Leestijd 8 minuten

Dubbelinterview: Praktische routekaart voor het oplossen van de blinde CO2-vlek

Elk materiaal heeft een CO2-voetafdruk, veel materialen zijn verantwoordelijk voor CO2-uitstoot en biobased materialen zoals hout leggen juist CO2 vast. Om de bouw te verduurzamen, werkt de Green Building Council daarom internationaal aan regelgeving en beleid om de materiaalgebonden CO2-voetafdruk te verminderen. Vanuit Nederland is Janneke Leenaars van Interface ambassadeur van dit project. “De CO2-voetafdruk van materialen en producten waarmee gebouwd en ingericht wordt is te lang een blinde vlek geweest.”

Deltaplan vastgoed
Wereldwijd wordt er naar verwachting nog veel gebouwd tot 2050 | Credit: Adobe Stock

In de bouw is er sprake van twee soorten CO2-uitstoot: de CO2 gerelateerd aan materialen en processen in de gehele keten én de CO2-uitstoot veroorzaakt door het operationele energiegebruik van gebouwen – bijvoorbeeld voor verwarming en verlichting. Bij de Dutch Green Building Council (DGBC) werkt projectmanager Laetitia Nossek samen met partners in de bouwketen aan een routekaart om de sector CO2 neutraal te krijgen. “In Nederland is voor het operationele gedeelte redelijk duidelijk wat er moet gebeuren, dus we richten ons meer op de materiaalgebonden CO2, ofwel embodied carbon, in ons jargon.” Haar idee: als de gebouwde omgeving onderdeel wil zijn van de oplossing en wil bijdragen aan het Parijs Akkoord, dan moet er ook serieus gekeken worden naar materiaalgebruik.

Door de samenwerking met de World Green Building Council en Europese zusterorganisaties, wil DGBC vastleggen waar de grootste hobbels op de weg liggen, en wat eraan kan worden gedaan. Janneke Leenaars is vanuit haar rol als Sustainability Manager Noord-Europa bij Interface aangesloten als building life ambassadeur: “De CO2-voetafdruk van materialen en producten waarmee gebouwd en ingericht wordt is te lang een blinde vlek geweest. Het is van groot belang hier aandacht voor te vragen.”

Materiaalgebonden CO2 als hoofdrolspeler

Leenaars is door haar kennis en enthousiasme gevraagd als ambassadeur. “Omdat Interface al zo lang bezig is met het steeds verder verlagen van de CO2-voetafdruk van onze producten om daarmee de CO2-voetafdruk van de ruimtes van onze klanten te verminderen, viel het me op dat hier in Nederland nog weinig aandacht was voor embodied carbon. Leenaars noemt een voorbeeld uit het bredere bouwveld: “Er is altijd veel aandacht uitgegaan naar isolatie van panden, maar eigenlijk is inmiddels bekend dat de productie van sommige isolatiematerialen zoveel CO2-uitstoot hebben veroorzaakt, dat je dat niet makkelijk terugverdient met je operationele CO2-besparing. Juist natuurlijke materialen zoals vlas en hennep zijn hiervoor een goede vervanging. Deze leggen CO2 vast.” Leenaars vindt dat áls het dan de 'decade to act' is waar de gebouwde omgeving wezenlijk onderdeel van wil en moet zijn, dat materiaalgebonden CO2 de hoofdrolspeler is.

De impact van CO2

Embodied Carbon is zeker de hoofdrolspeler, zegt Nossek, die vanuit haar studie Future Planet Studies al jaren gemotiveerd is om in actie te komen voor de Klimaatdoelstellingen van 2050. “De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor 39 procent van de gehele CO2-uitstoot, operationeel energieverbruik zorgt voor 28 procent van de gehele uitstoot en embodied carbon voor 11 procent. Als je echt Paris proof wilt zijn, moet je dus ook de materialen in de bouwkolom meenemen. Interface, maar ook Arcadis, Colliers en The Edge zijn koplopers op dit gebied”, zegt Nossek. “Het heeft met een andere manier van denken te maken. Het betekent anders bouwen, anders nadenken over het proces en anders kijken naar de gehele keten om zo te bepalen hoe je per stakeholder de uitstoot naar beneden kunt brengen.”

