Marc Seijlhouwer 27 januari 2022, 14:05

Waterstof bijmengen met aardgas zorgt voor hogere energierekening

Het Duitse Fraunhofer bestudeerde de kansen van waterstof bijmengen in het gasnetwerk. Dat blijkt een slecht plan: het is duur, levert weinig op en verdringt andere, betere toepassingen van waterstof. En het drijft de prijs van gas op. Toch geven we er in Nederland subsidie voor.

Gasleiding installatie geel adobe stock Waterstof bijmengen met gas kost veel geld | Credits: Adobe Stock

Het onderzoeksinstituut Fraunhofer onderzocht verschillende scenario’s voor bijmenging. Bij het meest extreme scenario, waar er 20 procent waterstof bij het gas gaat, scheelt dat slechts 7 procent van de CO2-uitstoot van gasgebruik. Dat komt omdat waterstofmoleculen minder energie bevatten dan aardgasmoleculen. Een kuub waterstof levert dus minder op dan een kuub aardgas, waardoor de klimaatwinst relatief beperkt is.

Het is veel efficiënter om waterstof ‘spijtloos’ in te zetten, schrijven de onderzoekers. Groene waterstof als vervanging van grijze waterstof in de industrie. Groene waterstof voor staal, voor scheep- en luchtvaart. Daar zijn geen goede duurzame alternatieven voor. Voor aardgas uit pijpleidingen zijn die er vaak wel; denk aan de warmtepomp of inductiekookplaten voor huizen.

De Duitsers zijn niet de eersten die zien dat bijmengen geen goed idee is. Het Britse Imperal College en het Pan-europese Joint Research Centre zagen ook al de risico’s, meldt Wattisduurzaam.

Hogere energierekening

Toch is bijmengen voor veel overheden een realistische optie voor vergroening. Het aanleggen van een nieuw netwerk voor waterstof is veel te duur, terwijl bijmengen relatief eenvoudig kan. Het Fraunhofer waarschuwt echter dat de technische aanpassingen om waterstof in relevante hoeveelheden met gas te mengen ook al prijzig zijn. De energierekening van burgers zal dan ook stijgen.

Uiteindelijk is het grote probleem de beschikbaarheid van groene waterstof. De komende decennia is groene waterstof niet overvloedig voorradig. Er moeten immers nieuwe duurzame stroomparken komen om de waterstof te maken, en dat kost tijd en geld. De waterstof die er wél is, moet je inzetten op plekken waar geen alternatieven zijn. Zet je in plaats daarvan in op bijmenging, dan kan de vervuilendste industrie minder snel groen worden. Bovendien is er een risico op een ‘lock-in-effect’, waardoor aardgas langer dan nodig een brandstof blijft.

Gasunie waarschuwt voor lock-in

Dat lock-in-effect is ook een vrees van Marijke Kellner, manager energiesysteem en expert systeemintegratie van Gasunie. “Het kan zijn dat je – als de infrastructuur nog niet beschikbaar is – even een overbrugging nodig hebt. Maar je moet ontzettend oppassen geen lock-in krijgt.” Volgens Kellner is dat het grote risico van inzetten op bijmenging.

In Nederland bestaat subsidie voor bijmengen van waterstof in aardgas. Deze valt onder de energie-investeringsaftrek en subsidieert de aanpassingen die nodig zijn om installaties (zoals pijpleidingen) geschikt te maken voor waterstof. Het is onduidelijk of en hoeveel geld er al naar dit soort projecten ging.

Volgens Kellner zouden we in Nederland zoveel mogelijk moeten inzetten op pure waterstof. Het hoofd gasnetwerk is hier namelijk veelal parallel. “We hebben op heel veel trajecten twee, drie, soms wel zeven leidingen naast elkaar liggen. Doordat Groningen steeds minder gebruikt gaat worden, kunnen delen van het netwerk komende jaren beschikbaar worden gemaakt voor waterstof.” Het enige probleem: als je op wijkniveau komt, loopt er maar één leiding. Daar zou dan in een klap een overstap van gas naar waterstof moeten plaatsvinden. Hiermee lopen pilotprojecten in Hogeveen en Goeree-Overflakkee.

Van productie- naar databedrijf: “Alles wat lading draagt is voor ons interessant”

Met de invoering van de nieuwe strategie gaat Faber Group zijn circulaire poolingmodel verder uitbreiden. Van oudsher distribueert, verzamelt en repareert het familiebedrijf houten pallets. Maar inmiddels verbreedt het bedrijf zijn blik. Faber Group is op zoek naar groei en wil uitbreiden met andere ladingdragers, zoals kisten en kratten. “Het circulaire poolingsysteem is in feite toepasbaar op alles wat een lading draagt”, zegt Eric Schrover, CEO van IPP. CO2-uitstoot door transport IPP is één van de vijf divisies van Faber Group. Het richt zich op palletpooling voor FMCG: veelverkochte consumentengoederen zoals toiletartikelen en voeding. Het distribueert en collecteert pallets verspreid over een netwerk van retailers en distributiecentra in Europa. IPP monitort zijn palletpool nauwkeurig. Want hoe efficiënter deze is ingericht, hoe meer CO2-uitstoot en grondstofgebruik dit scheelt. “Zo’n 75 procent van de uitstoot van ons bedrijf komt voort uit transport”, vertelt Schrover. “De reparatiedepots in ons netwerk zijn verantwoordelijk voor ongeveer 20 procent. Als een pallet kapot is zorgen we namelijk dat deze gerepareerd wordt en terug de pool ingaat. Op deze manier kan eenzelfde pallet jarenlang in ons systeem circuleren en voorkomen we eenmalig gebruik.” Lees ook het interview met Ingrid Faber de CEO van het familiebedrijfEric Schrover, CEO van IPPDuurzame en efficiënte logistieke keten IPP koopt transport en reparatie bij derden in, maar wil juist op deze vlakken de voetafdruk verlagen. “Voor transport betekent dit dat we letten op de hoeveelheid rijbewegingen”, vertelt Schrover. “Recent hebben we bijvoorbeeld een softwarepakket geïmplementeerd waarmee we op Europees niveau de pool zo kunnen inrichten dat we minder transportbewegingen maken.” Zo benut IPP bijvoorbeeld de laadruimte van vrachtwagens die net hun lading afgeleverd hebben. Want leeg terugrijden is zonde, als op het afleveradres een stapel pallets wacht. Schrover: “Het is daarbij natuurlijk belangrijk dat de pallets pas worden opgehaald als de stapel zo groot is dat de vrachtwagen volgeladen kan worden. Anders doen meerdere wagens het werk wat theoretisch in de laadruimte van een enkele past. Op deze manier besparen we momenteel vijf procent van het totaal aantal vrachtwagenbewegingen per jaar, over een periode van inmiddels drie jaar. Ook bij de reparatiedepots is nog CO2-winst te behalen, denkt Schrover. “Deze depots liggen nu nog verspreid in Europa tussen onze afleveradressen in. Maar we willen onderzoeken of we reparatiedepots bij een aantal grote klanten inpandig kunnen opzetten. Daarnaast willen we kunnen voorspellen wanneer pallets rijp zijn voor een opknapbeurt, nog voordat ze kapot gaan. Dan bespaar je ook weer transportbewegingen.” Luister ook de podcast over circulair bouwen en de logistiek Internet of Things Voor de CO2-besparende maatregelen die IPP voor ogen heeft wil het samenwerken met de partners in hun netwerk. Data ondersteunt het bedrijf daarbij. Want idealiter wil Schrover precies weten op welke locatie hoeveel pallets liggen. Met die gegevens kan het bedrijf namelijk zo efficiënt mogelijk transport organiseren. Daarom ging het twee jaar geleden de samenwerking aan met Dutch IoT Solutions, een scale-up gespecialiseerd in digitale oplossingen voor de logistiek. “IPP wilde meer informatie over de bewegingen en locatie van hun pallets”, vertelt Davy Baars, director of operations bij Dutch IoT Solutions. “Daarom hebben we een tracker ontwikkeld in de vorm van een stevig blok, die een houten klos van een pallet vervangt. De tracker zendt live data naar een dashboard. Zo weten we altijd de locatie van een lading pallets en zien we welke route ze hebben afgelegd.” Lees ook het interview met Guido Braam over zijn verwachtingen voor de circulaire economie in 2022 Minder rijden, minder CO2 Schrover: “Vervolgens kunnen wij hier actie op ondernemen. Als we zien dat een stapel lege pallets lang bij een klant ligt, dan is dat voor ons een signaal om ze op te halen. Of leveren klanten uiteindelijk minder pallets in dan ze ontvangen? Dan kunnen we de klant daarop aanspreken. Ook kunnen we beter inschatten wanneer pallets gerepareerd moeten worden als we zien dat ze X aantal keren verplaatst zijn. Alles is erop gericht dat we de pallets in onze pool beter benutten en nog efficiënter kunnen rijden. Uiteindelijk bespaart dit CO2 en nieuwe grondstoffen.” Data over ladingdragers De samenwerking met Dutch IoT verliep zo goed dat het samen met Faber Group, het moederbedrijf van IPP een joint venture oprichtte: Connected Load Carrier. Deze onderneming wil het idee van een tracker op ladingdragers uitbreiden naar andere sectoren. Zo ondersteunt Connected Load Carrier inmiddels een containerbedrijf met het tracken van containers en helpt het een steigerverhuurder zijn steigerkisten te lokaliseren. Maar er is nog meer mogelijk dan alleen locatiebepaling, denkt Baars. “We kunnen met schokmeters monitoren hoe hardhandig met een lading wordt omgegaan. En met thermometers kunnen we bijhouden aan welke temperaturen producten worden blootgesteld. Dat helpt met het monitoren van de kwaliteit van goederen. Dat is bijvoorbeeld interessant voor de levensmiddelenindustrie. Die kan op basis van deze data-aanpassingen doen, die de houdbaarheid van producten verlengen.” Maar het verzamelen van data is geen doel op zich, benadrukt Baars. “We praten op strategisch niveau mee om te onderzoeken hoe onze toepassingen waarde kunnen toevoegen in een logistieke keten. Minder verlies, minder transportbewegingen en diefstalpreventie dragen daar allemaal aan bij.” Lees hier hoe bedrijven met een speciaal dashboard de milieu-impact van hun bedrijfsactiviteiten monitoren Duurzame toekomst Baars en Schrover verwachten dat de joint venture de komende jaren verder uitgroeit. De technologie biedt in ieder geval genoeg mogelijkheden om een breed scala aan logistieke partijen te ondersteunen. Daarbij blijft Connected Load Carrier ook de verschillende divisies van Faber Group supporten. Want voor een optimale pool is data onmisbaar. “Faber Group is van productie van pallets verschoven naar pooling”, zegt Schrover. “Dit geeft ruimte om veel breder te kijken dan alleen pallets. Bedrijven kloppen nu ook bij ons aan of we niet een pool kunnen opzetten voor gasflessen of containers. Het zou best kunnen dat de pallet over een paar jaar helemaal niet meer de dominante factor is in ons bedrijf. Duurzaamheid gaat over de vraag hoe je producten zo efficiënt mogelijk benut. Zoals je nu al fietsen en auto’s deelt, zo willen wij dat opzetten voor ladingdragers. Alles wat een product vervoert is voor ons interessant. Het zijn mooie tijden als je op die manier mag nadenken over de evolutie van het bedrijf.”