Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 01 oktober 2016, 10:18

De ‘echte prijs’ als business case voor duurzaamheid

Door de ‘echte prijs’ van producten te bepalen, kunnen bedrijven hun productieketens verbeteren en verduurzamen. Daarnaast wordt het voor consumenten gemakkelijker om duurzame keuzes te maken.

03 10 16 chocolade trueprice 01

Elk product in de supermarkt brengt maatschappelijke kosten met zich mee, die worden gemaakt tijdens de productie, verkoop en consumptie ervan. Voorbeelden van deze ‘verborgen kosten’ zijn CO2-uitstoot, vervuiling, land- en watergebruik en de uitputting van grondstoffen. Maar ook sociale kosten, zoals onderbetaling en uitbuiting, behoren tot deze groep.

Deze kosten vindt de consument in veel gevallen niet terug in de prijs. Toch betaalt die consument er uiteindelijk de prijs voor, in de vorm van belasting. En in veel gevallen worden de kosten doorgeschoven naar volgende generaties of naar mensen in ontwikkelingslanden.

De sociale onderneming True Price bepaalt de echte prijs van bedrijven over de hele wereld door middel van true pricing. “True pricing is het bepalen van de externe kosten van producten”, zegt Michel Scholte, directeur externe zaken en medeoprichter van het bedrijf. “Daarbij laten we zien wat de sociale kosten en milieukosten in de gehele waardeketen zijn. Hierbij kun je denken aan onderbetaling van arbeiders, grondstoffenverbruik, watervervuiling en klimaatverandering. Doel is producten te verbeteren en te verduurzamen.”

"Met true pricing kun je dus de business case voor duurzaamheid laten zien"

Verborgen kosten

Bij het meten en waarderen van deze ‘verborgen kosten’ kijkt True Price naar alle stappen in de keten. "Over al die stappen, zoals graven, filteren, vervoeren, assembleren en verkoop, heb je output-producten, zoals olie en plastic. Al die producten hebben sociale en ecologische kosten”, legt Scholte uit. “Neem het delven van een grondstof: daarbij komen aspecten als veiligheid, gezondheid, salaris en het recht op vereniging van arbeiders kijken. Op milieugebied spelen er zaken als het onttrekken van schaarse grondstoffen en materialen, de uitstoot van CO2, watervervuiling, et cetera. Die aspecten maken we zichtbaar en we bepalen de kosten ervan.”

De sociale en ecologische kosten zijn uit te rekenen per product, investering of bedrijf. Voor bedrijven als AkzoNobel, DSM, Bam en Tony’s Chocolonely maakte True Price al een dergelijke berekening.

Maatschappelijke kosten terugdringen

Volgens Scholte helpt de echte prijs een bedrijf om zijn maatschappelijke kosten terug te dringen. Hiervoor is het van belang om de maatschappelijke kosten naast de financiële kosten en baten te zetten. Met true pricing kun je dus de business case voor duurzaamheid laten zien, zegt Scholte. De business case kan positief uitvallen en dan is het belangrijk dat bedrijven een investering doen, die zich terugverdient. “Denk bijvoorbeeld aan minder grondstoffen en watergebruik, alternatief transport, hernieuwbare energie.”

Toch is de business case voor een beter bedrijf niet altijd positief, weet Scholte. “Zo zien we dat het oplossen van onderbetaling, dus het bieden van een leefbaar loon, gewoon geld kost.”

“Ons doel is niet dat de winkelprijs hoger wordt, maar dat consumenten betere keuzes kunnen maken"

Tony’s Chocolonely

Een voorbeeld is de betaling van boeren en landarbeiders in ontwikkelingslanden, bijvoorbeeld op cacaoplantages. “Wanneer je mensen meer betaalt, gaan ze niet twee keer zo hard werken. Je weet dus dat dat een kostenpost is, en daar kun je op anticiperen”, zegt Scholte.

“Stel, je hebt een chocoladereep uit Ivoorkust die € 1,20 kost (zie infographic). Als we kijken naar de echte prijs, waarbij arbeiders niet worden onderbetaald, zou de reep € 1,60 moeten kosten. Er is dus sprake van € 0,40 onderbetaling van je personeel, of je betaalt te weinig voor de grondstoffen die je gebruikt. Als je die € 0,40 wel betaalt, dan heb je een duurzaam product. Je kunt dan van alle producten die je verkoopt laten zien waarom de prijs is zoals die is en er heel rationeel je strategie omheen bouwen.”

Zo nam chocoladeproducent Tony’s Chocolonely in 2014 samen met True Price zijn productieketen onder de loep. Om zijn mensen op de plantages meer te kunnen betalen, besloot het merk de prijs van zijn chocoladereep te verhogen. In een bericht aan de consument legde het bedrijf duidelijk uit waarom de prijs omhoog ging.

Download de infographic

Niet duurder

Betekent dit dat producten duurder worden? “Ons doel is niet dat de winkelprijs hoger wordt, maar dat consumenten betere keuzes kunnen maken”, zegt Scholte. "Daarnaast helpen we bedrijven om die verborgen kosten zoveel mogelijk terug te dringen."

Dat het terugdringen van die verborgen kosten een product niet per definitie duurder maakt, blijkt uit het voorbeeld van een rozenkweker in Kenia, voor wie True Price de productieketen bekeek. “Voor € 0,70 per stengel heb je een mooie roos van deze kweker. Maar daar komt eigenlijk € 0,20 aan externe kosten bij voor onderbetaling. In plaats van die kosten boven op te prijs van € 0,70 te rekenen, besloot de kweker voor een andere transportvorm te kiezen", zegt Scholte.

"Door van luchtvracht over te stappen op goedkopere – en duurzamere – zeevracht, kon hij besparen op financiële kosten. Daardoor ontstond ruimte om de arbeiders een leefbaar loon te betalen, zonder dat het uiteindelijke product duurder wordt. Daarnaast werd de business duurzamer. Bovendien kan de kweker de consument uitleggen waarom hij deze prijs betaalt.”

