Sebastian Maks
20 oktober 2023, 10:00

Klimaatcrisis belangrijkste motivatie voor investeerders om bedrijven uit te sluiten

Steeds meer financiële instellingen stoppen met investeren in bedrijven waarvan ze denken dat die schadelijk zijn voor het klimaat. Uit een nieuwe website van een coalitie van NGOs blijkt dat wel 40 procent van het desinvesteringsbeleid van bedrijven gemotiveerd is door zorgen over klimaatverandering. Milieudefensie, een van de organisaties van de coalitie, hoopt dat de resultaten een momentum creëren. “We hopen met het onderzoek bedrijven aan te sporen hun levens te beteren.”

Galen crout 0 ZG Lna3z ac unsplash De beweging van het desinvesteren in CO2-rijke sectoren blijkt verder te gaan dan alleen de kolenindustrie. | Credits: Unsplash

De coalitie van NGOs, die naast Milieudefensie bestaat uit onder andere Health Funds for a Smokefree Netherlands en het onderzoeksbureau Profundo, nam ruim tachtig financiële instellingen in zestien verschillende landen onder de loep. Het gaat dan om banken, pensioenfondsen, verzekeraars en investeringsclubs. Hen werd gevraagd om lijsten te delen met bedrijven waar zij niet meer in investeren (desinvesteren) en de bijbehorende motivaties. Dat resulteerde in de Financial Exclusions Tracker, een database van bijna 35.000 uitsluitingen van ruim 4.500 bedrijven.

In Nederland reageerden er veel financiële instellingen – voornamelijk banken en pensioenfondsen – op het verzoek van de NGOs. Voorbeelden zijn ABN Amro, Van Lanschot Kempen, Achmea, Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) en Algemene Pensioen Groep (APG). De banken ING en Rabobank hielden hun kaarten tegen de borst en deelden geen lijsten.

40 procent vanwege klimaat

Uit de resultaten blijkt dat bedrijven in zowel de tabaks- als wapenindustrie relatief veel uitgesloten worden door financiële instellingen. Bij elkaar waren de desinvesteringen in die bedrijven goed voor 34 procent van alle uitsluitingen. Maar veruit de vaakst genoemde reden, met 40 procent van de uitsluitingen, is de klimaatcrisis. Hoe financiële instellingen die reden motiveerden, varieert van abstracte termen als ‘klimaat’ en ‘fossiele brandstoffen’ tot concretere als ‘schaliegas’ en ‘teerzanden’. Uit eerder onderzoek
van het Institute for Energy Economics and Financial Analysis (IEEFA) bleek al dat het aantal wereldwijde desinvesteringen in steenkoolbedrijven is verdubbeld in de afgelopen drie jaar. Nu blijkt dat die beweging verder gaat dan alleen steenkool.

Jasper Blom, financieel expert bij Milieudefensie, reflecteert op de resultaten: “Dat klimaat er zo uitspringt, laat zien dat heel veel financiële instellingen naar de lange termijn aan het kijken zijn. Ze erkennen de hoge maatschappelijke kosten die met klimaatverandering gepaard gaan, bijvoorbeeld naar aanleiding van extreme weersomstandigheden en verminderde landbouwoogsten. Ik denk dat dat ook is waarom pensioenfondsen hierin voorop lopen. Die hebben met hun investeringen van nature al een focus op de lange termijn.”

Jasper Blom is financieel expert bij Milieudefensie. | Credit: Milieudefensie

Fossiele bedrijven in de ban

De bedrijven die het vaakst vanwege klimaatverandering worden uitgesloten zijn Cenovus Energy, Suncor, China Energy en ExxonMobil. Allemaal zijn ze werkzaam in de fossiele sector. Met de winning van aardolie en -gas dragen zij bij aan de opwarming van de aarde dankzij de hoge CO2-uitstoot die met hun product gepaard gaat. De schade die hun werkzaamheden aanrichten is dus voor veel financiële instellingen reden genoeg om niet meer in zulke bedrijven te investeren. Blom: “Specifiek voor gereguleerde instellingen speelt mee dat toezichthouders steeds meer wijzen op de klimaatrisico’s voor de financiële sector en de effecten van investeringen in de fossiele sector. Vanuit dat oogpunt wordt desinvesteren steeds logischer.”

