Hidde Middelweerd 19 juni 2023, 08:45

Circulair renoveren: kan dat? Gewoon doen, zeggen Rabobank en Heijmans

Circulaire renovatie is een onmisbaar thema in de transitie naar een circulaire bouwsector, maar vooralsnog zijn praktijkvoorbeelden schaars. Heijmans en Rabobank waagden zich er wel al aan. Gewoon doen, concludeerden zij op Provada 2023, want het is mogelijk.

Adobe Stock 328049384 Editorial Use Only Het hoofdkantoor van Rabobank in Utrecht werd zoveel mogelijk circulair gerenoveerd. | Credits: Adobe Stock

Het hoofdkantoor van Rabobank (aan de Croeselaan in Utrecht) werd de afgelopen jaren gerenoveerd. De begane grond, eerste verdieping en twee parkeerlagen werden grondig onder handen genomen. Circulariteit was daarbij een belangrijk agendapunt, vertelt Ruud van der Stoop (productmanager circulariteit & biodiversiteit bij Rabobank) op de beursvloer van Provada. “In het originele bestek stonden al wat aandachtspunten rondom circulariteit, maar dat kon beter. Samen met Heijmans hebben we de mogelijkheden onderzocht.”

“Dat vergde echt een andere manier van samenwerken”, vult Thijs Huijsmans, senior adviseur circulair bouwen bij Heijmans, aan. “Aanbesteder en aannemer discussiëren normaal gesproken vooral over financiën, nu is het terugdringen van de milieu-impact de hoofdmoot. Dat is een heel ander spelletje.”

Verslaafd aan lineair

Het is naast een ander spelletje ook een lastiger spelletje, vervolgt hij. “De bouwwereld is verslaafd aan de lineaire economie, want het is snel, efficiënt en goedkoop. Dat doorbreken, zónder dat je businesscase en tijdlijn er te veel onder lijden, is niet gemakkelijk. Het is namelijk niet één knop waar je aan moet draaien. Naast CO2-reductie gaat het bijvoorbeeld ook om kringlopen sluiten. Dat zijn twee andere werelden, waar je tegelijkertijd mee aan de slag moet.”

Hoe gingen Rabobank en Heijmans daarmee om? Stap één was het inzichtelijk maken van de inkomende en uitgaande materiaalstromen tijdens het renovatieproject. Wat gaat het gebouw in? En wat gaat er weer uit? Van der Stoop: “Die materiaalstromen hebben we vervolgens gerangschikt op gewicht. Zo wisten we precies aan welke knoppen we het beste konden draaien. We maken immers de meeste impact door circulaire interventies te doen bij de zwaarste materiaalstromen, met de meeste milieu-impact.”

Duurzaam beton en materialenpaspoorten

Staal, beton en gips kwamen bijvoorbeeld als impactvolle materiaalstromen uit de bus, dus daar gingen Van der Stoop en Huijsmans mee aan de slag. Daarbij waren vier onderwerpen belangrijk: minder gebruik van primaire grondstoffen, meer gebruik van secundaire grondstoffen, hergebruik van materialen borgen en de milieu-impact terugdringen.

Tijdens het renovatieproject werden verschillende maatregelen getroffen om op die onderwerpen duurzame winst te boeken. Zo werd er samen met Rutte Groep geëxperimenteerd met de toepassing van beton dat voor 88 procent uit secundaire grondstoffen bestaat (100 procent gerecycled grind en 64 procent gerecycled zand). Dit beton kwam tot stand dankzij een techniek genaamd ‘slimbreken’, dat hoogwaardig cement oplevert zónder veel nieuw cement toe te voegen.

Daarnaast werden verschillende bouwelementen voorzien van een materialenpaspoort, zoals de aluminium pui. Op de pui werd daarnaast een ‘losmaakbaarheid-studie’ losgelaten, zodat deze in de toekomst gemakkelijk uit het pand te halen is en in zijn geheel opnieuw kan worden gebruikt. Rabobank en Heijmans gebruikten daarnaast isolatiemateriaal van cellulose (bestaande uit onder andere papierreststromen) om steenwol te vervangen, dat een relatief hoge milieu-impact heeft. Ook werd er uitsluitend gebruik gemaakt van secundair gips.

CO2-reductie van 55 procent

Van der Stoop is trots op de resultaten die deze interventies opleverden: “Het gebruik van primaire grondstoffen daalde met 22,8 procent ten opzichte van de status quo, terwijl het gebruik van secundaire grondstoffen toenam met 22,3 procent. En belangrijker nog: de materiaalgebonden CO2-emissies lagen bij dit project 55 procent lager dan wanneer we het kantoor op een meer traditionele wijze hadden gerenoveerd.”

Rabobank zal bij volgende gebouwen een vergelijkbare circulaire aanpak hanteren. De bedrijven leerden daarnaast veel van het renovatieproject. Dat is belangrijk, want circulair renoveren is echt andere koek, zegt Huijsmans. “De materiaalstromen die het gebouw verlaten, zijn bij circulaire renovatie bijvoorbeeld net zo belangrijk als de materialen die het gebouw ingaan. Normaal gesproken huur je een sloper in en heb je er geen omkijken meer naar, maar bij circulaire renovatie is dat geen optie. Je moet juist ook bewust met die materiaalstromen aan de slag gaan.”

Bij de ontmanteling van de te renoveren verdiepingen stuurde Heijmans daarom bijvoorbeeld eerst een demontageteam het gebouw in, om de gebouwonderdelen veilig te stellen die een hoogwaardige herbestemming konden krijgen. Waar hergebruik niet langer mogelijk was, werd ingezet op hoogwaardige recycling en ging het bedrijf actief op zoek naar partijen die deze klus voor hun rekening konden nemen.

Gewoon doen

“Ik vind het prachtig om te zien dat we met een paar relatief simpele interventies echt impact konden maken met dit project”, besluit Van der Stoop. “Circulaire renovatie is niet altijd even gemakkelijk, maar het kan.” Huijsmans sluit zich daarbij aan: “Maak het praktisch, maak het inzichtelijk, choose your battles en ga gewoon aan de slag. De businesscase is en blijft bijzonder lastig en CO2 moet meegenomen gaan worden in de businesscase om circulariteit waardevol te maken. Maar dat is geen reden om er niet nu al mee aan de slag te gaan. Het kan, gewoon doen dus.”

Lees ook:

Zo blijf je als bedrijf aantrekkelijk voor werknemers

Het onderzoek is uitgevoerd onder meer dan 8.000 medewerkers van vier grote financiële instellingen in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Het ging de onderzoekers om het beantwoorden van de volgende vraag: hoe belangrijk is duurzaamheid bij het creëren van een fijne werknemerservaring? ‘Medewerkers kijken naar senior leiders’ Het meest opvallende resultaat is volgens hoofdauteur Rebecca Crosby dat werknemers de duurzaamheidsinspanningen van een organisatie koppelen aan de toewijding van senior leiders in het bedrijf. “We weten uit ander onderzoek dat we uitvoeren dat leiders op het gebied van vertrouwen en geloof een cruciale rol spelen in veel aspecten van werknemerstevredenheid. Maar het feit dat het zelfs belangrijker is dan te geloven dat de organisatie de juiste richting inslaat op het gebied van duurzaamheidskwesties, was een verrassing voor mij”, zegt Crosby. Werknemers zijn, net als consumenten, op zoek naar een duurzaamheid als bijkomend voordeel, merkt Crosby op. Afspraken rondom beloning, secundaire arbeidsvoorwaarden, en flexibele werkmogelijkheden zijn nog steeds belangrijk. Maar meer communicatie en daadwerkelijk acties rondom duurzaamheid maakt dat werknemers trotser zijn op het bedrijf waar ze werken. En dat maakt een werkgever aantrekkelijk. Hoe kunnen werkgevers hun organisatie aantrekkelijker maken? Bedrijven kunnen heel wat doen om hun werknemers tevredener te stellen op het gebied van duurzaamheidsinspanningen. “Ga er niet vanuit dat werknemers weten waar je het over hebt als je over ‘duurzaamheid’ praat”, zegt Crosby. “Het kan zijn dat je eerst bewustwording moet creëren over termen zoals ESG (Environmental, Social, Governance).” Zo blijkt uit het onderzoek dat de meeste werknemers (54 procent) duurzaamheid koppelen aan ‘milieuvriendelijk zijn’, terwijl slechts een klein percentage ‘verantwoordelijkheid nemen’ (7 procent) en ‘het verbeteren van de werkcondities’ (5 procent) schaart onder duurzaamheid. Zorg daarnaast dat leiders binnen een organisatie nakomen wat ze zeggen. “Focus op het opbouwen van sponsoring voor je activiteiten binnen je eigen leiders”, zegt Crosby. En treedt naar buiten over je duurzaamheidsinspanningen, vult de hoofdauteur aan. “Hoewel dat best spannend kan zijn, moet je als bedrijf niet bang zijn om toezeggingen te doen en prestaties te delen. Zolang ze bestand zijn tegen nauwkeurig onderzoek, is er niets te vrezen.” Daarnaast is het betrekken van de medewerkers bij de duurzaamheidsplannen een belangrijk onderdeel, ziet Crosby. “Help managers om op teamniveau gesprekken te voeren over duurzaamheid.” En luister naar de medewerkers: “Laat ze bepalen waar het bedrijf het meeste verschil kan maken en zorg ervoor dat je hen aanmoedigt verder te kijken dan de acties die hen rechtstreeks raken.” Meten is weten De stap die hieraan vooraf gaat, is om te onderzoeken hoe werknemers zelf tegen duurzaamheid aankijken. “Dit zal helpen bij het optuigen van een betrokkenheidsstrategie”, zegt Crosby. Als je weet wat de opvattingen van de medewerkers zijn, dan kun je gemakkelijker het contact maken. Uit eerder onderzoek dat de voormalig CEO van Unilever Paul Polman uitvoerde onder werknemers in de VS en het VK bleek dat werknemers sterke waarden en positieve impact in hun werkgever zoeken. “De helft van de werknemers overweegt ontslag omdat de eigen waarden niet matchen met die van hun bedrijf”, was een van de conclusies van het onderzoek. Crosby denkt dat er vaak een veel genuanceerdere reeks factoren van invloed zijn op waarom mensen werken waar ze werken en wat dealbreakers kunnen zijn. “In een ander onderzoek probeerden we uit te pluizen wat het belangrijkst was voor werknemers die op zoek ware naar een nieuwe baan, zonder hen expliciet naar duurzaamheid te vragen. Het antwoord was duidelijk: duurzaamheid is belangrijk voor sommigen, maar de praktische en tastbare aspecten, zoals loon en flexibel werken, zijn voor de meesten net zo belangrijk.” Meer lezen? Duurzame werknemers duurzaam aan je binden? Zo doe je dat Krapte op de arbeidsmarkt: hoe blijf je als bedrijf interessant?‘Climate Quitters’: 1 op de 5 werknemers slaat baan af vanwege een gebrek aan duurzaamheid