Infographic: Robin de Boer, In tekst-foto: public domain

17 Werelddoelen: ‘De tijd van praten is voorbij’

De 193 lidstaten van de Verenigde Naties formuleerden in 2015 17 Global Goals for Sustainable Development. De grootse ambitie van deze zeventien doelen is voor 2030 een einde maken aan extreme armoede, ongelijkheid, onrecht en klimaatverandering.Volgens Anne-Marie Rakhorst, ondernemer en initiatiefnemer van de campagne, verdienen de doelen in Nederland meer aandacht. Om de Werelddoelen bij een zo groot mogelijke groep mensen bekend te maken, lanceerde ze eerder deze maand de campagne 17 doelen die je deelt. Dat gebeurde in het bijzijn van onder anderen Marjan van Loon, president-directeur Shell Nederland, Jos Nijhuis, president en CEO Schiphol, en Ton Büchner, CEO AkzoNobel.In aanloop naar de Dag van de Duurzaamheid op 10 oktober verspreidt Rakhorst in totaal zeventien campagnevideo’s. In deze zeventien videoportretten delen kinderen hun visie op de wereld in 2030. DuurzaamBedrijfsleven Media ging met de ondernemer in gesprek over het belang van de campagne.Waarom zijn de Sustainable Development Goals zo belangrijk?“De Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties en 193 lidstaten is gewoon een ongelooflijk goed uitgewerkt programma. Het is een van de meest concrete programma’s die ik ooit heb gezien, waarbij de resultaten per doel heel duidelijk zijn geformuleerd. Honger, extreme armoede: weg. Iedereen toegang tot gezondheidszorg. Zo’n formuleringen met als deadline 2030, dat is heel belangrijk. Door deze doelen bekend te maken, kunnen we ze bovendien verschuiven van de overheid richting het bedrijfsleven en de maatschappij.”Jouw missie is de zeventien doelen onder de aandacht te brengen. Maar wat is er nodig voor de volgende stap? Hoe kunnen bedrijven deze doelen omzetten in beleid?“Het eerste wat daar voor nodig is, is weten wat die doelen zijn en vervolgens kijken wat je al doet op het vlak van die doelen. Het valt mij steeds weer op dat bedrijven al heel veel doen, zonder dat ze dat in de gaten hebben. Dus het is nodig om als bedrijf eerst te inventariseren wat je doet. Vervolgens bepaal je welke resultaten je in 2030 wilt behalen en wat je moet doen om dat te bereiken. Als je klimaatverandering wilt stoppen, dan moet je je CO2-uitstoot terugdringen. Heb je ambities op het vlak van diversiteit, kijk dan eens hoeveel vrouwen er in het bestuur en de directie van je bedrijf zitten. Dat zijn heel concrete dingen.”“Samenwerken is wat wij als Nederland als geen ander land kunnen en waar we ongelooflijk trots op moeten zijn"Welke kansen zijn er voor bedrijven als we kijken naar de Werelddoelen?“We zien een aantal organisaties, zeker ook bedrijven die daar eigenlijk al succesvol mee bezig zijn. Een goed voorbeeld is DSM, dat ook internationaal actief is. Dit bedrijf heeft het Improving Nutrition, Improving Lives-partnerschap opgezet, in samenwerking met het World Food Programme (WFP). Doel is de voedingswaarde van producten te vergroten. Zo’n programma kun je direct onder de Werelddoelen 1: geen armoede en 2: geen honger scharen.”“Eigenlijk is het heel voor de hand liggend wat je kunt doen. Maar het is handig om die Werelddoelen als paraplu te gebruiken en vooral om die vijftien jaar als uitgangspunt te nemen. Je kunt voor de reductie van je CO2-uitstoot de komende vijftig jaar uittrekken, maar dat is niet goed genoeg. Dus vijftien jaar! Net als de energietransitie, die op sommige vlakken sneller gaat dan verwacht. Zo zijn er windmolenparken met een veel hoger rendement en lagere kosten dan aanvankelijk werd voorspeld. Dat zijn enthousiasmerende bewegingen waar we met elkaar gebruik van kunnen maken. De vraag die wordt uitgezet is echter groot, dus het is wel echt hard lopen. Maar juist omdat we dat kunnen, is het leuk om het ook te doen.”Jij bent zelf al lange tijd ondernemer en voorvechter van duurzaamheid. Heb je een systeem als de Sustainable Development Goals gemist?