Redactie Change Inc. 29 april 2021, 06:00

Bankiers en beleggers moeten de wereld redden

Vorige week publiceerde de Europese Unie de langverwachte herziene richtlijn voor duurzaamheidsverslaggeving. Met deze richtlijnen voor jaarverslagen van alle grote ondernemingen in Europa wil Brussel greenwashing tegengaan en duurzame investeringen stimuleren. Het moet ook makkelijker worden om een organisatie te beoordelen op de bijdrage die het levert aan de oplossingen van de problemen in de samenleving. Niet accountants, maar banken en beleggers hebben hierbij een cruciale rol, betogen Nicolette Loonen en Marleen Janssen Groesbeek.

Het betoog

Sinds 2017, toen Peter Bakker, de baas van de World Business Council for Sustainable Development en zelf register accountant (‘RA’), verklaarde dat de accountants de wereld gaan redden, is zijn mantra regelmatig herhaald. Maar niets is minder waar. De accountants zijn degenen zijn die met hun controle zullen constateren dat het niet gelukt is om die wereld te redden…of juist wel.

Voor dat laatste moet nog veel gebeuren, maar als het aan de EU ligt komt dat nu in een stroomversnelling. Met de nieuwe duurzame richtlijnen en wetgeving van de EU, de Corporate Sustainable Reporting Directive (CSRD) worden bedrijven verplicht om betere duurzame prestaties te leveren en daarover te rapporteren. De EU heeft weliswaar een kleine rol voor naleving daarvan bij de accountant gelegd in de vorm van een ‘limited assurance’ op duurzaamheidsinformatie.

Maar de focus van de EU richt zich toch vooral  op de financiële sector. Banken en beleggers worden door de aangescherpte Europese regels impliciet aangewezen als controleurs van de duurzaamheidsprestaties van bedrijven; of zij wel de goede dingen doen en of ze die dingen ook goed doen. Er gelden strenge regels voor banken en beleggers om transparant te maken welke keuzes zij maken om wel of niet in deze bedrijven te investeren, en of de investering een te groot duurzaam of financieel risico (of beide) wordt. Om het voor hen makkelijker te maken om deze duurzaamheidsinformatie van bedrijven te krijgen wil de EU nu alle grote ondernemingen in Europa verplichten om vanaf boekjaar 2023 duurzaamheidsverslagen op te leveren.

Dubbele materialiteit

In de CSRD die vorige week is gepubliceerd, vraagt de EU nog nadrukkelijker om te verantwoorden over zaken die echt (‘materieel’) van belang zijn. Vaak zijn jaarverslagen mooie documenten, maar geven zij onvoldoende inzicht in de echte duurzaamheidsprestaties van een bedrijf. Het begrip materialiteit kennen we vanuit financiële verslaggeving al langer. De NBA omschrijft materialiteit als: ‘afwijkingen, met inbegrip van weglatingen, afzonderlijk of gezamenlijk, worden van materieel belang geacht indien daarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij een invloed zullen hebben op de economische beslissingen die gebruikers op basis van de financiële overzichten nemen.’ Dat is voor duurzaamheidsverslaggeving niet anders. Het obstakel daar is dat de mate van materialiteit niet altijd kan worden bepaald op basis van financiële impact.

Daarnaast was er veel discussie over de reikwijdte van verslaggeving over duurzaamheidsthema’s. Gaat het alleen over de thema's die van invloed zijn op de balans en resultatenrekening van een organisatie, of gaat het ook om de thema’s waar de organisatie wel invloed op heeft, maar die zich niet op de korte termijn materialiseren in de jaarrekening?

Twee kanten van dezelfde medaille

Daar is nu, in de CSRD, een oplossing voor gevonden: dubbele materialiteit. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille en rapporteren over beide kanten is nu verplicht. De ene kant wordt financiële materialiteit genoemd en omvat  thema’s  die de  financiële resultaten van de organisatie zullen raken, ook al zijn deze nog niet tot waardering gekomen in de financiële verslaglegging.  De andere kant wordt ‘impact materialiteit’ genoemd, en gaat over de invloed van de bedrijfsactiviteiten, inclusief de waardeketen, op mens en milieu. Die impact kan zowel negatief als positief zijn. Bij het bepalen van de materialiteit van een duurzaamheidsthema gaat het dus zowel om de beoordeling van de invloed die de organisatie heeft op de kwaliteit en gezondheid van haar omgeving als om de beoordeling welke invloed de maatschappelijke problemen  (klimaat, biodiversiteit, gedwongen arbeid) op de organisatie zelf hebben.

Lees ook: De commissaris van de 21ste eeuw weet wat méér waarde creëert op de lange termijn

Deze verplichte verantwoording op basis van de dubbele materialiteit in de nieuwe regels die de EU heeft gesteld aan de duurzaamheidsrapportage moet het voor de banken en beleggers inzichtelijker maken wat voor risico’s ze lopen wanneer zij geld investeren en wat voor financieel en maatschappelijk rendement daar tegenover staat. Voor stakeholders moet het makkelijker zijn om een organisatie te kunnen beoordelen op de bijdrage die het levert aan de oplossingen van de problemen in de samenleving.

Opschonen van alle franje

Maar voor het zover is, moeten de organisaties die onder de aangescherpte richtlijn vallen, naar schatting 50.000 in de EU, hun rapportage flink aanpassen en opschonen van alle franje die ze nu over hun duurzame prestaties presenteren. Dat vraagt om een ommezwaai van de communicatie-afdeling en de controller. Maar vooral een verandering van bestuurders en commissarissen die nadrukkelijker naar de lange termijnstrategie, het business model en de bedrijfsactiviteiten moeten gaan kijken vanuit het perspectief van de kwaliteit van leven op deze planeet. En als ze dat nalaten, komt niet de accountant verhaal halen, maar als het aan de EU ligt vooral de bank en de aandeelhouders.

 

Marleen Janssen Groesbeek is lector Sustainable Finance and Accounting Avans Hogeschool. Nicolette Loonen is founding partner van TOSCA, Tribe of Sustainability Change Agents

 

Het Betoog

Change Inc. waardeert de betrokkenheid van lezers en toekomstmakers zeer. Ook een opinieartikel aanleveren voor de rubriek ‘Het betoog’? Stuur de bijdrage naar hoofdredacteur Roy op het Veld: roy@change.inc. Het artikel moet een wezenlijke bijdrage leveren aan het debat en iets toevoegen aan wat al eerder op Change Inc. verschenen is. De redactie beslist over plaatsing.

 