Zeker als je bedenkt dat in de komende decennia nog veel bouwprojecten in de steigers staan. Leenaars: “Wereldwijd wordt er naar verwachting nog veel gebouwd tot 2050. De Stichting Architecture 2030 berekende dat de materiaal gebonden CO2-impact van die nieuwe gebouwen dan ook nagenoeg even groot zal zijn als de operationele CO2-emissies. In de komende tien jaar, als we het tij moeten zien te keren, schatten ze de materiaal gebonden CO2-impact van de wereldwijde nieuwbouw zelfs op 74 procent.” Vandaar haar gedrevenheid om nu te handelen, erover te vertellen en te laten zien wat de impact is. “En welk scala aan mogelijkheden er zijn om mee te werken.” Want er zijn oplossingen.

Behoud en onderhoud

Zo is hout van duurzame bosbouw een veelbelovend materiaal om de CO2-impact te verminderen in de gebouwde omgeving. Dit omdat CO2 in het hout ligt opgeslagen. Een andere manier is urban mining: hergebruik van bestaande bouwmaterialen. Nossek noemt nog een passend voorbeeld dat te simpel lijkt om waar te zijn: “Als een gebouw een goed fundament en een goede constructie heeft, is het qua CO2 veel beter om te renoveren, in plaats van het gebouw plat te gooien en er een energie-efficiënt gebouw voor in de plaats te zetten. Dat zijn werkwijzen waar kennelijk het bewustzijn nooit zo groot over is geweest.”

Leenaars vult Nossek aan: “Een belangrijk aspect is levensduurverlenging: dat je de juiste manieren van onderhoud inzet. Interface heeft bijvoorbeeld een zogeheten “schoonloopmat”, die je gebruikt bij de ingang van panden. Die mat moet lang genoeg zijn en houdt veel vuil en zand tegen waardoor de rest van de vloeren minder beschadigd worden en je dus zorgt voor levensduurverlenging. Goed onderhoud is eveneens cruciaal.” Het valt Leenaars op dat er in discussies over circulariteit vaak wordt gegrepen naar grote interventies of discussies over spannende businessmodellen. “Terwijl er juist zoveel profijt valt te halen uit snel over het oog geziene, zogenaamd simpele oplossingen zoals behoud en onderhoud.”


Dubbelinterview foto
Laetitia Nossek van Janneke Leenaars (rechts) zijn beide betrokken om aandacht te vragen voor de CO2-voetafdruk van bouwmaterialen

Meten is weten

Volgens Nossek is het dan ook van belang dat er op een andere manier wordt nagedacht, zowel door uitvoerende partijen als door opdrachtgevers. Leenaars: “Ik wil mijn kinderen later kunnen vertellen dat ik geprobeerd heb onderdeel te zijn van de oplossing.” Bij Interface is Leenaars dan ook goed op haar plek. “Het is altijd onze strategie geweest om minder grondstoffen te gebruiken en het percentage gerecyclede en biobased materiaal te verhogen.”

De inmiddels overleden oprichter Ray Anderson van Interface zei in 1994 al: “We have a choice to make during our brief visit to this beautiful blue and green living planet: to hurt it or to help it.” Leenaars werkt net als haar collega’s hard aan de laatste optie die hij noemt. En met succes. “De CO2-impact van de tapijttegels van Interface is 76 procent lager dan in 1996, en alle producten zijn sinds 2018 CO2-neutraal over de gehele levenscyclus.” Als kers op te taart, lanceerde Interface dit jaar haar eerste CO2-negatieve tapijttegels. Daarnaast heeft Interface voor haar Europese tapijttegel-productie in september volledig afscheid genomen van bitumen, materiaal gemaakt van fossiele grondstoffen. Deze is vervangen door de nieuwe tapijt-rug gemaakt van biobased en gerecycled materiaal, en dat is nu standaard. Daarmee laten we zien dat het kan!”

Volgens Leenaars is een wezenlijk onderdeel van het succes: meten. “Wat is de CO2-impact van grondstoffen en welke gerecyclede en biobased materialen kunnen we daarvoor in de plaats gebruiken? Dat onderzoek heeft ons veel geleerd.” Nossek gebruikt meten ook voor het BuildingLife-programma waar beiden aan werken. “Er wordt nu gemeten waar over de hele levenscyclus van een gebouw de grootste impact zit. Dat gaat over de verschillende fases van de bouw, maar ook over de verschillende lagen van een gebouw. Daarmee krijg je inzicht in waar je de grootste klappers kan maken, waar je het hardst moet werken en waar de innovatiekansen liggen.”

