Sebastian Maks
01 augustus 2023, 10:30

Banken willen twee derde CO2-uitstoot van aandelen en obligaties niet meerekenen

Enkele grootschalige banken willen niet verantwoordelijk gesteld worden voor twee derde van de CO2-emissies die voortkomen uit de verkoop van hun aandelen en obligaties. De financiële instellingen zijn van mening dat ze niet over alle uitstoot controle hebben en dat deze hen dan ook niet toegerekend moet worden. Milieuorganisaties hekelen de opstelling van de banken en vinden het percentage van 33 procent (waarvoor de instellingen nog wel verantwoordelijk zouden zijn) uit de lucht gegrepen. Of het pleidooi ook zal leiden tot een officiële norm voor de bankensector, moet nog blijken.

Adobe Stock 215965232 Door hun stellingname komen de banken tegenover milieugroepen te staan, die voorstander zijn van een volle verantwoordelijkheid. | Credits: Adobe Stock

Het betreft het merendeel van een werkgroep van zes internationale banken. Die groep bestaat uit Morgan Stanley, Barclays, Bank of America, Citigroup, HSBC, BNP Paribas, NatWest en Standard Chartered. Binnen de werkgroep is gestemd over het al dan niet instellen van een drempelwaarde voor de verantwoordelijkheid over CO2-emissies. Vier van die banken gaven bij de stemming aan dat ze voorstander zijn van een drempelwaarde van 33 procent. Dat zou betekenen dat twee derde van de CO2-uitstoot verbonden met de verkoop van hun aandelen en obligaties niet wordt meegerekend bij de totale CO2-uitstoot van de betreffende bank.

Drempelwaarde van 33 procent

De werkgroep van banken geeft enkele argumenten voor de drempelwaarde. Allereerst zouden veel vervuilende activiteiten die voortkomen uit de aandelen- en obligatieverkoop door financiële instellingen buiten hun controle vallen. Bij het verstrekken van leningen kunnen banken namelijk duidelijke voorwaarden stellen waaraan ontvangers van hun kapitaal moeten voldoen. Dat is bij de verkoop van aandelen en obligaties niet het geval.

Ook waarschuwen de banken voor het mogelijk dubbel tellen van CO2-uitstoot. Beleggers in aandelen en obligaties zullen namelijk zelf ook verantwoordelijk gesteld worden voor de uitstoot die voortkomt uit hun financiële activiteiten, zeggen ze.

Actiegroepen niet blij

Met de drempelwaarde van 33 procent komen de banken tegenover milieuorganisaties te staan. ShareAction, een actiegroep die verantwoord beleggen stimuleert, zegt bijvoorbeeld dat het percentage van 33 willekeurig aanvoelt. Zij en andere gelijksoortige organisaties pleiten er juist voor dat financiële instellingen voor alle gerelateerde CO2-emissies verantwoordelijk moeten zijn.

Besluit in handen van PCAF

De uiteindelijke beslissing om een drempelwaarde van 33 procent in te stellen als norm voor de bankensector, ligt in handen van het bestuur van het Partnership for Carbon Accounting Financials (PCAF). Dat is een wereldwijd netwerk van 200 financiële instellingen die hun invloed op het klimaat meten door middel van een specifiek daarvoor ontwikkelde methode. Gezegd wordt dat het bestuur van PCAF met de drempelwaarde zal instemmen, omdat het niet graag indruist tegen de opvatting van de werkgroep.

Meer over financiën:

Voorlopig gaat er een streep door diepzeemijnbouw

Afgelopen weken is er tijdens de conferentie van International Seabed Authority (ISA) veel overlegd over diepzeemijnbouw. De ISA is het orgaan van de Verenigde Naties dat verantwoordelijk is voor mijnbouwactiviteiten in de internationale wateren. Tijdens de conferentie lukte het niet om de voorwaarden voor diepzeemijnbouw vast te stellen. Zo is er onder andere gesteggel over de vraag hoe de opbrengsten van de gewonnen grondstoffen eerlijk worden verdeeld. Niet de eerste keer Het is niet de eerste keer dat er geen overeenstemming is bereikt over de diepzeemijnbouw. De conceptregels die ISA opstelde strandden vorig jaar ook. Waarom diepzeemijnbouw? De diepzeebodem is rijk aan kostbare grondstoffen zoals nikkel, kobalt en koper. Deze zijn hard nodig voor batterijen, elektrische auto’s, windmolens en zonnepanelen. Vanwege de transitie van fossiele naar groene energie schat de Wereldbank dat de vraag naar dit soort metalen tot 2050 met 500 procent groeit. Diverse bedrijven willen dan ook beginnen met diepzeemijnbouw. Natuurorganisaties aan de andere kant hopen dat het niet zover komt. Diepzeemijnbouw zorgt voor ecologische schade, het verdwijnen van zeeleven op de zeebodem en het verlies van soorten en biodiversiteit, zeggen zij. Die effecten kunnen decennia, zo niet eeuwen duren. “We weten gewoon veel te weinig van de effecten die diepzeemijnbouw met zich meebrengt”, zei Mark van der Wal, senior ecoloog en adviseur delfstoffen, eerder tegen Change Inc. “De oceanen staan al onder druk door overbevissing, verzuring en temperatuurstijging. We moeten verantwoord met dit ecosysteem omgaan.” Lees ook: Noorwegen wil groots metalen uit de zeebodem trekken. Onverstandig, zeggen milieuwetenschappers‘Moratorium op diepzeemijnbouw kan oceanen pas echt beschermen'