Hidde Middelweerd 21 augustus 2023, 10:30

‘Paris Proof’ de hoogte in: lastig, maar niet onmogelijk

Paris Proof bouwen is sowieso al een opgave, maar bij hoogbouw is dat zéker het geval. Hoe zorgen we er toch voor dat hoogbouwprojecten in de toekomst ook aan de afspraken van het Parijse Klimaatakkoord voldoen? Arcadis liet er berekeningen en simulaties op los. “Het is haalbaar, maar alleen als we er vanaf de eerste schets rekening mee houden.”

Adobe Stock 52149427 Hoe hoger het gebouw, hoe lastiger het is om het Paris Proof op te leveren. | Credits: Adobe Stock

Nieuwe gebouwen in Nederland moeten momenteel voldoen aan de BENG-eisen (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Dit betekent dat ze energiezuinig zijn, maar nog niet energieneutraal. De stip op de horizon is een stuk ambitieuzer dan dat. In de toekomst moeten gebouwen voldoen aan het Klimaatakkoord van Parijs. Paris Proof dus, wat betekent dat nieuwbouw op geen enkele manier mag bijdragen aan klimaatverandering.

CO2-neutrale nieuwbouw

In het Klimaatakkoord van Parijs zijn allerlei gedetailleerde richtlijnen te vinden. Die zetten precies uiteen waar verschillende gebouwen aan moeten voldoen om het akkoord na te leven. Voor bestaande bouw betekent Paris Proof bijvoorbeeld dat de energieprestaties grondig worden verbeterd. Martijn Goossens, duurzaamheidsspecialist bij advies- en ingenieursorganisatie Arcadis: “Dat is in principe goed te doen. We weten inmiddels wel wat we moeten doen om bestaande bouw Paris Proof te maken.”

Bij nieuwbouwprojecten is het wat lastiger, omdat de eisen een stuk strenger zijn. Nieuwe gebouwen mogen straks op geen enkele manier meer bijdragen aan klimaatverandering. Met andere woorden: ze moeten werkelijk energieneutraal (WENG) zijn. Dat is een uitdaging, maar klanten vragen er wel steeds vaker naar. “Bij laagbouwprojecten krijgen we dat al wel voor elkaar. Maar veel projecten van Arcadis zijn juist midden- en hoogbouw”, zegt Goossens. “Denk aan tien, vijftien, twintig verdiepingen hoog. Dan lopen we al snel tegen technische problemen en beperkingen aan. Dat geldt overigens niet alleen voor Arcadis, iedereen worstelt hiermee.”

Tekst gaat verder onder het kader.

Wat betekent Paris Proof bouwen?

Een gebouw is Paris Proof als de operationele en de embodied emissies van het gebouw aan de richtlijnen van het Parijse Klimaatakkoord voldoen. Het operationele gedeelte gaat over de emissies die een gebouw tijdens de levensduur uitstoot. Van gebouwgebonden energieverbruik, zoals verwarming, koeling, ventilatie en verlichting, tot het gebruiksgebonden energiegebruik, zoals laptops en koffiezetapparaten. De embodied emissies zitten in de materialen waar het gebouw van is gemaakt.

Het probleem van hoogbouw

Wat maakt het zo lastig om met Paris Proof de hoogte in te gaan? En hoe krijg je dat tóch voor elkaar? Arcadis onderzocht het voor de operationele emissies van hoogbouwprojecten en schreef er een whitepaper over. “Hoe hoger je bouwt, hoe meer mensen gebruikmaken van het pand. En hoe meer mensen, hoe hoger het energieverbruik”, schetst Goossens. “Dat is problematisch, want je hebt al snel een zonnepaneel per gebruiker nodig om alleen al het gebruiksgebonden energieverbruik op een duurzame manier te dekken. Maar het dakoppervlak van een hoog gebouw is beperkt. En windmolens zijn meestal ook geen optie, want hoogbouw is vooral te vinden in stedelijk gebied.”

“Een dak vol zonnepanelen is dus verre van voldoende om het energieverbruik van bijvoorbeeld een kantoortoren te dekken”, vervolgt hij. “Je hebt dan ook andere en extremere maatregelen nodig om op Paris Proof uit te komen.”