Het 'tipping point'

Intussen wordt hard gewerkt aan de routekaart voor het CO2-neutraal maken van de bouwsector. De bedoeling is om in november een eerste versie te publiceren en te zorgen dat alle partijen de doelstellingen ook echt willen behalen. Nossek: “We willen vastleggen wat het maximum is dat je aan materiaal gebonden CO2, evenals operationele CO2, kunt uitstoten in de gebouwde omgeving. Wat is dan je target en wat zijn je doelstellingen? Dat moet zich dan gaan vertalen naar verschillende spelers in de keten.” En het opstellen van de routekaart heeft nu al een positief effect, merkt ze, ook al zitten ze nog in de onderzoeksfase. “Enerzijds worden de doelen steeds concreter en anderzijds sluiten steeds meer bedrijven zich aan.”

Nossek is gemotiveerd omdat er met veel verschillende partijen wordt samengewerkt en er zoveel verschillende perspectieven worden gehoord en gezien. “Als je alle betrokken bedrijven overziet, heb je nu al een kritische massa die hier belang aan hecht. Als je dan ook nog wat kunt doen met transparante data, het samen opstellen van doelstellingen en het hanteren van een eerlijke normering, dan gaan we daadwerkelijk wat in gang zetten.”

Het doel op de korte termijn is er ook. Leenaars: “Het klimaatrapport van het IPCC begin augustus was heel indringend. In november is de COP26 waarin alle wereldleiders weer bij elkaar komen om hun plannen om het Parijs Akkoord te realiseren te bespreken. Ik hoop dat er ferme afspraken worden gemaakt met actie op de oplossingen die er al zijn. Sla het inspirerende wetenschappelijk onderbouwde boek Project Drawdown maar eens open.”

Lees hier meer over de duurzame stappen (en het inlossen van de belofte) van Interface

Annemarie van doorn
Annemarie van Doorn van Dutch Green Building Council

Directeur Annemarie van Doorn van DGBC: “De bouw en vastgoedsector is ingewikkeld, maar ik ben heel positief. Al veertien jaar ben ik hiermee bezig, en ik zie nu wezenlijke veranderingen plaatsvinden. Er is meer kennis dan ooit, en er zijn in de markt veel partijen die kennis willen delen. Als we ons nu echt realiseren dat we nog 6,5 jaar de tijd hebben en dat vaak zichtbaar maken op alle mogelijkheden manieren, dan gaat het ons lukken. Maar we moeten het monitoren. Wat als leidraad kan helpen voor zowel nieuwbouw als de bestaande omgeving, is de objectieve BREEAM methode, waarmee bouwprojecten kunnen worden beoordeeld op integrale duurzaamheid. Dat geeft handvatten, en die kennis is openbaar en kan dan gedeeld worden met alle partijen. Het is vaak zo dat mensen niet op de hoogte zijn van de ontwikkelingen, en dat met name particulieren, het geld niet hebben om die bij te benen. Dat moet de overheid ondersteunen, zij moeten handelingsperspectief bieden zodat iedereen, stap voor stap, de route kan bewandelen naar een CO2-neutrale bouwsector. Ik zie daarvoor nog veel kansen voor ons, zoals samenwerkingen met organisaties zoals Vereniging Eigen Huis. Er zijn zoveel partijen die hiermee te maken hebben, we zouden de handen ineen moeten slaan. Het zou mooi zijn als dat ook gaat lukken. Dan zijn we in de toekomst als organisatie wellicht niet eens meer nodig. Dat zou toch mooi zijn?”

Change Inc.

join the changesluit je gratis aan

Bij een ecosysteem van 42.512 professionals, bedrijven en start-ups die samen aan oplossingen werken voor een betere toekomst. Met dagelijks kwaliteitsjournalistiek, inzichten en evenementen, want morgen wordt vandaag bedacht.

Join the change, word lid

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven


Producten & Diensten

Magazine


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu