer op de verpakking als ‘romig’ bestempeld mag worden. “Maar het gaat nog veel verder. Het is straks ook verboden als je op de verpakking van plantaardige yoghurt zet: ‘dit product is een alternatief voor yoghurt’. Het wordt ook onwettelijk als je zegt: ‘dit product is geschikt voor mensen die lactose-intolerant zijn’, simpelweg omdat er gerefereerd wordt naar lactose.” Lauret vermoedt dat de beleidsmakers in Europa zich niet bewust waren van de enorme impact die dit amendement mogelijk kan hebben. “Anders dan met de vleesbenamingen, was de tekst van dit amendement heel ingewikkeld opgesteld. Hierdoor werd het moeilijker voor beleidsmakers om de gevolgen van het amendement in te schatten. Men wist niet goed waarover ze precies stemden.” Lees ook: Een derde van alle broeikasgassen komt vanuit de voedselketen Zuivelcomplot? Of de zuivelindustrie inspraak heeft gehad op de formulering van de wettekst is moeilijk te zeggen. “Uiteindelijk zal de zuivelindustrie ook zelf last krijgen van deze maatregel”, denkt Lauret. Nederlanders eten steeds minder zuivel. Marktonderzoeker IRI zag de verkoop van verschillende zuivelproducten in supermarkten in de periode 2016 tot 2019 inzakken met percentages van 6 tot 25 procent. Tegelijkertijd wordt de vraag van consumenten naar plantaardige zuivelalternatieven steeds groter. Maar liefst 12 procent van de verkochte zuiveldranken was in 2020 plantaardig. In 2014 was dit nog 2,6 procent. “Steeds meer zuivelfabrikanten zoals Friesche Vlag, Danone en Arla springen in deze markt”, zegt Lauret. “En ze willen deze ook vermarkten als zuivelalternatieven. Als de zuivelindustrie met de voorgestelde restricties zou instemmen, zouden ze zichzelf in feite in de voet schieten.” Het laatste woord over de wettekst is in ieder geval nog niet gezegd. “In april zullen lidstaten, het Europees Parlement en de Europese Commissie het amendement behandelen”, zegt Lauret. “Hopelijk zien ze in wat voor schade dit kan toebrengen en verwerpen ze het amendement.” What’s next? Hoewel de strijd van de EAPF wat betreft benamingen nog niet gestreden is, kijkt Lauret uit naar de volgende uitdagingen die de alliantie te wachten staan. “Het is belangrijk dat we de komende jaren een gelijk speelveld creëren voor plantaardige voeding”, vertelt ze. “In sommige landen is de btw op plantaardige producten bijvoorbeeld nog steeds hoger dan op vlees en zuivel. Dat is in onze ogen onterecht en botst met de Europese doelstellingen om een plantaardig dieet te stimuleren.” Maar er is nog veel meer te doen, denkt Lauret. “Er gebeurt veel op het gebied van labelen; wat mag er wel en niet op een etiket staan? Dit brengt verschillende vragen en uitdagingen met zich mee: hoe informeren we de consument over de milieu-impact van producten? Wat is precies een duurzaam dieet en hoe kunnen we dat stimuleren? En hoe ondersteunen we boeren in de omslag naar duurzame productie? Wat dat betreft zijn we nog lang niet klaar in Europa.”

6 minuten lezen


Changemakers

Changemakers tonen duurzaam leiderschap, zoeken naar innovatieve verbindingen en maken echt impact. Onze onafhankelijke redactie geeft deze leiders, verbinders en katalysators een inhoudelijk podium. Met iedere week een podcast-interview door Paul van Liempt. Als je van verandering houdt, is dit je tijd.

Bekijk alle Changemakers

Week
14

Maarten
Steinbuch

Maarten Steinbuch

Hoogleraar systeem en regeltechniek bij TU Eindhoven

Hoogleraar systeem- en regeltechniek aan de TU Eindhoven Maarten Steinbuch, richt zich vooral op het ontwikkelen van hightech systemen. Transitie heeft daarbij voor hem meer dan een filosofische betekenis alleen. Hij heeft het elektrische mobiliteitsveld groot op de kaart gezet. Steinbuch is een oorspronkelijk denker die impact zoekt, die meer doet dan alleen op de schouders van illustere voorgangers staan. In de door hem opgezette master autotechniek aan de TU Eindhoven, bedacht hij dat automotive los moet worden getrokken van werktuigbouwkunde. De auto moet je zien als systeem, want de auto van de toekomst is voor hem een iPad op wielen, gedreven door elektrotechniek en informatica.

Als wetenschapper doet hij onderzoek naar autotechniek, mechatronica, robotica en de regeling van kernfusieplasma's. En hij is wetenschappelijk directeur van Eindhoven Engine, een versneller van innovatie. Als ambassadeur voor zijn vakgebied is hij onverslaanbaar, omdat hij zich heel breed inzet. Met een column in het FD, als meedenker met maatschappelijke organisaties, als schrijver voor autobladen, als meeprater in denktanks en spreker in talkshows, is hij een duidelijke vertolker van het elektrisch rijden. En als adviseur van het zogenaamde Formule E Team, adviseert hij ministeries over hetzelfde onderwerp, waardoor hij ook meedenkt over nieuwe wetgeving. Als 'koning van het elektrisch rijden' is hij ook een verbinder. Daarom hoopt de jury dat hij voor altijd een teamspeler blijft.

Bekijk volledig juryrapport

Week
15

De wereld heeft meer Changemakers nodig

Changemakers

zijn allemaal door onze onafhankelijke redactie geselecteerde koplopers. Die kleur bekennen, richting geven en tempo maken. Krachtige leiders uit familiebedrijven, multinationals, MKB, start-ups en scale-ups. Iedere week presenteert een objectieve en onafhankelijke vakjury de Changemaker van de Week. Laat de jury weten wie jouw favoriet is.

Klaske Kruk
Directeur, Circularities

Mijn Favoriet

Marc Dokter
Directeur, Enkev Group

Mijn Favoriet

Ilse van Eekeren
Programmamanager Circulair Ondernemen , NS

Mijn Favoriet

Duurzame bedrijven van morgen

Geen enkel bedrijf is 100% klaar voor de toekomst, nog niemand is 100% duurzaam. Maar steeds meer bedrijven ontwerpen hun producten, processen en diensten voor een betere toekomst. We brengen je een up-to-date en onafhankelijk overzicht van deze bedrijven van morgen. Hier vindt de verandering plaats.

Bekijk alle bedrijven

HAK

HAK is een Nederlandse fabrikant van groente- en vruchtenconserven. Het bedrijf werd in de jaren 20 opgericht en focuste zich op de handel in groenten en aardappelen in Noord-Brabant. Inmiddels produceert HAK vele verschillende groenten in Nederland. Er werken zo’n 200 medewerkers en aan de leiding van het bedrijf staat Timo Hoogeboom.

