Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 01 oktober 2015, 09:10

Nederlandse woningen gezonder door lage radioactieve straling

De bouwsector houdt zich aan de gemaakte afspraken om radioactieve straling in nieuwbouwwoningen niet te laten toenemen. Dat blijkt uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

8694693170 e0071f6d1a o

Het RIVM heeft in 2013 en 2014 ruim 2.500 Nederlandse woningen vanaf bouwjaar 1930 onderzocht. Hieruit blijkt dat de woningen die vanaf het jaar 2000 zijn gebouwd, een gemiddelde radonconcentratie hebben die 20 procent lager is dan het landelijk gemiddelde.

Daarnaast zijn de concentraties van de radioactieve stoffen radon en thoron in Nederland lager ten opzichte van andere Europese landen. Het nieuwe onderzoek toont aan dat de bouwsector aan de gemaakte afspraken voldoet om radioactieve straling in nieuwbouwwoningen niet te laten toenemen.

Het RIVM heeft concentraties van radon en thoron in Nederlandse woningen gemeten. Deze radioactieve edelgassen ontstaan op natuurlijke wijze in de bodem onder de woning. Dit zorgt er voor dat de gassen in woningen terechtkomen en aan zwevende stofdeeltjes hechten.

Gezondheidsrisico

Bij inademing blijven de radioactieve stoffen achter in de longen en geven straling af. Volgens het RIVM leidt het gemeten concentraties radon en thoron tot 400 gevallen van longkanker per jaar. Met name rokers hebben een hoog risico op hun gezondheid bij inademing van radon en thoron.

Om de hoeveelheid radon en thoron in huis te verminderen, adviseert Vereniging Eigen Huis om een woning 24 uur per dag te ventileren. Uit het onderzoeksproject Monicair is echter gebleken dat woningventilatiesystemen in de praktijk verschillend presteren.

Zo adviseert het consortium van de ventilatie-industrie, kennisinstituten en adviesbureaus dat de overheid scherpere regels kan stellen om de binnenluchtkwaliteit te verbeteren. 

Bron: RIVM | Foto: M. Appelman, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Praxis stopt met verkoop konijnen in tuincentra

Praxis startte zijn Tuincentrum-formule eerder dit jaar volgens traditionele tuincentrumconcepten. Naast de verkoop van tuin gerelateerde producten, hoorde daar volgens de retailer ook de verkoop van dieren bij.Dit viel echter niet bij iedereen in goede aarde. Zo wezen de Dierenbescherming en de Partij voor de Dieren (PvdD), die zich al langer verzetten tegen dierenverkoop in tuincentra, de retailer erop dat een tuincentrum of bouwmarkt geen geschikte omgeving is om dieren te houden of te verkopen. Het aanbieden van dieren in dergelijke winkels zou volgens de partij impulsaankopen stimuleren. Vooral konijnen en knaagdieren zouden hier het slachtoffer van worden. Door ondoordachte aankopen, worden ze volgens de PvdD slecht verzorgd of snel weer afgestaan.DierenwelzijnDe afgelopen maanden heeft Praxis Tuincentrum naar eigen zeggen met zowel de Dierenbescherming als met de klant gesproken over dierenwelzijn.“We willen een goed voorbeeld geven en zijn, zowel op het gebied van duurzaamheid als dierenwelzijn”, zegt Anusha Bruitzman, woordvoerder van Praxis, in een persbericht. “Daarom is besloten per direct te stoppen met de inkoop van dieren. Vanaf 1 januari 2016 zijn er geen dieren meer in onze eigen filialen te koop.”Als volgende stap gaat Praxis Tuincentrum volgens Bruitzman bekijken hoe het assortiment kan worden aangepast aan de specifieke huisvestingsbehoeften van huisdieren.Daarnaast gaat de retailer voorlichting geven over het houden van huisdieren. In samenspraak met de Dierenbescherming gaat Praxis de consumenten die toch een huisdier willen kopen, verwijzen naar dierenopvangorganisaties in de regio.Bron: Praxis | Foto: Monica Hinkle, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)