Rianne Lachmeijer 18 juli 2021, 09:11

Duurzaam investeren onzin? Deze investeerder vindt van niet

Duurzaam investeren onzin? Daar is Guus van Puijenbroek, directeur van family office VP Capital, het absoluut niet mee eens. De komende jaren wil hij alleen maar meer inzetten op duurzaamheid door wetenschappelijke doelen te stellen, bedrijven aan te sporen om te verduurzamen en meer impactinvesteringen te doen. “Voor ons zijn risico, rendement en impact belangrijk.”

Fv guusvanpuijenbroek04 220121 Guus van Puijenbroek, directeur van family office VP Capital, nam het stokje over van zijn vader waarna hij de nadruk steeds meer op duurzaamheid legde.

Het interview vindt plaats in een statig 19e-eeuws pand in Goirle. Als kind speelde Guus van Puijenbroek hier in de tuin van zijn opa en oma, nu leidt hij vanuit het oude familiehuis het investeringsbedrijf van de Van Puijenbroek’s. Hij nam het stokje over van zijn vader waarna hij de nadruk steeds meer op duurzaamheid legde. “Daarvoor deden we dat ook al, maar veel minder expliciet en zeker ook veel minder transparant dan vandaag.”

De (on)zin van duurzaam beleggen

Steeds meer investeerders zetten in op duurzaamheid, maar er is ook discussie over de vraag of dat écht verschil maakt. Zo deelde Tariq Fancy, oud-manager van vermogensbeheerder Blackrock, in april zijn visie op duurzaam beleggen in Het Financieele Dagblad. Hij stelde dat duurzaam beleggen geen enkel nut heeft.

“Ik denk dat hij ergens een punt heeft”, reageert Van Puijenbroek. “Als de ene belegger vanuit een duurzame visie aandelen verkoopt en een ander deze overneemt verandert er niks. Maar”, zegt hij: “Indirect heeft het natuurlijk wel effect; als die groep maar groot genoeg wordt.”

De impact van duurzaam beleggen is het grootst als bedrijven nieuwe aandelen uitgeven, want het geld wat ze daarmee extra ophalen, investeren ze rechtstreeks in duurzame initiatieven. “Uiteindelijk stuurt geld heel veel. Als wij het geld de goede kant op krijgen, dan kan dat echt een enorm vliegwiel zijn”, aldus Van Puijenbroek. Daarom blijft hij inzetten op duurzaamheid. En gaat hij daarin steeds een stap verder.

Stok achter de deur

Inmiddels is het tweede rapport verschenen over de duurzaamheid van de bedrijven, fondsen en projecten waarin VP Capital investeerde. De scores verbeterden en de doelstellingen voor 2023 zijn aangescherpt. Zo moet 45 procent van het vermogen naar impactinvesteringen gaan. Dat zijn investeringen die een positieve invloed hebben op de maatschappij of het milieu.

Duurzaamheid is menens voor Van Puijenbroek. Daarom wil hij zich verbinden aan internationale standaarden en doelen. “We committeren ons aan de internationale Science-Based Targets en ambiëren een B-Corp-certificering.” Het Science-based Targets Initiative (SBTi) is een internationaal initiatief dat erop is gericht om bedrijven een wetenschappelijk-onderbouwde bijdrage te laten leveren aan CO2-vermindering. Een B-Corp-certificering vormt vervolgens het bewijs dat een bedrijf niet alleen financieel succesvol is, maar ook sociale en duurzame doelen verwezenlijkt. Alleen de duurzaamste bedrijven voldoen aan die certificering. Van Puijenbroek wil ervoor zorgen dat VP Capital het eerste Nederlandse family office wordt met een B-Corp-certificering. “Als een extra stok achter de deur. Zodat de duurzaamheidsambitie nooit kan verzwakken, want als B-Corp moet je elk jaar weer met de billen bloot om te laten zien welke progressie je zowel op milieu als sociaal vlak maakt. ”

Een B-corp-certificering krijg je niet zomaar: 45 procent van de bedrijven die een dossier inlevert, ontvangt uiteindelijk een certificaat, weet Van Puijenbroek. Hij verwacht met VP Capital kans te maken om zich aan te sluiten bij die groep van voorlopers vanwege de stappen die het bedrijf de afgelopen jaren al zette en wacht de beoordeling met gezonde spanning af.

