Eelco Brandes 01 september 2016, 07:35

RIVM: vlees, zuivel en kaas vormen grootste milieubelasting

Het huidige voedselsysteem is niet duurzaam. Vooral vlees (voornamelijk rundvlees) maar ook zuivel en kaas vormen de grootste milieubelasting. Een verschuiving van dierlijke naar plantaardige voedselproducten kan het probleem verlichten.

Duurzame voeding

Dat blijkt de eerste resultaten van een analyse van de milieubelasting van het huidige Nederlandse voedselconsumptiepatroon door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).

De milieubelasting is ook relatief hoog voor gewassen uit de glastuinbouw. Bovendien wordt 20 procent van de producten verspild. Omdat de overheid een taak heeft de duurzaamheid van de voedselconsumptie te meten en te monitoren, heeft het RIVM in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu een studie uitgevoerd naar de milieubelasting van de voedselconsumptie.

In die studie is, op basis van een groot aantal gegevens van 168 voedingsproducten, gekeken naar 6 milieuaspecten: klimaatverandering, landgebruik, waterverbruik, verzuring, vermesting en bodemuitputting.

De onderzoekers schatten dat die 168 onderzochte producten samen voor 80 procent verantwoordelijk zijn voor de milieubelasting van de Nederlandse voedselconsumptie. Vlees veroorzaakt de grootst milieuschade. Die schade wordt bepaald door de uiteindelijke hoeveelheid consumptievlees per dier en de broeikasgasemissies door verandering in landgebruik. Lamsvlees en rundvlees zijn over het algemeen meer milieubelastend dan varkensvlees en kippenvlees.

Waterverbruik

Wat betreft waterverbruik is fruit na vlees de grootste belaster. Bij de overige vijf milieuaspecten veroorzaakt de productgroep zuivel en kaas de op een na grootste belasting van het milieu. Voor groente en fruit geldt dat de milieubelasting relatief laag is voor die gewassen die in Nederland in de vollegrond worden geteeld.

Voedselverspilling

Van de in Nederland geconsumeerde producten wordt gemiddeld 20 procent verspild. Voedselverliezen treden op in de gehele productie- en distributieketen. Die bestaat uit de teelt van gewassen, de verwerking ervan in fabrieken, het transport naar Nederland, de opslag en koeling, de supermarkt (houdbaarheidsdata) en de consument. De verspilling vindt op alle onderdelen plaats, maar is het grootst bij de consument.

Hoe verduurzamen?

Het instituut stelt dat een duurzamer Nederlands voedselsysteem kan worden bereikt door de productieprocessen te verduurzamen, en verliezen in de keten te verminderen.

“Aan de consumentenkant kan erop worden ingezet voedselverspilling te verminderen en het voedselconsumptiepatroon te veranderen door minder en anders te eten”, aldus het RIVM. “Een verschuiving van dierlijke naar plantaardige voedselproducten is het meest effectief voor bijna alle milieuaspecten.”

Bron: RIVM | Foto: public domain

Interview Nasdaq: 'Beursfondsen langs de duurzame meetlat’

Dat zegt Evan Harvey, director of Corporate Responsibility, bij Nasdaq. Duurzaambedrijfsleven Media sprak de directeur van de New Yorkse technologiebeurs tijdens de vijfde Global Reporting Intiative (GRI)-conferentie, waarin 1.200 leiders en professionals uit 73 verschillende landen bijeenkwamen om onder andere nieuwe ideeën op te doen en trends op het gebied van duurzaamheid aan te kaarten.Tijdens de GRI-conferentie nam Harvey deel aan een discussie over het gebruik van duurzaamheidsdata om positieve verandering teweeg te brengen in de financiële sector. Hierin concludeerde hij dat het gebruik van ratingmethodes als Environmental Social and Governance (ESG)- data alleen relevant is wanneer het beleggers helpt om daadwerkelijk duurzame afwegingen te maken bij de allocatie van investeringsgeld. De ESG-rating beoordeelt de bedrijfsvoering van organisaties, maar ook het maatschappelijk en milieubeleid wordt in acht genomen.Positieve kijk op duurzaamheid“Een heel diverse groep, waar ook de grootste investeringsmaatschappijen ter wereld bij horen, maakt gebruik van deze data om te borgen dat het geïnvesteerde geld aan duurzame praktijken wordt besteed”, zegt hij.“Tot nu toe gebruiken veel investeerders de ESG-data om organisaties te beoordelen op hun betrokkenheid met bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, het gebruik van conflictmineralen in de keten van toeleveranciers en betrokkenheid met corrupte markten.”Harvey ziet echter een verschuiving in het gebruik van ESG-data. In plaats van de gegevens over duurzaamheid enkel te gebruiken om te zien of een organisatie ‘deugt’, ziet de Nasdaq-directeur ook dat de methode wordt gebruikt om ondernemingen aan te sporen om hun bedrijfsmodel te verduurzamen.“De trend voor het gebruik van ESG als beoordelingsmethode is verschoven naar een positieve kijk op de organisaties. Investeringsmaatschappijen zien kansen om ESG-data te gebruiken voor risicovermindering bij investeringsbeslissingen en om opbrengsten te genereren.”Relevantie van duurzaamheidsdataUit eerder onderzoek van organisatieadviesbureau McKinsey blijkt echter dat er onvoldoende investeerders zijn die ESG toepassen bij het evalueren van investeringen. Van de vijftien grootste publieke pensioenfondsen in de Verenigde Staten past minder dan 1 procent de ESG-screeningmethode toe. Een verklaring hiervoor is dat investeerders vaak niet weten welke van de ESG-criteria het meest relevant zijn voor hun investeringen. Volgens Harvey biedt Nasdaq  hiervoor uitkomst, door organisaties te helpen bij het integreren van ESG-data in hun bedrijfsvoering.“Ook merkwaarde, reputatie en bijvoorbeeld veiligheidsmaatregelen voor productieprocessen zijn belangrijke onderdelen voor investeerders om te beslissen of zij daadwerkelijk in een onderneming gaan investeren”, zegt Harvey. De duurzaamheidsdirecteur van Nasdaq wijst naar een onderzoek van de Sustainability Accounting Standards Board (SASB), dat deze conclusie bevestigt. “De doelgroep die geïnteresseerd is in duurzaamheidsdata van organisaties, is breder dan alleen investeerders en aandeelhouders"Langs de meetlat leggenNaast de hulp die Nasdaq biedt aan organisaties om over duurzaamheid te rapporteren, legt het concern bedrijven ook langs de meetlat. De effectenbeurs heeft daarvoor de Nasdaq Green Economy Global Benchmark Index in het leven geroepen. Deze index biedt investeerders in de retailsector inzicht in de aandelenprestaties van onder andere energie-efficiëntie, hernieuwbare energieopwekking, het verminderen van vervuiling in productieketens en duurzame materialen.Daarnaast is er de De Nasdaq CRD Global Sustainability Index, die bestaat uit organisaties die de leiding nemen op het gebied van transparantie in duurzaamheidsrapportages. Zo zouden deze bedrijven transparant zijn over hun CO2-voetafdruk, energie- en watergebruik en het gebruik van schadelijke stoffen in productieprocessen. Bijvoorbeeld technologiegigant IBM scoort hoog op de duurzaamheidsindex van Nasdaq.De duurzaamheidsdirecteur van Nasdaq ziet effectenbeurzen als vernieuwers van financiële producten, met name op het gebied van aandelenindexen. Harvey: “De doelgroep die geïnteresseerd is in duurzaamheidsdata van organisaties, is breder dan alleen investeerders en aandeelhouders. Ook vermogensbeheerders, kredietbeoordelaars en zelfs consumenten vragen erom. Effectenbeurzen bevinden zich op het snijvlak van deze doelgroepen. Daarom spelen we bij Nasdaq in op de groeiende vraag naar duurzaamheid en transparantie.”Foto: Hoofdafbeelding: Wikimedia Foundation via Wikimedia Commons, Creative Commons, In tekst-afbeelding: GRI, Voetafbeelding: GRI (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)