Marc Seijlhouwer 01 november 2021, 10:00

Hoe maak je een weg CO2-neutraal en circulair? Deze bedrijven laten het zien

Waar huizen onder een vergrootglas liggen in de duurzaamheidswereld, lijken wegen een ondergeschoven kindje. Toch valt er ook bij het aanleggen van wegen veel klimaatwinst te halen. Een paar bouwbedrijven timmeren aan de weg.

Circulair asfalt Hoe ziet de weg van de toekomst eruit?

Een weg is simpel: een plak asfalt die ervoor zorgt dat je van A naar B komt. Daar valt weinig aan te verbeteren, denk je misschien. Maar er is een heleboel innovatie in de wereld van wegenbouw. Denk aan het zeer open asfalt beton (ZOAB), dat sinds 1995 het autorijden een stuk stiller en veiliger maakt.

Maar er gebeurt meer. Zeker nu de overheid, met Rijkswaterstaat voorop, voor een grote opgave staat: de hele economie moet CO2-neutraal in 2050. Ook het aanleggen van wegen dus. En hoewel een weg, als hij eenmaal ligt, vrij makkelijk CO2-neutraal is in operatie (de lantaarnpalen moeten dan op groene stroom draaien), komt er veel CO2 vrij bij het aanleggen.

De CO2-uitstoot van asfalt

Om te beginnen: asfalt bestaat onder anderen uit bitumen (teerzand). Dat is een koolwaterstof zoals olie dat is. Bij het verbranden van olie komt natuurlijk veel CO2 vrij, maar door het vast te leggen in asfalt valt het mee. Meer uitstoot komt uit de productie van asfalt. Het vereist relatief hoge temperaturen (160 graden), die moeilijk met (duurzame) elektriciteit zijn op te wekken. Dus gebruikt men bij asfaltfabrieken gas als brandstof, met alle uitstoot van dien.

Dan is daar nog de CO2 die vrijkomt door de zware machines die het asfalt aanleggen en onderhouden. Ook hier is het lastig om alternatieven te vinden, hoewel bouwbedrijf BAM wel een elektrische wals in bedrijf nam, vorig jaar. Maar over het algemeen zijn de elektrische versies van zware machines duurder en houden ze het minder lang vol, tenzij je mobiele batterijen meeneemt.

Het is niet verbazingwekkend dat aanleg en onderhoud van asfalt voor bijna een kwart van de uitstoot van Rijkswaterstaat zorgt. Om daar iets aan te veranderen, experimenteert het met een nieuwe asfaltvorm, gemaakt door bouwbedrijf Heijmans. Dit asfalt kan bij een lagere temperatuur worden gemaakt waardoor er 25 procent minder energie nodig is. Bovendien zit er meer ‘tweedehands asfalt’ in (later meer hierover).

De weg van de toekomst

Maar een milieuvriendelijke weg is niet per se nieuw. Al in 2014 ontstonden plannen voor de ‘Weg van de Toekomst’, een vergaande renovatie van de N239 bij Oss in Brabant. Dit zou op alle manieren een moderne weg worden, maar na de aanleg verdwenen de high-tech installaties (waar de van plagiaat beschuldigde kunstenaar Daan Roosegaarde ook bij was betrokken) langzaam maar zeker. In een reconstructie van het Brabants Dagblad van vorig jaar blijkt dat alle snufjes inmiddels gestopt zijn. Ook het inventieve systeem om energie uit de weg terug te winnen en te leveren aan gebouwen bleek niet te werken.

Maar de duurzaamheid van de weg kwam opvallend genoeg wél uit de verf en is volgens de bouwers nog steeds een lichtend voorbeeld. De LED-verlichting rond het asfalt komt van duurzame elektriciteit, net als de drainagepompen. En de CO2 die bij de bouw vrijkwam was lager dan bij andere wegenprojecten en de uitstoot die er was compenseerden de bouwers elders. Zo lieten de bedenkers zien hoe een duurzame weg wel degelijk kan, en dat zeven jaar geleden.

Aan technische snufjes op en rond wegen is ook nu nog geen gebrek. Zo experimenteert de provincie Limburg met zonnepanelen in autowegen, nadat het concept werkte in fietspaden. De grote vraag: kunnen de panelen het gewicht van vrachtwagens en grote auto’s die erover heen rollen wel aan? Zo ja, dan ligt hier een grote kans. Dan wordt de weg snel CO2-negatief, want er wordt meer gecompenseerd door de groene stroom, dan het kostte om de wegen aan te leggen.

Circulair

Naast CO2-neutraal moet alles in 2050 ook materiaalneutraal zijn, oftewel: circulair. Hoewel de circulaire economie nu nog niet op ieders lippen ligt, kijken de wegenbouwers hier ook vooruit. Dat is mede ingegeven door Rijkswaterstaat, want zij willen al in 2030 circulair zijn. Naast het eerder genoemde asfalt van Heijmans, dat 60 procent gerecycled asfalt bevat, doet het ook andere proeven. RWS heeft zelfs een heus testcentrum voor nieuwe soorten asfalt.

Een van die proeven komt van de bouwer BAM. Zij gaan nog een stapje verder dan Heijmans, met asfalt dat voor 95 procent uit gerecycled materiaal bestaat en dertig procent energie bespaart bij het leggen. Een test op de A73 moet aantonen dat dit wegdek het net zo lang volhoudt als een weg van nieuw materiaal. Om dat zeker te weten is er ook een laagje van vezels gelegd in het asfalt. Daardoor gaat het langer mee en is er minder onderhoud nodig.

Met in ieder geval twee soorten asfalt die aanzienlijk op energie en grondstoffen besparen, kan de wegenbouw grote slagen maken. En voor het product van Heijmans geldt in ieder geval ook nog dat de kosten niet hoger zijn. En dat komt mooi uit, want zoals elke bouwer weet: de marges zijn dun en de concurrentie is groot. Dat Nederlandse bedrijven laten zien hoe je in deze omstandigheden toch milieuvriendelijk kunt zijn, is een sterk staaltje.

De landbouw moet duurzaam, dit is hoe Hak haar telers daarbij helpt

Toen Joachim Nieuwhoff in februari dit jaar bij Hak begon als directeur Inkoop en Landbouw, kreeg hij een flinke opdracht mee. Álle groente en peulvruchten die Hak binnen 125 kilometer van Giessen verbouwt, moeten voor het einde van 2021 gecertificeerd zijn met het keurmerk van Stichting Milieukeur, beter bekend als On the way to PlanetProof. “Dat betekende dat we eerst alle percelen waar we telen in kaart moesten brengen”, vertelt Nieuwhoff. “Bijna de volledige behoefte voor onze groenten en peulvruchten wordt nu door de certificering specifiek voor Hak geteeld, waar we voorheen ook uit de bulk inkochten. Het transparant maken en verder digitaliseren van de data van al onze percelen en de keten is voortvarend opgepakt. Met deze data kunnen we de percelen goed monitoren en een specifieke planning maken voor de oogst en verwerking.” De relatie met de teler De kersverse directeur ging samen met zijn fieldmanager langs bij de telers waar Hak afneemt, om de banden aan te halen en de financiële compensatie voor de duurzaamheidsinspanningen te bespreken. “Als je wil verduurzamen is het van belang dat de band tussen de teler en Hak versterkt wordt. Je moet elkaar goed kennen en begrijpen om samen te werken aan vergroening, en daarvoor is ook financiële compensatie belangrijk”, zegt Nieuwhoff. “Dat is ook onderdeel van duurzaamheid, dat je telers financieel tegemoet komt en investeert in een lange relatie. Dat doen wij dan ook. We zijn niet op zoek naar de goedkoopste producent, maar naar de beste telers die die willen investeren in de toekomst en verduurzaming.” Knorr start komende jaren met 50 landbouwprojecten die 'regeneratief' zijn. Wat houdt dat in? Lees het hier. Wat betekent het On the way to PlanetProof keurmerk? Het keurmerk staat voor minder impact op het milieu dan de gangbare teelt. Zo worden bij de productie tussen de 25 tot 50 procent minder bestrijdingsmiddelen gebruikt, wordt er minder kunstmest gebruikt, zuiniger omgegaan met water en energie, en worden de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen verminderd. De teler moet daarvoor aan allerlei bovenwettelijke eisen voldoen. Lees er hier meer over. Boer uit de anonimiteit En tegelijkertijd is het belangrijk dat de boer uit de anonimiteit wordt gehaald, vindt Nieuwhoff. “Dat zorgt voor wederzijds begrip. Zo kom je er achter dat er echt geen boer is die met opzet zijn land vernielt, omdat hij het graag wil doorgeven aan de volgende generatie. Sowieso spuit een teler niet graag met gewasbeschermingsmiddelen, ook omdat het veel geld kost. Maar dat komt nog vanuit de oude landbouwvisie, die was gefocust op maximale opbrengst tegen een zo laag mogelijke kostprijs.” Nog een belangrijke aanpassing is dat de productie van Hak meer flexibel moet inspelen op de oogsten. Omdat het specifieke percelen voor Hak zijn, en er geen ruimte is om uit te wijken naar andere percelen, moet de productie creatiever zijn in de planning dan voorheen. Maar de natuur laat zich niet zo strak plannen, dus moet de inmaker meer inspelen op het ritme van de oogsten. En het gebeurt ook wel eens dat de boeren een slechtere oogst hebben, en het deels of helemaal niet komt. Zo blijven dit jaar de bieten wat achter. Wat doet Hak dan? Minder bieten in pot produceren? Nee, zegt Nieuwhoff: “Dan kopen we een deel biologische bieten die we onder On the way PlanetProof verkopen.” Zuinig op de bodem Inmiddels weten we dat we zuinig op de bodem moeten zijn, omdat we haar anders uitputten, en dat kan desastreuze gevolgen hebben. On the way to PlanetProof zorgt voor verbetering van de vruchtbaarheid van de bodem, en minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest, legt Nicole Freid, directeur Marketing en Innovatie bij Hak, uit. Maar, zegt ze er meteen bij, de certificering is een mooie stap, maar niet het eindstation. “Het kan altijd nog groener dus we gooien de stok weer verder weg. Het blijft een reis die we samen met de telers maken.” Het is daarnaast volgens Freid belangrijk dat de consument de waarde en meerprijs van duurzaam geproduceerd voedsel begrijpt. “We gaan daarom in onze communicatie ook steeds een stapje verder om de consument hier bewust van te maken. Zo ook met onze nieuwe campagne met Elise Schaap over onze groene kool: de rode kool die groen geteeld is.” Niet groen doen als je rood staat Zijn er ook boeren die de verduurzamingsstap naar het keurmerk niet zagen zitten? “Veel boeren snappen dat we anders moeten telen”, zegt Nieuwhoff. “Alleen de oudere generatie die geen opvolging heeft, haakt soms af.” Er zijn vooral veel boeren die wel willen, maar voor wie het mogelijk moet worden gemaakt door middel van financiële compensatie, merkt hij. “Zoals de commissie Remkes zegt: ‘je kunt niet groen doen als je rood staat’,” valt Freid hem bij. “En we vragen nogal wat van ze. Zo moeten ze aan 36 bovenwettelijke eisen voldoen plus extra maatregelen nemen om bonuspunten te halen. Daarnaast worden de certificeringseisen voortdurend aangescherpt. Daarom zetten wij daar een compensatie tegenover, maar de teler moet dan zelf ook die extra inspanningen willen doen.” Het verschilt per gewas wat voor compensatie daarbij komt kijken, maar het is tussen de 7 en 30 procent bovenop de opbrengst.Nicole Freid: "Het kan altijd groener, dus we gooien de stok nu weer verder weg."Hoe breek je met het oude landbouwmodel? Maar hoe kunnen we er dan voor zorgen dat we overal breken met het oude landbouwmodel van zoveel mogelijk produceren ten koste van de bodemkwaliteit en de biodiversiteit? Door van anonieme bulkproductie tegen lage prijzen over te stappen naar een transparante en intiemere samenwerking in de keten, zegt Nieuwhoff. “En daarbij vervolgens ook de consument te betrekken.” De directeur Inkoop en Landbouw van Hak wil daarom graag een oproep doen aan demissionair minister Carola Schouten. “Carola, zet in op ketentransparantie inclusief het bijbehorende verdienmodel, want alleen zo gaat dat lukken.” En dan moet de anonimiteit er ook voor de consument vanaf, zegt Freid. “Mijn droom is dat je op elk potje de QR-code kunt scannen en precies kunt zien van welke teler het komt en dat je de velden van Hak kunt bezoeken.” Want dat zorgt ook voor bewustwording bij de consument. Die kan dan ook beter zien wat het verschil tussen duurzaam en niet duurzaam en wat telers allemaal doen voor ons voedsel. En dat bewustzijn ontbreekt nu nog te vaak, merkt Freid. “We merken dat over duurzaamheid communiceren heel lastig is. Het is een abstract containerbegrip, de burger vindt het belangrijk, maar als ze op de winkelvloer staan met hun winkelkarretje werkt het toch heel anders. Het kost tijd, maar het land en de teler dichterbij de consument brengen gaat hierin een belangrijke stap zijn." Biologisch eten is duur, maar is het ook duurzaam? Nu of nooit Vanuit Europa zijn er nieuwe doelstellingen voor biologische teelt. Zo moet in 2030 25 procent van de teelt in heel Europa biologisch zijn. Voor Hak is dit ook een belangrijk thema, zegt Freid. “De komende drie tot vijf jaar worden er grote stappen gezet. We moeten uitleggen waarom duurzame voeding meer kost. Daarbij is het ook belangrijk dat de milieu effecten voor niet duurzame voeding ingeprijsd worden zodat het een eerlijker speelveld wordt voor duurzaam geproduceerde producten.” En, valt Nieuwhoff haar bij, biologische teelt kent ook zijn uitdagingen. “Bijvoorbeeld de opbrengstzekerheid. En per regio en klimaatzone zijn er ook verschillen. In Oostenrijk is het klimaat bijvoorbeeld droger en kun je beter biologisch verbouwen dan hier in Nederland. Hier hebben we veel grotere schimmeldruk.” Afgelopen jaar is Hak overgenomen door het Russische KDV Group. Heeft dat nog invloed op de groene plannen van de groenteproducent? Freid: “Nee, ze hebben ons gekocht omdat ze willen internationaliseren en ontwikkelen in plantaardige voeding, en staan juist achter onze strategie, ook als het gaat om onze groene aanpak op het gebied van verduurzaming van de teelt. In Duitsland kunnen we nog groeien, en dat zal de komende jaren gebeuren. Maar Hak blijft Hak, dat verandert niet.”