Kaz Schonebeek 30 mei 2023, 16:21

Wat doet droogte met Nederlandse akkers?

Hoge temperaturen, grotere periodes van droogte en extreme neerslag hebben grote gevolgen voor de akkerbouw. Watertekorten dreigen – daarom kan het voor akkerbouwbedrijven lonen om te investeren in het zelf opslaan van water en slim te irrigeren.

Adobe Stock 446190769 Droogte zet de opbrengsten in de akkerbouw onder druk. | Credits: Adobe Stock

Droogte speelt de agrarische sector parten. Zo zorgde het extreem droge jaar 2018 voor een aanzienlijke dip in de opbrengst van zowel aardappelen, uien als tarwe – gewassen waar Nederlandse akkerbouwers sterk van afhankelijk zijn. Volgens klimaatmodellen van het KNMI nemen deze problemen de komende decennia alleen maar toe. In het meest ongunstige scenario nemen periodes van droogte met dertig procent toe tot 2050.

Wat kan de akkerbouw doen om dit te ondervangen? En wat is financieel haalbaar? Dat hebben onderzoekers van Wageningen University en ABN AMRO onderzocht. De resultaten hiervan zijn vandaag gepresenteerd in een rapport.

Andere gewassen

Niet alle gewassen kunnen even goed tegen droogte. Met name aardappels en uien zijn hier erg gevoelig voor. Geschat wordt dat de opbrengst per hectare van uien tot 18 procent en van aardappelen tot 40 procent kan afnemen. Deze percentages verschillen van regio tot regio en van grondsoort tot grondsoort. Met name in Noordwest-Nederland wordt een zeer sterke daling in de opbrengst van aardappelen verwacht.

Overschakelen op meer droogtebestendige gewassen is daarom een logische keuze. Tarwe is bijvoorbeeld veel beter bestand tegen lange periodes van droogte. Een probleem voor Nederlandse akkerbouwers is echter dat tarwe veel minder geld in het laatje brengt dan aardappels. De onderzoekers becijferen dat een droogtebestendige mix van gewassen akkerbouwbedrijven 3000 tot 75.000 euro minder oplevert dan een doorsnee gewassenmix.

Paradoxaal genoeg wijzen de onderzoekers er ook op dat een mindere oogst niet altijd minder winst betekent. In jaren met tegenvallende oogsten, liggen de voedselprijzen vaak ook hoger – een kwestie van vraag en aanbod. Hogere prijzen kunnen soms compenseren voor een lagere opbrengst.

Waterhuishouding

Akkerbouwers kunnen ook droogteschade voorkomen door slimmer met het beschikbare water om te springen. Nu gebeurt het besproeien van gewassen meestal met grote sproeiers. Dit water wordt voor 60 procent uit de ondergrond opgepompt en 40 procent is oppervlaktewater, bijvoorbeeld uit sloten en meren. Waterschaarste kan door boeren deels worden ondervangen door zelf water op te slaan – bijvoorbeeld door regenwater op te vangen.

Bij het besproeien gaat relatief veel water verloren – met name omdat grote hoeveelheden water in de warme zon verdampen. Daarom kiezen boeren steeds vaker voor zogenaamde druppelirrigatie: een methode waarbij onder de grond waterslangen worden aangebracht. Zo kan heel precies, en dus met minder water, een akker worden bewaterd. Dit levert wel extra kosten op – in sommige gevallen wel 2000 euro per hectare. Of dit soort kosten uit kunnen, verschilt sterk van bedrijf tot bedrijf.

Slimme investeringen?

Nederland bestaat grosso modo uit akkerbouwbedrijven op kleigrond en op zandgronden – voor beide hebben de onderzoekers uitgezocht of investeringen in waterberging en besproeiing uit kunnen.

Het onderzoek stelt dat voor akkerbouwbedrijven op zandgrond deze investeringen niet lonen. De kosten voor waterberging en efficiëntere besproeiing zijn waarschijnlijk hoger dan het verlies aan inkomsten wanneer wordt overgeschakeld op een droogtebestendige mix van gewassen.

Voor akkerbouwbedrijven op kleigronden ligt dit anders. Hier worden doorgaans veel droogtegevoelige, maar hoogrenderende gewassen zoals aardappelen geteeld. Overschakelen op systemen zoals druppelirrigatie, of het ondergronds opslaan van water kunnen in veel gevallen uit. Het is voor die boeren veel te duur om afscheid te nemen van de aardappels en uien. Daarom is de economische prikkel om te investeren in een zorgvuldigere omgang met water groot.

Meer over droogte:

's Werelds eerste binnenvaartschip op groene waterstof vaart in Nederland voor Nike

Het bedrijf Future Proof Shipping liet het 110 meter lange containerschip MAAS, dat op diesel voer, ombouwen tot een schip met een waterstofvoortstuwing, de H2 BARGE 1. Er is jaren onderzoek aan vooraf gegaan. In en op het schip is een nieuw modulair voortstuwingsysteem gebouwd. Dat bestaat uit elektromotoren, waterstoftanks, brandstofcellen om waterstof om te zetten in elektriciteit en batterijen. Het bedrijf gaat in 2023 en 2024 nog twee schepen ombouwen om op groene waterstof te kunnen varen. Het eerste schip, dat vaart tussen Rotterdam en Antwerpen, vermindert naar verwachting zijn CO2-uitstoot met 2000 ton per jaar. Nieuw CO2-label Minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat reikte enthousiast het eerste A0-emissielabel uit na de officiële proefvaart. Dat label is ontwikkeld door zijn ministerie. Ook het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart werkte eraan mee. Rederijen en schippers tonen hiermee aan hoe hun schepen presteren op CO2-uitstoot en luchtkwaliteit. Sportartikelenfabrikant Nike gaat wekelijks honderden containers klimaatneutraal en emissieloos vervoeren tussen Rotterdam en Meerhout en heeft het eerste waterstofschip gecharterd. "Ons doel is om in 2030 ten minste 150 emissieloze binnenvaartschepen te hebben, en in die opgave zijn alternatieve brandstoffen, zoals waterstof, onmisbaar", aldus Harbers. Om de transitie naar waterstof te stimuleren heeft de overheid 178 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dat moet gedeeld worden met het zware wegtransport. Waterstof en methanol Ook de binnenvaart staat voor de opgave om te verduurzamen en schoner te vervoeren. Dat is vastgelegd in een Green Deal. Met ruim 8000 schepen heeft Nederland de grootste en modernste vloot van Europa. Voor 2035 moet er worden gevaren met schone brandstoffen zoals waterstof en methanol. Verbod varend ontgassen Onderdeel van schoner varen is ook het verbod op varend ontgassen op open wateren. Daarbij lozen binnenvaarttankers dampen die in laadruimte en leidingen achterblijven na het lossen. Dat is schadelijk voor bemanning en omwonenden van vaargebieden. Er wordt al vele jaren over gediscussieerd. Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg zijn het inmiddels eens over het verbod. Zwitserland legt de laatste hand aan regelgeving. Nederland stelt het verbod per 1 juli 2024 officieel in. In eerste instantie gaat het om benzine, benzeen en mengsels met meer dan 10 procent ethanol. Daarna mogen ook tanks met ruwe aardolie, ontvlambare vloeistoffen en koolwaterstoffen met meer dan 10 procent benzeen niet meer onder het varen worden ontgast. De schepen moeten daarvoor naar speciale (mobiele) installaties. Lees deze ook: Hoe de scheepvaart zonder CO2-uitstoot gaat varenBatterij, zonnepanelen en waterstof; nieuw opleidingsschip Ab Initio heeft allesZeeschepen kunnen nu ook windvleugels leasen en zo schoner en sneller varen