Rianne Lachmeijer 02 augustus 2022, 09:30

Onderzoekers vinden verband tussen 'engagement' en CO2-uitstoot bedrijven

Investeerders gaan steeds vaker in gesprek met bedrijven over hun impact op het milieu en de maatschappij. In jargon heet dit engagement. Dit lijkt vruchten af te werpen. Dat blijkt uit een onderzoek door de Universiteit Maastricht. De onderzoekers vergeleken de resultaten van bedrijven waar engagement plaatsvond met bedrijven waar dat niet gebeurde.

Adobe Stock 511151036 Investeerders kiezen vooral voor engagement bij CO2-intensieve bedrijven.

Het gaat wel om relatieve CO2-uitstoot. In totaal stoten bedrijven nog net zoveel uit, maar per product minder. Dat is ook waar de investeerder toen om vroeg. “We hebben engagement tussen 2007 en 2020 onderzocht. En in eerdere jaren werd er juist gevraagd om intensiteitstargets te zetten. Dus in principe is het engagement succesvol geweest”, legt medeauteur Colin Tissen uit.

Tegenwoordig willen investeerders vaker dat bedrijven met transitiepaden werken: een soort routekaarten die aangeven hoeveel CO2-uitstoot ze per jaar moeten verminderen om te voldoen aan het Klimaatakkoord van Parijs. Dan gaat het wél om absolute reductie. Tissen benadrukt dat relatieve CO2-vermindering op lange termijn niet voldoende is. Er is absolute reductie nodig.

Download het onderzoek hier.

Succesvol engagement

In Private Shareholder Engagements on Material ESG Issues onderzocht Tissen samen met medeauteurs Rob Bauer en Jeroen Derwall het effect van engagement van vermogensbeheerder BMO Global Asset Management EMEA (inmiddels overgenomen door Columbia Threadneedle UK). De onderzoekers wilden weten in hoeverre het aanpakken van financieel materiële ESG-kwesties bijdraagt aan de bedrijfsprestaties. Dat betekent dat zij het effect van telefoontjes, mailtjes en gesprekken van de vermogensbeheerder met bedrijven over bestuurlijke, maatschappelijke en milieu thema’s onderzochten. Dat is namelijk waar de afkorting ESG voor staat.

Uit het onderzoek bleek dat bedrijven waarmee Columbia Treadneedle UK in gesprek ging over het algemeen financieel beter presteerden dan bedrijven waar dat niet gebeurde. De aandelenkoersen lagen gemiddeld 2,5 procent hoger bij de ‘engagement-bedrijven’, dan die van vergelijkbare bedrijven waar geen engagement plaatsvond. De onderzoekers plaatsen wel gelijk de kanttekening dat bij verdeling op thema dit resultaat alleen significant is op bestuurlijke thema’s: de G van ESG.

Tips voor grotere kans op succes

De onderzoekers kregen inzicht in 25.000 stukken. Op basis daarvan konden zij concluderen wanneer en op welke manier engagement het beste werkt.

Ten eerste helpt het als het om een ‘financieel materieel’ thema gaat. Dat betekent dat het relevant moet zijn voor de financiële prestaties van een bedrijf. Tissen geeft watermanagement als voorbeeld. Voor Coca-Cola is dat belangrijk, omdat water een cruciale grondstof is voor frisdranken. Het is dus direct gelinkt aan het product. Voor een bedrijf als KLM geldt dat niet. In theorie heeft engagement op een thema als watermanagement bij een frisdrankbedrijf meer kans van slagen dan bij een vliegtuigmaatschappij: engagement levert meer op als het over relevante thema’s gaat.

Daarnaast maakt de manier van engagement uit: één keer een mailtje werkt minder goed dan regelmatig bellen of langsgaan. Daarnaast helpt het om samen te werken met andere investeerders. Dat zorgt voor meer druk. Ook kunnen investeerders dan de taken verdelen. “Intensief engagement kost meer tijd en daardoor meer geld. Als je met verschillende investeerders samenwerkt kun je samen verschillende bedrijven targeten en het werk uitspreiden over verschillende investeerders. Daardoor kost het minder en heb je grotere effecten.”

Tissen verwacht dat engagement de komende jaren alleen nog maar belangrijker wordt. Hij ziet nog veel verbeterkansen. Bijvoorbeeld op het gebied van dataverzameling. “Als je niets meet, dan weet je ook niet wat succesvol is en wat niet.” Door dit goed te structuren is het ook makkelijker om academici te betrekken bij onderzoek naar succesvol engagement.

Lees ook: ASN Bank verliest geduld met kledingbedrijven en kiest de weg van de wet

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Bijen kunnen wereldwijde voedselprijzen helpen stabiliseren

Het onderzoek zocht naar de impact die bestuivers op de stabiliteit van de oogst van veldbonen, koolzaad en appels – drie wereldwijd belangrijke en representatieve gewassoorten – hebben. De studie toonde daarbij aan dat de inzet van bestuivers zoals bijen de variaties in de oogst gemiddeld met 32 procent verminderde. Stabiliteit De resultaten van de studie tonen volgens de onderzoekers aan dat de aanwezigheid van bestuivers over een langere periode een grotere stabiliteit in de opbrengst van gewassen kan garanderen en daarmee een belangrijke bijdrage tot de voedselveiligheid kan leveren. “De activiteit van de bestuivers kan er uiteindelijk mede voor zorgen dat grote schokken op de wereldwijde voedselmarkten, die aan de bron van hoge piekprijzen liggen, kunnen worden vermeden”, benadrukt onderzoeksleider Jake Bishop, professor gewaswetenschappen aan de University of Reading. “Bestuivers bieden een dubbel positieve voordeel voor de oogst”, merkt professor Bishop op. “In de eerste plaats zorgen zij voor een meer omvangrijke oogst, waardoor grotere voorraden op de markten kunnen worden aangevoerd.” “Daarnaast verminderen ze echter ook de fluctuaties in de voedselvoorziening. Een stabiele en voorspelbare productie van voedzaam voedsel is een noodzaak voor zowel de boeren als voor de wereldwijde voedselzekerheid.” “We kunnen momenteel duidelijk ervaren dat instabiliteit of schokken in het voedselsysteem tot dramatische stijgingen van de voedselprijzen kunnen leiden. Bovendien kan worden vastgesteld dat bestuivers vooral belangrijk zijn bij de productie van groenten en fruit, die bij grote delen van de wereldbevolking cruciale onderdelen van het dagelijks menu vertegenwoordigen.” Andere factoren Hoewel de positieve impact van bestuivers op de gewasopbrengsten algemeen bekend is, moet volgens de onderzoekers daarentegen worden vastgesteld dat tot nu toe weinig geweten is over hun invloed op de stabiliteit van de gewassen. “De activiteit van de bestuivers zorgt er niet alleen voor dat individuele planten een constante productie opleveren, maar leidt er tevens toe dat de oogst van een totaal veld of een volledig gebied van grote variaties in de opbrengsten gespaard blijft”, merken ze op. De impact van de bestuivers wordt volgens professor Bishop gelimiteerd door een plafondeffect, onder invloed van beperkingen die aan andere factoren – zoals de voedingsstoffen in de bodem of de toegang tot water – moeten worden toegeschreven.Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.