Chantal Blommers 13 juli 2023, 09:13

Albert Heijn experimenteert met 'eerlijke prijs' voor koffie: dit zijn de uitkomsten

Supermarkt Albert Heijn experimenteert op drie locaties met een ‘eerlijke prijs’ voor koffie. Bovenop de reguliere prijs kunnen klanten ervoor kiezen om ook te betalen voor de milieu- en sociale kosten die het ‘bakkie’ met zich meebrengt.

Truepricewageningen In Wageningen kun je nu kiezen voor de 'gewone' prijs en de 'eerlijke' prijs. | Credits: Albert Heijn

Dit artikel is bijgewerkt op 13 juli 2023 naar aanleiding van de resultaten van het experiment

Bij de AH to go in Groningen, Wageningen en Zaandam kunnen klanten uit twee prijzen kiezen voor hun getapte kopje koffie: de reguliere winkelprijs én de eerlijke prijs. Die bestaat uit een toeslag voor sociale- en milieukosten die gemaakt worden in de hele keten, zoals CO2-uitstoot, waterverbruik, grondstoffengebruik en arbeidsomstandigheden. Volgens Albert Heijn kunnen klanten op deze manier duurzamere keuzes maken.

De rekensom (in plaats van 2 euro voor koffie betaal je 2,08 euro en in plaats van 2 euro voor een cappuccino met koemelk betaal je 2,28 euro) is gemaakt in samenwerking met de organisatie True Price, die ernaar streeft dat alle levensmiddelen verkocht worden voor een transparante, eerlijke prijs. Er wordt een ‘wetenschappelijk onderbouwde en breed ondersteunde methode’ gebruikt om de true price van een product te berekenen. De eerlijke prijs geldt ook voor havermelk: een cappuccino met havermelk is op deze manier dus iets goedkoper dan die van koemelk, omdat koemelk minder duurzaam is.

De opbrengst

Albert Heijn zegt te willen leren hoe klanten kijken naar de eerlijke prijs van koffie. Met het extra geld dat op deze manier wordt opgehaald, wil Albert Heijn investeren in verbeterprojecten in de koffieketen. Daarvoor wordt samengewerkt met Rianforest Alliance. “We willen onze klanten helpen gemakkelijk gezonde en duurzame keuzes te maken”, zegt Marit van Egmond, CEO van Albert Heijn. “Dat doen we door ze goed te informeren. True price is een van de manieren waarop dit kan en daarom omarmen we deze gedachte.”

Michel Scholte, medeoprichter en uitvoerend directeur van True Price, is enthousiast over de stap van Albert Heijn. “Naast wat Albert Heijn samen met klanten, leveranciers en partners al doet, kan true pricing nog gerichter leiden tot het verduurzamen van de keten. Zodat de rekening niet wordt doorgeschoven naar de meest kwetsbaren of toekomstige generaties.”

Wat is true price?

Met het systeem van True Price wordt de consument in staat gesteld om vrijwillig de ware prijs te betalen van producten die ze kopen. True Price laat met openlijk beschikbare methodologiedocumentatie zien wat de echte prijs is van producten.

Vaak zitten milieu- en maatschappelijke kosten niet verwerkt in de winkelprijzen. True Price laat de ware prijs van producten zien, inclusief de sociale en ecologische kosten op de lange termijn. True Price stelt zich een wereld voor waarin alle producten voor een echte prijs worden verkocht. Op die manier wordt er geen schade toegebracht aan de mens of de natuur; dan is het product duurzaam.

Lees hier meer over True Price.

AH wil B Corp worden

De proef met de eerlijke prijs start vandaag en heeft – voor zover bekend – geen einddatum. Albert Heijn communiceert het experiment op de dag dat ook het duurzaamheidsverslag uitkomt. Daarin staan alle stappen die de grootgrutter de komende jaren wil ondernemen om te verduurzamen. Tegelijkertijd laat Albert Heijn weten dat het de ambitie heeft om B Corp te worden. Dat is een certificering die bedrijven toetst op hun milieu- en sociale impact. De bedrijven doorlopen een assessment waarbij wordt gekeken naar governance, milieu, werknemers, klanten en gemeenschap.

