Leestijd 12 minuten

“Ik heb geprobeerd om de functie van Rijksbouwmeester belangrijker te maken dan dat hij ooit was”

Na zes jaar neemt Floris Alkemade afscheid van zijn functie als Rijksbouwmeester. In dit slotinterview spreekt hij over zijn ambities, zijn dromen en zijn grote wens voor solidariteit. “Bouwen is een middel, niet een doel op zich.” Een persoonlijk gesprek over de toekomst van (wonend) Nederland.

Foto floris a
Floris Alkemade: "Bouwen is een middel, niet een doel op zich" | Credit: Arenda Oomen

Door Rianne Lachmeijer en Willemijn van Benthem

Voor het interview wordt vertrekkend Rijksbouwmeester Floris Alkemade door zijn chauffeur afgezet, vlak voor de ingang van de Amsterdamse expositieruimte waar daklozen hun kunst exposeren. Na het interview zal hij daarnaartoe gaan om te spreken met de kunstenaars. Want de visie van de Rijksbouwmeester is dat juist daklozen weten hoe de openbare ruimte zou moeten worden ingericht. Zij zijn daar immers 24 uur per dag aanwezig.

Het kenmerkt de houding van Alkemade: hij neemt inzichten mee van partijen die niet direct logisch en relevant lijken, maar dat wel zijn. Zo is hij geïnteresseerd in de visie van wetenschappers, kunstenaars en mensen uit het veld. En dus ook daklozen. Allemaal mensen die de verbeelding kunnen aanspreken. Want volgens de Rijksbouwmeester is de kunst van de verbeelding de sleutel voor een duurzame toekomst in de bouw. Daarnaast draait het voor hem om solidariteit: met de mensen die nu leven én de toekomstige generaties.

Het helpt dat Alkemade als een kameleon kan schakelen en zich aanpast aan de omgeving waarin hij zich bevindt. Hij voelt zich thuis in de lounge van een hotel dat is gevestigd in een gebouw dat stamt uit de middeleeuwen, maar past net zo goed tussen de kunstenaars en daklozen verderop in de straat. Hij spreekt kalm, met een zuidelijke tongval en oogt ontspannen. Hier zit een man in balans.

Voor wie bouwen we eigenlijk?

Al aan het begin van het interview wordt duidelijk dat Alkemade zichzelf noch zijn vak centraal wil stellen. “Bouwen is een middel, niet een doel op zich.” Want volgens de architect gaat het bij bouwen vooral om de vraag: wat voor een maatschappij willen we opbouwen? Hoe zorgen we voor elkaar? Wat is voor de mens van belang?

Alkemade: “En dat wordt vaak omgedraaid: alsof bouwen een doel op zich is en de mens zich daarnaar moet voegen. Het gaat over aantallen en het gaat over snelheid, je herkent er een duidelijk projectontwikkelaarsbelang en ook een politiek belang in. Maar ik zeg: ga eerst eens nadenken, voor wie bouwen we die woningen en waar zullen we die woningen bouwen en moeten we niet tot andere woningtypen komen?”

Alkemade schreef zijn filosofie op in het in boekvorm uitgegeven essay De Toekomst van Nederland. Die visie levert niet altijd positief commentaar op. “Als ik zie op hoeveel domeinen ik word aangevallen. Alsof ik bijna persoonlijk verantwoordelijk word gesteld voor de woningnood en een verhaal vertel dat strijdig zou zijn met het algemeen belang.” Als optimist weet hij hier een positieve draai aan te geven: “Ik word in ieder geval gehoord.”

Wie is Floris Alkemade?

Floris Alkemade (1961) studeerde Bouwkunde aan de TU Delft en werkte daarna 18 jaar bij architectenbureau OMA van Rem Koolhaas, waar hij ook partner werd. In 2008 startte hij zijn eigen bureau FAA (Floris Alkemade Architects), en in 2015 werd hij benoemd tot Rijksbouwmeester van Nederland.

De oproep en het antwoord: noblesse oblige

Even terug. Het was in 2015, toen ineens zijn telefoon ging. Of hij wist dat hij bij de laatste vijf kandidaten zat die kans maakten voor de rol van Rijksbouwmeester? “Ik had werkelijk geen idee, en nergens op gesolliciteerd.” Zijn antwoord was dan ook rechtlijnig en direct: “Dit is niks voor mij.” Voor hem was eigenlijk alles wat met de overheid te maken had, iets waar je vooral last van had.