Netbeheerders geven inzage in energiesysteem van Nederland in 2050

Hoe ziet ons land eruit in 2050 als we alle klimaatdoelen gehaald hebben? Als alle woningen en gebouwen duurzaam verwarmd worden, als alle stroom afkomstig is van wind- of zonne-energie. Als de fabrieken op waterstof of groen gas draaien en we de CO2 die we toch uitstoten opslaan in lege gasvelden? Het is een transformatie die nauwelijks voorstelbaar is, in een tijdsbestek van nog geen dertig jaar.In die tijd zal ook de infrastructuur aangepast en gebouwd moeten worden die nodig is om al die energie te transporteren en op te slaan. Kabels en leidingen die meer dan twee keer zoveel stroom kunnen vervoeren als nu, waar waterstof en groen gas door getransporteerd en opgeslagen kunnen worden en CO2 door kan worden afgevoerd. Want die infrastructuur is er bij lange na nog niet.Lees ook: Het elektriciteitsnet raakt vol: wat is de oplossing?In het klimaatakkoord is afgesproken dat de bedrijven die hiervoor aan de lat staan, Gasunie en TenneT – samen met de regionale netbeheerders – in kaart brengen welke infrastructuur nodig is voor het nieuwe energiesysteem in 2050. Hun rapport 'Integrale Infrastructuurverkenning voor de periode 2030-2050' komt vandaag uit.Juiste moment op de juiste plaats“Je kunt wel bedenken hoeveel energie we nodig hebben en wat de industrie en huishoudens moeten doen, maar daarvoor zijn verbindende elementen nodig”, zegt Piet Nienhuis. Als adviseur energiesystemen en infrastructuurontwikkeling van Gasunie was hij samen met TenneT geestelijk vader van het onderzoek en schreef hij mee aan het rapport. “Die energie moet op het juist moment in de juiste vorm op de juiste plaats komen.”Het onderzoek brengt alle noodzakelijke aanpassingen aan het energiesysteem in kaart. Het aanpassen van de aardgasinfrastructuur voor waterstof of groen gas en de aanleg van CO2-opslag onder de Noordzee voor industrieën. Maar ook de aanleg van warmtenetten die 2 tot 3 miljoen woningen verwarmen, en de verzwaring van het totale hoogspanningsnet. De ontwikkeling en bouw van grootschalige waterstofproductie en de aanleg van waterstofvoorraden in zoutcavernes. De laad-infrastructuur die nodig is voor een elektrisch wagenpark van zo’n 8 miljoen auto’s en de verduurzaming van de Nederlandse industrie, door elektrificatie of met de inzet van waterstof. Wind op land, wind op zee, dit rapport laat zien wat het betekent om ál deze zaken (en veel meer) in een periode van slechts 30 jaar te integreren in één systeem.ToekomstbeeldenOmdat niemand natuurlijk precies weet hoe de toekomst eruit zal zien, hebben de onderzoekers zich gebaseerd op een scenariostudie die Gasunie, Tennet en regionale netbeheerders in samenwerking met stakeholders vorig jaar al uitbrachten. Daarin worden vier toekomstbeelden geschetst voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. Want als we gaan voor een Nederlands energiesysteem dat zo goed als zelfvoorzienend is, met veel grootschalige duurzame opwek hebben we andere netwerken nodig dan wanneer we onze energie voornamelijk inkopen op de wereldmarkt.“We hebben deze langetermijnvisie nodig omdat we nu investeringen moeten doen”, zegt Nienhuis. En zo’n visie is er nog niet. Het Klimaatakkoord loopt tot 2030 en hoe het daarna verder moet is nog niet bepaald. “We hebben als doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn, maar dat is erg algemeen. Dat kan op allerlei manieren ingevuld worden. Dat laten we hiermee zien.”Lees ook: Miljarden nodig voor inzet waterstof in energietransitieVerdubbelingDaarnaast is het onderzoek van belang omdat het succes van een nieuw energiesysteem afhankelijk is van de mate waarin alle ontwikkelingen op elkaar aansluiten. Want de aanleg van windparken blijft alleen rendabel als ook de vraag naar groene stroom groeit. En industrieën en elektriciteitscentrales kunnen alleen klimaatneutraal op elektriciteit, waterstof of groen gas overstappen als er voldoende productie, opslag en transport van duurzame gassen beschikbaar is.In alle scenario’s zal het onderliggende elektriciteitsnetwerk fors uitgebreid moeten worden omdat de vraag naar elektriciteit zal verdubbelen. Daarnaast moeten er buffers komen om de overschotten en tekorten aan zonne- en windenergie op te vangen. “Een energiesysteem moet robuust zijn. Het moet tegen een stootje kunnen en over een buffer beschikken”, zegt Nienhuis. Voor elke energiedrager – elektriciteit, maar ook waterstof, groen gas en warmte – zal daarom zal op grote schaal opslag gebouwd moeten worden. Alleen dan kunnen we de verschillen opvangen tussen vraag en aanbod van dag en nacht, maar ook van de seizoenen.Lees ook: Tot 2030 fors meer duurzame stroom nodig vanwege elektrificatie industrieFors duurderHet aanleggen van netwerken van deze omvang kost veel geld. “Maar ga er maar vanuit dat het fors duurder wordt als het nu is”,  zegt Nienhuis. “Dat gaat geleidelijk natuurlijk, maar willen we de emissies terugdringen dan zullen we daarvoor moeten betalen. Dat is niet gratis.” Bovendien zou het zomaar kunnen dat de kosten van een niet duurzaam systeem minimaal zoveel kost.Of we nou zelfvoorzienend worden of de energie vooral importeren, de totale kosten van het energiesysteem blijven min of meer hetzelfde. Want als we veel importeren zijn de kosten voor de inkoop van duurzame moleculen hoog, terwijl we om zelfvoorzienend te worden veel moeten investeren in duurzame opwek, opslag en infrastructuur.Ook vraagt de noodzakelijke groei van duurzame productie, opslag en infrastructuur veel ruimte. Nu al bestaat maatschappelijk veel weerstand tegen de bouw van zonneweides en windmolenparken. En ook de opslag van energie zal ruimte vragen. “Als je ziet dat regionale netbeheerders nu al de grootste moeite hebben om trafostations uit te breiden, is dit echt een uitdaging”, zegt Nienhuis. Ook hierin is bepalend in hoeverre we onze energie zelf willen opwekken.UitvoerbaarheidAls het onderzoek iets duidelijk maakt is dat het een enorme opgave is. Werk aan de winkel dus voor heel veel mensen. De vraag is of daarvoor genoeg geschoolde mensen zijn. “Met name TenneT en de regionale netbeheerders maken zich hier ernstige zorgen over”, zegt Nienhuis. En dat tempo gaat alleen maar omhoog om de doelen van 2050 te halen.”  Door vergunningstrajecten en besluitvormingsprocessen kennen dit soort projecten bovendien een lange doorlooptijd. Ook dit leidt nu al tot problemen. Dit is echt een nijpend vraagstuk. Het risico bestaat dus dat werkzaamheden die in de periode tot 2030 gepland staan pas daarna uitgevoerd kunnen worden. Dat betekent dat dit achterstallig werk bovenop de extra opgave komt.Lees ook: Tienduizenden technici nodig voor energietransitieUrgentieDaarmee is het een handreiking aan de politiek om keuzes te maken. “We willen aandacht voor de knelpunten die het ontstaan van dit energiesysteem mogelijk vertraagt”, zegt Nienhuis. “Je kan niet wachten tot het probleem zich manifesteert want dan ben je te laat.” Daarom moet de overheid snel maatregelen nemen om de knelpunten op gebied van ruimte, uitvoerbaarheid en kosten het hoofd te bieden. Dat vraagt om politieke moed vindt Nienhuis. “Politici moeten flink zijn en aan de burger duidelijk maken wat het aan ruimte, menskracht en geld kost om klimaatneutraal te worden.”