Polre Advisory 12 september 2012, 07:30

Singapore: Overheidsbemoeienis? Of overheidsvisie? (Duurzaam ondernemen in Azië 3/4)

Als land dat bijna volledig van het buitenland afhankelijk is voor water, energie en voedsel, kijkt Singapore vooruit. Hoe is het Aziatische eiland over 100 jaar nog levensvatbaar?

2012 09 De Oost Art03 v01 e1347277073341

Lukas Hoex en Bertus Tulleners, partners bij Polre Advisory, doen de vier weken vanuit China, Hong Kong, Singapore, Thailand en Taiwan verslag over de staat van duurzaam ondernemen in Azië.

Singapore heeft een stip aan de horizon gezet. Het land wil zelfvoorzienend zijn in cruciale faciliterende hulpbronnen als water en energie, maar daarnaast blijven fungeren als een internationale handels- en kennis-hub. Zo wil Singapore de basisbelangen van eigen bevolking beschermen, en tegelijkertijd een stabiele plek in de wereldeconomie behouden.

Noem het constructief chauvinisme.

Het is een type nationalisme dat ver verwijderd lijkt van de nationalistische onderbuikretoriek van populaire Nederlandse politici. Noem het constructief chauvinisme. Aan de andere kant is deze bescherming van belangen wel op de lange termijn gericht: de doodstraf bestaat nog, en het minimum loon is volgens het Ministry of Manpower niet nodig.

Topsectoren

Singapore voert een sterke industriepolitiek en poogt rondom prioriteitssectoren zakelijke ecosystemen in te richten. Zo probeert zij verschillende typen spelers in bepaalde sectoren te stimuleren of het land binnen te halen. Haar inherente afhankelijkheid zorgt ervoor dat duurzaam gebruik van hulpbronnen een zakelijke prioriteit is. Hiermee worden technologieën en strategieën  ontwikkeld en getest op eigen bodem, en vervolgens ingezet als exportproduct.

Singapore poogt rondom prioriteitssectoren zakelijke ecosystemen in te richten.

Dat klinkt allicht bekend, want dat is precies de reden waarom Nederland internationaal bekend staat om haar expertise op het gebied van waterbeheer en agroproductie. Zodoende is het niet verbazend dat Nederlandse instituten als Deltaris in Singapore een hartelijke partner vinden.

Singapore Compact

In dit krachtenveld opereert ook Singapore Compact. Een lokale organisatie die dient als ankerpunt voor de Global Compact. De organisatie probeert bedrijven te informeren over en stimuleren om duurzaamheid te integreren in hun core business.

Je zou zeggen dat dit geen moeilijke opdracht is in de hierboven beschreven context. Waar het kennisniveau van de Singapore Compact niet onderdoet voor dat van vergelijkbare Europese organisaties, blijkt dat zij in de praktijk toch nog worstelt met een beperkt begrip binnen het bedrijfsleven. Duurzaam ondernemen is immers in grote delen van Azië opgenomen in de eeuwenlange traditie van ‘giving back to society’. Met andere woorden: geld verdienen met een activiteit om het vervolgens deels uit te geven aan iets ‘goeds’.

Duurzaam ondernemen staat in grote delen van Azië gelijk aan ‘giving back to society’.

Maar dat duurzaam ondernemen juist gaat om geld te verdienen op een (ook op langere termijn) houdbare manier blijkt bij het merendeel van de internationaal opererende bedrijven nog niet doorgedrongen.

Expertcentrum

Als handelsknooppunt van Zuidoost-Azië zal Singapore naar verwachting de komende decennia belangrijk blijven. Waar de verschillende regionale economieën snel groeien, maar ook met steeds grotere sociale en milieuvraagstukken te kampen krijgen, zal de vraag naar haalbare oplossingen ook toenemen. Singapore positioneert zichzelf meer en meer als expertcentrum van met name technische diensten op milieugebied en heeft de kans dit uit te breiden naar andere duurzaamheidsaspecten. De wil vanuit de overheid lijkt er te liggen, de markt is aan het ontstaan.

Een duidelijk verschil met Europa is dat men uitgaat van groei, en dus gericht is op de toekomst. Waar we in Europa mogelijk ten koste van onze toekomst ons op gisteren en vandaag richten, ligt in dit deel van Azië de focus op de toekomst. En ja, dat gaat mogelijk ten koste van een gelijke verdeling vandaag.

