Rianne Lachmeijer 29 augustus 2019, 08:08

Innoveren in een conservatieve branche: water besparen met beton

Het bedrijfsleven gaat aan de slag met duurzaamheid. Hoe dat eruit ziet en hoe snel dat gaat verschilt per sector. Zo ziet Croonwolter&dros de levering van een modulaire betonnen sprinklertank als een innovatieve stap binnen de sprinklerinstallatiebranche. “Het is een hele grote verandering binnen de sprinklerwereld.”

Img vincent 3 0

Op het terrein van logistiek dienstverlener Van Uden Logistics in Waddinxveen zette Croonwolter&dros Safety Partners hun eerste modulaire, betonnen sprinklertank in elkaar. Het is een opvallende ontwikkeling in een sector die voorheen vooral met stalen waterreservoirs werkte. “Binnen de sprinklerwereld is het vernieuwend om beton toe te passen”, vertelt Gert-Jan Alberts van Croonwolter&dros. Aangepaste regelgeving ligt aan deze verandering ten grondslag. 

'Binnen de sprinklerwereld is het vernieuwend om beton toe te passen'

In de watersector en de agrarische sector worden waterreservoirs van beton al veel langer gebruikt. Daar is de meerwaarde van beton versus staal al bewezen. Hoe het komt dat niemand die kennis heeft toegepast binnen de sprinklerinstallatiebranche, vraagt Alberts zich ook af. “Binnen de conservatieve wereld van de sprinklers is niemand erop gekomen. Dat verbaast mij wel.” 

Richard Zevenhoven, asset manager bij Van Uden Logistics, vult aan: “Ik denk dat de sprinklermarkt een vrij conservatieve markt is, omdat ze allerlei normen hebben, dat beperkt natuurlijk de innovativiteit.” Door in te zetten op beton pakt Croonwolter&dros een kans, stelt hij. Waarom juist dit bedrijf dat doet, wijdt Alberts aan één van de speerpunten van Croonwolter&dros: “Innovatie om verder te komen.” 

Meerwaarde voor het milieu 

Alberts spreekt van duurzaam bluswater. Dat duurzame karakter zit vooral in de langere levensduur van een betonnen waterreservoir in vergelijking met een stalen variant. Volgens hem gaat een betonnen reservoir minstens zestig jaar mee, terwijl een van staal twintig tot vijfentwintig jaar haalt. De grootste milieuwinst ziet Alberts op het vlak van waterbesparing.  

Nieuwe regelgeving vraagt elke tien jaar om een zogenoemde C-inspectie van de stalen waterreservoirs vanwege de toepassing van coating en kitlagen. Tijdens die inspectie moeten de watertanks leeg zijn. In theorie kan het water uit de tanks tijdelijk worden opgeslagen en teruggepompt, maar volgens Alberts komt dat in de praktijk weinig voor. “Met het terugpompen van het oude water weet je dat de invloeden die de tank hebben aangetast weer teruggaan in de gerenoveerde dan wel nieuwe tank.” Daarom wordt het water in de praktijk meestal vervangen. 

Dat komt neer op een gemiddeld verlies van 700 kubieke meter water per keer per tank. Aangezien een stalen tank zes keer een inspectie krijgt tijdens de levensduur van een betonnen waterreservoir kan die laatste een gemiddelde waterbesparing opleveren van 4.200 kubieke meter. 

Naast een besparing op water, leveren de betonnen tanks ook een besparing op grondstoffen op. De betonnen waterreservoirs zijn namelijk modulair, dat betekent dat ze in de fabriek zijn geprefabriceerd en op locatie in elkaar worden gezet. Dat levert minder afvalstoffen op. Andere voordelen zijn een snellere bouw- en droogtijd.  

Meerwaarde voor de portemonnee 

De aanschafkosten van een betonnen waterreservoir liggen hoger dan de kosten van een waterreservoir van staal, maar daar staan lagere exploitatiekosten tegenover. Het gaat bijvoorbeeld om de voorkoming van kosten voor een tijdelijke watervoorziening tijdens een inspectie van een stalen waterreservoir of dure aanpassingen die nodig zijn vanwege corrosie. Ten slotte gaat een betonnen reservoir twee tot drie keer zo lang mee als een stalen variant.

'De kosten van een controle moet je meewegen in de businesscase'

“We hebben het gewoon op een rijtje gezet”, verklaart Zevenhoven zijn keuze voor een waterreservoir van beton. “De kosten van een controle moet je meewegen in de businesscase.” Die kosten schat hij op € 20.000 tot € 25.000 in totaal. Daarmee heeft hij de investering in het waterreservoir van beton er na circa tien jaar uit. “Bij een ander project dat wij nu aan het voorbereiden zijn gaan we waarschijnlijk ook op deze manier een betonnen tank neerzetten.” 

In totaal krijgen meer dan 2.000 gebouwen in Nederland te maken met nieuwe regelgeving, omdat zij sprinklerinstallaties bezitten die aangesloten zijn op stalen waterreservoirs.  

Aandacht voor duurzaamheid in de sprinklerinstallatiebranche 

Alberts ziet de verduurzaming van het waterreservoir als stap één op het gebied van duurzaamheid. De tweede stap is de aanpassing van het leidingwerk. Ook daar voorziet hij de vervanging van staal door andere materialen. “We hebben nog geen directe oplossing, maar we zijn er wel mee bezig.” Zevenaar noemt het gebruik van dieselpompen als kans. “Ik kan me voorstellen dat de vervanging van dat soort pompen door elektrische pompen een innovatie zou kunnen zijn.” 

