Lex Ros 25 februari 2013, 15:56

Paard is het nieuwe rund, rund het nieuwe kaviaar

20130225 Caviar v01 e1361805210449

Als het paardenvleesschandaal één ding duidelijk maakt: er is iets mis in de manier waarop we met vlees en voeding omgaan. Meatless uit Goes heeft een alternatief.

“De onhoudbare wijze waarop we wereldwijd vlees produceren zal leiden tot ongekende prijsstijgingen voor onder andere rundvlees. We zullen een punt naderen waarop een biefstuk nog voor slechts weinigen is weggelegd,” valt Jos Hugense, directeur-eigenaar van Meatless, met de deur in huis.

Hugense is al ruim dertig jaar werkzaam in de vlees(waren)industrie. “Net als mijn vader en grootvader, die beiden een slagerij hadden, was vlees en alles wat daarmee te maken had voor mij de dagelijkse praktijk.” Maar aan het einde van de jaren 90 liep het familiebedrijf schade op door dierziekten als varkenspest en vooral de BSE-epidemie – de beruchte gekkekoeienziekte – die de Europese vleeswereld in haar ban hield.

Na de jaren 90 hielden andere ontwikkelingen de sector in zijn greep: vooral een toename van het aantal mensen die steeds meer vlees willen eten. Het leidde tot een druk om steeds meer en steeds goedkoper vlees te produceren, terwijl de prijs van diervoeders steeg. Zaken als het paardenvleesschandaal zijn daar een direct gevolg van.

Een andere consequentie van die schaalgrootte, stelt Hugense, is dat “nu de vleesconsumptie in andere delen van de wereld naar een Amerikaans en Europees peil gaat, we zowel de broeikasgasuitstoot als de kiloprijs tot zeer grote hoogten zien stijgen.” In de toekomst zal vlees nog veel duurder worden dan vandaag. Rundvlees wordt de kaviaar van de toekomst.

Vleesverrijking

Uiteindelijk besloot Hugense in 2007 het roer radicaal om te gooien. Met zijn broers verkocht hij de vleeswarenfabriek. “Er is kennelijk een crisis voor nodig om de bakens te kunnen verzetten.” Hij wilde op zoek naar een vernieuwde vorm van vleesproductie die aan drie kernpunten moet voldoen: ecologisch verantwoord, verbetering voor de gezondheid en sociaal acceptabel.

“Er is kennelijk een crisis voor nodig om de bakens te kunnen verzetten.”

Jos Hugense, Meatless

Daarbij geloofde hij niet in gedragsverandering als oplossing. “Het probleem is dat de West-Europese en Noord-Amerikaanse consument een voldoende hoog besteedbaar inkomen heeft en voorlopig nog gewoon koopt wat lekker is – totdat het vlees écht onbetaalbaar wordt.”

‘Meat extension’ was daarom zijn antwoord. Een weinig vleiende term die in 2007 uitsluitend bekend was in Amerika ten behoeve van kostprijsverlaging. De essentie is om bijvoorbeeld soja aan vlees toe te voegen, waardoor een milieuvriendelijker, maar vaak ook kwalitatief minder hybrideproduct ontstaat.

Met Meatless legt Hugense zich toe om de smaak en textuur van milieuvriendelijke toevoegingen aan vlees te verbeteren. Na zes jaar experimenteren is dat volgens hem gelukt. “De sappigheid in magere producten wordt beter, vetgehaltes worden sterk gereduceerd en de impact van het product op landgebruik, broeikasgasuitstoot, energieverbruik en waterverbruik wordt spectaculair minder.” Recent onderzoek van De Consumentenbond bevestigt de bewering van Meatless: PLUS gehakt met Meatless werd als Beste Koop gekwalificeerd.

Zijn duurzame claims ondersteunt hij ook met cijfers van onderzoeksbureau Blonk Consultants. Hugense schetst een theoretisch scenario dat 50 procent van de Nederlandse vleesconsumptie bijgemengd wordt met 20 procent Meatless. Dat kan de CO2-uitstoot van de Nederlandse vleesindustrie met 9 procent verminderen, het energieverbruik met 4,9 procent en het landgebruik met 10 procent.

300 ton

Zoals elke ondernemer loopt ook Hugense tegen barrières op. “We zijn nu zes jaar bezig – achteraf waren we te vroeg. De eerste drie jaar was het veel experimenteren om de optimale mix van ingrediënten te combineren met vleesproducten.”

Hij vindt dat er inmiddels voldoende is aangetoond dat Meatless een realistische technische oplossing biedt voor de vervanging van vet of vlees in samengestelde vleesproducten zonder invloed op smaak, kostprijs of textuur. Het product kan ook een functie hebben in de vervanging van andere producten met dierlijk eiwit zoals vissoorten als tonijn en krab en kaas. Deze ontwikkelingen bevinden zich nog in een experimenteel stadium.

“We hebben de ambitie om op te schalen naar 300 ton per week.”

Jos Hugense, Meatless

“We ervaren veel vertraging in de vermarkting en distributie. De acceptatie in de keten van duurzame oplossingen gaat niet altijd zonder aarzeling. We zijn dan ook blij dat na lang aanhouden en veel experimenteren samen met grote afnemers er nu eindelijk schot in de zaak komt.”

“Er is veel energie gaan zitten in het voldoen aan de certificering die noodzakelijk is om aan internationale fabrikanten te kunnen leveren. Dat is nu allemaal voor elkaar. We noteren nu omzetstijgingen van 40 en 60 procent de afgelopen twee jaar. We hebben de ambitie om op te schalen naar 300 ton per week.”

Hoge pijngrens

Het essentiële probleem met het verduurzamen van de voedselketen is volgens Hugense dat consumenten er ondanks schandalen met paardenvlees maar weinig aandacht voor hebben. “Mensen veranderen maar langzaam. Ik begon zelf pas goed na te denken na de BSE-epidemie en de varkenspest. De consument gaat er vanuit dat alles goed geregeld is – maar verdiept zich onvoldoende in achtergronden.”

“Als je een oplossing gevonden meent te hebben, heb je een zeer lange adem en een hoge pijngrens nodig om door te kunnen gaan.”

Jos Hugense, Meatless

Hij zucht. “De stijgende vleesconsumptie scoort op de aller-laag-ste plaats in het brein van de Nederlander. Winst en rentabiliteit op korte termijn speelt bij ondernemers toch de belangrijkste rol. De mate waarin deze twee met elkaar verbonden zijn ontgaat de meeste consumenten. Duurzaamheid op dit gebied is daarom moeilijk aan de consument te verkopen.”

Ook product- en technische ontwikkelingen duren langer dan je als ondernemer zou willen. “Als je een oplossing gevonden meent te hebben, heb je een zeer lange adem en een hoge pijngrens nodig om door te kunnen gaan. Maar ik vermoed dat dit de ervaring is van meer ondernemers die duurzaamheid vanuit overtuiging aan de man willen brengen.”

Foto: Kaviaar via Flickr.com

5 keer Nederlands goud in Sustainability Yearbook

RobecoSAM en KPMG hebben in het Sustainability Yearbook 2013 zo’n 2000 bedrijven in 58 sectoren onder de loep genomen. Per sector werd onder andere onderzocht wat voor duurzame doelstellingen ondernemingen behalen en waar in wordt geïnvesteerd. Vijf Nederlandse multinationals (Philips, AkzoNobel, PostNL, KLM) kregen een gouden medaille omgehangen, omdat zij in hun sector de duurzame kampioenen zijn. Er ging echter niet alleen goud naar Nederland. Voor KPN en Aegon was er zilver en voor Delta Lloyd brons. ASML, Ahold, olieplatformbouwer SBM Offshore, ING en belegger Corio kregen een eervolle vermelding. Het rapport wordt gedomineerd door Amerikaanse en Zuid-Koreaanse ondernemingen, zoals PepsiCo en Hyundai. Dit geeft aan dat duurzame bedrijfsvoering geen exclusieve Europese aangelegenheid meer is, zoals in voorgaande jaren. Het Europese land met de meeste duurzame leiders is Duitsland, dankzij onder andere BMW, Siemens en Adidas. Philips Voor het Eindhovense elektronicaconcern is er twee keer goed nieuws. Ze verslaan in het Yearbook hun Aziatische concurrenten én liggen op schema voor de eigen opgelegde duurzame doelen van 2015. Het afgelopen jaar investeerde Philips voor €569 mln in groene innovaties, wat moet oplopen tot een totaalbedrag van €2 mrd in 2015. 45 procent van Philips’ omzet wordt uit ‘groene’ producten gehaald. Dat zijn producten die tenminste 10 procent duurzamer zijn de vergelijkbare producten van de concurrent. Denk hierbij aan het gebruik van energiezuinige led-verlichting en het uitbannen van giftige stoffen als pvc en broom. Unilever en PostNL Voedingsmiddelenproducent Unilever werd onder andere dankzij het terugdringen van afval en de hervorming van zijn logistieke netwerk verkozen tot duurzame leider. De hervorming heeft bijvoorbeeld tot minder vrachtwagenritten heeft geleid. Er ligt echter nog een uitdaging in het verbeteren van verpakkingsmiddelen en het doorlichten van de waardeketen, zodat de kwaliteit hiervan gewaarborgd is. PostNL weet net als Unilever dat er toekomst ligt in het efficiënter maken van de logistiek, getuige het leiderschap in zijn sector. Het levert PostNL een lagere CO2-uitstoot en kostenbesparingen op. Alternatieven brandstoffen kunnen dit effect versterken, iets waar PostNL steeds meer gebruik van maakt. AkzoNobel Net als vorig jaar kreeg AkzoNobel goud voor zijn duurzame prestaties in de chemiesector. Deze sector ligt vanwege de vervuilingen in het verleden onder een vergrootglas. Het bedrijfsleven heeft hier op gereageerd door volop in te zetten op innovaties die de milieu-impact van chemische activiteiten terugdringen. Vorige week maakte AkzoNobel zijn aangescherpte duurzaamheiddoelen bekend. Door een verlies van €2,1 mrd in 2012 ziet de grootste verfproducent ter wereld zich genoodzaakt om vervroegd te saneren en in te zetten op duurzaamheid. Air France-KLM De luchtvaartmaatschappij KLM mag nu dan wel officieel in Frankrijk zijn basis hebben, een groot gedeelte van de historie ligt natuurlijk in Nederland. De hoge notering in het Yearbook betekend uiteraard niet direct dat de blauwwitte vloot goed voor het milieu is. Er liggen nog veel hindernissen voor de luchtvaartindustrie te wachten. Zo blijft het terugdringen van de CO2-uitstoot vanwege het hoge brandstofgebruik een heikel punt. Er wordt in efficiëntere technologie en alternatieve brandstoffen geïnvesteerd, maar door gebrek aan overheidsinteresse verloopt de ontwikkeling hiervan langzaam. Volgens RobecoSAM kan het Europese handelssysteem voor CO2-uitstootrechten, het ETS, een belangrijke rol spelen in de verduurzaming van de luchtvaart. Foto: Nick Leonard via Flickr.com