Willemijn van Benthem 10 september 2021, 17:15

Plan Zeester voor groene heropbouw Tata Steel in blauwdruk

Over staalfabrikant Tata Steel is de laatste tijd controversieel geluid te horen, van het toegestaan lozen van afval in omringend water tot de hoeveelheid CO2-uitstoot en het effect ervan op de omgeving tot de overname door een Indiase eigenaar die er niet in investeert tot werknemers met grote zorgen om hun baan omdat ze afhankelijk zijn van deze staalgigant.

Wanneer worden de luchten blauw rondom Tata Steel?

Op donderdag 9 september vond een debat plaats in de Tweede Kamer, waar volgens de NOS duidelijk werd dat er eigenlijk maar twee mogelijkheden zijn voor de staalfabrikant: sluiten of ombouwen naar een groen en gezond bedrijf. Professor Rob van Tulder van de Erasmus Universiteit schreef met een werkgroep van oud directeuren en hoogleraren een plan dat de basis vormt voor de tweede optie. Het luistert naar de naam Zeester, geïnspireerd door de ligging aan de Noord-Hollandse zee. Van Tulder: “Zeester is de basis geweest voor het plan Groen Staal van FNV, wat inmiddels ook omarmd is door milieubewegingen, zoals Urgenda, Milieudefensie en Greenpeace. Omwonenden en lokale wethouders staan positief tegenover deze benadering, net zoals de meeste politieke partijen zo bleek in het kamerdebat.”

Plan Zeester

Al in 2020 werd plan Zeester bedacht en geschreven door een onafhankelijke denktank onder voorzitterschap van oud-directeur Piet Joustra, met oud-directeuren afkomstig uit verschillende bedrijfsonderdelen van wat eerst Hoogovens daarna Corus en tenslotte Tata Steel werd. Daarnaast deed ook een ondernemer mee en wetenschappers met diverse expertises, zoals professor Ad van Wijk (TU Delft) op het gebied van technologie, prof. Hans Schenk (Universiteit Utrecht) op het gebied van strategie, professor Wout Buitelaar (Universiteit van Amsterdam) ten aanzien van governance en medezeggenschap en dus Rob van Tulder (Erasmus Universiteit) vanuit zijn expertise op duurzaamheid. De laatste: “We hebben niet alleen gekeken naar technologie maar naar het hele industriële complex van Tata Steel. Daar hebben we een zogenaamd ‘maatschappelijk businessplan’ voor gemaakt.”

In dit plan worden verschillende elementen gecombineerd: radicale vernieuwing en verduurzaming van het complex, innovatieve aanpak door het ontwikkelen van nieuwe bedrijvigheid omtrent nieuwe materialen en het zorgen voor een volledig schone industrie die groen staal produceert op een bedrijfseconomisch concurrerende manier. Van Tulder: “Het is concurrerend en sociaal. Alle problemen van de bevolking zijn daarnaast proactief benoemd en aangepakt met een duidelijk veranderplan waardoor het daaruit voortkomende industriële complex toekomstbestendig gemaakt kan worden.”

Operatie zee-sterk

Zeester heeft duidelijk bestaansrecht, vindt de professor. Al weet hij dat er ‘beren op de weg’ zijn die momenteel een rol spelen. Verzelfstandiging is bijvoorbeeld een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle transitie. “De Indiase eigenaar heeft al decennia nauwelijks geïnvesteerd maar wel winsten weggesluisd, en wil van Tata af. Het ligt echter voor de hand dat de eigenaar de huid duur wil verkopen als er niet slim gehandeld wordt door met name de Nederlandse overheid. Dat verklaart wellicht ook waarom de Nederlandse overheid – en met name het ministerie van Economische Zaken en Klimaat – relatief afwachtend opereert. Ook natuurlijk omdat er geen traditie meer is van industrie- en technologiepolitiek in Nederland, wat juist nu zo erg van pas zou komen.”

Subsidieval

Van Tulder wijst ook op de perverse prikkels van subsidies. Want er bestaat wel een subsidieregeling voor CCS (CO2 opslag) in de Noordzee, maar niet voor het alternatief. De huidige plannen van Tata Steel Nederland zijn dus ook sterk gericht op deze subsidiepot. Hij vindt dit verloren kapitaal en onnodig. “Opslag vertraagt het omschakelingsproces alleen maar en is niet nodig, dat laat ons rapport glashelder zien.” Hij vult aan dat die opslag ook nog niet bewezen effectief is, de technologie dubieus en de kosten (voor de Nederlandse belastingbetaler) tot 3 miljard euro op kunnen lopen.

Van Tulder: “Dat is in dezelfde orde als de kosten van een versnelde invoering van ‘schone’ hoogovens op korte termijn met technologie die al beschikbaar is en binnen circa 30 maanden geleverd kan worden. Het begint een beetje op de subsidies voor windmolens en biomassa te lijken, waarbij regelingen juist foute keuzes in de hand hebben gewerkt.” Volgens van Tulder is het plan Zeester niet alleen goedkoper, maar ook sneller te implementeren. “Het lijkt een no-brainer – ware het niet dat ‘vested interests’
rondom de subsidiepotten en de eigenaar structuur een rol spelen. What’s new?”

Draagvlak

Van Tulder ziet wel licht aan de horizon. “Het Kamerdebat en de reacties van de lokale bevolking laat groot en groeiend draagvlak zien voor de door ons uitgewerkte opties. Een tussenrapportage van consultantsbureau Roland Berger waarbij de plannen van Tata Steel en Zeester naast elkaar worden gelegd bewijst dat het Zeesterplan – wat veel uitgebreider is – financieel en technisch haalbaar is, en dat er daarmee duurzame werkgelegenheid wordt gecreëerd voor tienduizenden arbeidsplaatsen. Het Zeesterplan voorziet niet alleen in een vergroening van de staalproductie, maar ook in de opbouw van een innovatief systeem in de IJmond-regio rondom nieuwe materialen en technieken zoals 3D-printing en Windmolenassemblage. De ligging van IJmuiden direct aan de zee is daarvoor uniek.”

Van Tulder is ongeduldig. “Dat is toch ook niet verrassend als je begrijpt welke kennis al in de werkgroep ‘Zeester’ vertegenwoordigd was! We hebben eerst over een ‘toekomstbestendig industrieel ecosysteem’ nagedacht, principes geformuleerd op basis waarvan alle stakeholders (dus ook omwonenden) op de middellange termijn enthousiast kunnen worden, daarover niet gepolderd of korte termijn compromissen gemaakt en vervolgens doorgerekend of dat ook bedrijfskundig kon. En dat was positief. Misschien hebben we hiermee wel een model gemaakt voor andere verandertrajecten in Nederland om de koppeling tussen industrie, sociaal, technologie en duurzaamheid in een regionale context te kunnen maken?”

Energiearmoede in Rotterdam: hoe Bospolder Tussendijken van het gas af gaat

De stad Rotterdam staat voor een enorme uitdaging. In 2050 moeten 265.000 woningen van het gas af zijn. En dat in een stad waar de helft van de inwoners moet rondkomen van een laag inkomen volgens de definitie van het CBS. Energie-armoede is in Rotterdam een veelvoorkomend probleem. Ongeveer 17 procent van de Rotterdammers heeft moeite met het betalen van de energierekening. Of ze ervaren een te grote energielast. De energierekening neemt dan een te grote hap uit het besteedbaar inkomen waardoor ze andere dingen niet kunnen doen. De meeste mensen die lijden aan energiearmoede wonen in een slecht geïsoleerde huurwoning en moeten rondkomen van een minimum loon of uitkering. Energiearmoede Een van de doelen van de stad Rotterdam is streven naar een eerlijke en rechtvaardige energietransitie. “Als je financiële problemen hebt, je hebt geen koophuis, dan heb je niet de mogelijkheid om na te denken over zonnepanelen of andere maatregelen waarmee je de energierekening omlaag kan krijgen”, zegt Lianne Mack. Bij de gemeente Rotterdam houdt zij zich bezig met de betaalbaarheid van de energietransitie en energiearmoede. “Deze groep is niet in staat om dat uit te zoeken en bijvoorbeeld subsidie aan te vragen. Terwijl het ernaar uitziet dat de energiebelasting de komende tijd steeds meer omhoog gaat.” Energiearmoede is wijd verspreid, door de hele stad komt het voor. Om beter grip te krijgen op de omvang van het probleem is meten en monitoren belangrijk. “Het lastige is alleen dat je een groot deel van de mensen die in energiearmoede leeft niet ziet. Zij zetten simpelweg de verwarming niet aan en koken niet op gas omdat ze anders de rekening niet kunnen betalen.” Aan de keukentafel Bospolder Tussendijken is een typisch voorbeeld van een wijk waarin dit speelt. Het is ook een van de Rotterdamse wijken die als eerste zal worden aangesloten op het warmtenet van Eneco. “Daarvoor moeten we achter de voordeur bij mensen komen, bijvoorbeeld om de CV te vervangen voor een warmteregelaar”, zegt Manja Thiry, directeur warmte bij Eneco. “Dat kun je als energiebedrijf niet zomaar doen. Mensen moeten aan hun eigen keukentafel en in hun eigen taal uitgelegd krijgen wat dat betekent.” Samen met de gemeente en woningcorporatie Havensteder ontwierp Eneco een nieuw energiesysteem voor de wijk Bospolder Tussendijken. Daarin wordt de wijk in eerste instantie aangesloten op restwarmte van de industrie uit de haven. Woningcorporatie Havensteder zorgt voor het vervangen van alle oude gasfornuizen van zijn huurders. Ook krijgen de bewoners een set nieuwe pannen voor hun elektrische fornuis. Stichting Pauw Daarnaast ligt de focus op energiebesparen. Want wat niet verstookt wordt, hoeft ook niet te worden opgewekt. En dat zit 'm in kleine dingen. “Gordijnen bijvoorbeeld. Die hangen vaak over de radiator die onder het raam staat. Als je die dicht doet dan stook je dus voor de straat.” Houria Tourik woont en werkt in de wijk die ze zelf ‘BoTu’ noemt. Tourik werkt sinds 2019 als taal- en milieucoach voor stichting Pauw. Samen met zeven andere vrouwen gaat zij in wijken als Bospolder Tussendijken langs de deuren om bewoners te helpen hun energieverbruik te verminderen. Omdat het een groot voordeel is als je de taal van de bewoners goed spreekt, hebben ze allemaal een andere afkomst. “We hebben een Turkse in het team, een Marokkaanse, een Bulgaarse een Kaapverdiaanse en we zoeken nog een Poolse.” De ingrepen die ze doen zijn kleine dingen zoals het plakken van isolatiefolie achter de radiator of het monteren van tochtstrips bij deuren en ramen. “Binnen een half uur heb ik vaak al drie - of vier verbeterpunten gezien.” De eerste maanden ging veel tijd op aan het winnen van vertrouwen. “We moesten vooral niet zeggen dat de gemeente en Eneco achter stichting Pauw zitten, dan ging de deur meteen weer dicht. Maar nu de mensen weten hoe we werken, gaat het heel goed. Nu spreken mensen mij aan. ‘Kom, kom,’ zeggen ze dan, ‘ik ga baklava maken. Kom mijn huis mooi maken.’ Warm water op rantsoen De energiearmoede die Tourik tegenkomt is soms schrijnend. “Een man die weigert om de verwarming aan te doen terwijl zijn vrouw artrose heeft. Een gezin waar het warme water op rantsoen is. Mensen die niet meer koken omdat ze anders de energierekening niet kunnen betalen.” Ook komt ze veel andere problemen tegen. “Als je binnenkomt, zie je het vaak meteen. Aan de vloer, het behang dat van de muren bladdert. ‘Mevrouw, heeft u problemen’, vraag ik dan.” Met haar teamgenoten brengt Tourik verbeteringen aan in de woningen en helpt ze de bewoners tegelijkertijd met andere problemen. Dat loopt uiteen van het aanvragen van een rollator tot het wegsturen van een deurwaarder. “Ik ben een brug tussen de bewoners en die instanties.” Voor de gebiedsgerichte aanpak ontving Rotterdam vanuit het Rijk een subsidie van 4,9 miljoen euro. Goed besteed geld vindt Thiry. “Bospolder Tussendijken is een voorbeeld voor Nederland, alleen moet het sneller en op grotere schaal. Maar daarbij moeten we niet de menselijke maat verliezen. Want die gesprekken aan die keukentafel zijn nodig als je de energietransitie wil laten slagen.”