De sleutelrol van de architect

Een Paris Proof hoogbouwproject begint daarom al op de tekentafel. “Er moeten bij de eerste ontwerpschetsen al bepaalde keuzes gemaakt worden, anders wordt Paris Proof bouwen meteen al een lastig verhaal”, zegt Goossens. Met name een efficiënt gebouwontwerp is een absolute must. Het schoolvoorbeeld daarvan is een kubusvormig gebouw. Een kubusvormig gebouw heeft namelijk veel minder geveloppervlak (lees: de muren, ramen en het dak van het gebouw), waar energie in de vorm van warmte en koeling uit kan ‘lekken’. Bij een vergelijkbaar gebouw maar dan met een L- of U-vorm stijgt het geveloppervlak fors, waardoor er meer energie ‘ontsnapt’ en het totale energiegebruik van het gebouw dus veel hoger uitvalt.

“Voor een gebouw dat aan de BENG-normen moet voldoen, kunnen we dat verschil in energieverlies wel rechttrekken met installatietechnische oplossingen”, zegt Goossens. “Maar voor een Paris Proof-gebouw is dat geen optie. Dan móét het gebouw over een efficiënte en compacte vorm beschikken, anders gaat het simpelweg niet lukken.”

Zonnepanelen op de gevel

Maar zelfs met een efficiënte bouwvorm moeten er nog allerlei maatregelen worden getroffen om op Paris Proof uit te komen. Gek genoeg valt betere isolatie daar niet onder. “De isolatie van nieuwbouw, compleet met zonwerend HR+++ beglazing, is tegenwoordig al erg goed, daar is weinig ruimte voor verbetering”, verklaart Goossens. “Het verder verbeteren van de isolatie levert je misschien een procentje verbetering op ten opzichte van de BENG.”

Wat maakt dan wel impact? Om te beginnen zijn zo veel mogelijk zonnepanelen op de oost-, west- en zuidgevel onmisbaar. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, zegt Goossens: “Ten eerste hebben zonnepanelen op de gevel momenteel nog een behoorlijk prijskaartje. Als een opdrachtgever vooral op zoek is naar een zo goedkoop mogelijk gebouw, is het dus al snel geen optie meer.” Daarnaast is het beschikbare geveloppervlak vaak beperkt. Ook daar speelt de architect weer een belangrijke rol, stelt Goossens. Want hoe kleiner het raamoppervlak, hoe meer ruimte er is voor zonnepanelen.

Glazen dozen zijn verleden tijd

Arcadis publiceerde een lange lijst van andere maatregelen die samen bijdragen aan het Paris Proof maken van hoogbouw. Zo is zonwering normaal gesproken not done in de hoogbouw, maar voor een Paris Proof-gebouw is het juist onmisbaar. “Anders blijft je energieverbruik voor koeling simpelweg te hoog”, aldus Goossens. Daarnaast kan de open/dicht-verhouding van gebouwen aangepast worden. “Glazen dozen zijn wat dat betreft verleden tijd”, vervolgt hij. “Als je het glasoppervlak van gebouwen verlaagt van 80 naar 50 procent heeft dat enorm veel impact. Lager dan 50 procent is juist weer af te raden, want dan komt er niet voldoende daglicht binnen en schiet het energieverbruik voor verlichting omhoog.”

Benieuwd naar alle maatregelen die Arcadis adviseert? Download hier de whitepaper waar alle aanbevelingen in staan.

Het kan, maar…

Uit de whitepaper van Arcadis blijkt dat Paris Proof hoogbouw mogelijk is, dat is goede nieuws. Maar gemakkelijk is het zeker niet. “Op papier is het nu duidelijk wat er moet gebeuren, maar dat is geen garantie voor de praktijk”, aldus Goossens. “Het gaat om veel en ingrijpende maatregelen, die niet gemakkelijk zijn. Het vraagt dan ook veel inzet en lef van alle betrokken partijen. En het valt of staat bij de keuzes die aan de tekentafel gemaakt worden.”

Maar als alle neuzen dezelfde kant op staan, ís het mogelijk. En dat is maar goed ook, besluit Goossens: “Uiteindelijk moet de volledige gebouwde omgeving aan de richtlijnen van het Klimaatakkoord van Parijs voldoen. Dus ook hoogbouw moet eraan geloven.”

Lees ook:

Opmerkelijk: 200 nieuwe ‘duurzame’ gebaren voor Britse gebarentaal

De Britse gebarentaal heeft er zo’n 200 nieuwe gebaren bij voor wetenschappelijke begrippen rond het thema duurzaamheid. De gebaren maken educatie in duurzaamheid eenvoudiger en beter. Effectiever communiceren Dove mensen communiceren met andere doven over het algemeen door middel van een gebarentaal. Als er voor een begrip (nog) geen gebaar is, gebruiken ze meestal vingerspelling om het woord voor dat begrip te spellen. De meeste dove mensen kunnen dat behoorlijk snel, maar met het spellen van woorden als 'broeikasgassen' of 'CO2-voetafdruk' ben je toch even bezig. Een gebaar maakt de communicatie efficiënter en effectiever. Natuurlijke taal Gebarentalen zijn natuurlijke talen. Dat wil zeggen dat ze op natuurlijke wijze zijn ontstaan, net zoals gesproken talen. Meestal ontstaan gebaren voor nieuwe begrippen, dus ook op een natuurlijke manier. Waar nieuwe begrippen ontstaan (bijvoorbeeld innovaties of nieuwe technologie), ontstaan nieuwe gebaren, net zoals er in gesproken talen nieuwe woorden of samenstellingen worden bedacht. Inhaalslag Toch kan het zijn dat een gebarentaal achterloopt op een gesproken taal. Vroeger waren dove mensen veel meer uitgesloten van de maatschappij. Ze kregen weinig scholing en daardoor vaak een eenvoudige baan. Zodoende waren er vaak geen gebaren voor bijvoorbeeld juridische of medische begrippen. Tegenwoordig is de maatschappij inclusiever en zijn er ook dove leraren en wetenschappers. En dus is er ook een grote behoefte om over meer en specifiekere onderwerpen (vakjargon) te kunnen praten. Op die gebieden is soms nog een inhaalslag nodig. 200 nieuwe gebaren De Britse gebarentaal heeft nu zo’n 200 nieuwe gebaren gekregen. Dat zijn allemaal gebaren voor begrippen rond de thema’s biodiversiteit, ecosystemen, het milieu en vervuiling. De wetenschappers en dove gebruikers achter deze update hopen dat dit uitgebreide vocabulaire het voor doven mogelijk maakt om volledig deel te kunnen nemen aan gesprekken over klimaatverandering; in een wetenschappelijke setting of in het klaslokaal. Onderwijs in klimaatverandering De nieuwe gebaren zijn vooral ontwikkeld voor dove kinderen op scholen. Omdat de gebaren niet op natuurlijke wijze zijn ontstaan, maar zijn ‘gecreëerd’, is er geprobeerd gebaren te ontwikkelen die de begrippen waarnaar ze verwijzen, zo goed mogelijk visualiseren. Met deze nieuwe gebaren wordt het voor dove mensen makkelijker om deel te nemen aan onderwijs en debat over klimaatverandering en milieu. Gebarenschat aanvullen Zowel de Britse als de Nederlandse Gebarentaal (NGT) is een officieel door de overheid erkende taal (de Nederlandse Gebarentaal is dat sinds 1 juli 2021). Zo’n officiële status verplicht overheden om het gebruik van deze talen in de samenleving aan te moedigen. Binnen NGT zijn er veel regionale verschillen. Vijfduizend gebaren zijn gestandaardiseerd en worden landelijk gebruikt. Een instantie met NGT-gebruikers en gebarentaalwetenschappers bewaakt de standaard en draagt zorg voor een lexicon (een woordenboek). In Nederland doet het Nederlands Gebarencentrum dit. Het Gebarenatelier, een groep van dove mensen en taalwetenschappers die door centrum wordt aangestuurd, werkt voor NGT aan de ontwikkeling van nieuwe gebaren in vakgebieden waar nog lacunes in de gebarenschat zijn. Nieuwe gebaren in Nederlandse Gebarentaal Ook de Nederlandse gebarentaal krijgt er nieuwe gebaren bij om het klimaatdebat voor doven en slechthorenden toegankelijker te maken. Onlangs werden gebaren toegevoegd voor de begrippen stikstof en 'klimaatklever' (een activist die zich aan een object van symbolische waarde vastplakt om de aandacht van het publiek te vestigen op de klimaatproblematiek). Nu.nl maakte zaterdag (19-08) bekend dat het Gebarenatelier zich nu buigt over de begrippen El Niño, antropogeen, ontzwaveling en albedo-effect (terugkaatsing van zonlicht dat op de aarde valt). Het is nog niet duidelijk wanneer de nieuwe gebaren voor deze begrippen in NGT worden ingevoerd. Meer opmerkelijke verhalen? Zo makkelijk kan nudgen zijnBlue Origin wil zonnecellen van maanzand maken (óp de maan!)Leidt CO2-uitstoot tot groenere oceanen?