Sabine Sluijters 15 november 2021, 08:00

Victor van der Chijs, Deltalinqs: “Ook op klimaatgebied is er grote competitie”

De komende maanden spreken wij directeuren en andere beslissers over de kansen en uitdagingen van de toekomsteconomie. Dit keer: Victor van der Chijs, voorzitter van ondernemersvereniging Deltalinqs. “Ook op klimaatgebied is er grote competitie.”

Victor van der Chijs Victor van der Chijs is optimistisch: "Als we het slim doen, kunnen we een nieuwe economie creëren waarmee we ook heel competitief zijn"

Wat doet Deltalinqs om de klimaatdoelen van Parijs te halen?

“Ik ben heel optimistisch. Als we het als Nederland slim doen, kunnen we een nieuwe economie creëren waarmee we ook heel competitief zijn. Maar dat vereist wel dat we er op tijd bij zijn. Want niet groen geproduceerd gaat gewoon een prijs krijgen. En ik denk dat het moment dat dit gebeurt heel veel sneller komt dan mensen in de gaten hebben. Dan kan het zo snel mogelijk vergroenen een competitievoordeel opleveren. Wie het eerst duurzaam is, heeft daar het meeste baat bij.

Er zijn heel veel afslagen die een bedrijf kan nemen op de weg naar klimaatneutraal. En elke keer dat een bedrijf bij zo’n afslag staat is de vraag: welke weg gaat de goede kant op? Dan is het heel fijn als je met elkaar op de kaart kunt kijken of het de slimste afslag is, of dat je beter een volgende kunt nemen.

Het Deltalinqs Climate Program is een goed voorbeeld van hoe je door nauw met elkaar samen te werken stappen kunt zetten die je als individueel bedrijf niet kunt maken. Omdat het alleen te ingewikkeld is, te groot, te duur of te eenzaam. Dat klinkt raar, want het zijn bedrijven die vaak concurrenten van elkaar zijn, maar tegelijkertijd verkennen zij ook met elkaar waar het heengaat in de toekomst. Want er is nog veel onduidelijk. Wat is haalbaar, welke productiemethodes moeten worden gebruikt? Daarom kruipen ze naar elkaar toe om te kijken wat ze samen kunnen doen. Dat zijn vaak ingewikkelde gesprekken, die ze onder de veilige paraplu van Deltalinqs kunnen voeren. Daarmee zorgen we dat die stappen toch genomen worden. Dat is heel succesvol.”

Twintig procent van de Nederlandse CO2-reductie voor 2030 moet uit Rotterdam komen.

Hoe gaat Deltalinqs de komende jaren bijdragen aan de toekomsteconomie?

“Ik ben het helemaal eens met alle berichten en rapporten dat het veel sneller moet, dat er meer moet gebeuren en dat we nog maar heel weinig tijd hebben. Een van de manieren waarop Deltalinqs bijdraagt aan die versnelling is door sterk te pleiten voor duidelijke regelgeving en financiële steun waar dat nodig is.

Twintig procent van de Nederlandse CO2-reductie voor 2030 moet uit Rotterdam komen. Dit is een maatschappelijke opgave die geen precedent heeft. Daar zijn projecten voor nodig die bedrijven niet individueel kunnen doen. Daarvoor moeten goede afspraken gemaakt worden met de politiek over wat er de komende jaren gaat gebeuren.

Naast het managen van het Deltalinqs Climate Program praten we daarom voortdurend met publieke stakeholders om hen te overtuigen welke regelgeving en steun nodig is. Het gaat dan vooral om langetermijnperspectief, want dit zijn investeringen van miljarden. Veel bedrijven die in Rotterdam zitten zijn onderdeel van internationale conglomeraten. Rotterdam is voor hen één van de vele plekken waar ze bepaalde investeringen kunnen doen. Die investeringsbeslissingen voor meer duurzaamheid worden uiteindelijk ook op zakelijke gronden genomen. Dus: waar haal ik de meeste klimaatwinst? Ook op klimaatgebied is er dus grote competitie.”

Wat zijn de grootste uitdagingen voor de Rotterdamse haven de komende jaren?

“De haven van Rotterdam is extreem efficiënt ingericht. Nergens kunnen fossiele producten zo goedkoop worden geproduceerd. Als je daar een duurzaam alternatief tegenover wilt zetten, moet dat ook heel efficiënt zijn. En die wedstrijd verliest duurzaam op dit moment nog. Omdat de schaalgrootte er nog niet is, omdat de grondstoffen schaarser en duurder zijn, omdat het om technieken gaat die nog niet helemaal zijn uitontwikkeld.

De komende jaren is daarom veel overheidsgeld en nieuwe regelgeving nodig. H-Vision is verreweg het verst gevorderd en ook het grootste project als je kijkt naar CO2-reductie. Maar daar lopen we vast in de brei aan regelgeving. We proberen nu een bal door een vierkant gat te duwen. Dat gaat niet.

Maar ik merk ook dat het in Rotterdam ‘broeit’. Je voelt ineens de opwinding. De omslag is gemaakt: die transitie van energie en grondstoffen gaat gebeuren. En iedereen ziet en ruikt kansen – ondanks de onduidelijkheden die bij zo’n transitie horen. Hier toont zich de Rotterdamse ondernemingszin.

Ik zie dat bedrijven, van multinationals tot MKB en startups, heel actief ideeën, plannen en kennis uitwisselen, en kijken of en hoe ze met elkaar kunnen samenwerken. Dat is vaak pionieren en puzzelen, want het gaat veelal om ingrijpende aanpassingen in vaak zeer complexe productieketens en logistieke processen. Maar door de korte lijnen hier zie je ook grote stappen gezet worden.

De presentatie door de Europese Commissie van de Fit for 55 plannen hebben wellicht het laatste zetje gegeven. Hoewel die plannen nog niet volledig vastliggen, zijn de ambities en het tempo duidelijk, én er wordt een ‘level playing field’ voor heel Europa geschapen. Het zijn de contouren van een nieuwe economie, wat heet: een nieuwe maatschappij. En Rotterdam zegt: kom maar op.”

Dit artikel is onderdeel van een reeks interviews met directeuren en andere beslissers over hun impact op de toekomsteconomie. Eerder spraken wij Piet Jan Heijboer van Croonwolter&dros, Rob van den Dool van Yumeko en Jaap Wassink van Coca-Cola. Benieuwd naar hun verhalen? Lees ze hier.

Waarom beleggen in natuur een miljardenindustrie wordt

Dat natuur economische waarde heeft, weet Bas-Jan Blom al lang. Hij werkt al 35 jaar in de financiële wereld, maar studeerde biologie. Tijdens zijn studie onderzocht hij de invloed van de sluiting van de Oosterscheldekering op de oester- en mosselkwekerijen. Een dichte kering betekent geen eb en vloed en dat is funest voor de kwekerijen. “De oesterkwekers in Yerseke zijn direct afhankelijk van het zeemilieu. Dus je zag daar heel goed het economisch belang van het water en de natuur.”Geld verdienen met natuurherstel Nu lanceert ASN Impact Investors een fonds dat investeert in bedrijven die de natuur niet schaden, of zelfs herstellen. Blom is ervan overtuigd dat er goed geld te verdienen valt met natuurherstel. “Wij zijn geen goede doelen stichting. We zijn gewoon een commercieel bedrijf dat investeert en dat rendement maakt voor haar klanten. Net zoals andere investeerders dat doen. Alleen wij willen laten zien dat het wel degelijk kan terwijl je rekening houdt met natuur, mens en de planeet. De noodzaak om de juiste balans tussen geld en natuur te vinden is nu groter dan ooit."Bas-Jan Blom: "De noodzaak om de juiste balans tussen geld en natuur te vinden is nu groter dan ooit"Dat de oesterkwekerijen direct afhankelijk zijn van het zeemilieu betekent nog niet dat zij ook op een natuurherstellende manier te werk gaan. ASN gaat specifiek op zoek naar bedrijven die wél de biodiversiteit herstellen met hun bezigheden. Blom noemt koffie en vissen als voorbeeld. “Vis en koffie zijn producten die we allemaal dagelijks nodig hebben, daar gaat veel geld in om. Het gaat dus niet over een niche; dit is gewoon basisproductie.” Bomen in plaats van koffiestruiken Koffie is een monocultuur: allemaal dezelfde planten naast elkaar. Dit put de bodem uit. En als er een ziekte komt, kan in een keer de hele plantage uitsterven. Om dat te voorkomen spuiten boeren steeds meer pesticiden. Dit systeem is onhoudbaar, of zoals Blom het zegt: “koffieplantages gaan ten onder.”Geen gezonde businesscase dus. Maar er is een alternatief: bomen tussen de koffieplanten zetten. Koffieplanten houden van schaduw, waar de bomen voor zorgen. Daarnaast komt er door de bomen meer biodiversiteit: verschillende soorten planten voorkomen dat ziekten ongehinderd van de ene koffieplant op de andere kunnen overspringen. Ook kan het bevorderen dat natuurlijke vijanden van bepaalde insecten terugkomen op de plantage wat plagen voorkomt. Zo worden ziekten en plagen op een natuurlijke manier aangepakt en is de noodzaak om gif te spuiten minder. Het verlies aan inkomsten doordat boeren bomen planten in plaats van koffiestruiken wordt tenietgedaan doordat ze minder pesticiden nodig hebben. Ook kunnen ze de bomen op den duur kappen en het hout verkopen. “Zo ontstaat een businesscase waar ze oneindig mee door kunnen gaan. Dat is waar we uiteindelijk naartoe moeten, want als wij over twintig à dertig jaar nog koffie willen drinken dan moeten we het anders doen.” Een ander voorbeeld, uit de visserij. “We vissen de zee letterlijk leeg”, zegt Blom. Dat doen we niet alleen om die vissen op te eten. Een deel van die gevangen vissen gebruiken we namelijk om vismeel van te maken, als voer voor viskwekerijvissen. Vismeel kan gemakkelijk vervangen worden door insecten. Daarom selecteert het fonds kwekerijen die vissen minder medicijnen geven en voedsel op basis van insecten voeren. “Ook hier geldt weer dat je pas een visserij neerzet die voor de lange duur kan blijven bestaan als je op deze manier je bedrijf runt.” Wat is biodiversiteit en waarom is het belangrijk? Lees het hier. En wordt 2021 het kanteljaar voor biodiversiteit? Nu of nooit Investeren in dit soort bedrijven is echt fundamenteel, stel hij. “Het gaat over onze toekomst. Een derde van de bedrijven is afhankelijk van producten die op een of andere manier verbonden zijn met de natuur.” Als we niet overstappen op een ander systeem lopen we dus een groot risico. “Iedereen ziet het probleem. De vraag is nu wie het lef en de moed heeft om de stap te zetten.” Investeren in natuur kan dus grote impact maken en is - anders dan vaak wordt gezegd - volgens Blom niet moeilijk te meten. “Dat lijkt heel ingewikkeld, maar als je het sommetje snapt is het allemaal niet zo moeilijk.” ASN Bank ontwikkelde een methodiek die per gebied uitrekent waar ze in moeten investeren. “De meest lucratieve investeringen zijn mangrovebossen, maar die liggen alleen langs tropische kusten. Dus we zullen ook andere dingen moeten doen. Maar dat is het mooie: er zijn zoveel mogelijkheden om te investeren in biodiversiteit.”Daarmee komt hij uit op een tegenargument dat vooral traditionele beleggers aanhalen: de spreiding van je investeringen zodat je altijd geld verdient, ook als het in de ene sector even niet goed gaat. Spreiding kwam ook op tafel toen ASN Bank in de beginjaren besloot om niet in fossiele brandstoffen te beleggen. Blom herinnert zich de tendens in die tijd. Een beleggingsportefeuille zonder fossiele brandstoffen was ondenkbaar: “We zijn toen echt uitgelachen en werden niet serieus genomen.” Wat bleek? Ook zonder fossiele investeringen kon ASN Bank goede rendementen halen. Nu volgen grote beleggers het voorbeeld van de bank en stappen uit fossiele bedrijven. Dat betekent voor ASN dat het weer iets nieuws moet zoeken: beleggingen in natuurherstel. En daarin valt ook prima te spreiden, verzekert Blom. “De beleggingen variëren van dadelpalmplantages en koffiebonen, tot houtbouw en visserij. Investeringen die verspreid zijn over de hele wereld. Als het in het noorden vriest, dan is het op het zuidelijk halfrond zomer. Als het in Azië stormt, dan is het windstil in Midden-Amerika. Kortom, dit gaat een ongelooflijk breed-gespreide portefeuille opleveren.” Beginnen met de startups Wat wel opvalt is dat het fonds vooral in kleine, veelal niet-beursgenoteerde bedrijven investeert. “Dat is eigenlijk met iedere vernieuwing zo”, zegt Blom. Hij geeft windmolens als voorbeeld. Een enkele boer zette in het begin een windmolen op zijn land. “Het waren niet de grote energiebedrijven die dat op zee gingen doen. Sterker nog, die lachten die boeren uit.” De grote bedrijven lopen volgens hem altijd achteraan. “Die zijn alleen maar goed in het maken van reclamespotjes, denk aan een Shell. Je hoort straks op de radio hoe duurzaam die zijn, maar ze waren natuurlijk niet degene die begonnen met het ontwikkelen van grote laadstations langs de snelweg. Hier geldt hetzelfde. Het zijn altijd de startups die ermee beginnen.”Het enige verschil met vroeger is dat kleine bedrijven nu ongelooflijk snel kunnen groeien. Blom verwacht (en hoopt) dat de bedrijven in het ASN Biodiversiteitsfonds dat voorbeeld volgen. “Dat heeft te maken met het feit dat het systeem zoals we het nu hebben gewoon niet houdbaar is. En de behoefte aan een nieuw systeem is heel groot. Daarom stappen we hier als fonds in. Beleggen is niet alleen ergens in zitten en wachten, maar betekent ook investeren en durf tonen. Dat hebben we altijd gedaan en dat doen we nu opnieuw.” Overigens is het ASN Biodiversiteitsfonds niet het enige fonds dat de kansen van natuurherstel ziet. Ook grotere investeerders en familie-investeerders zien het wel zitten. “We zijn heus niet uniek daarin. Maar we zijn wel de eerste die het voor particuliere beleggers mogelijk maakt om in behoud en herstel van biodiversiteit te investeren.” Blom weet zeker dat mensen daarop zitten te wachten. In eerste instantie de eigen klanten van ASN Bank. “Het is diezelfde groep mensen die het een fantastisch idee vond dat wij een fonds oprichtten om microkredieten te verstrekken. Terwijl de markt dacht dat het niet kon en dat we ons geld nooit meer terug zouden zien. Ondertussen is ook de microfinance-wereld een miljardenbusiness.” Dat resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst, leert elke belegger. Maar Blom is er zeker van dat beleggen in natuur rendement gaat opleveren. “We hebben de sommen gemaakt en wij geloven erin.” Sinds 1 maart 2022 is San Lie directievoorzitter van ASN Impact Investors. Hij nam toen officieel het stokje over van Blom. Is Lie degene die met de vermogensbeheertak van ASN Bank naar het buitenland gaat?