Maar er werd gevraagd of hij er toch over na wilde denken, en dat deed hij. Nee zeggen vond hij te makkelijk. “Want als ik vind dat de overheid anders moet opereren, dan moet ik ook de verantwoordelijkheid nemen om dat te veranderen.” Dus hij zei ja, en werd verkozen om voor vijf jaar Rijksbouwmeester van Nederland te zijn. Uiteindelijk zijn het er zelfs zes geworden.

Probleem als onderdeel van de oplossing

Toen hij startte, zette hij meteen bovenaan de agenda: werken aan sociaal maatschappelijke meerwaarde. “Nederland heeft heel goede architecten die prachtige ontwerpen kunnen maken, maar ik miste het sociaal-maatschappelijke aspect. Alsof de hele architectuur alleen maar over esthetica moet gaan, terwijl het zoveel meer behelst.”

Zijn aanstelling viel samen met de grote vluchtelingenstroom uit Syrië. Alkemade kan nog steeds niet geloven hoe slecht we dat als Nederland hebben aangepakt. “We noemden het een vluchtelingencrisis, maar het ging over een groep die zo groot was als een kwart procent van de Nederlandse bevolking. Ik zei dan ook, dit is geen vluchtelingencrisis, maar een huisvestingscrisis.”

Voor Alkemade was deze crisis dan ook een inspiratie om te bedenken hoe er slimmere vormen van woningbouw konden komen, waar de vluchteling niet onderdeel van het probleem is, maar van de oplossing. Vluchtelingen zijn namelijk niet de enige mensen die met spoed voor een bepaalde tijd een goedkope woning nodig hebben. “Die woningen zouden ook geschikt zijn voor studenten, mensen met een heel laag inkomen, spoedzoekers, arbeidsmigranten.”

Leren kijken en leren vragen

En precies dat, het op een andere manier zoeken naar een oplossing, wilde hij graag doorvoeren in zijn rol als Rijksbouwmeester. Bijvoorbeeld als het gaat om de woningbouwopgave. Er is een tekort aan woningen, ze zijn duur en er komt een vergrijzingsgolf aan. In het nieuws wordt vaak gepraat over het getal van een miljoen.

Alkemade twijfelt of we echt zoveel nieuwe woningen nodig hebben. “In Nederland hebben we ongeveer acht miljoen woningen waarvan vijf miljoen gezinswoningen. Maar we hebben in Nederland ruim twee en een half miljoen gezinnen met kinderen - inclusief de een-ouder-gezinnen.” Hij wil maar proberen aan te geven: in Nederland wonen veel mensen te groot. “Dat is voor veel mensen natuurlijk ook geweldig, hè, die extra ruimte”, zegt hij met zijn Brabantse accent. “Maar daar ligt wel een oplossing voor het woningtekort. Want tegelijkertijd hebben mensen vaak geen andere keus.”

Zo zijn er veel ouderen die in een te groot huis blijven zitten vanwege de lage woonkosten. Als ze verhuizen, gaan ze er vaak financieel op achteruit, als ze het al kunnen betalen. Alkemade: “Voor ouderen is verhuizen sowieso lastig op psychologisch en fysiek vlak. Ze willen graag in hun eigen buurt blijven wonen, maar wel dichter bij de voorzieningen. Dat zijn begrijpelijke eisen, maar er is helaas weinig keus.” En dan nog het probleem van de aankomende vergrijzingsgolf. “Het aantal alleenstaande ouderen gaat alleen maar groter worden.”

Oude hofjes in het nieuw

Alkemade zou Alkemade niet zijn als hij daar geen oplossing voor zou hebben. Hij stelt voor om wijken te verdichten en daarbij ook de sociale segregatie en vereenzaming proberen op te lossen. Hij geeft hofjes als voorbeeld, waarbij mensen een tuin delen, maar de privacy van een eigen woning behouden. “Zo kunnen mensen het zien als ’s ochtends bij de buurman de gordijnen niet opengaan.”