Er is veel aandacht voor de economische opkomst van Azië en met name China. Vaak ligt de focus op grote misstanden of successen waardoor het lastig blijft een goed inzicht te krijgen in de concrete ontwikkelingen op het gebied van economie en samenleving. In een serie artikelen beschrijven Lukas Hoex en Bertus Tulleners, partners bij Polre Advisoryhun ervaringen tijdens bezoeken aan Nederlandse en lokale ondernemers in China, Hong Kong, Singapore, Thailand en Taiwan.

Foto: Rupert Ganzer

Belangrijkste duurzaamheidspunten politieke partijen

De afgelopen week publiceerde DuurzaamBedrijfsleven.nl elke dag een interview met de fractiespecialist van de grootste politieke partij op het gebied van duurzaamheid. Hieronder staan hun belangrijkste en meest opvallende uitspraken nog eens samengevat, zodat je morgen volledig voorbereid naar de stembus kunt. PvdA: Onbeperkte saldering Jeroen Dijsselbloem vertelt dat de PvdA energiebedrijven wil opleggen een bepaald percentage energie duurzaam op te wekken: 20 procent in 2020 en 100 procent in 2050.  “We willen alles uit de kast trekken”, vertelt Dijsselbloem. “We gaan werken aan energiebesparing en stimuleren decentrale opwekking door onbeperkt salderen mogelijk te maken.” D66: Afval bestaat niet Stientje van Veldhoven, uitgeroepen tot groenste politica van 2012, vertelt dat D66 ook wil inzetten op het vergroenen van de energiemix en energiebesparing. Als derde speerpunt noemt ze het hergebruik van grondstoffen. “Afval bestaat niet en hergebruik bespaart ook CO2-uitstoot.” Van Veldhoven vindt het duurzame beleid van de meeste partijen niet progressief genoeg, omdat ze vooral het bestaande willen beschermen in plaats van het aanmoedigen van innovaties. SP: Vele valkuilen Paulus Jansen van de SP ziet nog vele valkuilen op de weg naar een duurzame economie. “Het gaat misschien lukken om in 2050 een duurzame energievoorziening van 80 tot 90 procent te hebben. Maar daar zullen we veel voor moeten doen.” Jansen ziet echter in dat niets doen nog kostbaarder is en wil inzetten op een mix van veel verschillende duurzame bronnen. VVD: Duurzaamheid hol begrip René Leegte is het er niet mee eens dat de VVD niets over duurzaamheid in haar verkiezingsprogramma heeft staan. “De VVD is voor decentrale energieopwekking en wil weg van de CO2-economie. Wij gebruiken alleen niet de term duurzaamheid, dat vind ik een hol begrip dat mensen alleen gebruiken omdat het blij klinkt.” De VVD wil alle vormen van duurzame energie een kans bieden middels een soort veilingsysteem, waardoor de beste oplossingen over blijven. Daarnaast ziet de partij kernenergie als een geschikte tussenvorm tijdens de energietransitie. ChristenUnie: Derde duurzame partij Carla Dik-Faber is kandidaat-Kamerlid voor de ChristenUnie en benadrukt hoe belangrijk het is dat de energietransitie snel van de grond komt. Dat wil de ChristenUnie bereiken door onbeperkte saldering op decentrale energie mogelijk te maken en door de belasting op fossiele energie te verhogen. Dik-Faber is blij met de uitslag van het CPB, waar de ChristenUnie als derde duurzame partij uit de bus komt. “God heeft ons deze wereld geschonken, daarom moeten we deze ook goed achterlaten voor onze kinderen.” GroenLinks: Realistisch Liesbeth van Tongeren vertelt dat GroenLinks wil werken volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’. “Dit geld kan dan doorvloeien naar groene ondernemers met lage inkomens.” Ook moet het verkrijgen van vergunningen voor duurzame ondernemers en burgers vereenvoudigd worden. Voor een ‘groene’ partij is GroenLinks voorzichtig met de doelstellingen voor CO2-reductie. “Het realiseren van een reductie van 40 procent in 2020 is op dit moment helemaal niet realistisch. Het is wel wenselijk, maar vereist onrealistisch grote ingrepen.”