“Het zou heel fijn zijn geweest als zoiets eerder had bestaan. Eerder waren er natuurlijk de millenniumdoelen tot 2015, maar die werden niet echt binnen het bedrijfsleven gebruikt. Deze zeventien Werelddoelen zijn echt optimaal in samenhang. Wij kennen ontzettend veel methodes in het bedrijfsleven om dingen te meten, maar die zijn vaak suboptimaal. Als het bijvoorbeeld gaat over de energieprestatie-labeling van onroerend goed, dan is de vraag of naar A+ gaan je doel moet zijn. Het tegengaan van klimaatverandering bereik je beter door CO2-uitstoot terug te dringen.""Het gaat natuurlijk om het behartigen van al die belangen: diversiteit, klimaatverandering tegengaan, ketens verkorten en er een gezicht aan geven. Dus in tegenstelling tot veel verschillende meetmethodes die je naast elkaar moet gebruiken, is dit er een waarin alles zit. Dat wil niet zeggen dat je geen andere methodes meer nodig hebt, maar deze is wel inclusief.”Je benadrukt in de campagne het belang van samenwerking tussen onder meer de overheid, het bedrijfsleven, wetenschap en onderwijs. Waarom is dat zo belangrijk?“Samenwerken is wat wij als Nederland als geen ander land kunnen en waar we ongelooflijk trots op moeten zijn. Wij kennen heel veel situaties waarin het bedrijfsleven, wetenschap en de overheid samenwerken om doelen te bereiken. De belangrijkste boodschap op dat vlak is dat het handig is om ons te realiseren dat we dat heel goed doen. En dat het uniek is hoe dat wordt vormgegeven in Nederland. De kennis die wij op dit vlak hebben, kunnen we heel goed internationaal uitrollen, zodat andere landen en steden daar iets aan hebben.”“Zelf ben ik betrokken bij de Human City Coalition, die erop is gericht om steden over de hele wereld te verbeteren op het gebied van onder meer levenskwaliteit, ondernemerschap en toegang tot school en gezondheidszorg. De projecten die daaruit voortkomen zijn pure publiek-private samenwerkingen. Samen met verschillende partijen, van Cordaid tot AkzoNobel, denken we na over hoe we de steden succesvol kunnen laten zijn.”"Als we steden, dichtbevolkte gebieden, niet goed aanpassen, krijgen we een immense schade door klimaatverandering"Doel 11 van jouw campagne focust op leefbare, duurzame steden. Hoe belangrijk zijn steden voor de duurzame transitie?“Eén ding is heel belangrijk: steden zijn opgestaan. Klimaatdoelen gaan altijd via landen, nationale overheden. Dat is heel belangrijk, maar steden hebben een andere rol, net als bedrijven. Dáár gebeurt het, het ‘doen’ ligt bij steden en bedrijven. Tijdens de klimaattop in Parijs stonden steden op, met de Global Parliament of Mayors-beweging van Benjamin Barber. Deze beweging vertegenwoordigt ruim honderd burgemeesters wereldwijd die als serieuze partij wilden meedoen. Zij realiseren zich dat het bereiken van de Werelddoelen samengaat met de ontwikkeling van de stad. Ze weten dat het in de komende vier tot vijf jaar moet gebeuren.""Als we steden, dichtbevolkte gebieden, niet goed aanpassen, krijgen we een immense schade door klimaatverandering. Dat wordt binnen steden heel goed gevoeld. Daarnaast weten steden en bestuurders dat daar het handelingsperspectief ligt. Steden trekken de doe-rol naar zich toe, net als bedrijven die het voortouw nemen. Onderhandelen en praten is belangrijk, maar doen is zeker zo belangrijk.”Wat is het grootste obstakel om de Werelddoelen voor 2030 te behalen?“Het grootste obstakel is het feit dat we te laat in actie zouden komen. We moeten ons goed realiseren dat de tijd van praten voorbij is. Voor ons ligt een prachtig programma, nu is het tijd voor de implementatie ervan. Daarvoor heb je iedereen nodig. En in deze doelen kan elk mens, wat die ook doet, zich herkennen. Op grote en kleine schaal, op school of in de boardroom: het maakt niet uit, iedereen kan een veranderaar zijn. Als iedereen er iets uitpikt en daarmee aan de slag gaat, dan komen we er samen.”Wat wil je het bedrijfsleven verder nog meegeven?“We moeten ook met elkaar delen hoeveel succes we al hebben bereikt. Als je kijkt naar zure regen: weg! Naar het gat in de ozonlaag: dicht! Ik bespeur ongelooflijk veel enthousiasme in het bedrijfsleven en ik vind dat er door mkb’ers hard wordt gewerkt om prachtige dingen te bereiken. Zowel bij multinationals als bij mkb’ers gebeurt er heel veel en is de kennis toegenomen. Daar moeten ze voor gezien en gewaardeerd worden. Als je niet deelt wat goed gaat, denken mensen dat dit soort doelen volstrekt onhaalbaar zijn.”Op 17doelendiejedeelt.nl is de campagne te volgen en kunnen de video’s worden gedeeld. Foto's: Duurzaamheid.nl (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)