Willemijn van Benthem 10 februari 2022, 11:47

Vergroenen van de chemie gaat positief werken op de economie

Genoeg innovaties in de chemie om de sector groener te maken. Maar grote toepassingen blijven uit. Daarom is er nu een nieuw initiatief om bedrijven te helpen groene stappen te zetten.

Thumbnail MCM 20100601079 Om een groene omslag te kunnen maken, zijn innovaties nodig.

Op woensdag 9 februari werd het programma Groene Chemie, Nieuwe Economie gelanceerd in Driebergen. Voorzitter Arnold Stokking van GCNE opende de bijeenkomst met een grafiek die laat zien hoe de temperatuur stijgt. De boodschap: om binnen de maakindustrie echte verandering in gang te zetten, is het nodig om over te stappen op hernieuwbare grondstoffen en groene processen. Het platform wil bijdragen aan het verbeteren va het innovatie- en ondernemersklimaat.

Deze overstap maken gaat natuurlijk niet zomaar. Want de maakindustrie in de chemie-clusters in Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Holland, Geleen en Groningen/Drenthe is groot en afhankelijk van de fossiele brandstoffen olie en gas. In 2025 moeten substantiële hoeveelheden ruwe olie zijn vervangen door recycled en biobased grondstoffen. Om die groene omslag te kunnen maken, zijn innovaties nodig. Vaak zijn de innovaties er al, maar blijft toepassing uit.

Nieuwe kansen

Deze innovaties moeten worden opgeschaald om echt grote stappen te kunnen zetten. En daar draagt het programma Groene Chemie, Nieuwe Economie aan bij. Het gaat dan over initiatieven op het gebied van biobased grondstoffen, recycling en processen op industriële schaal elektrisch maken. En het mooie is, zo zegt Stokking op de presentatie: “Dit biedt weer kansen voor nieuwe werkgelegenheid en export van kennis, processen, systemen, producten en diensten”. Vandaar de naam: Groene Chemie, Nieuwe Economie.

Eerder lichtte Stokking zijn visie over de toekomst in de chemische sector toe in het interview in Change Inc. magazine, lees hier

Betere samenwerking

GCNE is een coalitie van bedrijven, overheden, financiers en belangenorganisaties en zet het programma op, om binnen de industriële keten een betere samenwerking te ontwikkelen. Dat gaat in een paar stappen. Eerst zorgen dat bedrijven die innovaties hebben voor de maakindustrie en de industrie elkaar vinden. Dan zorgen voor financiering om die innovaties door te kunnen voeren. En ten slotte zorgen voor opschaling, zodat er impact kan worden gemaakt en dat kan bijdragen aan nieuw beleid. Om dan weer door te kunnen pakken met nieuwe samenwerkingen tussen innovatie en industrie en de genoemde vervolgstappen te herhalen.

Coalitie om door te pakken

De coalitie kwam in 2020 tot stand. Aanvankelijk op initiatief van het Economisch netwerk Zuid-Nederland, Brightsite en TNO. Zoals op de website staat: het belangrijkste resultaat van het programma voor de komende twee jaar is dat een aantal impactvolle game changers eind 2023 een opschalingstap richting industrieel relevante omvang hebben gemaakt en nieuwe, circulaire fabrieken hebben gerealiseerd. Stokking: “Het gaat er echt om dat we de grootschaligheid bereiken. Wij gaan daarbij helpen. Het moet van klein naar groter, naar heel groot. Alleen in Zuid-Nederland wordt al 12 miljoen ton olie verstookt in zes krakers.”

De coalitie heeft al een paar dingen bereikt, met hulp van het Nationaal Groeifonds. Er lopen projecten om landbouwproducten in de chemie te gebruiken, om afval als grondstof toe te passen en nieuwe vormen van recycling.

Via deze link is de presentatie terug te kijken, waar voorzitter Arnold Stokking de toelichting geeft.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Geen voorrang op het net voor ziekenhuis boven casino

Dat schrijft minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten in een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij de aanpak van het overvolle elektriciteitsnet bespreekt. De netbeheerders investeren elk jaar gemiddeld 2,9 miljard euro om het elektriciteitsnet te versterken. Maar zelfs met die verzwaring kunnen de beheerders de aanvragen niet aan. Omdat er steeds meer elektriciteit nodig is (bijvoorbeeld voor warmtepompen) én omdat er steeds meer plekken zijn waar energie wordt opgewekt (zoals zonneweides). Tekorten aan materialen en technisch geschoold personeel zorgen voor vertraging van netverzwaring. Ook de doorlooptijden van ruimtelijke inpassing spelen een belangrijke rol. First come first served Het first come first served-principe bepaalt dat netbeheerders aanvragen moeten honoreren op volgorde van binnenkomst. Wie dus het eerst een aansluiting aanvraagt krijgt hem. Dat kan in de praktijk tot onwenselijke situaties leiden. Zo kan het zijn dat een ziekenhuis voor een uitbreiding een aansluiting nodig heeft, maar die niet kan krijgen omdat een datacenter de aansluiting eerder aanvroeg. Netbeheerders willen graag van dit principe af en pleiten voor een ‘aansluitladder’, waarin wordt vastgelegd wie voorrang krijgt bij het aansluiten op het elektriciteitsnet. In zijn brief stelt Jetten dat dit vanwege Europese regels voor non-discriminatie niet mogelijk is. Wel kunnen netbeheerders bepaalde gebieden voorrang geven bij netverzwaring. Op welke manier de netbeheerders ‘zoveel mogelijk rekening kunnen houden met de maatschappelijke impact van hun investeringen’, moet nog worden bepaald. Jetten verwacht hier in de zomer meer duidelijkheid over te kunnen geven.