“We zetten iedere dag stappen, grote en kleine”, zegt CEO Van Egmond. “Met het B Corp-raamwerk krijgen we inzicht in waar we onze sociale en ecologische prestaties nog verder kunnen verbeteren. Met deze inzichten kunnen wij samen met iedereen in de voedselketen zorgen dat we met onze inspanningen een positieve bijdrage leveren om de wereld beter achter te laten.”

Resultaten

Inmiddels is het experiment afgerond. Albert Heijn geeft een inkijkje in de resultaten. Zo gaf 36 procent van de klanten aan de ‘echte prijs’ te willen betalen voor hun kop koffie. 20 procent van de mensen gaf aan een andere koffiekeuze te maken wanneer zij de echte prijs zouden zien. Hierbij kan je denken aan een zwarte koffie in plaats van een cappuccino, en aan havermelk in plaats van koemelk. De verkoopresultaten laten echter een ander beeld zien. In de praktijk koos 15 procent van de klanten ervoor om bij de kassa de ‘echte prijs’ te betalen. Op basis van verkoopdata moet Albert Heijn ook concluderen dat de overstap naar een ander type koffie niet werd gemaakt.

Groene consument kiest vaker voor de ‘echte prijs’

Wat opvalt, is dat klanten die kiezen voor koffie met havermelk of sojamelk vaker de ‘echte prijs’ afrekenen. Het percentage is 31 procent. “Dit laat zien dat groenere consumenten, die mogelijk om milieuredenen kiezen voor plantaardige melk ook meer geneigd zijn om de ‘echte prijs’ te betalen”, aldus Albert Heijn.

Geld gaat naar Rainforest Alliance

De extra bijdrage voor de koffies tijdens het True Price-experiment bedraagt 946,47 euro. Albert Heijn verhoogt dit bedrag en doneert 10.000 euro aan Rainforest Alliance voor verbeterprojecten in de koffieketen.

Hoe nu verder?

Scholte is tevreden met deze eerste resultaten. “Het laat zien dat true pricing ook in een snelle omgeving werkt. We kijken ernaar uit om onze reis voort te zetten en het verbeteren van de hele waardeketen door het gebruik van true pricing.”

Albert Heijn wil true pricing in de toekomst ook testen op andere producten. Om welke producten het gaat en wanneer klanten weer betrokken worden bij zo’n experiment, weet de supermarkt nog niet.

Lees ook:

Janco van Dam, EY: 'Elk bedrijf heeft de plicht om bij te dragen aan collectieve voorzieningen'

Janco van Dam is fiscalist en partner bij EY, waar hij zijn carrière ook begonnen is. Na uitstapjes bij Shell en Lely, de Nederlandse producent van innovatieve agrarische machines, is hij weer terug op zijn oude nest en werkt op het snijvlak van duurzaamheid en belastingen. “Mijn fascinatie voor duurzaamheid ontstond bij Shell: het was één van de eerste bedrijven die, mede onder publieke druk, openheid van zaken ging geven over waar het belasting betaalt.” Deze fiscale transparantie is een vorm van duurzaamheid die sterk op de G uit de ESG-waarden (environment, social en governance) leunt. Het is een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden van Van Dam. En waarom hij belastingen zo interessant vindt? Enerzijds de combinatie tussen economie en recht. Anderzijds zijn belastingen ‘hardcore beleidsinstrumenten’. Ze stimuleren of ontmoedigen gedrag, legt Van Dam uit. Hij gebruikt daarvoor de metafoor van de wortel en de stok: hou je iemand een aantrekkelijke wortel voor zodat diegene de juiste kant op gaat, of geef je een tik met de (financiële) stok als iemand iets doet wat maatschappelijk gezien ongewenst is? Stimuleren en ontmoedigen “Ik denk niet dat fiscaliteit of belastingen het eerste zijn waar je aan denkt als je het over duurzaamheid hebt”, zegt Van Dam. “Ik denk ook niet dat fiscaliteit de grote motor achter duurzame ontwikkelingen is. Maar het is wel een belangrijke radar in het geheel. Zonder fiscale maatregelen komen duurzame ontwikkelingen veel moeilijker, of minder snel, van de grond.” Goed gedrag kan gestimuleerd worden door subsidies te geven. Dit kan rechtstreeks, zoals bij subsidies voor zonnepanelen en windmolenparken is gebeurd. Of het gaat via de belastingen, bijvoorbeeld met belastingaftrek bij investeringen in groene bedrijfsmiddelen of korting op de loonbelasting voor R&D-medewerkers. Van Dam: “Bij het ontmoedigen van niet-duurzame activiteiten kan je denken aan een CO2-heffing, energiebelasting en verpakkingsheffingen. Of, waar het de laatste tijd ook veel over gaat, heffingen op suiker en vlees.”Fiscale transparantie “Bedrijven rapporteren niet meer enkel over financiële data. Ook van duurzaamheidsdata en -doelen wordt verslag gedaan. Deels heeft dit te maken met de invoering van de CSRD die er aan zit te komen (Corporate Sustainability Reporting Directive, een Europese richtlijn die grote bedrijven verplicht te rapporteren over hun impact op mens en milieu, red.). Fiscaliteit is hier een onderdeel van. Bedrijven rapporteren nu ook over waar ze hun belastingen betalen, en hoeveel ze afdragen.” Gebeurde dat eerder dan niet? “Vroeger werkte het vaak zo - in ieder geval in de publieke perceptie - dat bedrijven dikwijls probeerden om hun belastingdruk zo laag mogelijk te houden. Ook met het oog op het creëren van aandeelhouderswaarde. In de huidige tijdgeest is dat geen duurzaam model. Daarom vraagt de maatschappij om steeds meer fiscale transparantie. Hoeveel draag je bij? Want je maakt als bedrijf gebruik van allerlei maatschappelijke voorzieningen. Van de lantaarnpalen die ’s avonds aan gaan tot de huisvesting van werknemers. Elk bedrijf heeft de plicht om bij te dragen aan die collectieve voorzieningen. En een belangrijk deel van die bijdrage is het betalen van belastingen.” In de publieke perceptie hebben de grote accountancykantoren daar niet altijd een glansrol in vervuld. “Dat vind ik een terechte uitdaging. Volgens mij is niet alleen de perceptie, maar ook de insteek lange tijd geweest: bedrijven moeten strikt aan wet- en regelgeving voldoen. Ook als het gaat over belastingen. Binnen de kaders van de wet het correcte bedrag aan belasting betalen en het betalen van een eerlijk deel (“fair share”) van belastingen zijn twee verschillende uitgangspunten. Het eerste is objectief vast te stellen, maar het laatste is een subjectievere norm. Het betalen van belasting werd door veel bedrijven als kostenpost gezien. En het verlagen, of stabiliseren van die kosten, werd in het belang van de aandeelhouders gezien. Nu kijken we meer naar de bredere maatschappelijke impact en ligt de focus op de geest van de wet: hoe zorg je ervoor dat er overal eerlijk belasting wordt afgedragen? Die trend is echt omgeslagen. Maar de vraag is of dit in de publieke perceptie al duidelijk is.” Zie je bij je opdrachtgevers ook dat die trend is omgeslagen? “Dat zie ik, zeker bij Nederlandse multinationals. Zij zien fiscale transparantie als meer dan het delen van cijfertjes. Het gaat om de hele omgang met belastingen. Wat is de strategie van een bedrijf daarin, en hoe deel je die?” Wat is jullie rol daarin? "Wij adviseren bedrijven hoe ze hun belastingbeleid kunnen inrichten. Vaak heeft een bedrijf al een duurzaamheidsstrategie, en komen daarna vragen zoals: hoe past fiscaliteit in die agenda? Welke processen hebben we intern om met belasting om te gaan? Wat is überhaupt de fiscale strategie? En hoe brengen we dat verhaal vervolgens over de bühne?” “Wij kijken dus heel breed naar fiscale zaken. En dat moet ook wel, want er is bij bedrijven vaak veel onduidelijkheid over hoe regels toegepast moeten worden - zeker als een bedrijf in tientallen landen actief is die allemaal hun eigen fiscale regels hebben. Het is voor bedrijven ingewikkeld om van al die regels op de hoogte te zijn.” “Daarom hebben we de Green Tax Tracker ontwikkeld. Die geeft voor bijna vijftig verschillende landen een overzicht van de relevante milieubelastingen en duurzame fiscale stimuleringsmaatregelen. Hier zit van alles in: CO2-heffingen, energiebelastingen, waterbelastingen en allerlei fiscale voordelen en subsidies.” Wat zouden overheden kunnen doen om duurzaamheid effectiever te stimuleren? “Als je kijkt naar hoe subsidies worden verdeeld, is één van de problemen dat niet altijd het meest innovatieve project subsidie krijgt, maar juist degene die de beste subsidieaanvraag doet. Voor een deel gaat dat hand in hand: als jij een goed idee hebt dat heel duurzaam en innovatief is, heb je meer kans op het krijgen van subsidie. Maar als je een goed, innovatief idee hebt met een slechte subsidieaanvraag, vang je wel bot. Het wordt bedrijven die niet de expertise of menskracht hebben om goede subsidieaanvragen op te stellen niet makkelijk gemaakt. Ik wil niet zeggen dat alles makkelijk moet zijn, maar ik denk ook niet dat elk bedrijf alles zelf moet kunnen.” Wat is daar de oplossing voor? “Dit probleem speelt met name voor Europese subsidies. Nationale of provinciale subsidies zijn vaak een stuk toegankelijker. Maar de echt grote subsidies, van enkele miljoenen euro’s, zitten op Europees niveau.” “Wat bij dat soort grote subsidies bijvoorbeeld gevraagd wordt, is dat bedrijven in de aanvraag kunnen aantonen dat voor elke euro subsidie de meeste waarde wordt gecreëerd. Natuurlijk zal vrijwel elk bedrijf daar mee bezig zijn. Maar zijn daar ook richtlijnen voor uitgeschreven? Worden er voor elke euro, voor elk onderdeel dat besteld wordt, drie offertes uitgevraagd en kies je altijd de laagste prijs? De meeste bedrijven doen dat impliciet, maar niet expliciet. En dan zegt de Europese Unie: hoe kan ik controleren dat jij dat als bedrijf echt doet?” “Er zit een gat tussen de op zich logische vraag om subsidiegeld juist te besteden en hoe bedrijven opereren. Er zijn allerlei bedrijven die vooral bezig willen zijn met innovatie en het ontwikkelen van hun product. Voldoen aan subsidievoorwaarden levert administratieve last op, en vraagt om een boekhoudkundige manier van denken die juist innovatieve bedrijven minder hebben. Wij als EY kunnen een rol spelen in het bij elkaar brengen van een innovatieve mindset en het voldoen aan de vereisten van subsidieverstrekkers.” Lees meer: Accountantskantoor EY: klimaatverslaglegging bedrijven kan beterTaco Bosman, EY: 'Nederland belangrijk voor het terugdringen van de wereldwijde broeikasgasemissies'Barend van Bergen, EY: 'Investeer je in bedrijven die onder vuur komen te liggen, of investeer je in de toekomst?'