Duurzame vooruitgang versnellen

VP Capital wil positief bijdragen aan duurzaamheid door de negatieve impact van haar investeringen te verkleinen en de positieve impact op de maatschappij te vergroten. Dat doet de familie-investeerder door bedrijven waar het een meerderheid van de aandelen van bezit klimaatneutraal te maken, te investeren in innovatie(fondsen) en geld te schenken aan goede doelen. Het gaat om zo’n kleine 400 directe en indirecte investeringen in acht deelgebieden: agri-food, vastgoed, media, textiel, smart industry, energie(transitie), water en zorg.

VP Capital monitort de maatschappelijke- en milieu-uitdagingen en kansen in deze domeinen en onderzocht samen met Sinzer welke investeringen en donaties hier het beste bij aansluiten. In de investeringsportefeuille zitten steeds vaker bedrijven die werken aan de “challenges” in een van die acht investeringsdomeinen. Voorbeelden daarvan zijn Spin Dye, Protix, Fairphone, Northvolth, Pieter Pot en Mosa Meat.

Doordat VP Capital de uitdagingen en kansen in de verschillende domeinen in het vizier heeft wordt het makkelijker om ervoor te zorgen dat de verschillende manieren van investeren elkaar versterken. Zo zit de familie-investeerder als meerderheidsaandeelhouder in werkkledingbedrijf HAVEP, het bedrijf dat Hendrik van Puijenbroek in 1865 oprichtte. Als meerderheidsaandeelhouder kan VP Capital direct invloed uitoefenen op dat bedrijf. Daarnaast belegt de familie-investeerder bijvoorbeeld in een textiel innovatiefonds, waarmee het indirect invloed heeft op de ontwikkelingen in de textielsector. Tot slot kijkt het naar schenkingen voor goede doelen die zich inzetten voor mensenrechten in de kledingindustrie of die recycling van weefsels promoten.

Bij andere bedrijven waarin VP Capital meerderheidsaandeelhouder is, volgt het dezelfde aanpak. Zo screent technologiebedrijf Batenburg Techniek vooraf projecten op positieve impact. Tegelijkertijd onderzoekt VP Capital geschikte investeringen in slimme industrieoplossingen die circulariteit en de levenscyclus van producten bevorderen en kijkt het naar schenkingen aan initiatieven die technologisch onderwijs bevorderen. Op die manier kunnen schenkingen, directe en indirecte investeringen elkaar versterken.

Eigen meetmethode

Omdat VP Capital van alle investeringen wil weten welke progressie ze boekt, moest het bedrijf een eigen meetmethode ontwikkelen. Met een jaarlijks progress report maakt VP Capital met hulp van MJ Hudson een duurzaamheidsscan van die investeringen en donaties. Daarnaast maakt het ‘routekaarten’ die aangeven hoe scores kunnen verbeteren. Veel van deze doelen worden in variabele beloningen van de bestuurders meegenomen.

Daarnaast bracht de investeerder samen met CO2 Logic de CO2-uitstoot van de bedrijven, fondsen en projecten waarin het belangen heeft in kaart. Inmiddels is VP Capital officieel klimaatneutraal, doordat ze een deel van hun uitstoot compenseren met bosbouwprojecten. Daarnaast deelt de familie-investeerder dit jaar in het rapport hoeveel belastingen het betaalde en hoeveel arbeidsplaatsen het creëerde.

Om de eigen meetmethode te ontwikkelen riep VP Capital de hulp van diverse gespecialiseerde partners in. Hoe brachten zij de duurzaamheid van bedrijven en fondsen samen in kaart?

Het belang van een rapportcijfer

Transparantie werkt, merkte Van Puijenbroek toen hij de bedrijven en fondsen liet weten dat ze in een openbaar rapport zouden komen. “Eerlijk gezegd ging dat beter dan ik verwachtte, want waarom zou een fonds waar wij voor minder dan 1 procent inzitten naar ons luisteren? Maar op het moment dat wij zeiden dat wij een score gingen publiceren in een progress report werden sommigen ineens wakker. Competitie gaat dan een gezonde rol spelen; ze vinden het toch belangrijk om een hoge score te halen.”

Bij sommige van de acht thema’s is een duurzame koers makkelijker uit te voeren dan bij andere. Zo bezit de familie van oudsher een landbouw- en melkveebedrijf. “We kunnen het verkopen, maar dan verschuiven we het probleem naar de volgende eigenaar. We hebben geen idee wat die ermee gaat doen. Daarom hebben wij gezegd: laten we proberen om met de kennis die we al hebben, en de middelen die we ervoor willen vrijmaken, te zorgen dat wij binnen dat domein een voorloper worden.” Samen met onderzoeksbureau Metabolic kijkt de familie op welke manieren dat kan. Als over een aantal jaar blijkt dat het toch niet lukt om voldoende stappen te zetten, overweegt VP Capital het alsnog te verkopen om de zelf-gestelde doelen te halen.

Trots

Van Puijenbroek merkt dat de interesse voor duurzaam investeren ook onder andere investeerdersfamilies toeneemt. “Het gaat echt niet alleen meer om risico en rendement. Het is echt risico, rendement én impact.” Zo kreeg hij veel aanmeldingen voor een bijeenkomst over de visie en meetmethode die hij organiseert voor familie-investeerders. Zowel Belgische als Nederlandse families meldden zich. De verschillen tussen de twee nationaliteiten zijn klein, hoewel de Belgische families wel meer moeite hebben met transparantie dan de Nederlanders. De Van Puijenbroek’s vonden transparantie eerst ook een eng idee, maar inmiddels zijn zij om. “Die draai is echt wel gemaakt. En wat een mooi effect is waar we ook op hoopten, is dat het trots creëert over waar je mee bezig bent. Dat geldt met name voor de zesde generatie; de jongere generatie.”

Van Puijenbroek vindt dat familie-investeerders een belangrijke rol kunnen spelen bij het aanjagen van duurzaamheid. Bijvoorbeeld door meer te investeren in startups en innovatie en door de bestaande bedrijven verder te verduurzamen. “Anders gaat het nooit gebeuren”, stelt hij.

Investeren in startups en innovatie is vaak risicovoller, maar juist familiebedrijven kunnen deze taak op zich nemen als zij het slim aanpakken. Hij ziet een rol weggelegd voor familie-investeerders vanwege hetgeen hij “intergenerationeel denken” noemt. Terwijl zijn betovergrootvader vanuit een schilderij over zijn schouder meekijkt bij het interview, legt hij uit dat langetermijndenken bij families de norm is. Daarin ligt de sleutel voor succesvol duurzaam beleggen. “Vanuit dat perspectief kun je nu investeren in oplossingen die onze volgende generaties nodig hebben en daarmee in een betere toekomst.”

Dit artikel staat ook in het Change Inc. Magazine #3, met daarin een special over een toekomstbestendige voedselketen. Meer lezen? Bestel nu éénmalig gratis het Change Inc. magazine #3 hier!

In aanloop naar de EU-doelen verkoopt supermarkt Plus alleen nog maar biologische melk