Daarbij viel Blom iets anders opvallends op. “De fossiele sector wordt niet alleen vanuit klimaatoogpunt uitgesloten, ook de schending van mensenrechten wordt als reden opgegeven. Het is een combinatie die vaak terugkomt. Je ziet dat bijvoorbeeld bij ExxonMobil, waarvan ook controversiële bedrijfspraktijken als motivatie worden opgegeven om er niet langer in te investeren.”

Ook bij niet-fossiele bedrijven is die tweeledige redenatie zichtbaar, volgens Merel van der Mark, coördinator van de Forests and Finance Coalitie. “De dataset laat bijvoorbeeld zien dat JBS, ‘s werelds grootste slachthuis en een van de grootste aanjagers van ontbossing en rechtenschendingen in het Amazonegebied, ook het meest uitgesloten bedrijf is in de categorie slechte bedrijfspraktijken. Dit zou een waarschuwingssignaal moeten zijn voor iedereen die overweegt zaken te doen met het bedrijf.”

Geen sectoruitsluitingen

Waar de database van bedrijfsuitsluitingen een goede basis biedt om inzicht te krijgen in het gedrag van financiële instellingen, staat nog wel een aantal vragen open. Zo geeft de lijst met uitsluitingen alleen inzicht in individuele bedrijven, maar bevat deze geen informatie over volledige sectoruitsluitingen. Ook is er niks bekend over de bedrijven waar instellingen nog wél in besluiten te investeren. Daardoor is het theoretisch mogelijk dat een bepaalde financiële instelling besluit niet meer te investeren in het ene fossiele bedrijf, maar nog wel geld verleent aan het andere. Optimisten zouden die ene desinvestering prijzen en verkiezen boven geen enkele, pessimisten zouden het daarentegen wellicht kunnen bestempelen als een verkapte vorm van greenwashing.

Daarnaast biedt de database geen inzicht in constructies waarmee instellingen indirect bijdragen aan de financiering van twijfelachtige bedrijven. Onderzoeksplatforms Follow the Money en Investico berichtten
onlangs bijvoorbeeld over de banken ING en ABN Amro, die indirect fossiele bedrijven spekten via obligaties terwijl ze publiekelijk meenden te willen stoppen met het investeren in nieuwe olie- en gasprojecten. Naar verwachting is het vanuit analytisch oogpunt lastig om zulke constructies bloot te leggen, aangezien ze erg situatieafhankelijk zijn en financiële instellingen ze niet vrijwillig kenbaar zullen maken.

Blijven uitbreiden

Volgens Blom is het zaak om de lijst te blijven aanvullen met nieuwe uitsluitingsdata van meer financiële instellingen. “Hoe meer instellingen erin zijn opgenomen, hoe waardevoller de database wordt. Zo zou het voor Nederland goed zijn als ING en Rabobank over de brug komen met hun desinvesteringsbeleid. Ook denken we erover om de database uit te breiden met sectoruitsluitingen.”

Uiteindelijk is het doel van Milieudefensie en de andere NGOs om aan twee kanten een momentum op gang te brengen. Enerzijds vanuit de bedrijven, die de desinvestering als signaal kunnen zien en op een verantwoordere manier hun bedrijfsvoering kunnen gaan inrichten. Anderzijds vanuit de financiële instellingen, die elkaars gedrag kunnen gaan kopiëren. Blom: “We hopen dat ze de lijst erbij pakken, zien dat andere instellingen een bepaald bedrijf uitsluiten, en zich afvragen: waarom doen wij dat eigenlijk niet? Het wordt dan een soort benchmark binnen de sectoren. Van een collega in het buitenland hoorden we bijvoorbeeld al dat een financiële instelling uit zichzelf heeft aangeboden hun lijst te delen, naar aanleiding van onze database. Dat vieren we natuurlijk graag.”

Klimaatwet

“En daarnaast wil Milieudefensie dat er een klimaatwet komt die de hele financiële sector verplicht een klimaatplan te maken dat in lijn is met het klimaatakkoord van Parijs. Minister Kaag (financiën, red.) heeft beloofd hierover in de zomer een raadpleging te starten. Dit is nog niet gebeurd, maar dat zouden we wel graag nog zien.”

Lees ook:

Trein kan deel van de vluchten vervangen, wijst onderzoek uit

Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) beschrijft in nieuw onderzoek in hoeverre reizigers in de toekomst verleid kunnen worden om de trein te pakken in plaats van korte vluchten. De onderzoekers keken naar verschillende ontwikkelingen in het spooraanbod bij verbindingen tussen Amsterdam en dertien steden in Europa: Londen, Bristol, Birmingham, Parijs, Basel, Brussel, Berlijn, Hannover, Hamburg, Düsseldorf, Frankfurt, München en Kopenhagen. Tussen Schiphol en deze bestemmingen gaan dagelijks rechtstreekse vluchten. Alle steden liggen niet verder dan 800 kilometer van Amsterdam. Trein kan 5.600 vluchten vervangen Het KiM verwacht dat in 2030 per jaar ongeveer 5.600 vluchten van en naar deze dertien Europese steden vervangen worden door de trein. Bij een gemiddelde vliegtuigbezetting van honderdvijftig passagiers betekent dit dat per jaar ongeveer 850.000 reizen met de trein in plaats van met het vliegtuig kunnen worden gemaakt. In 2040 gaat het om 11.000 vluchten, wat neerkomt op 1,6 miljoen vliegreizen per jaar. Deze vliegreizen zijn goed voor 6 tot 10 procent van alle vliegreizen op de dertien verbindingen die het KiM heeft onderzocht. Betere, snellere verbindingen Volgens Gerbert Romijn, medeauteur van het onderzoek, zorgen betere en snellere verbindingen voor een grotere bereidheid om de trein te nemen. “Wanneer er wordt geïnvesteerd in het internationale spoor, dan kun je bepaalde mensen verleiden om een treinreis in plaats van een vliegticket te boeken. In het onderzoek hebben we dan ook gekeken naar de plannen in de pijplijn. Verbeteringen in de infrastructuur op het spoor die nu worden gebouwd of nog gebouwd gaan worden, hebben zeker effect.” Zo is de verwachting dat treinen op bepaalde trajecten in de toekomst steeds vaker zullen gaan rijden. “Na 2030 gaan we ervan uit dat er bijna ieder uur een trein vertrekt van en naar Berlijn. Dit is gebaseerd op het plan van de Duitse spoorwegen.” Ook de verbinding naar Kopenhagen wordt beter, zegt Romijn. “De Fehmarnbelttunnel wordt nu gebouwd. Deze gaat Hamburg en Kopenhagen met elkaar verbinden. Dat levert veel tijdwinst op. Hierdoor wordt een treinreis vanuit Amsterdam naar Kopenhagen met ruim twee uur ingekort tussen nu en 2040. Dat gaat zeker effect hebben. De verwachting is dat het marktaandeel van de trein erdoor zal vertienvoudigen. Al moet worden gezegd dat het marktaandeel nu gering is. We gaan dus van een heel klein beetje naar een beetje meer.” Milieu-impact De trein veroorzaakt aanzienlijk minder uitstoot dan het vliegtuig. Wanneer meer mensen gebruikmaken van de trein, lijkt dat dus goed nieuws. Maar volgens Romijn is het niet zo zwart-wit. “We hebben het milieu-aspect niet uitgebreid onderzocht, maar in de analyse hebben we dit onderwerp wel aangestipt. Wanneer er minder vluchten nodig zijn om naar Europese bestemmingen te vliegen, dan komt die capaciteit op Schiphol vrij. De vraag is wat daarmee gebeurt. De kans is groot dat deze vrije plekken weer worden opgevuld door andere, langere vluchten. Het is dus de vraag of dat gunstig is voor de CO2-uitstoot.” Lees ook: Zonnepanelen tussen de rails nieuwe bron van energie in Zwitserland?Nieuwe spoorwegmaatschappij zet volledig in op nachttreinenVliegtuig op vloeibare waterstof de lucht in