Volgens Alkemade zorgen mensen graag voor elkaar. “Er zijn maar weinig mensen die zeggen dat ze niet een of twee uurtjes per week iets voor een ander willen doen. Even boodschappen meenemen bijvoorbeeld. Maar er is een basisvoorwaarde voor nodig: vertrouwen. En dat krijg je door elkaar te leren kennen.” En dat is nou waar de woonopgave wat hem betreft over moet gaan. “Kunnen we dat zo inzetten zodat we sociaalmaatschappelijke kwaliteiten ontwikkelen in buurten waaraan we veel meer behoefte hebben dan alleen de woning?”

Ruimte is er binnenstedelijk genoeg. “Als je kijkt naar de idiote hoeveelheid ruimte die de auto-infrastructuur inneemt in de woonwijken, die wegen, die parkeerplekken: als je daar andere keuzes in maakt, heb je zeeën van ruimte om een stad anders in te richten.” De oplossing van investeerders om weilanden of natuur op te geven om daar die miljoen woningen neer te zetten, ziet hij niet zitten. “Dan heb je over tien jaar een enorm overschot.”

En dat is waar Alkemade in discussies steeds tegenaan loopt: je hebt dan wel op korte termijn het commercieel belang gediend maar niet de woningen gebouwd die we nodig hebben. “Dit moment, zo na corona, waar iedereen nadenkt over een nieuwe invulling van werken en wonen in tijd en locatie, is hét moment om een andere bouwcultuur in te zetten en op een andere manier over onze steden na te denken.”

Energietransitie als kans

Alkemade ziet vooral kansen in een integrale aanpak. “Dat we acht miljoen woningen van het gas af gaan halen is eigenlijk een prachtig moment om die wijken eens geheel aan te pakken. Laten we meteen werken aan het klimaat-robuust maken van die wijken. Dan kun je eigenlijk een hele serie zaken aan elkaar koppelen, inclusief de nieuwe woningen die we moeten toevoegen. Op acht miljoen woningen kun je gemiddeld 10 procent verdichten, dan heb je al 800.000 woningen erbij.” Die woningen worden niet van cement en beton, maar van natuurlijke materialen als hout.

Alkemade heeft meegewerkt aan een plan om op bestaande gebouwen houten verdiepingen te zetten, om zo woningen uit te breiden of in kantoorpanden woningen aan te maken. “Binnen Europa produceren we meer dan genoeg hout om die woningbouw biobased uit te voeren.” Op die manier draagt de bouw bij aan het oplossen van het klimaatprobleem.

“Dan gaat het opeens voor je werken, want je bouwt als het ware je eigen steenkoollaag op omdat je langdurig CO2 vastlegt. Hoe meer we met biobased materialen we bouwen, hoe meer CO2 we opslaan. Je stoot dan niet alleen meer uit als bouwsector, maar slaat het op. Als je ziet hoeveel we bouwen, dan zet dat echt zoden aan de dijk, maar het is een knop naar een andere bouwcultuur die om moet.”

Transformatieve verandering

Om deze plannen te kunnen doorzetten, ziet hij een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. Die moet heldere doelstellingen formuleren en met wet- en regelgeving komen. “Zodat het bedrijfsleven weet dat het in hun belang is om daaraan te beantwoorden.” Alkemade denkt namelijk dat het bedrijfsleven over het algemeen te kortzichtig is om uit zichzelf de knop om te zetten.

“Dat is uiteindelijk zo stupide. Bedrijven denken, we gaan zo lang mogelijk achteroverleunen tot het echt niet anders kan. Dat kun je heel lang volhouden, maar met wat er nu op ons afkomt, is dat een fatale strategie. Dat moeten die CEO’s uiteindelijk gaan inzien. En zij die het niet inzien, gaan dadelijk genadeloos ten onder.” Volgens Alkemade hebben we daarom vooral een transformatieve verandering nodig. “Tussen nu en 2050 moeten we het allemaal op een ander spoor gebracht hebben: sociologisch, technologisch en economisch… en liefst allemaal tegelijkertijd.”

En dat vraagt om verbeeldingskracht. “Ik zie daar een mooie parallel tussen wetenschap en kunstenaars. Kunstenaars zijn de specialisten in verandering en het is de wetenschappelijke rol om te twijfelen aan dat wat we zeker denken te weten. Die twee werelden vullen elkaar mooi aan. Ze gaan allebei over verandering en over het verbeelden en het noteren van de verandering en dat vraagt improvisatievermogen en lef.” Lef, maar ook noodzaak. De noodzaak om integraal te denken. “Juist in tijden van verandering is dat de enige manier van werken. Dat zit niet in onze bestuurscultuur ingebakken, waardoor de oplossing binnen het ene domein de problemen in het andere domein vergroot. Dat is een vorm van verspilling die we ons gewoon niet meer kunnen veroorloven.”

En daar probeerde hij de ogen de afgelopen zes jaar voor te openen. “Besef nou dat het uiteindelijk een architectonische manier van nadenken vergt om dit soort vragen aan te vliegen. Want dat is wat ontwerpers doen, hè. Je praat niet alleen met een opdrachtgever, maar ook met de brandweer, de invalidevereniging, de instructeur, de econoom, met de omgeving… en uiteindelijk uit dat grote woud van stemmen, belangen, overwegingen, dromen en spreadsheets moet je iets maken. Juist ontwerpers hebben het vermogen om die integraliteit te onderzoeken, waaruit modellen kunnen groeien en waar ministeries en de politiek bij kunnen aanhaken.”

Dakloze kunstenaars

Daarom gaat Alkemade nu naar zijn afspraak met de dakloze kunstenaars. Hij zal daar Govert en Jeffrey ontmoeten en met grote interesse zien wat zij maken en van hen horen waar zij in hun dagelijkse leven tegenaan lopen. Bij dat gesprek gaat hij naast hen op de grond zitten, op een enorm tapijt dat door Jeffrey met de hand is gemaakt. De kleuren en lijnen verbeelden zijn levensgeschiedenis. Alkemade is onder de indruk en komt meteen in actie.

“Mag ik deze exposeren op de Dutch Design Week in Eindhoven?” “Dat ligt er aan wanneer het is”, zegt de maker, “want deze gaat eerst naar Frankrijk.” Ook krijgt Alkemade te horen hoe de mensen op straat komen te wonen. Het kan iedereen overkomen. Een begeleider vertelt hoe zij bezig is om leegstaande gebouwen tijdelijk in te richten om daklozen op te vangen. Alkemade luistert geboeid en vraagt door. “Over welke leegstaande panden hebben jullie het?” Hij kent Femke Halsema goed en zegt dat hij haar wil bellen om te vragen of de vergunningen voor het bewonen van lege panden kunnen worden bespoedigd.

Even later loopt hij met zijn agenda onder zijn arm het pand weer uit, richting zijn chauffeur. Zijn grote doel, solidariteit in de gebouwde omgeving, is nog zeker niet behaald, maar zijn tijd als Rijksbouwmeester zit er op. Wat hij hierna gaat doen, weet hij nog niet. Maar hij blijft zich inzetten voor de sociaal-maatschappelijke waarde van de Nederlandse samenleving, dat is het meest logisch, en wat bij hem past.

Bestel hier het Change Inc. magazine

Dit artikel verschijnt in het nieuwste Change Inc. magazine dat op 23 september uitkomt! Boordevol inspiratie, achtergrond, motivatie en interviews over vooral de toekomst van de bouw! Hoe ziet duurzaam Nederland er in 2050 uit? “We moeten creatief en vooral buiten gebaande paden blijven denken”, zegt net vertrokken Rijksbouwmeester Floris Alkemade. “De zweep erover”, zegt VNO-NCW voorzitter Ingrid Thijssen. Bestel het gratis nummer nu en geef het gratis ook aan een collega, relatie of kennis om deze beweging groot te maken. Vul via deze link je gegevens in en ontvang magazine Change Inc. #4!

Change Inc.

join the changesluit je gratis aan

Bij een ecosysteem van 42.512 professionals, bedrijven en start-ups die samen aan oplossingen werken voor een betere toekomst. Met dagelijks kwaliteitsjournalistiek, inzichten en evenementen, want morgen wordt vandaag bedacht.

Join the change, word lid

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven


Producten & Diensten

Magazines


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu