Roy op het Veld
Roy op het Veld
01 oktober 2021, 15:11

"Reken er maar op dat we invloed gaan uitoefenen op het nieuwe regeerakkoord"

Aniek Moonen is de nieuwe voorzitter van De Jonge Klimaatbeweging. Per 1 oktober volgt ze Werner Schouten op, die de afgelopen twee jaar het geluid van jongeren in het klimaatdebat op de agenda van politiek en bedrijfsleven wist te krijgen. “Ik wil er voor gaan zorgen dat jongeren een blok vormen waar niemand, ook de overheid niet, meer omheen kan”, zegt Moonen in haar eerste interview met Change Inc.

Aniek Moonen Jonge Klimaatbeweging IMG 9296 Aniek Moonen, voorzitter van De Jonge Klimaatbeweging

Wat is je visie op de toekomst?

“In de nabije toekomst hebben we een overheid nodig die daadkrachtig reageert op de klimaatcrisis. We moeten heel snel radicale veranderingen aanbrengen en naar een nieuwe samenleving toegroeien. Een samenleving waarin waarde meer is dan economisch waarde. Want het is niet alleen belangrijk hoeveel geld we met iets kunnen verdienen, maar ook of het goed is voor de mens en de planeet.”

Welke rol heeft De Jonge Klimaatbeweging daarin?

“De Jonge Klimaatbeweging is opgericht omdat de stem van jongeren niet gehoord werd in klimaatdebat. Ik hoop dat de overheid oog krijgt en houdt voor de belangen van iedereen. In die zin is het de rol van de Jonge Klimaat Beweging eigenlijk om zichzelf overbodig te maken. Ik hoop dat we over 50 jaar niet meer hoeven te bestaan.”

Je bent vanaf vandaag voorzitter. Wat ga je doen?

“Vandaag heb ik nog een afspraak met Werner, haha. Vanaf volgende week ga ik met het nieuwe bestuur plannen maken voor het komende jaar. Dat is heel spannend. Daar kan ik nog niet heel veel over zeggen, maar reken er maar op dat we invloed gaan uitoefenen op het nieuwe regeerakkoord. En ook de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 zijn belangrijk. Want op lokaal en regionaal niveau is ook daadkracht nodig.”

Vrijwilligerswerk

Het voorzitterschap van De Jonge Klimaatbeweging is vrijwilligerswerk. “Alle bestuursleden en vrijwilligers doen het naast hun werk of studie”, vertelt Moonen. “Ik ben er snel meer dan dertig uur per week mee bezig, naast mijn studie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, waar ik net aan de master Global Business and Sustainability ben begonnen.” Die ‘meer dan dertig uur’ is een gemiddelde. “In verkiezingstijd draaien we overuren, in komkommertijd niet.”

Wat wil je bereiken komend jaar?

“Ik wil er persoonlijk voor gaan zorgen dat jongeren een blok vormen waar niemand meer omheen kan. Ik wil dat we één sterke visie hebben voor de toekomst. Vorige week zaterdag hebben we de 2.0-versie van de Jonge Klimaatagenda gepubliceerd, ons visiedocument voor 2050. Tot de zomer van 2022 gaan we met alle jongerenorganisaties, dat zijn er bijna honderd, in gesprek voor de 3.0-versie van de Jonge Klimaatagenda. We vertegenwoordigen een hele diverse groep van jongerenbewegingen, van DWARS, de JOVD en de Jonge Democraten, tot Jong NS en Jong Heijmans. Het mooie om te zien is dat jongeren, of ze nou uit het bedrijfsleven of politieke linker- of rechterkant kant komen, het heel erg eens met elkaar zijn. De klimaatvisie komt heel erg overeen. Ze snappen allemaal de urgentie. Maar de diversiteit is wel belangrijk, omdat iedereen wat anders inbrengt. Jongeren uit de bouwsector hebben bijvoorbeeld al heel veel praktische kennis, waar de politiek gedreven jongeren weer veel van kunnen leren.”

Wie heb je nodig om je missie te volbrengen? Op wie ga je een beroep doen?

“Uit een onderzoek van Science bleek onlangs dat de huidige generatie jongeren een vier keer zo zwaar leven gaat hebben dan hun ouders. Hoe ze dat precies vaststellen weet ik niet, maar de onderzoekers concludeerden dan jongeren vaker te maken gaan krijgen met cyclonen, hittegolven, overstromingen en andere vormen van extreem weer. Dat is geen fijn toekomstbeeld. Het is beangstigend. Ik ga daarom een beroep doen op de mensen die nu aan de knoppen zitten om daar tegen in actie te komen. Maar ik doe ook een beroep op mijn eigen generatie. Want we moeten zelf wel het goede voorbeeld geven.”

Wat is dat voor jou persoonlijk, het goede voorbeeld geven?

“Afgelopen zomer was ik ontzettend aan vakantie toe, ik wilde heel graag de zon opzoeken. Ik zag het als mijn verantwoordelijkheid om dat niet met het vliegtuig te doen. Dus ben ik met de trein naar de Franse zuidkust gegaan. Via sociale media en blogs heb ik daar uitgebreid verslag van gedaan. Om te laten zien dat je ook zonder vliegtuig een mooie vakantie kunt beleven. Verder doe ik de standaard dingen. Ik eet vegetarisch, ik doe aan afval scheiden. Maar vooral reisgedrag en eetpatronen zijn belangrijke aspecten waar je als individu veel in kunt betekenen, en daar probeer ik dus ook het goede voorbeeld te geven.

Ook stemgedrag is belangrijk. Als Jonge Klimaatbeweging zijn we natuurlijk politiek neutraal. Alle politieke voorkeuren zijn aanwezig bij onze vrijwilligers. We roepen mensen in ieder geval op om op een klimaatkandidaat te stemmen, van welke partij dan ook. Dat gaan we bij de gemeenteraadsverkiezingen ook weer doen. Wie in de Raad zet zich in voor het klimaat? Dat gaan we zichtbaar maken.“

Je volgt Werner Schouten op, die op velen indruk heeft gemaakt, onder meer met de Duurzame Troonrede. Big shoes to fill?

“Hij heeft de lat absoluut hoog gelegd. Ik heb veel met hem samengewerkt, en heb veel van hem geleerd. Dat vond ik heel bijzonder. Maar ik zie het ook als een mooie uitdaging om het op mijn eigen manier te doen, en mijn eigen draai aan het voorzitterschap te geven. Wat dat is? Ik zie mezelf als een verbinder. Het lijkt me bijzonder om te proberen de beweging van jongeren nog groter te maken. Ik wil graag ook de mensen bij elkaar brengen die het op het eerste gezicht niet met elkaar eens zijn. Vooral in de politiek wordt gefocust op de verschillen. Ik wil focussen op wat ons verbindt. Ik wil bijvoorbeeld ook de visie van boeren horen en begrijpen. Dat kan zorgen voor wederzijds begrip en toenadering.”

Wat is je drijfveer? Waar komt je motivatie vandaan?

“Toen ik begon met mijn studie was ik eerlijk gezegd nog niet zo met het klimaat bezig. Veel van mijn vrienden overigens wel. Toen ik in 2018 voor een uitwisselingsprogramma in Santa Barbara in Californië was, werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Er waren die zomer enorme bosbranden. Dat maakte grote indruk. Door het vuur was de luchtkwaliteit echt heel slecht. Als je een heuvel opliep was je al doodmoe. Mensen verloren hun huis. Klimaatverandering is een ramp die het leven van ontzettend veel mensen beïnvloedt. Tot 2018 had ik dat zelf nog niet zo ervaren.

Toen ik terugkwam in Nederland voelde ik me machteloos en boos. Ik besloot me net zo te lang te gaan inzetten voor een betere wereld tot het niet meer nodig is. De Jonge Klimaatbeweging is voor mij een manier om die machteloosheid op een positieve manier te gebruiken. Ik heb het geluk dat ik dit kan doen. Dat is heel fijn. En heel belangrijk, want in Nederland hebben we de impact van klimaatverandering op het weer lang kunnen negeren. Tot we afgelopen zomer de overstromingen in Zuid-Limburg, België en Duitsland hebben gezien. Ik hoop dat daardoor veel mensen ook met de neus op de feiten zijn gedrukt.”

Blijf op de hoogte van al het duurzame nieuws via onze nieuwsbrief.

Onze stad in 2050: 'Het toekomstbeeld van de nieuwe stad is niet zo vastomlijnd is als we denken'

Om een visie op de toekomst te kunnen geven, is onderzoek een belangrijk onderdeel. En dat doen de ontwerpers, architecten en ingenieurs van Arup door ook technische en inhoudelijke rapporten mee te nemen, zoals het Parijsakkoord en het IPCC-rapport. Want de stad van de toekomst gaat over veel meer dan techniek en gebouwen alleen. Laurens Tait: “Uiteindelijk gaat het over wat mensen willen. Waar willen we naar toe als samenleving, hoe ziet de omgeving eruit? Dan kom je bij tastbare beelden.” Volgens Tait is de routekaart naar de stad van de toekomst gebaseerd op vier principes. 1. Gelijkwaardigheid Het eerste principe dat volgens Tait in 2050 zwaar zal wegen in de nieuwe stad, is het thema gelijkwaardigheid. “In de toekomst willen mensen meer gelijkwaardige toegang tot voorzieningen rondom de woningen, omdat iedereen dezelfde diensten wil. Daarnaast zal het belang van gelijkwaardigheid in het type woningen toenemen, zodat je een goede mix hebt van verschillende type huishoudens in een buurt.” Naar aanleiding van de COVID-pandemie is ook de vraag gestegen naar zelfstandige woningen in een soort moderne vorm van een woongroep, waardoor mensen vanuit hun eigen huis meer in contact zijn met de mensen direct in hun omgeving: de buren. Het eeuwenoude idee van de hofjes komt terug.2. Weerstand Volgens Tait is het tweede principe: weerstand, en dan heeft deze ingenieur het vooral over de weerstand van de gebouwen. Als tot 2050 de gemiddelde temperatuur met 1,5 graden toeneemt, moeten woningen en kantoren daartegen kunnen. Daarom worden gebouwen nu geanalyseerd op bijvoorbeeld hittestress en wind-weerbaarheid. Hoe veilig is een stad voor deze toekomstige extremen? “We maken impactanalyses aan de hand van stresstests om de reactie van gebouwen en gebieden te onderzoeken onder toekomstige omstandigheden.” Hij haalt een sprekend voorbeeld aan. “We moeten elektriciteitsvoorzieningen veiligstellen in een stad, voor het geval er overstromingen plaatsvinden. Als die elektriciteitscentra in kelders of op de begane grond gesitueerd zijn, dan heb je een probleem, vooral als een ziekenhuis er afhankelijk van is.” Precies dat soort analyses brengt het team van Arup in kaart, om ook uit te kunnen tekenen waar veranderingen nodig zijn. En het is bijzonder actueel, zeker gezien de overstromingen afgelopen zomer in het zuiden van het land.3. Bereikbaarheid Bij het Arup wordt veel verder gekeken dan alleen naar de Nederlandse steden. Tait: “Op wereldniveau zie je dat een pandemie als covid eigenlijk maar een heel kleine golfbeweging is in de grote beweging die al een tijd aan de gang is.” Tait heeft het over het aantal inwoners dat ook in Nederland nog altijd groeit, terwijl het woonopper-vlakte niet toeneemt - op de nieuw opgespoten stukken zoals IJburg na. “Dus wat we zien”, zegt Tait, “is dat Nederland inmiddels een agglomeratie is van 17 miljoen inwoners, zeker op Europees niveau.” En dan is vooral de bereikbaarheid een uitdaging voor de toekomst. Hij noemt het groeiend aantal auto’s in de steden en de files zowel binnen als buiten het stedelijk gebied een probleem, zeker omdat die veel stress veroorzaken. Het toekomstbeeld dat Tait schetst: openbaar vervoer dat zo aantrekkelijk is, dat je daar liever instapt dan in je eigen auto. “Bussen moeten bereikbaar zijn in de buurt, waarmee je makkelijk en snel reist en er moeten bijvoorbeeld snellere en kortere verbindingen komen met treinen, zoals de S-Bahn rondom Berlijn.” Maar ook ziet Tait veel meer wandel- en fietspaden in de stad van de toekomst, en dus meer autoluwe stukken. “Je krijgt een fifteen minutes city waarin alles beleefd wordt vlakbij huis. En allemaal binnen de duurzame afspraken die we hebben gemaakt.” Want verplaatsen blijven mensen zich, daar koestert hij geen illusies over. Door covid werkten dan veel mensen thuis, maar kantoren, of in ieder geval werkhubs, blijven in trek, ziet hij. “Mensen willen elkaar zien en wat met elkaar ondernemen.” Dus de toegankelijkheid van musea, bioscopen en sportverenigingen blijven belangrijk. De stad van 2050 gaat over betere verbinding, zowel letterlijk als figuurlijk.4. Gezondheid De stad van 2050 gaat ook over gezond leven, het vierde principe. “Hierin spelen educatie, achtergrond en prijsprikkels een rol, waardoor mensen moeten komen tot gezondere keuzes.” In Brussel worden autoluwe stukken getest, om eventueel breder in te zetten en te zien wat het aan gezondheid oplevert. Maar het gaat ook over waar je wilt wonen en waar je dan je werkplek kiest. Tait: “Ik heb collega’s die naar Den Haag verhuizen vanuit Londen, omdat het hier minder druk is en het leven minder stress oplevert. Dan hebben ze de weekenden aan het strand, en gaan ze door de weeks terug naar Londen om te werken.” Gemak, woongenot, veiligheid, bereikbaarheid. Tait: “De stad van de toekomst gaat vooral over wat je niet ziet. Met name daar zit de verandering. En de stad van de toekomst geeft antwoorden op lokale vragen: die zijn anders per land, per gebied en per tijdspanne.” Maar de principes van de figuurlijke bouwstenen zullen wereldwijd gelijk zijn, en dat levert eigenlijk een oude stad op met nieuwe software. Beste van twee werelden, zou je kunnen zeggen.Dit artikel verschijnt in Change Inc. Magazine #4, met daarin een special over een de Toekomst van de Bouw. Lees het, en deel dit magazine! Geef het cadeau aan een collega, een relatie of een kennis. Waar kun je hem krijgen? Als je via deze link je gegevens invult ploft hij straks thuis bij je op de mat. Gratis en voor niets! Of lees hier het online magazine.