Rianne Lachmeijer 02 november 2021, 13:21

Aniek Moonen op COP26 diner met Rutte: “We houden contact”

Op dinsdag dineerde een tiental jongeren uit binnen- en buitenland met demissionair premier Rutte, klimaatgezant Jaime de Bourbon de Parme en andere overheidsafgevaardigden. Aniek Moonen van de Jonge Klimaatbeweging was erbij. Hoe vond ze het?

Whats App Image 2021 11 02 at 17 41 45 Aniek Moonen is voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging. | Credits: Aniek Moonen

Wie waren er allemaal bij het COP26 diner?

“We waren met elf jongeren, waaronder jongeren van de Jonge Klimaatbeweging, VN-vertegenwoordigers Aoife Fleming en Dennis Jansen en jongeren uit landen als Chili, Mexico, Oeganda, Nigeria en de Salomon-eilanden. Vanuit de politiek was demissionair minister president Mark Rutte er, klimaatgezant Jaime de Bourbon de Parme, de Nederlandse VK-ambassadeur Karel van Oosterom, maar ook een aantal mensen van het ministerie van Algemene Zaken, zoals directeur-generaal Sandor Gaastra en woordvoerder Aafke Plug. Een heel mooie club dus.”

Wat waren jouw verwachtingen vooraf?

“Dit soort gesprekken met politici zijn vaak redelijk gehaast. Vorige week had ik bijvoorbeeld een lunch met Justin Trudeau, de premier van Canada. Dat was ook heel interessant, maar ik zat daar met een stuk of twintig mensen en iedereen had maar 1 minuut om iets te zeggen, dan kun je eigenlijk niet de inhoud in. Ik had gehoopt dat dat dit keer anders zou zijn. En dat was zo.”

Hoe vond je het diner, wat is er aan jullie tafel besproken?

“Het was heel bijzonder, omdat we het echt over de inhoud konden hebben. We hadden 1,5 uur om de diepte in te gaan. Er waren drie tafels. Mark Rutte, Jaime de Bourbon de Parme en Karel van Oosterom wisselden elk half uur van tafel, maar het voelde niet gehaast. We konden goed de voor- en nadelen van bepaalde oplossingen bespreken. De mensen van het ministerie bleven de hele tijd aan onze tafel zitten. Die tafel had nationaal klimaatbeleid als thema. We spraken over draagvlak en hoe belangrijk dat is, maar hadden het ook over hoe je ervoor zorgt dat jongeren een baan kiezen die bijdraagt aan de energietransitie.”

Thema’s aan andere tafels

De tafel waar Aniek Moonen aan zat, besprak specifiek wat er in Nederland moet gebeuren. Aan een andere tafel ging het over internationale samenwerking. Daar deelden jongeren uit verschillende landen hun klimaatvisie. De laatste tafel stond in het teken van COP26. Wat moet er gebeuren om te zorgen dat het momentum rond klimaatactie blijft bestaan en wat is de rol van jongerenparticipatie daarbij?

Wat hoop je dat de mensen die aan tafel zaten meenemen uit het gesprek?

“Wij wilden het zelf heel graag hebben over twee dingen: hoe zorgen we ervoor dat de landen op COP26 de anderhalvegraadambitie vasthouden, en hoe we dat doel in Nederland kunnen halen. Dat kan onder andere door de jongerenparticipatie te verbeteren. Een klimaatautoriteit zou bijvoorbeeld een hele goede oplossing kunnen zijn en we waren heel blij dat gasten daar positief over waren en daar ook potentie in zien. We zouden graag zien dat jongeren vaker mogen meedenken over de uitvoering. Daar konden Sandor Gaastra en Mark Rutte zich in vinden dus ik hoop dat daar iets uitkomt.”

Zijn er beloftes gedaan?

“Beloftes zijn natuurlijk altijd moeilijk, maar er is wel gezegd: ‘we houden contact en we gaan elkaar vaker spreken’. Afgelopen jaar waren er vanwege de formatie gesprekken in het Catshuis met jongeren. Toen heb ik ook gezegd: zorg er nou voor dat die gesprekken blijven plaatsvinden. En niet alleen met jongeren over overkoepelende thema’s, maar juist specifiek over de uitvoering op thema’s zoals het klimaat. Ik hoop dat we het gesprek daarover nog uitgebreider kunnen voeren. Wij zijn beschikbaar!”

In hoeverre hebben de jongeren uit andere landen een andere visie op klimaatverandering?

“Iedereen ervaart klimaatverandering in hun land op een ander manier, maar ze ervaren het allemaal heel direct. De een woont op een eiland dat dreigt te overstromen, een ander woont in een gebied dat bedreigd wordt door droogte, waardoor de voedselvoorziening onder druk komt te staan. Het is echt bizar om te horen. In Nederland beginnen we nu natuurlijk ook de eerste gevolgen te zien, zoals de overstromingen van afgelopen jaar. Toch is het voor heel veel Nederlandse jongeren nog een ver-van-hun-bed-show. Voor deze jongeren is dat absoluut niet zo. Zij hebben hun persoonlijke verhaal kunnen delen: hoe een leven met klimaatverandering eruit ziet.”

Bij de overstroming in Limburg deed Rutte geen uitspraken over klimaatverandering, is hij daar nu van teruggekomen?

“Daar hebben we het niet specifiek met hem over gehad, want we hadden maar een kwartiertje. We hebben het wel gehad over de focus van politiek op draagvlak. Ik denk dat het vooral heel belangrijk is dat politici het eerlijke verhaal te vertellen. Daar hebben Nederlanders recht op. Dus dat je transparant bent over de dingen die je doet en waarom je ze doet, en dat je de samenwerking zoekt met wetenschappers en daar ook transparant over bent. Ik vind de persconferentie rond het begin van de coronacrisis nog steeds een goed voorbeeld. Die gaf vertrouwen, omdat de beleidsmakers heel goed inzichtelijk maakten waarom ze bepaalde keuzes maakten. Dat kan ook met klimaatbeleid.”

Wereldleiders beloven nogmaals ontbossing te stoppen

Het kappen van bossen is zeer schadelijk voor het klimaat. Bossen zijn een belangrijke factor in de strijd tegen klimaatverandering omdat ze CO2 opnemen en zuurstof afgeven. Ook voor de biodiversiteit, die andere pijler voor een gezonde planeet, zijn bossen onmisbaar. Brazilië en Indonesië Actie om de wouden te redden is broodnodig. Bijna de helft van de natuurlijke bossen op aarde is al verdwenen. De honderd landen die de afspraak ondertekenen zijn samen goed voor 85 procent van de natuurlijke bossen op aarde. Onder hen bevinden zich ook Brazilië, Indonesië en de Democratische Republiek Congo. Dat is goed nieuws, omdat deze landen een groot deel van het tropisch regenwoud herbergen. Vooral het Amazonewoud in Brazilië en de oerwouden in Borneo en Sumatra worden ernstig bedreigd door ontbossing. Hoewel het een mooie belofte is, blijft de vraag hoeveel ervan terecht zal komen. In 2014 werd in New York door 200 landen, bedrijven en milieuorganisaties een vergelijkbare afspraak gemaakt. Maar van de afspraken in deze Declaration of Forests is tot op heden weinig terechtgekomen. Soja, palmolie en cacao Een van de belangrijkste oorzaken van ontbossing is landbouw. Regenwoud moet wijken voor de aanleg van plantages voor bijvoorbeeld soja, palmolie en cacao. De Europese Unie is wereldwijd één van de topimporteurs van soja en palmolie. Samen zijn de EU-lidstaten verantwoordelijk voor 36 procent van de wereldwijde import van producten die verband houden met ontbossing. Ook Nederland is, met zijn enorme veestapel, een van de grootste importeurs van soja voor veevoer. Om de belofte kracht bij te zetten trekken de betrokken landen ook geld uit om ontbossing tegen te gaan. In totaal zullen zowel publieke als private fondsen 16,5 miljard uittrekken. Ook wordt er een fonds opgericht van 1,2 miljard euro voor de bescherming van het op één na grootste tropische regenwoud ter wereld, in Congo. De regering van Congo hief kort voor de klimaattop een verbod op dat industriële houtkap verbiedt. Het kapmoratorium werd in 2002 ingesteld om de bossen te beschermen. Geen geld voor ontbossing Naast de honderd landen hebben ook ruim 30 financiële instellingen hun steun uitgesproken voor de afspraak en verklaard dat ze activiteiten die verband houden met ontbossing niet langer zullen financieren. Eerder dit jaar presenteerde BNP Paribas al beleid waarmee het ontbossing in de Amazone en de Cerrado-regio wil tegengaan. De bank levert vanaf dit jaar alleen financiële producten of diensten aan bedrijven met een strategie om uiterlijk in 2025 te komen tot nul ontbossing in hun productie- en toeleveringsketens.