Sabine Sluijters 11 augustus 2021, 14:00

Wat zet je op tafel als je zo duurzaam mogelijk wilt eten?

Wie het beste voor heeft met de planeet, doet er goed aan op te letten wat hij eet. Want ons dieet kan een grote impact hebben op het milieu. Maar dit voornemen in de praktijk brengen is minder eenvoudig dan het klinkt, want in de supermarkt is geen gangpad voor duurzame keuzes gereserveerd. Redacteur Sabine Sluijters ging daarom op onderzoek uit.

Adobestock 431499957 Is het voor de consument überhaupt mogelijk om honderd procent duurzaam te koken? | AdobeStock

De milieubewuste consument zal zich moeten verdiepen in de seizoenen, in de herkomst van groente en fruit, hij zal verpakkingen moeten controleren op ingrediënten en landen van herkomst.  En dan moet het ook nog gezond zijn. Geen eenvoudige opgave, zeker voor wie snel iets op tafel wil zetten. 

Toch zijn er volgens Marije Seves keuzes die altijd goed zijn. Seves is als expert duurzaam eten verbonden aan het Voedingscentrum. Naast de Schijf van Vijf ontwikkelde zij met haar collega’s de 7 stappen duurzamer eten. “In de basis bevat een duurzamer voedingspatroon veel groente, fruit, peulvruchten en ongezouten noten, volkoren granen, gezonde vetten. En niet teveel extraatjes zoals snacks, frisdrank en alcohol.” Ook staat er weinig vlees op het menu. “Het eten van vlees heeft een forse impact op het milieu. Op het totaal aan broeikasgassen komt 34 procent van de productie –  inclusief verpakking en transport – en consumptie van eten. Daarbinnen hebben vlees en zuivel de grootste impact”, zegt Seves. “We hebben berekend dat als je al het vlees in de Schijf van Vijf vervangt door vegetarische producten zoals peulvruchten en noten, je de CO2-footprint van je voeding met eenderde kunt terugbrengen.”

Toch is helemaal stoppen met het eten van vlees ook niet het meest duurzaam, zegt Toine Timmermans. Hij is als programmamanager duurzame voedselketens verbonden aan Wageningen University & Research. “Want als iedereen dat doet, krijgen we een opeenhoping van reststromen. Dieren hebben de unieke eigenschap dat ze voedsel kunnen eten dat voor ons onverteerbaar is. De bijproducten die overblijven na de productie van brood en bier bijvoorbeeld, gaan naar koeien, varkens en kippen.” Belangrijke uitzondering daarop is rundvlees. “Runderen en andere herkauwers hebben meer voer nodig voor een kilo vlees dan bijvoorbeeld kippen, maar vragen ook om meer ruimte én stoten meer broeikasgassen uit.”

Zet niet teveel op tafel

Wat je ook op tafel zet, zorg dat het niet teveel is. Dat is ongezond en zonde. “Een gemiddelde Nederlander heeft aan 2.000 kilocalorieën per dag genoeg”, zegt Timmermans. “Maar we produceren wereldwijd elke dag 4.500 a 5.000 kilocalorieën per persoon.” Maar liefst eenderde van het voedsel dat we produceren, gooien we weg en 60 procent geven we aan dieren. “Als we met elkaar produceren wat we nodig hebben, minder verspillen en alleen de dierlijke eiwitten eten die we echt nodig hebben, dan doen we het beste voor het behoud van biodiversiteit en het klimaat”, zegt Timmermans.

Eet lokaal

En hoe weet je eigenlijk of iets wel of niet duurzaam is. Veel producten komen uit verre oorden. En hoe verder weg, hoe mistiger het zicht op de manier waarop het wordt gemaakt. “Aan een product kun je niet zien of er regenwoud voor is gekapt, of dat er kinderarbeid aan te pas is gekomen”, zegt oprichter Jan Willem van der Schans van Taskforce Korte Keten. Als expert korte en ultrakorte ketens verdiept hij zich onder andere in voedselproductie dicht bij huis. Wat hem betreft kan de keten niet kort genoeg zijn en kopen we het liefst direct bij de boer. “Het mooie van locol for local is dat je op de fiets kan stappen en zelf kunt kijken hoe het gaat. En je kunt met de boer in gesprek. Die transparantie is een enorm voordeel.”

Toch is de vraag of het duurzamer is om lokaal te kopen niet eenduidig te beantwoorden. Want een aardbei die lokaal in een op gas gestookte kas in het Westland is geproduceerd, legt het qua CO2-uitstoot af tegen eenzelfde aardbei die onder de Spaanse zon is gerijpt en met een vrachtauto naar Nederland is vervoerd. Dat wordt anders als de kas met behulp van geothermie verwarmd wordt natuurlijk, maar dat zie je nou net niet op de verpakking terug.

Kijk verder dan de verpakking

Die onduidelijkheid over de productie, verbergt een wereld aan misstanden. Birgit de Vos, senior onderzoeker bij de WUR houdt zich al vele jaren bezig met mensenrechten in voedselketens. “Mensen worden wereldwijd structureel uitgebuit voor de producten die wij dagelijks in ons winkelmandje gooien.” Alledaagse boodschappen zoals koffie, chocolade, rijst en rietsuiker zijn volgens De Vos op dit moment nauwelijks duurzaam aan te schaffen. “Daar spelen issues zoals kinderarbeid, moderne slavernij, discriminatie, onderbetaling, vakbondsrecht, gezondheid van arbeiders. En er is weinig interesse van grote voedselbedrijven om hier verandering in te brengen.”

Dat is een trieste boodschap die verteld moet worden, vindt De Vos. Dus wat doe je als je niet wilt bijdragen aan dit soort praktijken? Bieden keurmerken dan geen soelaas? “Keurmerken doen hun best maar hebben maar beperkt impact”, zegt De Vos. Door de overvloed aan reclames en duurzaamheidsclaims die bedrijven zelf op hun verpakkingen en websites zetten, wordt bovendien het zicht vertroebeld op wat wél duurzaam is. “Er zijn wel bedrijven die het goed doen. Maar die vind je door het marketingoerwoud niet terug.”

Alle vergezichten van de experts meegenomen, houdt het dus in dat het systeem waarmee we de wereld op dit moment voeden, de boer uitbuit, de consument misleidt en het milieu vervuilt voor een overschot aan voedsel waar we sneller ziek van worden en waarvan we eenderde weggooien. Als individuele consument is daar weinig aan te doen, denkt De Vos. “Het wordt ons aangepraat dat we als consument de wereld kunnen veranderen.” Maar die invloed is beperkt en begint met transparantie in de keten en eerlijke informatie op de verpakkingen.

Grootste vleesverwerker doet mee met initiatief voor nul CO2, maar is dat genoeg?

Alleen in de Verenigde Staten verwerkt JBS al bijna 15 miljard kilo vlees, goed voor een omzet van meer dan 50 miljard dollar. De uitstoot van zo’n groot bedrijf is ook niet mis: in 2019 zo’n 6,2 miljoen ton CO2. Toch is dat relatief weinig; 90 procent van de uitstoot die de producten van JBS veroorzaken, komt van elders in de keten. Vooral het houden van dieren veroorzaakt veel CO2.Hoewel JBS hun doel om in 2040 klimaatneutraal te zijn al eerder bekend maakte, is er nu een officiële afspraak met de VN voor de aankomende klimaattop. Daarmee legt het vleesbedrijf zich definitief toe op de duurzame stap. Aan de gemaakte afspraken zijn overigens geen sancties verbonden als JBS zijn beloften niet waarmaaktEigen uitstoot snel met 30 procent omlaagJBS wil op korte termijn (tot 2030) de uitstoot van de eigen bedrijfsvoering en van energieverbruik verminderen met 30 procent, ten opzichte van 2019. Maar daarmee is het bedrijf er niet. Om aan de ‘road to zero’ mee te doen moet het ook de emissies uit ‘scope 3’ aanpakken. Dat is alle uitstoot die elders in de keten ontstaat, van de boeren die de koeien en varkens grootbrengen tot de consument die de plastic verpakkingen wel of niet recyclet.Het bedrijf heeft geen volledige controle over hoe boeren hun vee houden, en hoe duurzaam dat gaat. JBS zet in ieder geval de komende negen jaar 100 miljoen dollar opzij voor onderzoek naar ‘regeneratieve landbouw’, het afvangen of opslaan van CO2 en andere manieren om de emissies in boerderijen omlaag te brengen. Ook investeert het bedrijf in alternatieven voor vlees; onlangs nam het bijvoorbeeld het Nederlandse bedrijf Vivera, dat vleesvervangers maakt, over. Door meer vleesvervangers en minder vlees te verkopen wordt het bedrijf ook duurzamer.Lees ook het profiel van de CEO van Vivera, Willem van WeedeIs het wel genoeg?Met het nieuwe IPCC-rapport vers in het geheugen is het de vraag of deze stappen snel genoeg komen. 2030 is nog ver weg, terwijl de wetenschappers waarschuwen dat er ‘onmiddelijke, snelle en grootschalige’ reducties van CO2 nodig zijn om de opwarming binnen de perken van 1,5 tot 2 graden Celcius te houden. Als JBS over negen jaar pas 30 procent CO2-reductie in het eigen bedrijf wil bereiken, en nog geen concrete eisen stelt aan de uitstoot van leveranciers, dan zal de uitstoot van de vleessector nog lang op een hoog niveau blijven. En dat is een probleem, want de vlees- en zuivelindustrie is verantwoordelijk voor 14,5 procent van de wereldwijde emissies.