HAK lost maatschappelijke problemen op met vernieuwende groenten  Nederlanders eten veel te weinig groenten, gemiddeld 131 gram per dag, terwijl het Voedingscentrum 250 gram per dag aanbeveelt. Dat geldt ook voor peulvruchten: we eten 35 gram per week, terwijl 100 gram wordt aanbevolen. “Dit is een groot en onderschat maatschappelijk probleem”, zegt algemeen directeur Timo Hoogeboom van voedingsbedrijf HAK. “Daarom is onze missie: mensen helpen plantaardiger te eten, met meer groenten en peulvruchten.”  Volgens Hoogeboom willen mensen graag gezonder eten, maar vinden ze het lastig om vol te houden. Vaak weten ze ook niet goed hoe ze lekker kunnen koken met peulvruchten, die doorgaans meer eiwitten bevatten dan groenten. “Het is moeilijk om eetpatronen te doorbreken.”  Groenten zijn gezond   “Experts laten zien dat voldoende groenten eten goed is voor je immuunsysteem. Je hebt minder kans op een chronische ziekte, hartziekte en beroerte. Ook hangt het eten van groenten samen met een lagere kans op darmkanker en een lager risico op diabetes type 2. Dat is allemaal wetenschappelijk aangetoond.”  Wat HAK nastreeft is verduiveld lastig: eetpatronen doorbreken. “Maar we willen dat niet belerend doen. We proberen aan te sluiten bij de recepten die grote groepen Nederlanders graag gebruiken. Gedragsverandering door aan te haken bij routines. De rol van HAK is om op een positieve manier te helpen om iedereen, en ook de groeiende groep flexitariërs, gezonder te laten eten.”   Maaltijden zonder vlees populair   Dat betekent in de praktijk dat HAK meer is dan ‘groenten in een glazen pot’, wat een traditioneel onderdeel was van het befaamde Nederlandse menu van ‘aardappelen, groenten, vlees’. “Dat is nog steeds de maaltijd die het vaakst op het menu staat, maar wel minder dan vijf tot tien jaar geleden. Het menu is duidelijk aan het veranderen en wordt gevarieerder”, aldus Hoogeboom.   Vooral de jongere doelgroep in de grote steden zijn afgestapt van het traditionele eetpatroon. “Pasta, Mexicaans, soepen. Het is veel diverser geworden.” HAK sluit daarop aan door niet alleen een glazen pot met groenten voor chili con carne (letterlijk ‘bonen mét vlees’) in het supermarkt schap te zetten, maar ook een moderne stazak-verpakking met groenten voor de chili sin carne (‘bonen zónder vlees’). Want de vraag naar maaltijden zonder vlees is volgens Hoogeboom groeiende.  Minder vaak vlees eten is om twee redenen belangrijk, zegt de HAK-directeur: “De missie van HAK hangt samen met gezondheid, maar ook met het klimaat. De transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten is goed voor de gezondheid van de mens, maar levert gezien de huidige grote impact van de intensieve veeteelt ook minder belasting op voor de planeet.”  Biologische landbouw   HAK is gevestigd in de Noord-Brabantse gemeente Giessen en levert in de Benelux en Duitsland. “We streven ernaar om 85 procent van de groenten te betrekken van telers binnen een straal van 125 kilometer. En dat lukt ook. Alleen voor peulvruchten is het vaak lastiger. Bruine bonen is geen probleem, maar kidneybonen en kikkererwten gedijen niet zo goed in Nederland. Ik moet zeggen gedijden. Want inmiddels groeit na jaren van experimenteren 25 procent van onze kidneybonen op de volle grond in Nederland.”   Volgens de Green Deal, waarmee eurocommissaris Frans Timmersmans Europa in 2050 klimaatneutraal beoogt te krijgen, moet 25 procent van de Europese landbouw biologisch worden. “Wij hebben samen met telers onderzocht of we niet in één keer volledig op biologisch landbouw zouden kunnen overgaan. Maar dat bleek niet realistisch. We stuitten op een aantal problemen op het gebied van beschikbaarheid en kwaliteit van de landbouwgrond. Zo staat tegenover de hogere prijzen, die biologische producten opleveren, een hogere oogstonzekerheid waardoor volledig overstappen te grote risico’s zou opleveren. Daarnaast zorgt klimaatverandering voor meer kans op schimmels en ziektes, die de uitdaging op korte termijn nog groter maken.”  On the way to PlanetProof  Maar als het niet in één keer lukt, dan kan het wel stapsgewijs, stelt Hoogeboom. Stichting Milieukeur heeft met steun van een aantal belangrijke partijen, waaronder Greenpeace, een onafhankelijke certificering op poten gezet: ‘On the way to PlanetProof’. Om bodemgesteldheid en biodiversiteit te bevorderen, volgen de boeren een bepaald teeltschema. “HAK heeft zich daarbij aangesloten. Sinds 2019 voldoet onze rode kool aan het ‘PlanetProof’-keurmerk. Vervolgens hebben we een streep in het zand gezet: de zomergroente van 2021 zou de laatste moeten zijn, die niet volgens het keurmerk wordt geteeld.” Inmiddels is 40 procent van het totale areaal aan landbouwgrond waar HAK gebruik van maakt gecertificeerd.  Ook de PlanetProof-teelt is duurder dan de traditionele teelt. “Het is 10 procent duurder om op de nieuwe duurzame manier rode kool te verbouwen”, legt Hoogeboom uit. “De kosten zitten onder meer in de certificering en extra administratie, maar ook bijvoorbeeld in het gebruik van groene gewasbeschermingsmiddelen.”  Die extra kosten betaalt HAK aan de telers. HAK rekent die meerkosten op zijn beurt weer door aan de supermarkten. “Het resulteert in de praktijk in een consumentenprijs die 5 tot 7 eurocent per pot hoger ligt. Al mogen wij als HAK geen invloed uitoefenen op de consumentenprijs. Daar beslissen de supermarkten zelf over. Voor die paar centen heb je een beter en duurzamer product met een enorme maatschappelijke meerwaarde.”   Hoogeboom wijst erop dat veel boeren door de grootschalige en intensieve teelt in een spel terecht zijn gekomen van hoge volumes en lage marges. Efficiency en gewasbescherming - middels pesticides - zijn dan het antwoord. “Desondanks draait de gemiddelde teler een heel laag rendement. Met een zeer nadelige milieu impact. Dit is dus niet vol te houden voor de teler én voor de planeet.”  Hoogeboom vindt dat akkerbouwers een hogere vergoeding verdienen als ze het roer omgooien en duurzamer gaan werken. “Johan Remkes zei het mooi bij de presentatie van het stikstof-rapport: je kan een boer niet vragen groen te telen als hij rood staat.”  True pricing   HAK wil daarom telers helpen naar hoogwaardigere gewassen. “We moeten veel meer naar ‘true pricing’. Een grote pot rode kool van 750 gram kost 59 eurocent. Dan weet je dat iemand tekort komt in de keten. De teler namelijk. En de planeet. En eigenlijk ook de consument, die naar mijn mening niet het beste en meest duurzaam geteelde product krijgt.”  Hoogeboom komt dan bij de hamvraag: wie gaat duurzamere teelt uiteindelijk betalen? “Ik doe een oproep aan consumenten om vaker voor lokale biologische of ‘On the way to PlanetProof-producten te kiezen en iets meer te betalen. Want als we het akkoord van Parijs willen halen, dan zullen we toch iets moeten doen.”   De overheid moet de consument ook een handje helpen om de juiste keuzes te maken, vindt Hoogeboom. “Als gecertificeerde teelt in een lagere BTW-categorie zou vallen, dan hoeft de consument niet meer te betalen voor gezonde en klimaatvriendelijkere keuzes.” De iets lagere BTW-inkomsten voor de overheid zijn dan goed te verantwoorden. “Wat je er voor terugkrijgt is een gezondere bevolking en een lagere belasting van de planeet. Dat betaalt zich dubbel en dwars uit.” 

8 minuten lezen


Map of the Netherlands with participating companies

Vind bedrijven en start-ups die samen aan oplossingen werken voor een betere toekomst.

Onze onafhankelijke redactie ziet dat bedrijven van morgen opvallen door hun innovatiekracht.

Vind een bedrijf

Sluit je aan bij Change Inc.

Change Inc. maakt van iedere professional een toekomstmaker. We laten iedere dag zien hoe inspirerende personen en bedrijven de toekomsteconomie vandaag al vormgeven met aandacht voor zakelijk succes, actie en context.

Mobiel en tablet tonen Change.Inc website

Waarom moet ik community member worden?

Als community member inspireren en informeren we je met het laatste nieuws en de belangrijkste achtergronden over een betere en duurzame toekomsteconomie. Ook kom je in contact met gelijkgestemden. Wij stomen je klaar om zelf sneller stappen te zetten in het verduurzamen van je organisatie. Verander mee.

Hoe sluit ik me aan?

Aansluiten doe je hier. Het is heel eenvoudig en kost niets. Zodra je een profiel hebt aangemaakt, gaan we voor je aan de slag om je rol in een betere toekomst te vergroten.  

Zijn er kosten aan verbonden? 

Onderdeel worden van de beweging van toekomstmakers is kosteloos. Wij zetten geen content achter paywalls. Want we willen dat jij zo snel mogelijk zelf aan een betere en duurzame toekomsteconomie bouwt. Dus meld je hier aan en wordt een toekomstmaker.

Sluit je aan

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu