Hidde Middelweerd 28 november 2016, 12:26

Nederlandse kassenbouw verovert de wereld

Op het gebied van kassenbouw staat Nederland te boek als absolute wereldleider. Nederlandse kassenbouwers zijn tegenwoordig dan ook voornamelijk in het buitenland actief en leveren hun bijdrage aan de meest ambitieuze en duurzame tuinbouwprojecten ter wereld.

Sundrop aerial 24 may

DuurzaamBedrijfsleven Media gaat in gesprek met Kubo Group en Van der Hoeven, twee van de meest innoverende kassenbouwers van Nederland, over de Nederlandse export van tuinbouwprojecten, de duurzaamheidsfactor ervan en de sleutelrol die het zal vervullen in de voedselvoorziening van de toekomst.

Nederlandse export

Nederland is van oudsher een voorloper op het gebied van kassenbouw. “We hebben sinds jaar en dag een hele open kennisstructuur”, verklaart Peter Spaans, directeur van Van der Hoeven. “Daarnaast heeft de overheid altijd oog gehad voor de belangen van de sector en bestaat er al jaren een vruchtbare samenwerking met Nederlandse universiteiten. Die driehoek heeft ervoor gezorgd dat de sector zich snel heeft ontwikkeld.”

"Nederland heeft een grote geschiedenis in de tuinbouw. Alle kennis bevindt zich hier"

“Nederland heeft een grote geschiedenis in de tuinbouw. Alle kennis bevindt zich hier”, vult Henk van Tuyl, exportmanager bij Kubo Group, aan. “Een instituut als Wageningen University is bijvoorbeeld één van de beste landbouwuniversiteiten ter wereld.”

In Nederland staat ongeveer 10.000 hectare aan kassen, maar dit areaal breidt zich al een paar jaar niet meer uit. De interesse vanuit het buitenland is echter groot. Zowel Van der Hoeven als Kubo verrichten 90 tot 95 procent van hun werkzaamheden dan ook in het buitenland. “Daar ziet men heel goed de potentie van high-tech tuinbouw”, zegt Spaans.

Sundrop Farms

Deze werkzaamheden in het buitenland hebben geleid tot enkele prachtige projecten, waarbij duurzaamheid hoog in het vaandel staat. Eén van de mooiste projecten in het portfolio van Van der Hoeven is Sundrop Farms (zie hoofdafbeelding). Deze gigantische, semi-gesloten kas voor de productie van tomaten, in het Australische Port Augusta, is volledig losgekoppeld van het net en maakt enkel gebruik van zeewater en zonne-energie.

Sundrop Farms maakt daarnaast uitsluitend gebruik van een grote zonnecentrale, van het Deense bedrijf Aalborg CSP voor zijn energievoorziening, waar 23.000 parabolische spiegels zonlicht richten op een centrale toren. De hitte die hierdoor ontstaat, wordt gebruikt om stoom te maken, waarmee eigen elektriciteit wordt opgewekt. Daarnaast wordt de hitte gebruikt om zeewater te ontzilten, dat door een speciaal aangelegde pijpleiding naar Sundrop Farms wordt getransporteerd.

Op die manier is Sundrop Farms in staat om tomaten te kweken zonder gebruik te maken van fossiele brandstoffen, zoet water en pesticiden. “Deze vorm van duurzame tuinbouw is momenteel uniek in de wereld, maar zou bij uitstek geschikt zijn voor duurzame voedselproductie in bijvoorbeeld Spanje of het Midden-Oosten”, zegt Spaans.

Duurzame energie

Door geen gebruik te maken van fossiele energie, pakt Sundrop Farms een belangrijk probleem aan binnen de tuinbouw. Momenteel is het energieverbruik van kassen in veel gevallen namelijk nog erg hoog, stelt Spaans. “Dat is de achillespees van de tuinbouw”, zegt hij. “Je hebt gewoon veel energie nodig als je het op een luie manier doet.”

"Energieverbruik is de achillespees van de tuinbouw"

Sundrop Farms toont echter aan dat er tegenwoordig slimmere manieren zijn om met energieverbruik om te gaan. Het gebruik van duurzame energie in de tuinbouw treedt dan ook steeds prominenter op de voorgrond. Spaans: “We kijken veel naar zonne-energie, geothermie en restwarmte van centrales, om de afhankelijkheid van fossiele energie zoveel mogelijk terug te dringen. Zo bouwen we tegenwoordig jaarlijks 30 tot 40 hectare aan kassen met PV-panelen op het dak, experimenteren we in Turkije met geothermie en bouwen we kassen die volledig draaien op biomassa.”

Daarnaast zijn kassen tegenwoordig veel energie-efficiënter. De semi-gesloten kassen van KUBO zijn daar een goed voorbeeld van. Van Tuyl: “Deze kassen stellen de gebruiker in staat om de luchtstromen precies te reguleren; je hebt er volledige controle over. Daarmee bespaar je automatisch veel energie. Denk hierbij aan percentages tussen de 20 en 40 procent.”

Local-to-local

Semi-gesloten kassen brengen ook een ander belangrijk voordeel met zich mee. Doordat het klimaat in semi-gesloten kassen onafhankelijk is van het klimaat erbuiten, is het namelijk mogelijk om groenten te telen in elk klimaat en op nagenoeg elke locatie. Zo is het tegenwoordig mogelijk om groenten te kweken in tropische klimaten, maar ook in koude klimaten komen semi-gesloten kassen tot hun recht.

Dit opent de deur voor local-to-local voedselproductie. “Op locatie voedsel produceren, is een mogelijkheid die tuinbouw bij uitstek biedt. Je ziet het in veel landen gebeuren”, zegt Spaans. “Bijvoorbeeld in Rusland, waar voedseltransport in de winter een lastige kwestie is.”

Houweling Tomatoes

KUBO laat bij uitstek zien dat kassenbouw tegenwoordig op elke locatie mogelijk is. In samenwerking met Houweling Tomatoes realiseerde de kassenbouwer een kassencomplex van 11 hectare in de Amerikaanse staat Utah, pal naast een energiecentrale. De restwarmte en CO2-uitstoot van deze centrale, die normaal verloren zouden gaan, worden nu door het kassencomplex gebruikt.

Daarnaast wordt met dit kassencomplex de transportafstand van de geproduceerde tomaten enorm terug gedrongen. Houweling Tomatoes levert namelijk tomaten aan Salt Lake City, 150 kilometer verwijderd van deze kas. Eerder werden de tomaten over een afstand van bijna 1.200 kilometer getransporteerd.

Het innovatieve kassencomplex is overigens nog niet voltooid. Van Tuyl: “We gaan het in de toekomst uitbreiden naar 44 hectare.”

Voedselveiligheid

Semi-gesloten kassen brengen, naast energie-efficiëntie en local-to-local productie, ook andere voordelen met zich mee, bijvoorbeeld op het gebied van voedselveiligheid. “Door de luchttoevoer van buitenaf te reguleren, houd je insecten en eventuele ziektes buiten de deur”, vervolgt Van Tuyl. “Die moesten anders met chemicaliën bestreden worden.”

“Door de luchttoevoer van buitenaf te reguleren, houd je insecten en eventuele ziektes buiten de deur”

Daarnaast zorgen semi-gesloten kassen voor een efficiëntere omgang met water. “In vergelijking met het telen van voedsel in buitenlucht, is het watergebruik per kilo geproduceerd voedsel in een semi-gesloten kas vijftig tot honderd keer zo laag”, zegt Van Tuyl.

Ook niet onbelangrijk: de productie (en daarmee de winst) gaat door middel van klimaatregulering omhoog, omdat gebruikers te allen tijde in staat zijn om het perfecte klimaat voor het kweken van groenten te realiseren. Van Tuyl: “Dit kan zomaar leiden tot een verhoging van de voedselproductie van 10 tot 40 procent.”

Tuinbouw en de toekomst

De wereldbevolking groeit in rap tempo richting de 9 miljard mensen. In 2050 moet dan ook twee keer zoveel voedsel geproduceerd worden dan nu het geval is. Efficiënte en duurzame voedselproductie op locatie is daarin essentieel. Spaans en Van Tuyl verwachten dat tuinbouw hierin een grote rol zal spelen, juist door innovatieve initiatieven als Sundrop Farms en Houweling Tomatoes.

“Kassen zijn per definitie duurzaam. Het is namelijk een relatief klein en eenvoudig product, waarin 30 jaar lang voedsel geproduceerd kan worden”, zegt Van Tuyl. “De rol van tuinbouw in de voedselvoorziening van de toekomst wordt dan ook gigantisch. Vooral in de laatste tien jaar zijn enorme stappen gezet in de ontwikkeling van efficiënte en duurzame tuinbouw. Ook de belangstelling ervoor neemt toe: veel landen hebben het opgenomen in officiële staatsprogramma’s om voedselproductie te verhogen.”

Daarnaast is de tuinbouw nog lang niet klaar met doorontwikkelen. Sterker nog, de volgende stap is al in volle gang. Van Tuyl: “Doormiddel van sensoren en data-analyse wordt tuinbouw wetenschappelijker. We zijn daardoor steeds beter in staat om gewassen zo optimaal en efficiënt mogelijk te laten groeien.”

“Tuinbouw is dé oplossing”, besluit Spaans. “Intensieve voedselproductie op een duurzame manier is voornamelijk met tuinbouw te realiseren. We zijn er nog niet helemaal, maar in theorie is het met tuinbouw mogelijk om volledig energieneutraal en emissievrij voedsel te produceren, zonder gebruik te maken van pesticiden of fossiele brandstoffen.”

Hoofdafbeelding: Van der Hoeven | Afbeelding in tekst: KUBO Group | Afbeelding onderaan: KUBO Group

Joost Brinkman, Accenture: ‘zo word je klimaatleider’

Klimaatleiders zijn bedrijven die er alles doen om hun carbon footprint te verkleinen en het klimaatakkoord van Parijs na te leven. Vorige week publiceerde het CDP voor de derde keer de resultaten van haar Climate Change Report voor bedrijven in Benelux en Frankrijk.Hoe word je klimaatleider?Dit jaar stonden slechts 195 bedrijven in de wereldwijde A-lijst, en scoorden een echte voldoende voor hun klimaatinspanningen. Met 21 ondernemingen zijn de Benelux en Frankrijk goed vertegenwoordigd in deze lijst. In die regio werden 141 bedrijven beoordeeld, wat betekent dat 11 procent in de top van de klimaatscore staat. Maar wanneer mag een organisatie zichzelf klimaatleider noemen? CDP benchmarkt bedrijven op basis van vier stappen:Alles begint bij het vrijgeven van data over de CO2-uitstoot. Hoe uitgebreider en gedetailleerder, hoe beter. Bewustwording is de tweede stap. In welke mate zijn milieuaspecten, risico’s en impact in relatie tot de bedrijfsactiviteiten in kaart gebracht? De derde stap betreft het management. Hoe implementeert een onderneming activiteiten, beleid en strategieën rondom milieu-onderwerpen. Tot slot komt leiderschap aan bod. Zijn de ondernomen acties ook echt best practices op het vlak van milieubeheer?In vergelijking met 2015 is het aantal klimaatleiders verdubbeld, van negen tot 21 bedrijven nu. Dit is heel goed nieuws en helemaal als je weet dat grote uitstoters, zoals EDF en Engie nu al op de lijst staan en LafargeHolcim en Shell op de deur kloppen.Klimaatleiders onderscheiden zich op een aantal vlakken:Ze stellen ambitieuze doelen Ze onderzoeken en implementeren nieuwe business modellen die CO2-uitstoot in de supply chain terugdringen Ze ontwikkelen nieuwe business modellen volgens de principes van een circulaire economieAls bonus presteren klimaatleiders financieel aanzienlijk beter dan andere bedrijven. Ze hebben niet alleen het beste met de planeet voor, maar maken ook nog meer winst. Voor de Benelux en Frankrijk geldt dat 20 procent van de ‘non leader’ bedrijven geen doelstelling voor het terugdringen van hun CO2-uitstoot heeft. Dit terwijl 80 procent van de klimaatleiders hiervoor wel concrete doelen heeft gesteld. De andere 20 procent stelt intensiteitsdoelen.Zo heeft ING de uitstoot met 19 procent verminderd door energie efficiënter in te zetten en duurzame energie te gebruiken. KPN gaat een stap verder door al zijn uitstoot van broeikasgas te compenseren met gold standard certificaten. Leiders stellen dus niet alleen keiharde doelen, ze nemen ook de prijs van CO2 mee in alle huidige investeringen.Klimaatverandering is een kansKlimaatleiders benutten klimaatverandering als kans om te innoveren, energie en grondstoffen optimaal te benutten en hun activiteiten te herijken. Dit alles om meer waarde voor klanten, aandeelhouders en onze planeet te creëren. De recente aankondiging van AkzoNobel, DSM, Philips en Google (allemaal klimaatleiders) om samen duurzame energie voor hun Nederlandse activiteiten in te kopen, onderstreept hoe leiderschap en samenwerking concrete impact heeft.Je kunt zeggen dat het geen toeval is dat alle Nederlandse klimaatleiders AkzoNobel, Bam, DSM, ING en Philips de circulaire economie omarmen. Zij begrijpen dat materialen de helft van de wereldwijde CO2-uitstoot voor hun rekening nemen. Daarom kiezen ze voor businessmodellen die niet afhankelijk zijn van ruwe grondstoffen en dat levert deze bedrijven een circulaire voorsprong op. Bam is bijvoorbeeld de enige grote aannemer die meedoet aan het CE100 programma van de Ellen MacArthur Foundation. Dit bouwbedrijf werkt samen met klanten aan business modellen voor ‘circulaire gebouwen’, zoals het ABN AMRO paviljoen op de Zuidas in Amsterdam.Nu ook investeerders meer oog krijgen voor klimaatrisico’s en toekomstbestendige investeringen zoeken, is het niet gek dat klimaatleiders beter presteren op de beurs. Is dit voldoende? Helaas niet.CO2-reductieInmiddels begrijpt iedereen wel dat de temperatuur nog maximaal 2 graden Celsius mag stijgen als we de planeet leefbaar willen houden. Dit is trouwens een gemiddelde. Want op de Noordpool ligt deze stijging al boven de 2 graden.Wetenschappers hebben berekend hoeveel CO2 we nog in onze atmosfeer kwijt kunnen binnen de ‘veilige’ bovengrens en hoe snel we de uitstoot dus moeten terugdringen. Als het lukt om in 2040 de GHC-uitstoot tot nul terug te dringen, hebben we 50 procent kans om binnen de grens van 2 graden Celsius te blijven. Als we onze kansen willen vergroten tot 66 procent, hebben we nog maar twintig jaar. En omdat gokken met de mensheid zeer risicovol is, moeten bedrijven hun doelen voor CO2-uitstoot op zijn minst afstemmen op de Science Based Targets (SBT).De uitdaging is dus enorm en de huidige doelen zijn helaas onvoldoende. Allereerst omdat het grootste deel van de bedrijven nog geen doelen voor de lange termijn heeft. 26 procent van de respondenten uit de Benelux en Frankrijk heeft de doelen voor eind 2016 nog niet aangepast. Verder heeft 56 procent wel doelen tot 2020 maar geen strategie voor de periode daarna. Ten tweede zijn de doelstellingen niet ambitieus genoeg. Als we de uitstootreductie voor de 39 bedrijven met concrete doelstellingen extrapoleren, komt hun toekomstige reductie slechts uit op 53 procent. Met extremer weer, klimaatvluchtelingen, schade en hoge kosten door klimaatverandering wordt het tijd om de daad bij het woord van de klimaatafspraken te voegen.Draag bij aan positieve impactIedereen kan positieve impact hebben. Het begint echter bij het begrijpen van het probleem: ‘Wat is klimaatverandering, wat gebeurt er en wat is de oplossing?’. De oplossing is duidelijk, de technologie is er ook al, nu moeten we nog getuigen van daadkracht. Wees dus vooral niet terughoudend en ambieer om voorop te lopen. Er zijn genoeg wereldwijde initiatieven zoals We Mean Business en de Renewable100, waar bedrijven hun krachten bundelen en ambitieuze doelen stellen. Voeg vandaag nog woord bij daad en sluit aan. Samen kunnen we de idealen van Parijs waarmaken.