De sprinklerbranche verandert langzaam. Alleen al het nadenken over beton als grondstof in plaats van staal ziet Alberts als een opvallende verschuiving. Dat er nu één betonnen waterreservoir volledig is opgeleverd en dat Croonwolter&dros aan twee andere betonnen tanks werkt, ziet hij daarom als een hele verandering. “Dat is nog heel pril, maar dat is wel een hele grote verandering binnen de sprinklerwereld.”  

Aangezien de interesse voor betonnen tanks snel toenam tussen 2015 en 2019 verwacht Alberts dat er tussen nu en 2025 nog wel grote veranderingen mogelijk zijn. Zo ziet hij bijvoorbeeld kansen voor safety-as-a-service modellen, waarbij gebruikers niet betalen voor de aanschaf van een sprinklersysteem, maar een abonnement hebben op brandveiligheid voor een vast bedrag per jaar. Zevenhoven ziet dat ook wel gebeuren. “Ik kan me voorstellen dat het de komende vijf à tien jaar meer gaat gebeuren voor verlichting, maar ook op brandveiligheidsgebied.” 

Duurzame versnelling 

Alberts merkt dat er wel meer over duurzaamheid wordt nagedacht in de branche, maar dat financiële argumenten vaak nog zwaarder wegen. Zo voert Croonwolter&dros testen uit met waterrecycling. “Wij kunnen van alles bedenken, want wij willen heel graag verduurzamen, maar uiteindelijk is het een investering die de eindgebruikers moeten doen. Zij moeten de centen overmaken en daar zit nog heel veel weerstand.” 

Hij begrijpt die weerstand wel, want een sprinklerinstallatie is verplicht. “Iedere euro die er extra aan uitgegeven wordt is vaak een euro te veel, dat is de algemene gedachte.” 

Alberts ziet wel kansen voor verbetering. Bijvoorbeeld door in duurzaamheidscertificeringen voor gebouwen zoals BREEAM meer punten te koppelen aan de sprinklerinstallaties. Zaken als: Hoe ga je om met de bouw, de grondstoffen en hoe pas je waterrecycling toe? “Dan zie ik wel een kentering komen.” 

Lees ook over duurzaamheid en innovatie in de watersector: 5 opvallende innovaties in de watersector

Afbeelding: Vincent voor Croonwolter&dros

10 succesvolle strategieën om circulair te worden

In ‘The road to circularity’ zet PwC tien acties uiteen waarmee bedrijven circulariteit kunnnen omarmen. Die acties vallen uiteen in drie principes: zoveel mogelijk uit grondstoffen halen, producten zo maximaal mogelijk gebruiken en het hergebruiken van producten en  materialen.Download het rapport“Het is een startpunt voor een discussie in elke organisatie over hoe circulariteit handen en voeten kan krijgen. Het beantwoordt wat bedrijven zich afvragen: wat kunnen wij concreet doen in onze context?”, zegt Jan Willem Velthuijsen, hoofdeconoom bij PwC.Lees ook: PBL: ‘Circulaire economie komt niet van de grond’StrategieënOnder het eerste principe, zoveel mogelijk uit grondstoffen halen, vallen het circulair winnen van materialen (1), duurzaam productontwerp (2) en efficiënt omgaan met resources (3). Het verhuren van producten (4), delen of digitaliseren (5), gebruik optimaliseren (6) en hergebruiken (7) zijn volgens PwC manieren om producten zo maximaal mogelijk te gebruiken. Upcyclen (8), recyclen bij de productie (9) en het recyclen na consumptie (10) vallen in de categorie van zoveel mogelijk hergebruik.SuccesvoorbeeldenIn het rapport licht PwC ook een aantal bedrijven uit die één of meerdere principes al toepassen. Zo recyclet bijvoorbeeld Adidas met het Futurecraft.Loop project oude schoenen om er weer nieuwe van te maken. Hierbij wordt 100 procent gerecycled materiaal gebruikt. Onder het Futurecraft-project is ook een biologisch afbreekbare schoen gelanceerd.Een ander voorbeeld is Encory: deze joint-venture van BMW en recyclingbedrijf Alba stroomlijnt de logistiek, verwerking en marketing van gebruikte auto-onderdelen. Hiermee worden waardeketens gesloten en materialen ge-upcycled.Als voorbeeld van het delen van producten noemt PwC BlaBlaCar, waarmee autobestuurders gekoppeld worden aan mensen die een lift nodig hebben. Ook andere verhuurdiensten zoals Bundles en Swapfiets maken gebruik van het deelprincipe.Groeiende drukDe druk om een circulaire economie op gang te brengen groeit, stelt PwC. “De toenemende milieuschade en schaarste van grondstoffen in het lineaire systeem hebben economische gevolgen. Europa is het enige continent dat vrijwel alle grondstoffen moet invoeren. Dat alleen is al een belangrijke aanjager om het systeem circulair te maken”, zegt Velthuijsen.Lees ook: Van afval naar grondstof: Suez en de Politie realiseren circulaire ambitiesBron: PricewaterhouseCoopers | Afbeelding: Adobe Stock