Sabine Sluijters 25 november 2021, 11:51

Ziekenhuizen kunnen duurzamer worden dan gedacht

Ziekenhuizen kunnen tot 2030 veel meer CO2 reduceren dan gedacht. Dat blijkt uit een onderzoek van TNO dat de plannen van 76 ziekenhuizen doorlichtte.

Ziekenhuis

Uit de studie blijkt dat wanneer ziekenhuizen hun eigen duurzaamheidsplannen uitvoeren, ze een CO2 reductie van 59 procent kunnen halen. Dat is 10 procent meer dan de doelstelling die is opgenomen in het Klimaatakkoord. Veel van die reductie is te danken aan het vervangen van aardgas en de verwachting dat de elektriciteitsopwekking de komende jaren verder zal verduurzamen.

Ziekenhuizen van het gas af

Want de grootste CO2 uitstoot van ziekenhuizen is te wijten aan het hoge energiegebruik. Zo is voor de verwarming van alle locaties veel aardgas nodig en zorgen verlichting en zware medische apparatuur voor een hoog elektriciteitsverbruik. Om het aardgasverbruik te verlagen kiezen de meeste ziekenhuizen voor het vervangen van gasgestookte verwarming, voor warmtepompinstallaties die gebruik maken van warmte-koude-opslag (wko). Daardoor hebben ze minder aardgas nodig maar loopt de elektriciteitsrekening wel op.

In het algemeen zal door de verduurzamingsplannen het stroomverbruik bij alle ziekenhuizen met ongeveer 10 procent toenemen. Wanneer die stroom duurzaam wordt opgewekt, scheelt dat veel CO2. Er wordt door ziekenhuizen al gebruik gemaakt van zonnepanelen, maar deze leveren slechts een paar procent van de totale stroombehoefte van de ziekenhuizen op.

Een ziekenhuis kan naast CO2 reductie nog veel meer doen om duurzaam te worden. Lees hier wat daarvoor nodig is

Over de hele linie

Voor de studie onderzocht TNO alle verduurzamingsplannen van 76 ziekenhuizen die aangesloten zijn bij het Expertisecentrum Verduurzaming Zorg. In totaal gaat het om 210 locaties. Volgens Stefan van Heumen, onderzoeker bij TNO en medeauteur van het rapport, is de positieve trend over de hele linie van ziekenhuizen zichtbaar. ‘Uit de plannen blijkt dat het niet om een enkele koploper met ambitieuze plannen gaat, maar om een groot deel van de ziekenhuizen dat al veel verduurzamingsmaatregelen heeft doorgevoerd en daar de komende jaren nog verder in wil gaan.’

Dat wil niet zeggen dat er geen verschillen zijn. “Niet ieder ziekenhuis staat er hetzelfde voor”, zegt Van Heumen. Sommige zijn al redelijk duurzaam omdat ze net in een nieuw gebouw zitten. Maar er zijn ook ziekenhuizen die bijvoorbeeld door financiële positie aangewezen op hun bestaande gebouw. Die zullen ook die slag moeten maken.”

Terughoudend met nieuwe technieken

Hoewel ziekenhuizen dus meer CO2 reductie kunnen bereiken dan eerst werd gedacht, is nog lang niet alles mogelijk. Om kwetsbare patiënten te beschermen zijn ziekenhuizen terughoudend met het toepassen van nieuwe technieken die zich nog niet of in onvoldoende mate hebben bewezen.

De ziekenhuizen lijken voor 2030 dus goed op koers te liggen, maar de gevraagde 95 procent emissiereductie in 2050 is nog wel een uitdaging. Hiervoor zullen ziekenhuizen in het totaal minder energie (dus ook minder stroom) gaan gebruiken. “En dat wordt nog wel een uitdaging”, zegt Van Heumen. “Want ziekenhuizen zijn grote stroomverbruikers en dat is de afgelopen decennia alleen maar toegenomen.”

Benieuwd wat ziekenhuizen nu al kunnen doen om duurzamer te worden? We bespraken het in een uitzending van Koplopers:

De zorgsector in Nederland is goed voor 7 procent van de nationale CO2 uitstoot. Het meeste daarvan komt door alle gebouwen, ziekenhuizen en langdurige zorginstellingen die gas en stroom nodig hebben. Voor verwarming en licht, maar ook voor zware medische apparatuur. Daarnaast draagt het komen en gaan van patiënten en medewerkers naar ziekenhuizen en instellingen (voor 22 procent) bij aan de CO2 voet­afdruk. Ook medicijnen hebben een grote klimaatimpact (18 procent).

FrieslandCampina en Agrifirm gaan zorgen voor ontbossingsvrije soja

Uit een onderzoek van Milieudefensie en televisieprogramma Zembla blijkt dat de drie grootste veevoerbedrijven van Nederland - ForFarmers, De Heus en Agrifirm - 'foute' soja verkopen. Zij kopen op hun beurt de soja in bij Bunge, een van de grootse soja-importeurs van Europa. En dat bedrijf wordt in verband gebracht met landroof, corruptie en 60.000 hectare ontbossing. Dat, terwijl de soja gecertificeerd isf met een keurmerk voor 'responsible soy'. Maar volgens het Wereld Natuur Fonds laat dat keurmerk te wensen over. Nederland is de derde grootste soja-importeur ter wereld. Jaarlijks komt er 4,3 miljoen ton aan in onze havens. Een miljoen ton wordt doorgevoerd naar andere landen, en 1,7 miljoen ton van de soja wordt in Nederland voor veevoer gebruikt. Rond de 40 procent van het totaal aan ingevoerde soja komt Brazilië, waar het in verband wordt gebracht met ontbossing. Nederlandse boeren kopen hun soja bij een van de veevoederbedrijven in, waardoor ook zij deze verkeerde soja aan hun dieren voeren. En zo kunnen zuivelproducent FrieslandCampina en vleesverwerkingsbedrijf Vion in verband worden gebracht met ontbossing. Gegarandeerd ontbossingsvrije soja Het nieuws komt de dag nadat FrieslandCampina en Agrifirm aankondigden om vanaf 2022 gegarandeerd 100 procent ontbossingsvrije soja aan te bieden. Maar dat betekent niet dat alle zuivel van FrieslandCampina dat straks ook is, want boeren zijn vrij om zelf te kiezen waar ze inkopen. "We hebben geprobeerd om het met Nevedi (brancheorganisatie diervoederindustrie, red.) af te spreken. Zodat het voor de gehele soja-inkoop geldt", zegt duurzaamheidsmanager Sjoerd van Sprang van Friesland Campina. "Maar dat was helaas niet mogelijk qua volume, snelheid en kosten. Dus hebben we het met alleen Agrifirm afgesproken." Volgens Van Sprang koopt ongeveer 30 procent van de gehele Nederlandse melkveehouderij zijn soja bij Agrifirm. Om die ontbossingsvrije soja te kunnen garanderen wordt met satellieten gewerkt. Ook hebben de bedrijven contact met een coöperatie van Braziliaanse boeren. De sojastroom wordt vervolgens apart vervoert, verwerkt en opgeslagen. "Dat zijn veel ingrepen in de lange keten", zegt Van Sprang. "Maar alleen zo kun je het garanderen." Hoeveel procent van het melkveevoer is soja? Een koe eet vooral gras en mais. Ruim 90 procent van het voer komt van het bedrijf zelf, en rond de 10 procent wordt ingekocht. "Dat is voor een groot deel restanten uit de voedingsmiddelenindustrie, zoals bierborstel, dat overblijft uit bierbrouwerijen, citrus- of suikerbietenpulp", zegt Guus van Laarhoven, programmamanager biodiversiteit bij FrieslandCampina. "En dat wordt aangevuld met 1 a 2 procent krachtvoer. Dat zijn maïskorrels, tarwe, soja en raapschroot." Als het maar zo'n klein percentage is, waarom stoppen boeren dan niet helemaal met soja? "Omdat er in het najaar niet genoeg eiwit in het gras zit, heb je soms wat extra nodig", zegt Van Laarhoven. "Soja kan dan net dat puntje op de i zijn om de koe gezond en vitaal te houden." FrieslandCampina hoopt dat marktwerking er uiteindelijk voor gaat zorgen dat straks alle soja ontbossingsvrij is. "Als onze leden dit nu allemaal willen inkopen is er nog niet genoeg op de markt. Maar omdat wij dit nu als vrager duidelijk maken, hopen we dat meer veevoederbedrijven deze stappen gaan nemen", zegt Van Sprang. Want het bedrijf wil niet in verband worden gebracht met ontbossing. Vanavond is er een uitzending van Zembla over hoe foute soja in onze supermarkten terecht komt. Het zegt ook dat WNF geen vertrouwen meer heeft in het sojakeurmerk. En de anti-ontbossingswetgeving die de Europese Commissie vorige week voorstelde laat volgens WNF ook te wensen over: niet alle natuurgebieden vallen onder die wet. Lees ook: Nieuwe Europese regels moeten een einde maken aan ontbossing