Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 07 september 2020, 08:59

Taxonomie, de benchmark van de toekomst

De markt voor duurzame financiering groeit hard. Om dit beter te reguleren finaliseerde de Europese Commissie in 2020 de EU Taxonomy. Een belangrijke aanleiding hiervoor was de onduidelijkheid over wanneer financieringen precies als duurzaam mogen worden bestempeld. Bovendien ontbrak er een algemene standaard. De taxonomie moet een geharmoniseerd classificatiesysteem worden om te bepalen wanneer een economische activiteit als duurzaam mag worden beschouwd.

Slixta

Vanaf 2021/2022 worden bedrijven verplicht gesteld om de taxonomiestandaarden te gebruiken om duidelijk te maken hoe ‘groen’ hun activiteiten en investeringen zijn. Dit zal tot een herverdeling van middelen door bijna alle financiële instellingen en de overheid leiden, om er zo voor te zorgen dat in 2030 ongeveer 70% van hun uitstaande gelden voldoet aan de taxonomie.

In Nederland alleen al betekent dit een verschuiving van €1.500 miljard euro. Door deze regeling zal niet-duurzame financiering duurder worden, omdat het voor investeerders minder aantrekkelijk is om zulke financieringen te verstrekken. Tegelijkertijd zullen duurzame financieringen breder verkrijgbaar worden tegen gunstigere rentepercentages, waardoor duurzaamheids- en organisatiedoelen binnen handbereik komen. Deze heroriëntatie van kapitaalstromen zal duurzaamheid meer algemeen gangbaar maken binnen risicobeheer.

Wilt u meer weten over de taxonomiestandaarden die relevant zijn voor uw activiteiten of zoekt u duurzame financiering? Sustainable Capital Group helpt u graag verder.

Criteria geven duidelijkheid

Duidelijkheid omtrent duurzaamheid draagt bij om overwegingen op het gebied van milieu, sociaal gedrag en corporate te stimuleren en onderdeel te laten worden van interne bedrijfsprocedures. Met name financiële instellingen, beleggingsadviseurs en verzekeringspartijen zijn gebaat bij deze standaard. Daarnaast zorgt het ook voor meer vertrouwen in duurzame beleggingen: met behulp van duidelijke criteria kan iedereen beoordelen hoe duurzaam een project of initiatief daadwerkelijk is, en in hoeverre bedrijven focussen op duurzaamheid bij dagelijkse bedrijfsprocessen. Hiermee hoopt de Europese Commissie dat de komende jaren kapitaalstromen steeds meer richting duurzame beleggingen zullen verschuiven. Dit draagt bij aan een duurzame samenleving, maar zal ook bijdragen aan het behoud van lange termijn rendementen, gezien de risico’s die klimaatverandering met zich meebrengt.

Op dit moment is de belangrijkste focus van de taxonomie om bedrijven en beleggers meer inzicht te bieden in klimaatverandering. In de toekomst zal dit worden uitgebreid, zodat er ook wordt gefocust op andere milieudoelstellingen, zoals de overgang naar een circulaire economie, het verminderen van vervuiling en bescherming van ecosystemen en waterbronnen.

Taxonomie als benchmark voor duurzaamheid

In de volledige taxonomie zijn criteria uitgewerkt voor 67 verschillende bedrijvigheden die elk bijdragen aan adaptatie en mitigatie van klimaatverandering. Hierin zijn sectorspecifieke minimumeisen zo opgesteld, dat ze in de toekomst verder aangescherpt kunnen worden, mocht dit nodig blijken. Zo zorgt de taxonomie voor duidelijkheid voor de markt, maar geeft het tegelijkertijd een signaal af dat de minimumcriteria de komende jaren strenger kunnen worden.

De 67 bedrijvigheden kunnen worden gecategoriseerd in 8 sectoren: landbouw, bosbouw, industrie, energie, transport, water en afval, ICT en gebouwen. Activiteiten in deze sectoren zijn verantwoordelijk voor ruim 90% van de totale CO2 uitstoot binnen de Europese Unie, waardoor een focus op deze sectoren een efficiënte aanpak is om verdere klimaatverandering tegen te gaan.

Een term die veelvoudig terugkomt in de technische omschrijvingen van de verschillende bedrijvigheden is ‘Do No Significant Harm’ (DNSH). Hiermee wordt met behulp van minimumeisen en -normen geïmpliceerd dat er geen aanzienlijke schade wordt veroorzaakt en dat wordt voorkomen dat een positief resultaat volgens de taxonomie standaard ten koste gaat van andere doelstellingen. 

Via deze opzet geldt de taxonomie dus als een benchmark voor duurzaamheid en geeft het helder inzicht in de minimumstandaarden waar activiteiten aan moeten voldoen om als duurzaam beschouwd te mogen worden en zo toekomstbestendig worden uitgevoerd.

Bij Sustainable Capital Group werken wij volgens de taxonomie standaarden en adviseren derden hoe ze aan de standaarden kunnen voldoen. Doordat de criteria voor elk van de 67 bedrijvigheden verschillend is, kan dit een struikelblok zijn voor ondernemers of investeerders. Wij ondersteunen hun dan ook bij het realiseren van hun duurzaamheidsambities, waarbij we focussen op de sectoren vastgoed, energie, mobiliteit en agrifood.

Beeld: Sustainable Capital Group

Dit gebouw ventileert via de vloer

“Het is een duurzaam pand in een heel modern architectonisch jasje”, zegt Roel Weijenberg. Hij is als projectmanager van Croonwolter&dros bij de bouw van Holland Casino Venlo betrokken. Het casino ligt op een belangrijke toegangsweg voor de stad en vormt daarmee een visitekaartje voor Venlo. Duurzaamheid vormt een belangrijk thema voor de gemeente. Dat leverde een extra reden voor de samenwerkende partijen op om ambitieus op het thema in te zetten. “Wij zien dat men hier echt het voortouw heeft genomen om nieuwe bouwelementen te implementeren”, aldus Weijenberg. Zo is PV-folie geïntegreerd in het dak. Daardoor kan het casino zonlicht als energiebron gebruiken, zonder de toepassing van opvallende zonnepanelen. Daarnaast bestaat het (demontabele) skelet van het gebouw grotendeels uit hout. Dat levert een minder hoge CO2-uitstoot op dan bijvoorbeeld beton. Ook wordt het pand gedeeltelijk gekoeld en bevochtigd met regenwater. Dat water wordt daarnaast gebruikt om de toiletten door te spoelen.Minder baanbrekend, maar zeker niet minder belangrijk is de toepassing van goede isolatie. De meest duurzame energie is namelijk de energie die een pand niet gebruikt. Daarom is Weijenberg trots dat het casino in plaats van twee, maar één elektrotechnische aansluiting nodig heeft. Dat werd grotendeels mogelijk door die goede isolatie. Het gebouw bevat houtskeletbouw-wanden van 20 tot 25 centimeter dik die gevuld zijn met houtwolisolatie. Ook slimme technieken helpen een handje bij de energiebesparing. Zo wordt het gebouw energiezuinig gekoeld met behulp van natuurlijke luchtstromen en het eerdergenoemde regenwater.Alles in de vloerOpvallend aan het Holland Casino Venlo is dat veel installaties zich in de holle vloer bevinden. Veel van de elektrotechnische infrastructuur is daarin opgenomen. Tegelijkertijd doet de holle vloer dienst als koel- en verwarmingssysteem. “Je blaast verwarmde of gekoelde lucht via de vloer door de roosters de ruimte in. Dus je ervaart het ook meteen”, vertelt Weijenberg. Het gaat om lage temperatuur verwarming en hoge temperatuur koeling in combinatie met warmtekoude-opslag en warmtepompen. De holle vloer zorgt ook voor luchtverversing en biedt daarmee een alternatief voor een groot luchtkanalensysteem. Dit bespaart materialen.'Je ervaart het meteen'Deze zogenoemde ‘slimline vloer’ moet het comfort van gasten verhogen door de ‘snelle’ wijze van koelen of verwarmen. Het systeem werkt sneller dan een meer traditionele vloerverwarming of -koeling. Daarbij duurt het enige tijd voordat de temperatuur in de ruimte verandert. Dat komt doordat het beton eerst moet opwarmen of koelen. Dit duurt niet alleen langer, maar is ook slechter voor het milieu vanwege de energie die dit kost.Weijenberg ziet vanwege het flexibele karakter en de energie-efficiëntie voordelen voor de toepassing van dit soort vloeren in andere gebouwen, zoals kantoren. “Dit zou een heel goede optie zijn.” Toch ziet hij ook uitdagingen. Zo moeten architecten en ontwerpers al aan de tekentafel rekening houden met deze manier van bouwen. Daarnaast vraagt hij zich af in hoeverre het duurder is dan traditioneel bouwen. In de gebruiksfase liggen de kosten naar zijn idee wel lager.Het nieuwe bouwenWeijenberg herkent een aantal bouw-trends in het Holland Casino Venlo die ook elders plaatsvinden. Zo neemt de aandacht voor bouwen met hout in de bouwsector toe en proberen bouwkundige aannemers duurzamer en efficiënter te bouwen. “Zij stappen langzaam af van het traditionele betonstorten en dat soort zaken. Dat is een positieve ontwikkeling natuurlijk.”Hij benadrukt dat de technieken die in het casino zijn verwerkt niet geheel nieuw zijn, maar dat de combinatie het project interessant maakt. Zaken als warmtekoude-opslag onder de grond, warmteterugwinning uit de lucht en het gebruiken van zonne-energie komen bijvoorbeeld in meer projecten terug. “Dat is tegenwoordig bijna gemeengoed geworden”, zegt ook Paul Herman, manager realisatie. Hij is operationeel verantwoordelijk voor alle projecten die Croonwolter&dros in de regio zuidoost Nederland uitvoert. Hij voegt nog een trend toe aan het lijstje van Weijenberg: het gebruik van data. “Op basis daarvan maak je het gebouw intelligenter.”Croonwolter&dros en Smart Energy (een onderdeel van Croonwolter&dros) nemen na oplevering het beheer van de installaties in het casino op zich. Het bedrijf gaat daarbij gebruikmaken van data om bijvoorbeeld voorspellend onderhoud te doen. Ook gaat Croonwolter&dros het energieverbruik monitoren.Herman verwacht dat het warmen of koelen van ruimten in de toekomst steeds gerichter wordt: afgestemd op het daadwerkelijke gebruik. “Dat het klimatiseren van een ruimte plaatsvindt als er daadwerkelijk iemand zit”, legt hij uit. Óf als er iemand aankomt. Zo geeft hij het voorbeeld van een bedrijf dat kantoorruimten verhuurt. Als zij een telefoontje krijgen uit New York dat iemand onderweg is naar een kantoor in Amsterdam, bereiden de ruimten zich daar (automatisch) op voor. Met behulp van kunstmatige intelligentie kunnen ruimten in de toekomst automatisch worden afgestemd op de wensen van de aanwezige gebruikers. De technieken bestaan al, het is slechts wachten op de grootschalige toepassing. Truestate, dat onderdeel uitmaakt van Croonwolter&dros, is daar bijvoorbeeld al actief mee bezig. Wellicht dat Croonwolter&dros er in het Holland Casino Venlo op kleine schaal mee aan de slag gaat om het comfort van gasten nog verder te verhogen.Wachten op de casino gastenDe bouw van het casino is nu nog in volle gang. Pas als de eerste gasten van het pand gebruikmaken, weten de ontwikkelaars of dat wat er theoretisch goed uitziet ook in de praktijk werkt. “Dat het gaat doen wat we er met zijn allen van verwachten”, aldus Weijenberg. Het gebouw zit energetisch goed in elkaar en dit zou een hoog comfort moeten opleveren, maar uiteindelijk zijn het de gasten die bepalen of het aangenaam is. Zij moeten het niet te koud of te warm hebben. “Als de klant zich happy voelt dan hebben wij ons werk goed gedaan”, concludeert Weijenberg.Lees meer over het casino in Venlo: "Het wordt een gebouw met een iconische uitstraling"Afbeelding: MVSA Architects en Holland Casino