Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 16 februari 2015, 12:53

Landbouw en vliegtuigbrandstof in de woestijn

Het Masdar Institute of Science and Technology in Abu Dhabi ontwikkelt een landbouwproject dat in de woestijn zowel vissen en garnalen als biobrandstof moet gaan produceren.

Woestijn e1424087013234

Woestijnvorming en een tekort aan zoet water maken het in veel gebieden moeilijk om landbouw te bedrijven. Het landoppervlak van de aarde bestaat voor 20 procent uit woestijn en slechts 3 procent van het water op aarde is zoet en geschikt voor landbouw.

 

Zout-tolerante planten

 

Dit is het eerste project dat landbouw in de woestijn combineert met zout water. Normaal overleven planten niet op zout water, maar het Sustainable Bioenergy Research Consortium in Abi Dhabi heeft zout-tolerante planten ontwikkeld die kunnen worden gebruikt om biobrandstof te maken op basis van ethanol.

Het gesloten systeem gebruikt vijvertjes met zeewater, waar vissen en garnalen in worden gekweekt. Het biologisch afval van de dieren komt in het zeewater terecht. De zout-tolerante planten kunnen daar vervolgens op groeien. Het onderzoeksconsortium zet de biomassa van deze planten daarna om in biobrandstof. Mangroveplanten filteren koolstof en nutriënten uit het resterende zeewater. Ook de mangroves zijn daarna inzetbaar voor de productie van biobrandstof.

 

Biobrandstof voor de luchtvaart

 

Het is de bedoeling dat de biobrandstof gebruikt gaat worden voor de luchtvaart. Het project wordt deels gefinancierd door de luchtvaartmaatschappijen Etihad Airways, the Boeing Company en Honeywell. Deze bedrijven streven ernaar hun vluchten duurzamer te maken en de ontwikkeling van groene brandstoffen te stimuleren. De luchtvaartmaatschappij Etihad Airways hoopt binnen enkele jaren hun commerciële vluchten te laten vliegen op de biobrandstof.

Bron: CleanTechnica, GAS2.0, Planetsave | foto: Moyan Brenn, creative commons (cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Betere dosering kan zorg € 100 mln besparen

Dit is gebleken uit een anderhalf jaar durend onderzoek van de Sint Maartenskliniek in Ubbergen. Het onderzoek vergeleek 180 reumapatiënten verdeeld in twee groepen. Bij een groep bouwden artsen de dosering langzaam af. De andere groep ging door met de reguliere behandeling. De behandelingskosten van patiënten in de afbouwgroep lag gedurende de onderzoeksperiode € 9.000 lager. Voor 43 procent van de patiënten bleek een lagere dosering voldoende. Twintig procent bleek zelfs helemaal geen medicijnen nodig te hebben. Planning De kliniek onderzocht ook een efficiëntere toepassing van medicijnen in injectieflacons, schrijft het Financieele Dagblad. De inhoud van de flacons ligt vast, terwijl niet iedere patiënt dezelfde dosering ontvangt. Hierdoor blijven restjes over. Door de behandeling van een aantal patiënten tegelijk te plannen, kunnen ook de restjes direct gebruikt worden. Dit zou een jaarlijkse kostenbesparing van 15 procent per patiënt opleveren. Volgens de Sint Maartenskliniek is dit de eerste keer dat een afbouw-onderzoek op deze manier is uitgevoerd. De volgende stap is om dezelfde resultaten toe te passen in de routinezorg. Volgens de kliniek zou een landelijke toepassing kunnen leiden tot een besparing van € 50 tot € 100 mln. Ook op andere gebieden streeft de Sint Maartenskliniek ernaar om verspilling tegen te gaan. Zo ligt de voedselverspilling in de kliniek op slechts 1 tot 3 procent. Bron: Sint Maartenskliniek, Het Financieele Dagblad | Foto: Frédérique Voisin-Demery via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven.nl)