André Oerlemans
21 juni 2023, 10:00

Fabeltjes over houtbouw kunnen groei niet meer remmen

Ruim 35 procent van de Nederlanders wil in een houten woning wonen. Maar hoewel projectontwikkelaars en aannemers steeds meer met hout gaan bouwen, is 80 procent houtbouw in 2030 nog ver weg. De fabeltjes dat het niet veilig zou zijn of constructief niet sterk genoeg, moeten daarom zo snel mogelijk uit de wereld.

Romeynshof Rotterdam In het Rotterdamse project Romeynshof komen 200 woningen van hout | Credits: AM

Dat stelden houtbouw-experts tijdens vastgoedbeurs Provada. Wat de grootste fabeltjes zijn om met hout te bouwen? Dat je er niet de hoogte mee in kunt. Of dat het niet vuurbestendig of zelfs gevaarlijk zou zijn. “Dat is allemaal niet waar. Dat soort verhalen komen de wereld in om vooral niet met hout te hoeven bouwen. Het is juist een super bouwmateriaal”, zeggen Bas Rutten, hoofd Commercial Real Estate, Hotels en Leisure, en directeur bouw Floortje Speelman-Schlatmann van ABN AMRO.

Belemmeringen wegnemen

Om die fabels uit de wereld te helpen heeft de bank voor alle collega’s een online training ontwikkeld met de echte feiten over houtbouw. “Zodat het gesprek met de klant goed gevoerd kan worden en het niet al aan de voorkant afketst omdat het niet kan. Het kan wel”, zegt Rutten. ABN AMRO heeft net als 80 andere organisaties de Green Deal convenant
Houtbouw ondertekend en wil belemmeringen in houtbouw juist wegnemen. De bank wil voorrang geven aan projecten met hout, zodat pioniers zich in de kijker kunnen bouwen.

Consument wil houten huis

Het zou goed zijn als de Nederlandse bouwsector massaal zou overstappen op houtbouw, stelt Peter Fraanje, hoofd houtbouw NL bij Built by Nature. “Dit is het moment om door te pakken. Er is actie nodig”, zegt hij. Consumenten zitten er volgens hem om te springen. Uit onderzoek
van het Lente-akkoord Circulair Industrieel Bouwen onder 1.100 Nederlanders blijkt dat 35 procent van de ondervraagden bij een volgende verhuizing in een houten woning wil gaan wonen. “Daar zijn we nog lang niet. Het marktaandeel van hout is 5 procent, maar het groeit snel”, zegt Fraanje.

Houten revolutie

ABN AMRO werkte in 2020 samen met Invest-NL, kenniscentra en ingenieursbureaus als Arup mee aan het rapport ‘Bouwen aan een houten toekomst’. Dat schetst onder meer een scenario waarbij in 2030 jaarlijks 80.000 huizen van hout worden gebouwd. ‘De houten revolutie’ noemt het rapport dat. In een ander scenario blijft houtbouw beperkt tot 20 of 30 procent van de markt. In het slechtste scenario worden er slechts 2500 houten woningen per jaar gebouwd.

Volgens Peter Fraanje, hoofd houtbouw NL bij Built by Nature moeten we bouwbossen gaan aanplanten en standaard bouwen met hout. | Credit: André Oerlemans

CO2 eerlijk beprijzen

Hoe staat de houtbouw er drie jaar later voor? “We dachten dat het vanzelf zou gaan, maar dat was iets te optimistisch”, zegt Fraanje. Met name het veranderen van regelgeving door de overheid duurt volgens hem langer. Het aanbod is er al. De grote bouwers in Nederland hebben allemaal een woningbouwfabriek, waar houten gebouwen van de band rollen. Zo naar de klant. Een positief voorbeeld is het convenant dat de Metropoolregio Amsterdam in 2020 heeft getekend. Dat stelt dat vanaf 2025 al 20 procent van alle woningen in de regio Amsterdam van hout en andere biobased materialen gemaakt moeten worden. “Daar beginnen we nu op stoom te komen”, zegt hij. “Je zou eigenlijk moeten uitgaan van houtbouw, tenzij… Wat ook zou schelen is als we CO2 echt gaan beprijzen met een prijs die door wetenschappers is vastgesteld. Dan kost een ton CO2 875 euro. Dan win je met houtbouw de aanbesteding. Verder moeten we bouwbossen gaan aanplanten”

Waarom is houtbouw goed voor het klimaat?

Het bouwen met hout – mits gekapt in duurzaam beheerde bossen – kan klimaatverandering tegengaan. Een kubieke meter hout slaat tijdens het groeien een ton CO2 op in de vorm van koolstof. Bomen zijn dus opslagplaatsen voor broeikasgassen. Onderzoek
van de provincie Zuid-Holland toonde in 2019 aan dat Nederland 100 miljoen ton CO2 zou besparen als alle woningen tot 2030 met hout gebouwd zouden worden. Bij traditionele bouw van 1 miljoen woningen komt juist 55 miljoen ton CO2 vrij, houtbouw slaat 45 miljoen ton op. TNO-onderzoek
toonde zelfs aan dat de bouwsector door houtbouw 50 procent minder bijdraagt aan klimaatverandering dan zonder.

Projecten gepresenteerd

Op de Provada werden diverse bouwprojecten met hout gepresenteerd. BAM Wonen en corporatie ‘thuis gaven een presentatie over de 56 energieneutrale, gestapelde appartementen in Veldhoven. Dat
gebouw
krijgt een houten draagstructuur en dat is een primeur in Nederland. De kolommen zijn zwaarder uitgevoerd om ruim boven de normen van het Bouwbesluit te blijven. De bouw startte in maart.

AM Wonen en de gemeente Rotterdam tekenden tijdens de Provada de ontwikkelovereenkomst voor het project Romeynshof. Dat is een nieuw cultureel wijk- en gezondheidscentrum in combinatie met 200 huur- en koopwoningen. Alle woningen worden in hout gebouwd. In het eerste kwartaal van 2025 is de oplevering. BAM Wonen gaat de huizen bouwen.

De Provada Inspiratie Award werd gewonnen door Sebastian Montebon van The Urban Woods. Dat bedrijf start binnenkort met de bouw van wat het ‘hoogste houten gebouw van Nederland’ moet worden in Delft.

Lees ook:

In maart werd het startsein gegeven voor de houtbouw van 56 appartementen in Veldhoven. | Credit: Woonstichting ‘thuis/BAM Wonen

Wat gebeurt er met afgedankte auto's?

Een ongeluk of einde leven: vaak zijn dat de twee redenen waarom een auto niet meer functioneert. Hij moet naar de sloop, ook wel: een demontagebedrijf. Het aantal sloopauto’s was in 2022 historisch laag, merkte Auto Recycling Nederland (ARN) recent op. Vorig jaar zijn in totaal 176.887 auto’s afgemeld voor demontage. Een jaar eerder waren dat er 220.926. Een daling van 20 procent. Die verandering heeft twee belangrijke oorzaken, ziet Martijn Boelhouwer, van ARN. “De nieuwverkoop in 2022 was ook historisch laag. En hoe minder nieuwkoop, hoe minder er in dat jaar afgedankt wordt”, zegt Boelhouwer. Ook ziet Boelhouwer dat mensen langer met hun auto doorrijden. “De gemiddelde leeftijd waarop een auto wordt afgedankt, neemt elke drie jaar met een jaar toe. Dat verklaart voor een deel waarom er vorig jaar minder auto’s werden afgedankt.” Bovendien is de export van auto’s in 2022 toegenomen. Die auto’s komen niet bij demontagebedrijven in Europa terecht, maar blijven langer op de weg rijden in bijvoorbeeld Afrikaanse landen. En dat heeft een risico. “Het zou kunnen dat de zogenoemde ‘fake export’ is toegenomen. Daarbij wordt de auto op papier naar het buitenland geëxporteerd, maar eigenlijk op een niet-duurzame manier gesloopt.”Recylingnetwerk voor auto’s Samen met zo’n 300 partijen – van demontagebedrijven tot shredderbedrijven en recyclingbedrijven - geeft ARN vorm aan autorecycling in Nederland. Het recyclingnetwerk heeft ervoor gezorgd dat het recycling percentage van afgedankte auto’s extreem hoog is. 98,7 procent van het gewicht van een auto krijgt namelijk een nieuw leven.Na 23 jaar klaar voor de sloop Een auto gaat gemiddeld zo’n 19,5 jaar mee. Dan is een auto vaak aan het eind van z’n levensduur. Een demontagebedrijf haalt eerst alle vloeistoffen uit het wrak. Daarna worden de onderdelen die geld opleveren van de auto afgehaald. Bijvoorbeeld het motorblok, een deur of een spiegel. “Maar er zijn ook onderdelen die juist geld kosten om af te voeren, zoals de vloeistoffen of versleten banden”, zegt Boelhouwer.Nederland is koploper recyclen De Europese Unie stelt als eis dat alle sloopauto’s voor 95 procent gerecycled moeten worden. In Nederland ligt dat percentage al flink hoger. “Nederland behoort tot de koplopers. 98,7 procent van een sloopauto wordt gerecycled”, zegt Boelhouwer. Het hoge recyclingpercentage in Nederland is deels te verklaren door de recyclingbijdrage die iedere automobilist moet betalen bij de aanschaf van een auto. Dat is een bedrag van 22,50 euro. “Een relatief overzichtelijk bedrag als je het vergelijkt met de aanschafwaarde van een gemiddelde auto”, zegt Boelhouwer. De recyclingbijdrage zorgt ervoor dat ARN haar taak kan uitvoeren: zo veel mogelijk demontagebedrijven helpen om zo goed mogelijk te recyclen. “Dat geeft ons de mogelijkheid om alle onderdelen die in de keten van autorecycling nodig zijn en geld kosten, te faciliteren.” Zo heeft ARN bij de oprichting dertig jaar geleden gekeken naar de behoefte van de demontagebedrijven. Een van de grootste obstakels bleek een auto te ontdoen van vloeistoffen. “Dat gebeurde letterlijk met pannetjes, jerrycans en emmertjes”, vertelt Boelhouwer. “Wij hebben voor ieder demontagebedrijf een droogleginstallatie aangeschaft, waarmee je binnen tien minuten een auto hebt ontdaan van vloeistoffen. Via slangen gaat de vloeistof naar de juiste opslagplaats, zonder dat er een druppel gemorst wordt.” Die droogleginstallaties heeft ARN voor de aangesloten bedrijven gekocht en onderhouden. “Sinds vorig jaar hebben we besloten dat het eigendom overgaat naar de bedrijven zelf. De markt pakt het nu op.” Elektrische auto’s naar de sloop ARN ziet steeds vaker elektrische auto’s die klaar zijn voor de sloop, bijvoorbeeld nadat een auto betrokken is geweest bij ongeluk. Voor de batterijen uit elektrische auto’s ligt het recyclingpercentage op 80 procent. Een deel van de aandrijfbatterijen krijgt een tweede leven en een deel gaat naar recyclingbedrijven waar kostbare grondstoffen worden teruggewonnen. Dat laatste is precies waar de grootste uitdaging ligt. Boelhouwer: “Daar is nog heel veel ontwikkeling nodig en opschaling mogelijk.” Daarnaast ziet Boelhouwer dat de waarde van een batterij ondergewaardeerd wordt. “Je hoort vaak: ‘batterijen, daar kun je niks mee.’ Maar dat is echt onzin. Naast het recyclingpercentage van 80 procent komt het ook steeds vaker voor dat dealers een module in een batterij vervangen om de levensduur van de batterij te verlengen.” ‘Honderd procent recyclingpercentage is niet mogelijk’ Het recyclepercentage ligt in Nederland al relatief hoog, vergeleken met andere landen. Om van de 98,7 procent naar 100 procent te gaan, zijn nog een aantal stappen nodig. “Wij denken eigenlijk dat dat niet gaat lukken, en dat heeft met drie dingen te maken. We kijken naar het recyclingpercentage, de kosten en de CO2-uitstoot. Die laatste 1,3 procent is niet alleen het duurst om voor elkaar te krijgen; het kost bovendien gigantisch veel energie. Is dat het waard, en kan het überhaupt? Ons antwoord daarop is ‘nee’. We willen liever investeren in hoogwaardige recycling en zorgen dat meer materialen een hoogwaardige toepassing krijgen.” Meer lezen? Paul Dietz: 'Ik ben een voorstander van lang doorrijden'Audi timmert aan de weg voor circulaire auto’sWat is de beste manier om een autobatterij te recyclen?