Jurgen Tonneyck 19 februari 2013, 10:26

Bodemerosie bestrijden met een businessmodel

Duizenden euro’s investeren in Keniaanse bomen die pas over tien jaar gekapt kunnen worden. Roeland Lelieveld haalt er een verdienmodel uit en helpt de lokale gemeenschap.

Wood Grow2 e1361265135152

Sinds 2010 groeit er op acht hectare in de Keniaanse provincie Kitui duurzaam hout. Onder de naam Africa Wood Grow teelt Roeland Lelieveld met zijn compagnon Daniel Muvali het hout van de boom Melia Volkensii, dat bestand is tegen termieten. Daarnaast wordt het land dubbel benut door tussen de ruimte van de bomen in gewassen te planten voor voedsel en biobrandstof.

Het is een opmerkelijk verdienmodel voor iemand van 27. De bomen kunnen Lelieveld en zijn compagnon pas in 2021 kappen. De opbrengsten uit de voedselproductie dekken de kosten niet helemaal.

In 2005 zag de toen 19-jarige Nederlandse student zijn kans schoon om een verschil te maken. “Toen ik in Kenia was voor mijn studie zag ik mijn onderzoek op een grote stapel met andere plannen belanden. Ik besloot iets tastbaars te doen.” De ondernemer financierde het bedrijf met zijn eigen spaargeld.

Bodemerosie

Maar waarom eigenlijk? “In Kenia worden zoveel bomen gekapt voor brandstof dat er ernstige bodemerosie is ontstaan,” zegt Lelieveld. Africa Wood Grow probeert dit op twee manieren tegen te gaan. De eerste methode is een alternatief voor hout als brandstof te bieden: biogas. Hiervoor wordt het gewas sorghum verbouwd, dat tussen de bomen groeit. Uit de plant kan suikerwater worden geperst, dat vervolgens wordt vergist tot methaan. Sorghum zorgt daarnaast voor voedsel en bodemverrijkende houtskool.

Daarnaast verbouwen Lelieveld en Muvali dus de Melia Volkensii. Dat is nog een hele uitdaging. De zaden van de boom ontkiemen in natuurlijk omstandigheden alleen als ze worden opgegeten door giraffen of grote antilopen, zoals koedoes. “Kitui is een bevolkt gebied en de bewoners hebben de dieren opgegeten of verjaagd,” zegt Lelieveld. Het gevolg is dat er een speciaal proces nodig is om de zaden te laten ontkiemen. “Deze kennis brengen we naar het gebied.

Er wordt meer gedaan om de omgeving te laten profiteren. Zo heeft het bedrijf twee mensen vast in dienst en maakt het veel gebruik van oproepkrachten. Daarnaast wil het bedrijf studenten aantrekken door het openstellen van een werkruimte met computers en slaapplekken. Kenianen kunnen op deze manier leren van het proces. “Ik hoop dat de bevolking gaat inzien dat duurzame bosbouw zin heeft,” zegt de ondernemer. Op deze manier wil Lelieveld jonge Nederlanders en Kenianen stimuleren om zelf een plantage op te richten. Zo kan op meer plekken de bodemerosie worden teruggedrongen.

Snelle bomen, langdurige investering

De bomen die in de provincie Kitui staan groeien razendsnel. Van een stekje in 2011 zijn ze een jaar later gegroeid tot vijf meter hoog. Per 2021 zijn ze klaar voor de kap en in de tussentijd komt er geld binnen door tussen de bomen mais te verbouwen.

Voor het einde van 2013 moeten er op de acht hectare in totaal 10.000 bomen staan. Bij de verkoop brengt de Melia Volkensii tussen de €35 en €60 op, wat een mooie omzet oplevert voor een land als Kenia.

Stekken van de Melia Volkensii

“Ik wil graag dat de omgeving gezond wordt. Ook economisch,” zegt Lelieveld. “Dat mensen hier in Kenia wat aan het opbouwen zijn dat zichzelf draaiende kan houden geeft me enorm veel voldoening.”

Toch is er lef nodig om met eigen vermogen een investering te doen die zich pas over tien jaar terugbetaalt. De mais dekt de lopende kosten gedeeltelijk, maar er moet nog €10.000 per jaar bij. Dat houdt de ondernemer echter niet tegen. De kost gaat immers voor de baat uit. Plannen om nog eens tien hectare bij te kopen liggen dan ook al op tafel.

Foto's: Africa Wood Grow

ETS gered, maar nog niet buiten levensgevaar

Het voorstel van de Europese Commissie om het veilen van CO2-rechten, het zogenoemde backloading, uit te stellen, werd door een krappe meerderheid van de milieucommissie van het Europees Parlement aangenomen. “Het ETS is nu gered, maar nog niet buiten levensgevaar,” meldt D66-Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy na de stemming. De toekomst van het Emission Trading Schedule (ETS) heeft niet alleen veel invloed op de Europese economie, maar op die van de hele wereld. “Nu moeten Parlement en Europese Commissie grote druk op lidstaten uitoefenen om ook snel tot een standpunt te komen,” aldus Gerbrandy. “Dat is nog een hele klus, want veel lidstaten willen niets weten van het uitstellen van de veiling.” Naast Nederland zijn onder andere Frankrijk en Groot-Brittannië ook voorstander van uitstellen. “Het uiteindelijke doel is natuurlijk het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen,” vervolgt Gerbrandy. “Als dat niet lukt met het huidige ETS, dan zullen we het oude idee van een CO2-belasting weer uit de kast moeten halen. De lidstaten zullen zich dat moeten realiseren. De tijd van uitstellen is voorbij.” Opluchting Collega-parlementariër Judith Merkies is opgelucht na de stemming. “Nu ingrijpen is erg belangrijk om zekerheid te geven aan bedrijven en te tonen dat we nog steeds ambitieus zijn op het vlak van klimaatbeleid,” aldus de PvdA’er. Ook zij benadrukt dat het ETS nog niet is gered. “Instemming door het Europees Parlement is echter hard nodig om het beschadigde vertrouwen in het ETS, als een van de belangrijkste instrumenten van het Europese klimaatbeleid, te bevestigen.” Gerbrandy vindt dat de Europese Commissie nu snel met structurele oplossingen moet komen. “Het ETS kan bijvoorbeeld worden toegepast op meer sectoren en ook het verhogen van de doelstelling voor emissiereducties kan de CO2-prijs weer doen stijgen.” Ook moet onderzocht worden of een herziening van de jaarlijkse reductiefactor, het beperken van de toegang tot internationale credits en verschillende prijsbeheermechanismen zoden aan de dijk zet. Een andere mogelijkheid is het uit de markt halen van rechten, een mogelijkheid waar Merkies achterstaat. “Als voorlopige oplossing moet een deel van de uitstootrechten van de markt worden gehaald. Dan weet de industrie waar ze aan toe is en het bevordert innovatieve productiemethoden die minder energie kosten.” Foto: European Parliament