Change Inc. staat voor verandering. Wij zijn het platform voor professionals die zich in de voorhoede van de transitie willen begeven. We delen en publiceren kennis. En verbinden en mobiliseren experts. Word onderdeel van de oplossing en sluit je aan bij deze krachtige beweging van toekomstmakers.


Alle duurzame ontwikkelingen

Iedere dag laat onze expertredactie zien hoe de toekomst vandaag al vorm krijgt. Volg hier de laatste ontwikkelingen in duurzaamheid, innovatie, ondernemerschap en het bedrijfsleven.

Bekijk alle artikelen

Change Technologie

Bitcoin te vervuilend? Zo maken we datacenters milieuvriendelijk en duurzaam
Change Inc

door Marc Seijlhouwer

Change Technologie

Bitcoin te vervuilend? Zo maken we datacenters milieuvriendelijk en duurzaam

Elon Musk is om: de bitcoin is zo slecht voor het milieu dat Tesla de cryptomunt niet meer accepteert als betaling voor een elektrische auto. De koers van de munt kelderde meteen, Musk werd beticht van hypocrisie omdat grondstoffen voor Tesla-batterijen ook milieu- en mensenrechtenproblemen veroorzaken, en iedereen is overstuur. Maar Musk heeft een punt; Bitcoin verbruikt evenveel stroom als Nederland, en heeft een voetafdruk die even groot is als die van Singapore (volgens de cijfers van het Nederlandse digiconomist). Kan het ook anders? Jazeker. Want de datacenters waar het gros van de bitcoin-uitstoot vandaan komt kunnen groener, duurzamer en milieuvriendelijker worden. Wij zetten een paar innovaties op een rij. Lees ook: Datacenters moeten milieuvriendelijker worden van techbedrijven. Kan dat zomaar? Waterstof voor datacenters Datacenters hebben een heleboel elektriciteit nodig. Die komt steeds vaker van zonnepanelen en windmolens, maar er is een probleem: wat doe je als de wind niet waait en de zon niet schijnt? De cloud die via deze datacenters draait kan niet zomaar een tijdje offline gaan. Singapore denkt een oplossing te hebben met een datacenter dat groene waterstof gebruikt. Als er overproductie vanuit zon of wind is, maakt een waterstoffabriek duurzame brandstof van de stroom. Is er een tekort, dan kan de waterstof weer om worden gezet naar stroom. Je verliest daarbij wel een hoop energie, maar omdat die toch in overvloed was op het moment dat je hem omzette in groene waterstof is dat een relatief klein probleem. Het systeem laat zien hoe de datacenters zelfvoorzienend kunnen zijn, en niet meer over hoeven te schakelen op fossiele stroom in tijden van schaarste. Lees ook: Datacenter op groene waterstof in de maak Warmte hergebruiken Al dat rekenen in een datacenter gaat de servers niet in de koude kleren zitten. Ze worden loeiheet, zoals je laptop of telefoon dat ook wel eens wordt als hij hard moet werken. Al die warmte gaat dikwijls verloren. Sterker nog: het koel houden van de servers zodat ze blijven werken is een van de grootste energieposten. Maar wat als je de warmte nuttig kan hergebruiken? Dat gebeurt steeds vaker. Een Amsterdams appartementencomplex krijgt direct warmte van een datacenter in de buurt, zodat bewoners minder gas hoeven te verstoken. En in Almere werkt men zelfs aan een warmtenet met hitte uit datacenters. Kunstmatige intelligentie voor groener rekenen Het energieverbruik terugdringen is net zo belangrijk als zorgen dat de energie groen is. Hier maken de bedrijven die datacenters exploiteren de afgelopen jaren grote stappen in. Dankzij kunstmatige intelligentie kan elke berekening in een datacenter efficiënter gebeuren, en dus kost het minder stroom. Zelfs een kleine besparing per berekening kan gigantische afname van stroomgebruik opleveren omdat er ontzaglijk veel van die berekeningen plaatsvinden. Het spaart de exploitant niet alleen energie, maar daarmee ook geld uit. Zo levert duurzaamheid ook nog wat op. Koel de chip, niet de server 40 procent van alle stroom die een datacenter gebruikt is nodig voor koeling. Logisch dus dat bedrijven kijken of daar iets te verbeteren valt. De startup Incooling denkt een oplossing te hebben. Efficienter koelen is mogelijk door niet de hele server maar alleen de chips koud te maken. Die worden immers warm en gaan stuk als ze te warm worden. Door koelingssystemen te maken die alleen de (kleine) chips van een koud briesje voorzien, heb je veel minder koude lucht nodig en kost het koelen dus ook minder stroom. Het afkoelen van een datacenter wordt volgens Incooling 50 procent efficiënter, dankzij het koelingsblokje voor op de chips dat de startup uitvond. Lees ook: Duurzame datacenters: sleutel tot succes zit in duurzaam verwarmen en koelen Koelen in olie We kennen olie vooral als iets dat heet wordt, bijvoorbeeld voor frituur. Maar olie om te koelen is een onderschat middel in de datacenterwereld. Dat denkt Shell in ieder geval; het oliebedrijf investeerde in de startup Asperitas, die synthetische olie maakt waarmee servers gekoeld worden. De olie beschadigt de chips niet, maar vangt wel warmte op. Vervolgens gaat de olie naar een warmtewisselaar waar het de opgevangen warmte afgeeft aan een waterreservoir. Dat water wordt maximaal 55 graden en is dan bijvoorbeeld geschikt voor een warmtenet. Het voordeel is dat de olie herbruikbaar is en deze vorm van koelen efficienter is dan luchtkoeling die datacenters nu veel gebruiken.

Vandaag

Leestijd 4 minuten


Change Leiderschap

Dubbelinterview: de bank en de klimaatbeweging. “Je kunt geen verandering teweeg brengen zonder activisme”
Change Inc

door Rianne Lachmeijer

Change Leiderschap

Dubbelinterview: de bank en de klimaatbeweging. “Je kunt geen verandering teweeg brengen zonder activisme”

Arie Koornneef en Aniek Moonen treffen elkaar digitaal voor het interview. Zij ontmoeten elkaar niet voor het eerst, want tijdens haar stage bij Voor de Wereld van Morgen, de ondernemers-community van ASN Bank, spraken zij elkaar ook al eens digitaal. Inmiddels is Moonen bestuurslid bij de Jonge Klimaatbeweging, een organisatie die de stemmen van meer dan 75 jongerenorganisaties verenigt. Toen Koornneef hoorde over de Jonge Klimaatbeweging nam hij direct contact op. “Als wij vanuit onze missie zeggen dat wat wij nu doen ook goed moet zijn voor de volgende generaties, dan is het superbelangrijk om met de volgende generatie te praten en ze om input te vragen.” Daarom zitten beide directieleden bestuur ook minstens 1 à 2 keer per jaar (digitaal) om tafel met stagiaires en trainees. Arie, wat is de meerwaarde daarvan? “Ik vind diversiteit heel erg belangrijk; niet alleen in achtergrond maar ook in leeftijd, omdat ik denk dat die elkaar enorm versterken. Een voorbeeld waar ik heel erg blij van word, is dat wij een klantenservice hebben met een breed profiel van mensen. Vaak bestaat een klantenservice vooral uit studenten. Bij ASN Bank zie je jonge mensen die een andere blik op de wereld meebrengen en oudere, ervaren collega’s die heel veel weten over ons duurzaamheidsbeleid. Van die mix word ik heel erg blij en daar zoeken we ook naar. Mensen zoals Aniek brengen nieuwsgierigheid en de vaardigheden om dit heel helder voor het voetlicht te brengen. Ik mocht op de lagere school bijvoorbeeld maar één spreekbeurt houden. Nu is het een belangrijk onderdeel van elke opleiding. Van de directheid en feedback van de jongere generatie word je beter als organisatie. Dat houdt je scherp in de koers die je vaart. Als je zegt dat je dingen doet voor de komende generatie, dan moeten zij ook aan tafel zitten. In de huidige (maatschappelijke) debatten vind ik daarom de stem van de jongere generatie wat onderbelicht.” Aniek, wat wordt er tot nu toe met jullie input gedaan, bijvoorbeeld aan de klimaattafels? “Het is moeilijk om daar een vinger op te leggen. In 2018, rond de tijd dat ASN Bank ook het eerste contact met ons opnam, zaten we aan de klimaattafels voor de vormgeving van het Klimaatakkoord. De organisatie groeit en je ziet dat we steeds vaker worden uitgenodigd door bijvoorbeeld ministeries en politieke partijen om inhoudelijk mee te praten over klimaatbeleid. Dat is in principe mooi, maar het is belangrijk dat die input uiteindelijk ook vertaald wordt naar concreet beleid. Jongeren worden nog vaak gevraagd om input te leveren, zonder dat de uitnodigende partij een duidelijk idee heeft over wat ze met die input gaan doen. Politici, zeker nu tijdens de formatie, horen honderden verschillende partijen aan. Dan moet jij maar net iets zeggen wat blijft hangen. We hebben de afgelopen vijf jaar al wel concrete dingen voor elkaar gekregen. Bijvoorbeeld met het Nationale Groeifonds. Daar is een generatietoets aan toegevoegd. De Jonge Klimaatbeweging lobbyt daar, in samenwerking met Coalitie-Y, al heel lang voor. Met een generatietoets test je wat voor effecten een beleidsstuk heeft voor toekomstige generaties. De invoer daarvan is bij het Nationale Groeifonds gelukt en we blijven ervoor lobbyen dat het in al het klimaatbeleid wordt ingevoerd.” Zou zo’n generatietoets ook iets zijn voor het bedrijfsleven? Aniek: “Ja, dat zou heel goed zijn. Duurzaamheid wordt een steeds leger begrip, helaas. Maar in principe betekent het dat onze huidige manier van leven het leven van toekomstige generaties niet in gevaar mag brengen. Zo moeten we er rekening mee houden dat er in de toekomst nog voldoende voedsel is, maar ook dat we toekomstige generaties geen onnodige financiële lasten opleggen door duurzame financieringen voor ons uit te blijven schuiven.” Arie, zie jij ook wel iets in een generatietoets voor bedrijfsbeleid? “Jazeker. Het zou gek zijn als ik zou zeggen dat ik het daar niet mee eens ben. Maar wat mij betreft gaat die toets verder dan alleen toekomstige generaties. Het gaat ook om de impact die je nu maakt. Negatief of positief en zowel aan de groene kant als aan de sociale kant. Ik ben bijvoorbeeld heel blij dat er nu een initiatiefwet in de maak is om maatschappelijk verantwoord ondernemen verplicht te stellen voor bedrijven. Op het platform Voor de Wereld Van Morgen staan fantastische duurzame ondernemers die het goede voorbeeld geven en inspireren, maar de rest moet wel gaan volgen. Daar is soms een duwtje in de vorm van wetgeving voor nodig.” Hoe zorgen we ervoor dat 2021 het jaar wordt waarin het begin van de echte verandering wordt ingezet? Aniek: “Met een groen regeerakkoord natuurlijk.” Zie je daar kansen voor? Aniek: “Het ligt er ongelooflijk aan welke partijen er straks in het kabinet zitten. Maar waar voorheen het klimaat, en daar concrete actie op nemen, maar bij een paar partijen aan bod kwam, noemde nu de grootste partij van Nederland het zelfs in de overwinningsspeech. Dat biedt hoop. Tegelijkertijd weet je nooit wat er uit de onderhandelingen komt. Daarom is het zo belangrijk dat bijvoorbeeld wij als Jonge Klimaatbeweging, maar ook al die andere duurzaam-ingestoken maatschappelijke organisaties nu kunnen meepraten aan die formatietafels en ideeën kunnen delen, want wij weten wel wat wij in het regeerakkoord zouden zetten.” Wat zouden jullie er dan inzetten? Aniek: “Op 8 april presenteerden wij de Youth Climate Deals. Dat is een document met dertig concrete beleidsadviezen op acht verschillende klimaatthema’s. Bijvoorbeeld wonen en werken, maar ook leiderschap en energie. Zo pleit één van de deals ervoor om 15 miljard uit de algemene middelen te investeren in de energietransitie. En willen we 1.000 extra hectare aan stadslanderijen. Allemaal hele concrete dingen, die stuk voor stuk kunnen worden geknipt en geplakt in een regeerakkoord. Het zou een mooie eerste zet zijn om daar aan die formatietafels serieus naar te kijken.” Arie, heb jij ook bepaalde zaken die jij graag terug zou zien in het regeerakkoord? Arie: “Ach, zoveel. Beprijzing is een heel belangrijk element, want dat leidt denk ik echt tot verandering. En strakkere regie vanuit de overheid is ook belangrijk. Dat kan in financiële zin, maar ook in wetgevingszin. Niet alleen aan de groene, maar ook aan de sociale kant. En dat mooie idee van de Jonge Klimaatbeweging: iemand die controleert of we nog op koers liggen. Dat vind ik echt een goed en belangrijk idee zodat het niet bij mooie beloften blijft. Misschien kun jij daarover vertellen Aniek?” Aniek: “Wij lobbyen inderdaad voor een klimaatautoriteit. Een soort OMT op het gebied van klimaat, maar dan met meer bevoegdheden. Mensen roepen al vaker om een climate change managementteam, maar wij willen eigenlijk meer dan dat. Wij willen een groep experts met kennis op het gebied van klimaat, maar ook met kennis over de sociale en economische kant, die de emissiebudgetten voor bepaalde periodes berekenen. Zo’n klimaatautoriteit kan met specifieke beleidsadviezen komen over hoe we binnen die emissiebudgetten blijven. Het is de bedoeling dat de overheid die beleidsadviezen linea recta overneemt tenzij ze een meerderheid bijeen krijgen die een betere optie aanbiedt. Dat is wat ik namelijk een beetje mis in de politiek: het volgen van de wetenschap. Als ze dat eerder hadden gedaan, dan hadden ze twintig à dertig jaar geleden al concrete actie ondernomen.” Arie: “Volgens mij gingen al in de jaren 80’ geluiden op dat het niet zo goed ging met het klimaat. Inmiddels zijn we veertig jaar verder. Dat moeten we zien te voorkomen door een gezonde objectieve blik over de vraag of we als land nog op koers liggen. En een ander item wat ik voor de komende periode belangrijk vind is dat alle maatregelen toegankelijk worden voor iedereen. Voor verduurzamingsmaatregelen moet je bijvoorbeeld een redelijk goedgevulde portemonnee hebben. ASN Bank vindt het belangrijk dat duurzaam leven voor iedereen toegankelijk wordt.” Jullie hebben het over vertrouwen, maar je hoort nu ook veel over wantrouwen in de overheid en de (wetenschappelijke) elite. En zelfs polarisatie in de samenleving. Hoe is dat op te lossen? Aniek: “De overheid moet echt een kartrekkersrol laten zien de komende jaren. In het begin van de coronacrisis lieten ze zien dat zij vertrouwen hadden in wat ze deden. Vervolgens legden ze in persconferenties uit waarom en hoe ze bepaalde dingen gingen doen. Zeker in het begin gaf dat ontzettend veel vertrouwen vanuit de bevolking. Dat moet ook voor de klimaatcrisis gebeuren. Dat de overheid om de zoveel tijd persconferenties houdt waarin ze heel laagdrempelig uitleggen wat ze aan het doen zijn, welke gedachtegang erachter zit en wat voor effecten dat heeft. Dat is denk ik een goede manier om het vertrouwen iets op te krikken.” Arie: “Dat doet me denken aan een interview met Tjeenk Willink in ons magazine Goed Geld waarin hij spreekt over dat wederzijdse vertrouwen. Dat is bijvoorbeeld geschaad door de toeslagenaffaire. Dat vertrouwen herstellen is heel belangrijk. Ik denk dat sterk leiderschap, waarin de overheid zich goed laat adviseren door mensen die er verstand van hebben, tot meer herstel van vertrouwen leidt. Ik hoop dat de polarisatie daardoor een beetje afneemt, maar ik vermoed dat die nooit helemaal weggaat. Die zal er altijd zijn. Daarom is het juist belangrijk om te laten zien door wie je je laat adviseren, zoals Aniek omschrijft.” Aniek: “Ja, nu lijkt het een beetje of politici het klimaatbeleid uit de mouw schudden, terwijl er achter de schermen natuurlijk van alles gebeurt. Ze laten zich bijvoorbeeld echt wel adviseren door belangrijke wetenschapsinstituten. Door dat naar de voorgrond te brengen, kunnen ze er gelijk verantwoording over afleggen. Niet alleen als het gaat om gesprekken met wetenschappers, maar ook met jongeren en de financiële sector. Doe dat nou eens out in the open. Dan krijgen mensen misschien wat meer vertrouwen dat politici goed over beleid nadenken en daarbij allerlei soorten partijen consulteren.” Arie: “Het is belangrijk om alle gesprekspartners die de samenleving vormen aan tafel te hebben en je door hen te laten inspireren. Dat wil niet zeggen dat je altijd wat doet met datgene wat zij adviseren. Als je daarvoor goede inhoudelijke argumenten kunt verzinnen, dan ben ik ervan overtuigd dat die groepen die keuze accepteren. Misschien is dat een naïeve gedachte, maar dat zou ik een goede ontwikkeling vinden. Dat zou kunnen op het thema duurzaamheid, maar ook andere thema’s. Je hebt jaren nodig om dat proces goed vorm te geven.” Aniek: “Een mooi voorbeeld daarvan is natuurlijk het burgerberaad. Dat zien wij als een mooie kans om burgers meer te betrekken in die duurzaamheids- en energietransitie.” Arie: “Volgens mij is het in Frankrijk weer toegepast, toch?” Aniek: “Ja, en in Engeland doen ze het geloof ik ook. Dat zijn mooie voorbeelden. Arie: “Dus wij weten het wel, hè Aniek.”  Aniek: “Zullen wij anders het regeerakkoord samen schrijven Arie?” Arie: “Haha, ja dat lijkt me mooi. Wel samen met anderen dan.” Aniek: “Vooruit.” Er kwamen al wat leiderschapskwaliteiten ter sprake. Wat voor leiderschap is er volgens jullie nodig? Aniek: “Eén van de dingen is het aanhouden van een langetermijnvisie. Het is zo belangrijk dat politieke leiders verder durven denken dan de komende vier jaar. Een klimaatcrisis kunnen we niet oplossen in vier jaar dus het is echt belangrijk dat politieke partijen ook bepalen wat hun langetermijnvisie is en daar naartoe werken in plaats van denken vanuit de realiteit van de dag. Daarnaast gaat het om samenwerking. Niet alleen met de wetenschap, maar ook met burgers en andere maatschappelijke partijen.” Zijn jullie het ermee eens dat de duurzame verkiezingsbeloften van politieke partijen kansloos zijn als de bestuurskamers in het bedrijfsleven niet meebewegen? Arie: “We hebben tijd verloren dus we moeten versnellen. En versnellen kun je niet alleen door druk uit te oefenen vanuit de overheid. Versnelling ontstaat alleen als mensen de motivatie voelen om iets te doen. Dus het klopt dat die leiders in de bestuurskamers, of van de middelgrote en kleine ondernemingen, een harstikke belangrijk rol spelen. Zij moeten stappen zetten en daarin gefaciliteerd worden door andere partijen. Als die motivatie er niet is dan wordt het een heel ingewikkeld verhaal denk ik. Dus het leiderschap van deze tijd draait om acteren. Niet alleen praten, maar doen.” Aniek: “Daar ben ik het helemaal mee eens, maar ik denk dat we niet helemaal kunnen vertrouwen op de intrinsieke motivatie van degenen in de bestuurskamers. Ik zag in het rapport van Bureau Hofkes dat de gemiddelde leeftijd in de bestuurskamers 57 jaar is. Met die leeftijd maak je je toch wat minder zorgen over hoe de wereld er in 2050 uitziet. Dat is gewoon zo. Alle mensen in de bestuurskamers ontslaan en er dertigjarigen inzetten is natuurlijk óók niet de oplossing. Daarom speelt de overheid een belangrijke rol door vervuilende bedrijven te bestraffen. Bijvoorbeeld door wat Arie al zei: een hele hoge CO2-prijs. En daarnaast door kansen te bieden en duurzaam ondernemen heel aantrekkelijk te maken. Dan hoef je niet meer te vertrouwen op de intrinsieke motivatie van de mensen in de bestuurskamers. Dan maakt het niet zo veel meer uit of ze duurzaamheid het allerbelangrijkste ooit vinden, want dan maak je het voor hen de meest aantrekkelijke manier om hun bedrijf te voeren.” Lees ook: Bij het verkiezingsdebat van de Jonge Klimaatbeweging ligt de nadruk op de overeenkomsten Arie, zou jij jouw bestuurdersstoel verlaten om plek te maken voor een jongere? Arie: “Allereerst gaat het nooit om mij, maar om ASN Bank. Ik heb de verantwoordelijkheid om namens alle collega’s en klanten onze missie waar te maken. Als een ander dat beter kan doen dan moet dat vooral gebeuren. Ik denk wel dat we bij ASN Bank een hele mooie mix hebben van verschillende generaties en verschillende type mensen. Dat krijgen we terug uit medewerkers-tevredenheidsonderzoeken. Dat heeft denk ik ook te maken met de mate van vrijheid die mensen ervaren en de rol die ze kunnen spelen bij het tot stand brengen van onze missie. We hebben een relatief jong MT. En er zijn de afgelopen jaren ook wat veranderingen in de organisatie geweest om juist dit te bewerkstellingen. Als ik dan de juiste man op die plek ben, en Joyce van der Est de juiste vrouw, om met een bepaalde visie enige richting te geven en daarbij de verantwoordelijkheid vooral daar te beleggen waar de kennis zit dan is dat denk ik oké.” Aniek: “Ik denk dat ASN bank inderdaad een mooi voorbeeld is van een bedrijf waar jonge personen in de hele organisatie wel een stem hebben. Dat is in ieder geval mijn ervaring toen ik daar een paar maanden zat. Ik vraag me wel af of zo’n constructie ook houdbaar is voor veel grotere bedrijven. Dan moet je misschien toch kijken naar een structurele bestuursfunctie voor een jongere. Of dat nou een MT-positie is of een soort raad van advies…. Er zijn natuurlijk heel veel verschillende vormen mogelijk.” Jongeren moeten natuurlijk ook verantwoordelijkheid nemen. Aniek, zou jij solliciteren voor de functie van Arie? Aniek: “Haha, eerst moet ik mijn masteropleiding afronden. Laat ik dat doen voordat ik ergens directeur of bestuurslid wordt. En de groep jongeren is natuurlijk heel groot: 16 tot en met 32. Ik zeg niet dat we een 16-jarige directeur bij ASN Bank moeten maken. Maar ik denk zeker dat de groep van 25 tot en met 32-jarigen een belangrijkere rol kan spelen aan de top.” Arie: “Het is denk ik ook de manier van werken. Er zijn allerlei manieren die er op geënt zijn dat je dingen daar laat doen waar de kennis en informatie zit. Dus dan heb je eigenlijk heel veel CEO's in een bedrijf. Daarmee wil ik hem niet platslaan, maar je moet zorgen dat je de juiste mensen op de juiste posities hebt. Daarin spelen jongeren een belangrijke rol. Daar hoeven jullie mij niet van te overtuigen. Die andere manier van werken betekent ook dat de bestuurskamer niet altijd ouderwets bepaalt wat er gebeurt, maar vooral faciliterend is en alle mensen in het bedrijf kansen biedt om hun kennis, kunde en talenten in te zetten om de dingen beter te maken. Dat gedachtegoed zie je nu langzaam maar zeker meer in het Nederlandse bedrijfsleven terechtkomen. Ook bij ons als bank, dus dat vind ik een mooie ontwikkeling.” Aniek: “Ja, inderdaad! Ik denk dat je zeker op de lange termijn echt geen hele directie van 27 jaar hoeft te hebben zolang die deur van die directiekamer maar wagenwijd openstaat.” Arie: “Exact.” Hoe kijken jullie naar activisme? Arie, zie jij ASN Bank bijvoorbeeld als een activistische bank? Arie: “Een optimistische bank zou ik zeggen. Sterker nog, daar hebben we een aantal jaar geleden over nagedacht, want ASN Bank kent vanuit haar historie met de vakbeweging een heel sterk activistisch gevoel. We hadden vroeger een afdeling die propaganda heette. Dan spreek ik over jaren terug, maar dat geeft een beetje aan hoe dat gevoel was. En we hebben nog een aantal mensen die in die tijd bij ASN Bank begonnen en nog steeds bij ons werken. Toch zou ik ons optimistisch willen noemen en niet activistisch. Wij proberen met een optimistische blik die verandering te bewerkstelligen en mensen niet het gevoel te geven dat zij het allemaal niet goed doen en beter moeten doen. Dat is overigens niet wat ik bedoel met activistisch hoor. Maar dat is dus wat wij proberen. We willen oplossingen aandragen en daarin laten we onze stem horen. Dat zou je dan wel weer activistisch kunnen noemen.” “Ik zal een concreet voorbeeld noemen. Misschien hebben jullie meegekregen dat Europa nu met een soort keurmerk komt, een groene taxonomie, die bijvoorbeeld aangeeft hoe groen beleggingsfondsen zijn. Nu dreigt er vanuit de gaslobby een situatie te ontstaan waarbij het investeren in gasturbines als vervangers van kolencentrales net zo groen wordt gedefinieerd als windmolens en zonneparken. Dat kan natuurlijk niet. Dus daar vinden wij samen met Triodos en een aantal anderen partijen wat van. Als je dat activistisch wil noemen, dan zijn wij daarin activistisch. Maar vooral optimistisch; in de oplossingen die we aandragen voor andere financiële instellingen en onze klanten.” De Jonge Klimaatbeweging zegt specifiek verder te gaan dan activisme. Wat bedoelen jullie daarmee? Aniek: “Activisme wordt bijna als iets lelijks gezien tegenwoordig. Dat is jammer. Maar dat smaakje heeft het wel vandaag de dag. Wat wij met die uitspraak bedoelen is eigenlijk vergelijkbaar met dat wat Arie zegt. Aan de ene kant zijn wij de jongeren die aansluiten bij een klimaatmars om te roepen dat het niet goed genoeg is. Maar daarmee gaan we geen klimaatcrisis oplossen. Dus we zijn ook een partij die vervolgens een document aanbiedt met dertig concrete beleidstukken om die klimaatcrisis echt concreet aan te pakken.” Helpt activisme om de transitie te versnellen of werkt het juist averechts? Aniek: “Versnellen. Je kunt geen verandering teweeg brengen zonder activisme, want uiteindelijk moet het doordringen bij de politiek, het bedrijfsleven en de samenleving dat er iets ontzettend ergs aan de hand is. Als er geen activisten zijn die iedereen daaraan herinneren, dan kun je wel met die beleidstukken aankomen, maar dan wordt daar niet naar gekeken. Ik denk bijvoorbeeld dat zonder het activisme van al die klimaatstakers een aantal jaar geleden wij nu minder momentum hadden als jongeren. Dat soort momentum is denk ik iets heel belangrijks wat activisten kunnen veroorzaken.” Arie: “Misschien is het ook niet de vraag wat activisme precies betekent, maar gaat het erom wat eruit voortkomt. Er ontstaat altijd een debat en dat hebben we volgens mij keihard nodig om te versnellen. Goed is niet goed genoeg. Het moet beter, het moet harder, het moet sneller. En daar hebben we die oproep keihard voor nodig. Dat kan niet anders.” Aniek: “Dat is een mooie uitspraak voor op een spandoek voor de volgende klimaatmars.” Arie: “Ja toch.” Is het mogelijk om altijd puur vanuit idealisme te handelen of zijn concessies nodig? Bijvoorbeeld als het gaat over die taxonomie en de gesprekken aan de klimaattafels? Arie: “Niet als je kijkt naar welk doel die taxonomie dient. Dat is dat de consument inzicht krijgt in wat groen is en wat niet en daarmee green washing te voorkomen. Dat is het uitgangspunt. Zo is het in 2018 begonnen en dat gedachtegoed vind ik heel erg goed. Dus ik ben blij met de groene taxonomie. Het is heel veel werk voor ons, maar het is super dat het er komt. Op het moment dat het uitgangspunt door de discussie die ik net noemde onder druk komt te staan, dan moet je geen concessies doen. Want dan ziet de consument straks door de bomen het bos nog steeds niet. Natuurlijk zijn er andere onderwerpen waar je wel concessies kan doen, omdat het ook een soort ontdekkingsreis is die je met elkaar onderneemt.” Aniek, kun jij een voorbeeld geven wanneer concessies mogelijk zijn? Aniek: “Wij als klimaatbeweging zijn een constructieve partij. Dus in principe zijn wij van het meedenken, maar je moet inderdaad wel bepaalde principes houden. Dan hebben we het als het gaat over het klimaat al snel over de klimaatdoelen. Die doelen moeten we gewoon halen. Daarover valt niet te praten. Maar waar wij dan prima over willen praten is over hoeveel windmolens we op zee of op land zetten en hoeveel zon op dak of zon op land. Daar zijn echt wel discussies over te voeren.” Wat hebben jullie bereikt, of wij als Nederland, als we elkaar over vier jaar weer spreken? Aniek: “Ik heb dan een masterdiploma en ga daarna meteen solliciteren voor die directeursfunctie bij ASN Bank.” Arie: “Haha, ja goed plan.” Aniek: “Ik hoop vooral dat we, maar dat weten we misschien over een aantal maanden al, dan terugkijken op een periode waarin we ontzettend veel vooruitgang hebben geboekt. 2030 is niet heel ver meer. Een groot aantal van die klimaatdoelen liggen al over negen jaar. Zeker als je kijkt naar het Klimaatakkoord. Ik hoop dat we over vier jaar nog steeds optimistisch zijn dat we de doelen halen.” Arie: “Ik zou daar twee dingen aan willen toevoegen. Ten eerste dat natuurbehoud en natuurherstel heel hoog op de agenda zijn gekomen en standaard onderdeel uitmaken van het beleggings- en investeringsbeleid van financiële instellingen. En ten tweede dat er sprake is van een leefbaar loon in de wereldwijde ketens van diverse industrieën. Volgens mij moet dat over vier jaar wel gelukt zijn.” Lees hier alles over leiderschap.

28 april 2021 10:14

Leestijd 20 minuten


Lees nu ons nieuwe magazine: De aantrekkingskracht van (nieuwe!) energie.

Change Energie

Lees nu ons nieuwe magazine: De aantrekkingskracht van (nieuwe!) energie.

We nemen je graag mee - positief als het kan, kritisch waar het moet -  in het nieuwe en geheel gerestylde Change Inc. Magazine met daarin een prachtig verhaal van collega Rianne Lachmeijer die tussen de lockdowns in naar het Noord-Brabantse Goirle reed en in de lokale biomassa-installatie dook. Bekijk ook de boeiende infographic over de energieneutrale tunnel, lees het interview met Herman Wijffels over zijn missie na zijn economische loopbaan: "We kunnen niet gezond leven op een ongezonde aarde", en vooral ook de portretterende gesprekken met de inspirerende Changemakers Robert Metzke, Helmie Botter, Richard Burger en Marlies van Wijhke. In dit nummer informeren we, nuanceren we, schetsen we perspectieven. We geven een kijkje in het leven van de drie scale-ups iwell, Toogoodtogo en GRO en laten je lezen hoe een bedrijf als Interface innovatie tot kunst heeft verheven.  Een blik in de toekomst In dit nummer lees je ook de bijzonder mooie special over Waterstof, met met daarin een prachtig interview met de enige echte waterstofadviseur Noé van Hulst die stelt dat de energietransitie niet kan slagen zonder waterstof. Ook vind je daar een prachtige kaart: een blik op hoe Nederland er in 2050 uitziet als het aan Gasunie ligt. En geeft Laetitia Ouillet haar ongezouten opinie over de noodzaak voor een andere storyline voor waterstof. En laten we de wereldprimeur zien: de energietransitie op zee in optima forma, het pilotproject PosHYon. Insprierende achtergrondverhalen, kraakheldere analyses, motiverende interviews. Lees in het nieuwste magazine hoe verandering sneller gaat dan ooit . Kijk je toe? Of doe je mee? Lees in ieder geval mee! Bekijk hieronder het digitale magazine. En klik op 'Full screen' om het hele magazine weer te geven. 

22 april 2021 18:54

Leestijd 2 minuten


Directeur Loek Radix: “We moeten in actie komen om de continuïteit van Chemelot te waarborgen”

Change Industrie

Directeur Loek Radix: “We moeten in actie komen om de continuïteit van Chemelot te waarborgen”

“We staan voor een lándelijke opgave om voor 49 procent CO2 reductie te hebben gerealiseerd in 2030 ten opzichte van het jaar 1990.” Als je directeur Loek Radix van het chemische industrieterrein Chemelot in Zuid-Limburg vraagt naar de duurzame toekomstplannen richting 2030, steekt hij direct van wal. Hij heeft concrete plannen klaarliggen. “We volgen drie lijnen. In de eerste plaats gaan we voor lachgasreductie. In de tweede plaats gaan we voor het opslaan van CO2, dat heet CCS, onder de Noordzee en in de derde plaats voor het efficiënter omgaan met energie.” Op de vraag of Chemelot op schema ligt wat deze drieluik betreft, hapert Radix even. “Dat zijn voor een deel plannen die een lange aanlooptijd hebben.” Chemelot werkt al wel aan lachgasreductie en doorlopend aan efficiënter omgaan met energie. “Maar op dit moment vindt CCS nog niet plaats, omdat we daar anderen voor nodig hebben. Als dat eenmaal mogelijk is, kunnen we meteen hele grote slagen maken.” Lange termijn Over de visie voor en de rol van Chemelot in het behalen van de klimaatdoelstellingen in 2050, daar moet Radix even goed voor zitten. Dat is volgens deze directeur een wezenlijk andere aanpak. Daar gaat Chemelot maximaal inzetten op circulariteit, langs twee wegen. “We gaan werken aan de verduurzaming van onze grondstoffen. Daarbij willen we met name grondstoffen circulair maken. Daarnaast is het natuurlijk zo dat we landelijk grote stappen zetten in de elektrificatie van alle processen. Te zijner tijd hebben we daar heel veel groene stroom voor nodig, ook op Chemelot.” Grootste hobbel Radix ziet dat dat besef langzamerhand begint in te dalen. Hij hoopt dat het nieuwe kabinet dit punt op de agenda gaat zetten. Maar het gaat Radix niet snel genoeg. Er wordt niet goed gekeken naar de rol van een site als Chemelot. “Een hele grote hobbel die voor ons ligt, is dat er vooral wordt gekeken naar de eigen, rechtstreekste CO2-uitstoot van een bedrijf.” Radix haalt een voorbeeld aan. “Als wij één kilo plastic maken, heb je daar één keer CO2-uitstoot bij. Maar het plastic verlaat onze site en als deze verbrand wordt, dan leidt dat opnieuw tot CO2-uitstoot. Als je circulair wordt, haal je die afvalstromen terug naar je site en gebruik je die opnieuw. Dan vermijd je die twee keer CO2-uitstoot. Maar als wij dat doen, wordt het helemaal niet toegerekend aan Chemelot.” Hij vindt dat meer dan frustrerend. “Het wordt toegerekend aan de verbrandingsoven die dat afval niet meer verbrandt. En niet aan degene die dat mogelijk maakt, namelijk wij, Chemelot. Dát is echt een belangrijke hobbel.” Volgens Radix wordt nog te veel in hokjes gedacht en te weinig gekeken naar de integrale maatschappelijke impact van het geheel. “Daarom”, zegt Radix, “zetten we zwaar in op lobby”. Met een positief gemoed, dat wel. “Ik denk dat uiteindelijk iedereen zijn gezonde verstand zal gaan gebruiken om te komen tot het behalen van de doelstellingen in 2050. Want als we dat niet doen, blijven we zitten met bijvoorbeeld afval waar geen oplossing voor is.” En ook hierin toont Radix zich positief. “Juist afval kan in de toekomst een belangrijke kostbare grondstof zijn voor onze activiteiten.” Lees ook: welke rol gaat waterstof spelen in de Nederlandse economie? Gedreven positivisme Zelf noemt Radix zich niet zozeer positief, en ook niet idealistisch, maar realistisch. Het is voor hem niet de vraag óf we stappen moeten maken, maar wanneer. En welke dat dan zijn. “We moeten in actie komen om de continuïteit van Chemelot te waarborgen. Ik kom uit Zuid-Limburg en heb de eerste mijnsluiting meegemaakt. Ik heb met eigen ogen gezien wat voor een ontwrichtende impact dat heeft op een samenleving.” En hier komt de echte, persoonlijke driver van Radix naar boven. “Die impact was heel heftig op sociaal, economisch en cultureel niveau. Daar zie je overigens nog altijd de littekens van.” Zijn gedrevenheid krijgt een gezicht. Een gezicht van de vele Limburgers die hun baan kwijtraakten in 1974 en thuis kwamen te zitten. Er kwam een einde aan een decennialange mijnbouw in het aller zuidelijkste puntje van ons land. Het was een mokerslag voor veel gezinnen, die nog weerklinkt in de generaties van vandaag. “De arbeidsparticipatie is hier nog steeds lager dan in de rest van Nederland, de levensverwachting en gezondheidstoestand is ook nog altijd minder goed en het aantal tienerzwangerschappen ligt gemiddeld op een hoger aantal dan in de rest van het land.” Het is een emotionele oproep van deze eigenlijk heel nuchtere macro-econoom. “En het is allemaal rechtstreeks terug te voeren op de sluiting van de mijnen. En als we nu zien voor welke uitdagingen we staan bij Chemelot, dan moeten we oppassen dat er niet een mijnsluiting 2.0 gaat plaatsvinden! Dat zou dodelijk zijn voor deze regio. Dát is mijn belangrijkste drijfveer.” En hij merkt, als hij de mijnsluiting aanhaalt bij derde partijen, dat het dan goed resoneert. “Mensen hebben niet door dat we al een keer door een energietransitie zijn gegaan met alle negatieve gevolgen van dien. Niemand wil een mijnsluiting 2.0 variant meemaken. Daarom heeft het ook geen zin meer om ideologische beschouwingen te hebben. Dit is de realiteit.” Cruijffiaans gezegde De directeur denkt even na. En er komt weer een lach op zijn gezicht. “Zoals onze grote filosoof zei, en ik draai ‘m even om: elk voordeel heb z’n nadeel.” Volgens Radix is het grote voordeel van Chemelot dat het terrein heel sterk geïntegreerd is en 'de bedrijven op site', zoals hij dat zegt, samenwerken in de keten. “Dus als je aan de voorkant vergroent, vergroen je ook aan de achterkant.” Het grote nadeel daarentegen is dat als er een of twee spelers in de schakel omvallen, dat dan de hele keten in elkaar zakt. “Ik heb er geen slapeloze nachten van, maar op termijn moeten we dat probleem oplossen.” Radix en zijn bestuur hebben ondanks deze zorgen niet een heel pallet aan toekomstscenario’s gemaakt voor verschillende oplossingen. Chemelot gaat voor slechts één scenario. “De belangrijkste grondstoffen zijn twee fossiele grondstofstromen, aardgas en nafta. En die moeten worden vervangen. Daar zetten we maximaal op in. Dus conceptueel is het redelijk simpel, maar het gaat wel om een miljard kubieke meter aardgas en vier miljard kilo nafta. Het is een uitdaging.” Lees hier meer over Chemelot Gat in de keten Radix komt op het eerste gezicht wat stug over, maar is zeker ook een optimistische man. “We hebben een fantastische site, met enorm veel kansen.” Hij doet daarom gewoon een oproep. “We hebben nog fysieke ruimte voor nieuwe bedrijven.” Hij zegt het niet zomaar. Nieuwe bedrijven zijn een groot onderdeel van de oplossing om zijn doelen te bereiken. “Aardgas krijgen we van de Gasunie, nafta krijgen we vanuit raffinaderijen uit de Rotterdamse haven. De alternatieve grondstoffen zullen door andere partijen aangeleverd moeten worden. Dat zullen onze bedrijven niet zelf gaan doen.” Dat betekent volgens de directeur dat er een gat in de keten ontstaat dat opgevuld moet worden. “Wat je ziet is dat nieuwe bedrijven daarop inspringen. We hebben nu RWE, Plastic Energy, Black Bear Carbon, dat zijn bedrijven met eigen financiering. Maar het gaat om een groot gat en dus groot geld.” Dus ja, er is dringend behoefte aan nieuwe organisaties. En wel op heel korte termijn, zegt Radix. “Het is een illusie om te denken dat het allemaal start-ups zullen zijn. Daar zullen ook gevestigde namen tussen zitten, die op de een of andere manier een rol in die nieuwe grondstoffenketen willen vervullen.” Het trio Volgens Radix is Chemelot aantrekkelijk omdat het al de duurzaamste site van Europa is. “Omdat we zo enorm efficiënt met onze energie en warmte kunnen omgaan vanwege die integratie. Ik ben ook heel trots op wat hier staat en daardoor optimistisch over de kansen.” Maar hoe gedreven en optimistisch ook, Chemelot kan het niet alleen. Zoals hij eerder aangaf, zijn er dus nieuwe ondernemingen vereist die op het Chemelot terrein mede kracht geven aan de geïntegreerde uitvoering van de toekomstplannen. Maar er zijn meer partijen nodig. Zoals de overheid in verband met regelgeving, dan wel subsidiepotten, om de groeikracht te geven om de ontwikkeling door te voeren. En, zegt Radix, dan is daar nog een derde, niet onbelangrijke partij: de directe omgeving. Radix: “Van aardgas en nafta heeft nu niemand last, want die worden netjes via buisleidingen aangevoerd. Dat is de minst verstorende en meest veilige methode van transport.” Chemelot doet nu onderzoek naar de buizencorridor richting Rotterdam om daar de groeifase mee in te kunnen gaan. Maar zeker in de beginfase is meer transport nodig van nieuwe circulaire grondstoffen. Zoals bijvoorbeeld rubbergranulaat naar Chemelot om de bestaande fossiele grondstofstromen te vervangen. “Dat kan in potentie belastend zijn voor omgeving.” Frappé toujours De hoop van Radix is dat er een trots ontstaat vanuit de omgeving, om mee te groeien, en om die groei te faciliteren. “Ik sprak laatst met hoogleraar Ira Helsloot. Uit onderzoek blijkt dat het hebben van werk de meest bepalende factor is voor een goede gezondheid. Het verlengt je levensduur met zes jaar. Daar kan Chemelot in toenemende mate een rol spelen in de toekomst.” Maar hoe krijg je mensen mee? Dat is de grote vraag. Het is menselijk om naar de nabije toekomst te kijken, en niet naar de toekomst over dertig jaar. Het is ook logisch dat mensen van alles willen ondersteunen, maar niet als het henzelf aangaat. Om een voorbeeld te noemen: er zijn weinig mensen tegen windenergie, maar je moet privé geen last hebben van een windturbine in je achtertuin. “We zien dat communicatie hier een belangrijke rol in speelt.” Radix haalt de tipping-point theorie aan. “Je hebt altijd een kleine groep voorstanders, een net zo’n kleine groep tegenstanders en dan nog een gigantische groep van een zwijgende meerderheid. Die laatste weet niet heel goed wat er gebeurt, en is niet heel betrokken. Die moeten we motiveren. Dat is niet wat je van vandaag op morgen voor elkaar krijgt. Dat is een proces. Maar ik zeg altijd, frappé toujours, je moet blijven herhalen.” Stapje terug Radix ziet daar nog wel een uitdaging in. In een overleg met zes grote industriële clusters dat hij onlangs had, hoorde hij dat iedereen tegen het huidige imagoprobleem oploopt. “Ik zei, ik ben macro-econoom. Als je even een stapje terugzet en de situatie aanschouwt met de vraag in je hoofd: wat drijft onze welvaart en ons welzijn?” Het zijn volgens Radix dan met name de primaire sectoren: landbouw, industrie, en grondstoffenwinning uit mijnbouw. “Daar wordt het geld verdiend. In feite parasiteren de secundaire en tertiaire sector op die primaire sector. Je kunt niet zeggen, die primaire sector moet maar weg als je tegelijkertijd meer geld wil hebben voor de gezondheidssector en het onderwijs. Dat gaat niet samen. Je ziet toch dat de echte welvaart in de Westerse wereld hand in hand is gegaan met  de industriële revolutie.” Werk aan de winkel dus, zeker als het gaat om het imago van de industrie en chemie. Maar daar is een duidelijke strategie voor nodig, zeker ook bij de overheid. En juist dat mist Radix. Strategie, leiderschap en duidelijkheid. “En een integraal plan. Ik ben nog nooit in Den Haag gevraagd door een ministerie om hierover te praten. Ik heb van hen nooit de vragen gekregen die jij me nu stelt: wat gaan jullie doen, wat zijn de knelpunten, waar heb je hulp nodig? Dat zou je wel mogen verwachten. Er wordt niet gekozen voor een specifiek, maar voor een generiek beleid. Dat zou wel eens averechts kunnen uitwerken.” Maatwerk Radix zou graag een pleidooi willen houden om tot maatwerk te komen. Omdat Chemelot nou eenmaal andere uitdagingen heeft dan Haven Rotterdam of het Noordzeekanaalgebied in Noord-Holland. Radix: “Laten we specifiek kijken wat we voor die regio’s kunnen doen. Dat zou ons zeer helpen. Je zag op een gegeven moment een sfeer in de Tweede Kamer ontstaan dat het maar eens afgelopen moest zijn met de industrie, de houding was: laat ze maar betalen. Dat zal ze wel leren. Daarmee bereiken we onze doelstellingen niet, ben ik bang.” In plaats daarvan zou het Nederland in haar geheel helpen als er een betere routekaart zou komen. Wat is er nodig om de doelstellingen te bereiken in 2050? Dan kan je volgens Radix goed bepalen welke stappen er moeten worden gezet. “We hebben nu een enorme terugslag gekregen rondom het initiatief om de bebouwde omgeving van het gas af te halen. Dat blijkt ineens 40.000 euro per woning te kosten.” Radix doet in een bijna wanhopig gebaar zijn handen in de lucht. “Dat hadden we natuurlijk wel even eerder kunnen bedenken?” Radix ziet ook wel in dat het niet makkelijk is. Het is zoeken en er zijn geen kant-en-klare oplossingen. “Maar het zou handig zijn als we op Nederlands niveau zouden doen wat we op Chemelot doen: hier willen we in 2050 klimaatneutraal zijn. En hoe we daar komen, weten we nog niet helemaal. Maar we moeten een duidelijke richting opgaan: dit gaan we wel doen en dit niet. Daarmee kun je ook nee zeggen, als er iets op je pad komt wat daar niet bij past. Een routekaart zoals die nu voor Corona elke keer wordt aangegeven, moet ook gemaakt worden voor de klimaatdoelstellingen. Dan komen we er. Maar wel samen.” Lees ook: Chemelot: duurzame grondstoffen zorgen voor groene chemie

22 april 2021 17:47

Leestijd 12 minuten


Changemakers

Changemakers tonen duurzaam leiderschap, zoeken naar innovatieve verbindingen en maken echt impact. Onze onafhankelijke redactie geeft deze leiders, verbinders en katalysators een inhoudelijk podium. Met iedere week een podcast-interview door Paul van Liempt. Als je van verandering houdt, is dit je tijd.

Bekijk alle Changemakers

Week
19

Cornelis
Boersma

Cornelis Boersma

Hoogleraar bij Open Universiteit

Cornelis Boersma is ondernemer en wetenschapper, en in die hoedanigheden bijna de belichaming van het triple helix-concept: innovatie door samenwerking van bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Boersma is hoogleraar Duurzame Zorg en Innovatie, en runt daarnaast een adviesbedrijf én is betrokken bij drie zorg-startups.  

De visie van Boersma is om heel bewust kennis, beleid en praktijk te combineren om schaalbare verandering tot stand te brengen. Hij brengt wetenschap in de praktijk, en introduceert de praktijk in de wetenschap. Zo leert hij als geen ander wat wel en niet werkt. Boersma denkt groot, en doet groot. Het is indrukwekkend hoe hij daarbij ook nog een mensgerichte aanpak hanteert. Door mensen te inspireren en motiveren slaagt hij erin om de gezondheidszorg duurzaam te transformeren.

In zijn leiderschap stuurt Boersma op de lange termijn. Kort-cyclische sturen op KPI’s ziet hij niet zitten, want inzetten op de ontwikkeling van het individuele potentieel levert veel meer betrokkenheid en duurzame impact op, naast meer werkplezier en teamgevoel.  

Door de combinatie van activiteiten creëert Boersma grote impact. Maar hij is ook pragmatisch en schuwt de quick wins niet. Zo werkte hij in België aan een initiatief om de CO2-emissies in de zorg te reduceren door astma-puffertjes met veel uitstoot te vervangen door een bestaand alternatief. Het plukken van dat laaghangend fruit had hetzelfde effect als het CO2-neutraal maken van 37.000 huishoudens.

Bekijk volledig juryrapport

Week
20

De wereld heeft meer Changemakers nodig

Changemakers

zijn allemaal door onze onafhankelijke redactie geselecteerde koplopers. Die kleur bekennen, richting geven en tempo maken. Krachtige leiders uit familiebedrijven, multinationals, MKB, start-ups en scale-ups. Iedere week presenteert een objectieve en onafhankelijke vakjury de Changemaker van de Week. Laat de jury weten wie jouw favoriet is.

Masja Zandbergen
Head of Sustainability Integration, Robeco

Mijn Favoriet

Dennis van der Putten
Acting Chief Commercial Officer, Actiam

Mijn Favoriet

Karlijn van Lierop
Director Responsible Investment , MN

Mijn Favoriet

Duurzame bedrijven van morgen

Geen enkel bedrijf is 100% klaar voor de toekomst, nog niemand is 100% duurzaam. Maar steeds meer bedrijven ontwerpen hun producten, processen en diensten voor een betere toekomst. We brengen je een up-to-date en onafhankelijk overzicht van deze bedrijven van morgen. Hier vindt de verandering plaats.

Bekijk alle bedrijven

Smurfit Kappa

Verpakkingsbedrijf Smurfit Kappa is een multinational met Ierse roots. Het bedrijf ontstond in 2005 uit een fusie van Jefferson Smurfit en Kappa Packaging. Smurfit Kappa produceert verpakkingen op basis van papier en karton en levert deze aan onder andere de e-commerce sector. Het bedrijf gebruikt daarvoor 100 procent hernieuwbare, duurzame primaire grondstoffen en zet sterk in op verpakkingen van gerecycled materiaal. Erik Bunge is CEO van de Benelux tak. Smurfit Kappa is actief in 35 landen en heeft noteringen aan de Irish Stock Exchange en London Stock Exchange.

“Papier is het materiaal van de toekomst, door te innoveren kunnen we het nog breder inzetten”  Papier- en verpakkingsproducent Smurfit Kappa is bekend als leverancier van papier en verpakkingsmateriaal voor veel sectoren, van farmacie tot retail. Met softwaretools helpt Smurfit Kappa om het materiaalverbruik te verlagen, met optimalisaties in de gehele keten als resultaat. Een van de snelste groeimarkten is die van de e-commerce. De meeste online bestellingen worden immers in kartonnen dozen bij de consument bezorgd.   Papierproducenten zagen hun markt de afgelopen decennia radicaal veranderen. De gestaag dalende oplages van kranten en publiekstijdschriften enerzijds, en de onstuimige opmars van online winkelen anderzijds veroorzaakten een transformatie. “Eén van de markten waar we aan leveren is e-commerce. Als je ziet hoeveel pakjes Bol.com, Coolblue en Zalando per dag de deur uit werken, dat is gigantisch. Dat gaat om grote volumes, driehonderd miljoen dozen per jaar alleen al in Nederland”, zegt Erik Bunge, CEO van Smurfit Kappa Benelux.  Papier: materiaal van de toekomst  Smurfit Kappa is een grote multinational, met vestigingen in 35 landen en 350 productielocaties, 64.000 klanten en 46.000 medewerkers. Sectoren waar Smurfit Kappa aan levert, zijn onder andere industrie, landbouw, voedsel- en drankenproducenten, farmaceutische industrie, retail en e-commerce. Bunge is verantwoordelijk voor de kartonfabrieken in de Benelux. Daarnaast heeft Smurfit Kappa twee grote papierfabrieken in Roermond en Renkum en verschillende recycling depots.   Smurfit Kappa maakt papier, zowel nieuw als gerecycled, en verwerkt dat tot verpakkingsmateriaal en displays van voornamelijk golfkarton. “In Nederland hebben we wat verpakkingen betreft een marktaandeel van bijna 35 procent, in België van 20 procent”, zegt Bunge. “Ons bedrijfsmodel is circulair. Elke papiervezel wordt zeven of acht keer hergebruikt en al ons papier is FSC-gecertificeerd. Voor elke gevelde boom wordt een nieuwe aangeplant. Wij produceren dus 100 procent hernieuwbaar.” De missie van Smurfit Kappa is het bieden van “betrouwbare, hoogwaardige en duurzame oplossingen”. Papier is volgens Bunge het materiaal van de toekomst. “Als papier of karton in het milieu terechtkomt, is het na twee tot zes maanden verdwenen. Vergelijk dat eens met andere materialen.”   Enorme besparingen mogelijk  Hoewel papier en karton biologisch afbreekbaar zijn, vragen klanten van webwinkels zich weleens af waarom relatief kleine producten in grote dozen worden verstuurd. Is dat geen verspilling? Bunge noemt het “absoluut een uitdaging om duurzame verpakkingen te bieden voor e-commerce”. “Van al die miljoenen pakketjes wordt 70 procent verpakt in bruine kartonnen dozen. In een gedeelte van die dozen zit inderdaad veel lucht, vaak met een loze opvulling van plastic. Daar moeten we vanaf.” Op de automatische inpakstraten van grote webretailers wordt druk geëxperimenteerd met nieuwe technieken om verzenddozen beter af te stemmen op de te versturen goederen. “De besparingen zijn enorm. Kleinere dozen, minder lucht, minder transport, minder vervuiling.”  Smurfit Kappa heeft een proces ingericht, inclusief softwaretools, om met haar klanten de impact van verpakkingen in de gehele keten te inventariseren. Dat geldt voor alle klanten, niet alleen e-commercebedrijven. Die tools zijn gevoed met de data van duizenden toeleveringsketens. “We analyseren de hele keten van de klant, bekijken welke prestatie-indicatoren voor de klant het belangrijkste zijn en kijken samen waar kansen liggen voor optimalisatie. De tool laat dan meteen zien wat je aan materiaal kunt besparen, hoeveel vrachtwagens en transportkilometers dat scheelt en hoeveel CO2-uitstoot dat bespaart.” Cijfers werken overtuigend, merkt Bunge. “Als je tegen een bierproducent zegt dat hij 10 procent méér verpakkingsmateriaal gebruikt dan het gemiddelde in de sector, dan wil hij echt wel weten hoe hij kan verbeteren.”  Better Planet Packaging   Een ander belangrijk initiatief is 'Better Planet Packaging', gelanceerd in 2018. In dit initiatief staan samenwerking met partners, innovatie en het sturen op optimalisering van afvalstromen door gebruik van mono materiaal centraal. Een mono materiaal verpakking bestaat uit één materiaal, bijvoorbeeld karton. Zodra er sprake is van gecombineerde materialen, bijvoorbeeld een kartonnen doos met een kijkvenster van plastic, wordt de afvalscheiding en ook de recycling lastiger. “We zetten innovatief verpakkingsontwerp in om hier oplossingen voor te vinden en recycling te stimuleren”, aldus Bunge.   Eén van de innovaties, die Smurfit Kappa introduceerde, is de ThermoBox. Dit is een kartonnen doos ter vervanging van de bekende witte koeldozen van piepschuim. Voedingsmiddelengroothandel Patani Global Food levert onder andere aan het Caribisch gebied, waar de koeldozen vaak als zwerfafval opduiken. Daarom zocht Patani een milieuvriendelijk alternatief voor het transporteren van bevroren of gekoelde producten. Dat werd de ThermoBox, een door Smurfit Kappa ontworpen combinatie van golf- en honingraatkarton, die vergelijkbare isolerende eigenschappen heeft en wél biologisch afbreekbaar is.   Coronacrisis: van winkelstraten naar webshops   De huidige coronacrisis heeft een beperkte invloed op het reilen en zeilen van Smurfit Kappa. Consumenten verplaatsten zich van de horeca naar de supermarkten, en van winkelstraten naar webshops. “Alle voeding die in winkels ligt, moet in een verpakking naar de winkel vervoerd worden. Die verpakkingen leveren wij. ‘Retail food’ is 60 procent van wat we doen. Omdat online en offline retail het tijdens de crisis goed doen, kunnen we de klappen opvangen van de sectoren waar het minder goed gaat.” Bunge ziet die trends doorzetten. “De groeiratio van webshops schommelt tussen de 12 en 14 procent. Met Smurfit Kappa moeten wij ervoor zorgen dat er duurzame verpakkingen komen voor het stijgende volume. Minder materiaal, met een lagere footprint en zo kostenefficiënt mogelijk.”  

Leestijd 6 minuten


Map of the Netherlands with participating companies

Vind bedrijven en start-ups die samen aan oplossingen werken voor een betere toekomst.

Onze onafhankelijke redactie ziet dat bedrijven van morgen opvallen door hun innovatiekracht.

Vind een bedrijf

Sluit je aan bij Change Inc.

Change Inc. maakt van iedere professional een toekomstmaker. We laten iedere dag zien hoe inspirerende personen en bedrijven de toekomsteconomie vandaag al vormgeven met aandacht voor zakelijk succes, actie en context.

Mobiel en tablet tonen Change.Inc website

Waarom moet ik community member worden?

Als community member inspireren en informeren we je met het laatste nieuws en de belangrijkste achtergronden over een betere en duurzame toekomsteconomie. Ook kom je in contact met gelijkgestemden. Wij stomen je klaar om zelf sneller stappen te zetten in het verduurzamen van je organisatie. Verander mee.

Hoe sluit ik me aan?

Aansluiten doe je hier. Het is heel eenvoudig en kost niets. Zodra je een profiel hebt aangemaakt, gaan we voor je aan de slag om je rol in een betere toekomst te vergroten.  

Zijn er kosten aan verbonden? 

Onderdeel worden van de beweging van toekomstmakers is kosteloos. Wij zetten geen content achter paywalls. Want we willen dat jij zo snel mogelijk zelf aan een betere en duurzame toekomsteconomie bouwt. Dus meld je hier aan en wordt een toekomstmaker.

Sluit je aan

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu