Sabine Sluijters 28 oktober 2021, 11:25

Opsplitsen Shell is niet goed voor klimaat

De voorgestelde splitsing van oliebedrijf Shell in twee afzonderlijke bedrijven is op het eerste gezicht niet beter voor het klimaat. Dat zegt Mark van Baal, oprichter van de activistische aandeelhoudersgroep Follow This. “Third Point is uit op kortetermijn financieel gewin. Dit heeft niks met duurzaamheid te maken.”

Shell mark van baal over splitsing Mark van Baal: "Shell wil een olie- en gasbedrijf zijn maar er niet zo uitzien” | Credits: Adobe Stock

Tijdens de presentatie van de kwartaalcijfers maakte Shell donderdag bekend dat het zijn Woensdag werd bekend dat een van Shell’s grootste aandeelhouder investeringsfonds Third Point het bedrijf wil opsplitsen in een fossiele en een duurzame tak. Door de splitsing zou het oliebedrijf weer winstgevend worden. Volgens Third Point maakt Shell met de Powering Progress-strategie die het begin dit jaar presenteerde geen duidelijke keuzes. Daardoor schiet het niet op met de verduurzaming en is het bedrijf ook niet winstgevend genoeg in de olie- en gaswinning.

“Dit wordt een strijd tussen de korte en lange termijn”, zegt Van Baal, die ook de brief van Third Point gelezen heeft waarin de aandeelhouder het splitsingsvoorstel toelicht. “Door opsplitsing ontstaan twee bedrijven die op korte termijn financieel meer waard zijn, maar beide ongeschikt zijn om voorop te gaan in de energietransitie. De fossiele tak moet afgebouwd worden, en zal al het geld terug moeten geven aan de aandeelhouders. En het nieuwe duurzame bedrijf stelt nog niks voor.”

Nauwelijks geïnvesteerd in hernieuwbaar

Het opsplitsen zou dan ook niet resulteren in twee evenwaardige bedrijven. Volgens de brief zou de fossiele tak bestaan uit de winning van olie en gas, raffinage en chemie. De ‘duurzame’ poot zou bestaan uit alle hernieuwbare activiteiten, LNG en marketing, waaronder mogelijk ook de tankstations vallen. “De olieindustrie heeft juist het vermogen om de energietransitie te versnellen. Dat gaat op deze manier niet gebeuren. Want het fossiele bedrijf kan niet meer groeien en de duurzame tak is nog lang niet groot genoeg. De winst uit duurzame activiteiten rapporteren ze niet eens, omdat het te weinig is.”

Volgens Van Baal moet Shell de inkomsten uit de fossiele tak investeren in het uitbouwen van de duurzame activiteiten. “Anders kan je geen transitie maken.” Dat gebeurt nu nog niet. Slechts 3 procent van de in totaal 100 miljard steekt Shell nu in hernieuwbare energie. Het overgrote deel van de investeringen stopt het bedrijf nog steeds in de fossiele activiteiten zoals het oppompen van olie en gas. “Shell wil twee dingen: ze willen groeien in olie en vooral gas. En tegelijkertijd in lijn met Parijs zijn. Dat kan niet.”

Shell en CO2-uitstoot

Volgens Van Baal heeft Third Point met dit voorstel een dubbelzinnige strategie. “Shell wil een olie- en gasbedrijf zijn, maar er niet zo uitzien”, zegt Van Baal. “Hierdoor worden ze gedwongen om ondubbelzinnige keuzes te maken. En ze zullen heel hard steun van aandeelhouders nodig hebben. Ze kunnen nu niet langer blijven zeggen dat ze gaan groeien in fossiel en tegelijkertijd de klimaatdoelen van Parijs willen halen.”

Bij de presentatie van de kwartaalcijfers maakte Shell vanochtend bekend dat het zijn uitstoot sterker wil verminderen dan eerder aangekondigd. Voor 2030 wil het bedrijf nu de CO2-emissies halveren ten opzichte van 2016. Het gaat dan alleen om de CO2-uitstoot die vrijkomt bij hun eigen activiteiten zoals het oppompen en de raffinage van olie (scope 1 en 2). In mei werd Shell door de Nederlandse rechter veroordeeld tot het terugbrengen van al zijn CO2-uitstoot (dus ook die van het gebruik van de producten door hun klanten) met 45 procent ten opzichte van 2019.

“Hiermee geven ze geen gehoor aan het gerechtelijk vonnis, ook al willen ze dat wel zo laten lijken”, zegt Van Baal. Volgens hem is het wel degelijk mogelijk om die klimaatdoelen te halen. En opsplitsen is daarvoor niet nodig. “Met olie en gas is nog veel geld te verdienen. Als ze dat nou in duurzame activiteiten investeren, kan het snel gaan.”

Nederlanders aten in coronajaar minder vlees, en dat is goed nieuws voor het milieu

In 2020 aten we per hoofd van de bevolking 75,9 kilo vlees. Een jaar eerder was dit 77,8 kilo. Die cijfers zijn inclusief het karkasgewicht, dus met de botten en het vet. Zo’n 38 kilo vlees aten we in 2020 daadwerkelijk op. Dat is een kilo minder dan een jaar eerder. Nog niet eerder is er zo’n grote daling van de vleesconsumptie in Nederland gemeten. De WUR wijdt de daling vooral aan de sluiting van de horeca tijdens de coronapandemie. Mensen kochten daardoor meer iets meer vlees in supermarkten en slagers. 24,6 miljoen kilo vlees in 2020 tegen ruim 23,3 miljoen kilo in 2019. Toch is de daling van de vleesconsumptie een mooie mijlpaal, ziet Pablo Moleman, manager food industry & foodservice bij ProVeg Nederland. “De afgelopen jaren hebben er veel ontwikkelingen plaatsgevonden op het gebied van vleesvervangers en plantaardige producten. We zouden verrast zijn als er dit jaar geen daling te zien zou zijn.” Uitdagingen voor horeca "Juist de horeca speelt een belangrijke rol bij nieuwe voedseltrends en het bieden van culinaire inspiratie. We zien ook dat steeds meer restaurants en horecaformules inzetten op plantaardig. Tegelijk kunnen we niet om de cijfers heen: in de supermarkten lukt het duidelijk beter om vlees te minderen dan in de horeca", zegt Moleman. Eén van de redenen is volgens Moleman het beperktere aanbod. "In de supermarkt heb je natuurlijk een veel ruimere keuze aan plantaardige opties. Daar is in de horeca nog ruimte voor verbetering. Maar ook als je maar plek hebt voor een paar plantaardige opties op je kaart, dan kan het helpen om die bij klanten beter onder de aandacht te brengen.” Dat onder de aandacht brengen kan volgens Moleman met kleine trucjes. Zo staan vegetarische opties op menukaarten vaak onder een apart kopje, waardoor mensen die zichzelf niet als vegetarisch identificeren hier snel overheen lezen. “Als de vegetarische gerechten tussen het vlees- en vis-menu zouden staan, bestellen veel meer bezoekers een vegetarisch gerecht.” Psychologsich effect Volgens Moleman zijn er nog meer psychologische effecten waar horeca op in kan spelen. Zo kan een restaurant ervoor kiezen om de bewoording ‘vegetarisch’ te vermijden, maar juist de ingrediënten te benoemen. Geen vegetarische lasagne, maar een lasagne met aubergines, tomaat en wortel. Dan leg je de nadruk op de ingrediënten. Tot slot ziet Moleman een snelle optie voor horeca om consumenten minder vlees aan te bieden, en dat is door het aanbieden van kleinere porties vlees. “Die zijn vaak namelijk veel groter dan nodig, en zeker groter dan gezond.” De focus van het gerecht zou volgens Moleman ook meer verschoven kunnen worden van vlees of vis naar de groenten. Stijging plantaardige vleesvervangers Uit het rapport van de WUR blijkt ook dat er sprake is van een duidelijke stijging van de vraag naar plantaardige vleesvervangers. "De toename hiervan haalt de voorbije jaren dubbele cijfers", staat in het rapport. Zo zag ABM AMRO een vraagstijging naar vleesvervangers van zo'n 20 procent en Nielsen een vraagstijging van 30 procent. Het rapport: "Indrukwekkende groeicijfers in elk geval, die representatief zijn voor de dynamiek in de markt van plantaardige vleesalternatieven. Want de markt van plantaardige varianten voor dierlijke producten is volop in beweging." Lees ook: Voorspelling: vanaf 2025 eten we in Europa steeds minder vlees