Ieder jaar neemt Plus ruim 7,8 miljoen liter melk af bij gangbare boeren. Vanaf vandaag zijn het enkel de biologische boeren die de supermarkt melk leveren. Plus zet naar eigen zeggen de stap omdat het beter is voor de klant, de boer, de koe en het milieu. “Als je voldoet aan het biologische keurmerk zijn alle stappen traceerbaar, het zorgt voor transparantie en heeft een enorme impact op hoe we met ons voedsel omgaan. Omdat er geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, heeft het minder negatieve impact op de biodiversiteit, en zorgt het voor minder stikstofuitstoot”, vertelt unitmanager Sepha Smit.Ambitieuze stappen, maar betaalt de consument daar uiteindelijk de rekening voor? “Nee”, zegt Smit. Een pak gangbare melk bij Plus kost nu iets meer dan één euro, en dat blijft ook de prijs voor de biologische melk omdat Plus de meerprijs voor eigen rekening neemt. Smit: “Daarnaast betalen we onze boeren de meerprijs die past bij biologisch. Dat is een bewuste keuze.” Uit eigen marktonderzoek bleek dat de consument biologisch koopt vanuit verschillende motieven: het milieu, de gezondheid, het dierenwelzijn of alle drie, zo vertelt Smit. “Voor de groep die de biologische keuze nog niet maakte, was de prijs de voornaamste reden om deze producten te laten liggen. Door de prijs hetzelfde te houden, halen we die barrière weg.”Alleen nog maar Fairtrade bananenIn 2010 zette Plus ook al een stap in de duurzame richting: sindsdien verkoopt de supermarkt alleen nog maar Fairtrade bananen. Door de QR-code op de banaan te scannen kun je zelfs zien waar in Zuid-Amerika de bananentros precies vandaan komt. Hoewel biologisch natuurlijk anders is dan Fairtrade – bio heeft meer te maken met de manier van telen - geeft het aan dat de supermarkt haar best doet om duurzame stappen te zetten. En nu is melk aan de beurt, naast bananen één van de meest verkochte producten bij Plus.Volgens Smit is het nu het ‘momentum’ voor biologische stappen. De consument is zich steeds meer bewust van zijn impact op de wereld. De Europese Unie heeft onlangs besloten dat in 2030 25 procent van onze landbouw biologisch moet zijn. Nu is dat nog 8,5 procent en is het biologische aandeel in Nederland slechts 3,7 procent, één van de laagste percentages van de EU. “We moeten naar biologisch toewerken, dat is onze overtuiging. Vraag en aanbod moeten we gelijktijdig ontwikkelen. Want als je als teler je je biologische bloemkolen inzaait, moet je ze natuurlijk wel kunnen verkopen.”Plus kiest ervoor om op deze manier de vraag te laten groeien. Na alle magere melk, halfvolle melk, volle melk en karnemelk, wordt vanaf eind juli ook alle yoghurt van Plus biologisch. Om het assortiment verder om te zetten naar biologisch moet er wel genoeg aanbod zijn. Dat is er nu nog niet, en daar loopt de supermarkt tegenaan als het om melk gaat: de anderhalf- en tweeliterpakken melk kunnen nog om naar biologisch, omdat er nog niet genoeg biologische melk beschikbaar is. “We hadden die het liefst gelijktijdig omgezet, maar moeten dat nu gefaseerd doen.”De melk komt van Nederlandse biologische melkveehouders waar Plus een samenwerking mee heeft. Smit hoopt dat daar de komende jaren meer bij komen. “Daar heb ik alle vertrouwen in, want door deze stap te zetten komt er vanzelf een beweging. We zetten een nieuwe norm neer, en ik verwacht dat consumenten dat ook zullen waarderen.” Voor boeren die overgaan op biologisch kan het soms wel twee jaar duren voordat ze ook echt het keurmerk biologisch mogen voeren. Voor de overgang moet de boer zelf investeren, maar er komt vanuit de EU ook subsidie beschikbaar, en de retailer betaalt meer voor de melk. Skal Biocontrole geeft in Nederland de bio-certificaten uit en houdt toezicht.Meer weten over hoe biologische melkveehouderijen bijdragen aan het minderen van CO2?Biologisch assortiment verdubbeltPlus is optimistisch en wil de komende drie jaar de omzet van het biologische huismerk verdubbelen. Het assortiment wordt daarom met meer dan 50 procent uitgebreid. Smit: “Binnen de groente en fruit zijn er al producten die volledig biologisch zijn, zoals de kool. Wij als retailer hopen dat we uiteindelijk niet meer twee producten - een bio- en gangbare variant - naast elkaar hoeven te voeren, maar alleen nog maar de biologische. Dat moet je ook niet te snel doen. De consument en de keten moeten er klaar voor zijn.”De zelfstandige supermarktondernemers van Plus, die in totaal de 268 supermarkten beheren, reageerden enthousiast op deze stap en willen graag meer enkel biologische producten aanbieden. “De pesto, raapstelen en pompoenen kunnen we heel makkelijk omzetten”, zegt Smit. “En we doen een test met peren en druiven, want dat is wat complexer. Maar deze stap smaakt zéker naar meer. Met de uitbreiding van ons nieuwe biologische huismerk, helpen we de consument gemakkelijker te kiezen voor biologische producten.”Voor de duurzame transitie is samenwerking in de keten essentieel. “Van zaadveredelaar tot consument, we moeten het echt samen doen. Het is keihard werken, met vallen en opstaan.” Volgens Smit zorgt het werken met zelfstandige ondernemers er ook voor dat er lange termijn doelen worden gesteld. “Zij kijken ook over generaties heen, en doen het niet alleen voor vandaag maar juist ook voor een betere toekomst. Daardoor kunnen we dit soort ideeën goed met elkaar initiëren.”Als je kijkt naar CO2-uitstoot is de meest duurzame stap natuurlijk om helemaal geen melk meer te verkopen. Koeien produceren immers methaan, een 36 keer sterker broeikasgas dan CO2. Ziet Smit dat voor zich? “Nu nog niet, melk heeft op dit moment eenmaal meer voedingsstoffen dan havermelk. Maar wellicht komen we op een omslagpunt dat de consument helemaal geen koemelk meer wil. De tijd zal leren of het naast elkaar blijft bestaan, of dat de plantaardige variant de dierlijke vervangt.”Lees hier meer over hoe het havermelkmerk Oatly op de beurs verging