Chris Thijssen 18 januari 2016, 14:21

Aldi Duitsland roept leveranciers op ‘bijengif’ te bannen

Supermarktketen Aldi Süd in Duitsland draagt zijn Duitse en Nederlandse leveranciers op acht pesticiden uit te faseren. Volgens de keten zijn deze pesticiden schadelijk voor bijen.

188077 Schiphol1 08d785 original 1448288828

Dat meldt Greenpeace op basis van een brief die de supermarktketen aan de milieuorganisatie stuurde. Aldi is volgens de organisatie de eerste grote Europese winkelketen die een stop zet op het gebruik van de pesticiden.

De keten heeft bepaald dat leveranciers vanaf 1 januari acht pesticiden moeten uitfaseren. Het gaat onder meer om de middelen thiamethoxam, chlorpyrifos en imidacloprid. Deze worden gebruikt bij de teelt van groente en fruit. Aldi Süd richtte zijn oproep aan zowel Duitse als Nederlandse leveranciers.

Deze moeten hun teelt in overleg aanpassen om nog met de keten zaken te kunnen doen. Dat is goed mogelijk, stelt Greenpeace: “Steeds meer boeren en telers slagen erin zonder bijengif te telen.”

Ban op imidacloprid

Aldi Süd baseert het besluit op onderzoek van Greenpeace waaruit blijkt dat deze pesticiden het milieu zodanig vervuilen dat bijen en andere nuttige insecten sterven.

De Europese Commissie kondigde in 2013 al een regeling aan op imidacloprid, thiamethoxam en clothianidine. Deze regeling geldt alleen voor bepaalde toepassingen van de pesticiden en laat in Nederland 85 procent van het gebruik van deze neonicotinoïden ongemoeid. Aldi Süd gaat met het weren van acht pesticiden veel verder, stelt Greenpeace.

Vorige week dreigde staatssecretaris Martijn van Dam van Economie Zaken met een verbod op imidacloprid in de glastuinbouw. Volgens de staatssecretaris zijn de risico’s van de insecticide zo groot voor het milieu dat ingrijpende maatregelen nodig zijn. Hij geeft telers nog tot maart om de normoverschrijdingen van imidacloprid in sloten en vaarten terug te dringen.

De agrarische sector ziet weinig in het plan van Van Dam. "Van een algeheel verbod op imidacloprid zullen ook tuinders de dupe worden die voor 50 duizend euro hebben geïnvesteerd in waterzuivering om verzekerd te blijven van deze middelen. Dat kan natuurlijk niet”, zei voorzitter Nico van Ruiten van LTO Glaskracht Nederland eerder tegen Groenten & Fruit.

Daarnaast is de voorzitter bang dat een verbod van middelen met imidacloprid funest is voor de verdere ontwikkeling van gewasbescherming, omdat bedrijven teruggrijpen op breedwerkende middelen. Deze middelen bestrijden behalve specifieke mijten of insecten ook natuurlijke vijanden van gewassen.

Bron: Greenpeace | Foto: Ronnie Khan, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

DGBC: "Voor duurzaamheid de lat steeds hoger leggen"

De DGBC is een netwerkorganisatie met bijna vierhonderd participanten uit de bouw- en vastgoedwereld. De organisatie is vooral bekend door het Breeam-NL keurmerk voor het beoordelen van duurzaamheid in gebouwen en projecten.De weg naar een circulaire economie“We moeten in samenwerking met de koplopers in de vastgoedsector de ambities opnieuw definiëren, concreet maken wat onze impact is op het klimaat en wat wij daarin als sector kunnen doen, ook op het gebied van circulariteit”, zegt DGBC-directeur Annemarie van Doorn. “Er is zoveel mogelijk maar door een gebrek aan kennis en samenwerking verduurzamen we nog te langzaam, met name in de bestaande bouw."Van Doorn is duidelijk over de stand van de circulaire economie in de Nederlandse bouwsector: er is nog een lange weg te gaan. Dat is ook logisch, want volgens de DGBC-directeur is het integreren van de circulaire economie in bedrijfsprocessen zeer complex. “In de bouw heb je met zoveel partijen te maken die aan een gebouw werken, waardoor iedereen feitelijk een andere rol moet spelen”, zegt Van Doorn. “De circulaire economie in de bouwsector begint bij het veranderen van de mindset.”Ook is er meer kennis nodig. “Op materiaalniveau kun je wel al een aantal dingen doen om circulaire systemen van de grond te krijgen, maar er is ontzettend veel onderzoek nodig”, zegt ze. “Het moet aantrekkelijk zijn voor de markt om met de circulaire economie aan de slag te gaan. Voor veel partijen die in de bouw betrokken zijn is het vaak nog onduidelijk hoe ze kunnen bijdragen in de keten van een circulair gebouwde omgeving. Ze zijn geholpen met de kennis en ervaring van anderen.”“Door een gebrek aan kennis en samenwerking verduurzamen we nog te langzaam, met name in de bestaande bouw"‘Regelvrije zone’Een ideale situatie voor de circulaire economie in de bouwsector is volgens de DGBC-directeur een ‘regelvrije zone’, waarin alle partijen die een rol spelen bij de ontwikkeling van een circulair gebouwde omgeving met elkaar kunnen nadenken over bijvoorbeeld het hergebruik van sloopafval in nieuwbouw.“Er staan veel regels in de weg”, zegt Van Doorn. “Maar wat als die regels er niet zijn? Hoe zou je de circulaire economie dan willen aanpakken?” De DGBC organiseert een symposium, waarin verschillende partijen van de bouw- en vastgoedsector zijn uitgenodigd om de transitie naar de circulaire economie te versnellen. Van Doorn: “Je moet bereid zijn om als bedrijf te investeren in kennis, je kennis en vragen te delen en op pad te gaan om samen te werken.”Naast het stimuleren van hergebruik van bouwmaterialen, moet de circulaire economie volgens de DGBC-directeur ook het gebruik van lokale bouwmaterialen en het lokaal opwekken van energie stimuleren.Meer kans in vervangende nieuwbouwVan Doorn ziet meer kansen in sloop en vervangende nieuwbouw dan in gebouwrenovaties om de bestaande gebouwvoorraad drastisch te verduurzamen. Zo blijkt uit onderzoek van TNO dat vervangende nieuwbouw energiezuiniger is dan renovatie. Door alleen woningen van wooncorporaties te vervangen, is een energiebesparing van 37,9 procent te behalen.Daarnaast leidt het vervangen van oude woningen door energieneutrale bouw in 2050 tot een extra energiekostenbesparing van in totaal € 27,4 mrd. “Er is een enorme innovatiekracht nodig om in Nederland meer gebouwen te slopen die aan het einde van hun levenscyclus zijn gekomen”, zegt Van Doorn. “Daarmee kunnen meer partijen werk krijgen en kunnen gebouwen daadwerkelijk worden verduurzaamd.”“Met de toepassing van het Breeam-NL keurmerk, hebben we een gemeenschappelijke duurzaamheidstaal”Bestaande gebouwen verduurzamenHoewel er veel kansen liggen in sloop en vervangende nieuwbouw, richt de DGBC zich ook op het verduurzamen van bestaande gebouwen. “Met de toepassing van het Breeam-NL keurmerk hebben we een gemeenschappelijke duurzaamheidstaal”, zegt de directeur. Van Doorn ziet de Breeam-certificeringen vooral als een handboek dat door verschillende partijen moet worden gebruikt om een duurzaam gebouw te realiseren.Het toepassen van de beoordelingsmethode op bestaande gebouwen is volgens de DGBC-directeur echter nog niet helemaal van de grond gekomen. Eigenaren van bestaand vastgoed vragen zich af waarom ze hun pand moeten verduurzamen. Wanneer blijkt dat de transformatie naar een duurzaam gebouw niet op korte termijn winst oplevert, dan wil de gebouweigenaar de situatie vooral laten zoals die is.“Daarom is de DGBC gestart met een onderzoek naar de incentives om bestaande panden te verduurzamen”, zegt Van Doorn. “Wat zijn de motivaties om bijvoorbeeld bestaande kantoren te verduurzamen en hoe kunnen we vooral mkb-bedrijven helpen om hun gebouwen te verduurzamen?”Voorbeelden van hoe het wel kan, zijn er genoeg. Van Doorn wijst op een aantal onderwijsinstellingen die werken aan de duurzaamheid van hun bestaande vastgoed. De Universiteit Utrecht, Saxion Hogescholen, de Technische Universiteit Eindhoven en de Vrije Universiteit Amsterdam doen mee aan een pilot om bestaande onderwijsgebouwen te kunnen certificeren met het Breeam-NL In-Use-keurmerk.Circulariteit in plaats van duurzaamheid?Over het antwoord op de vraag of ‘circulariteit’ het begrip ‘duurzaamheid’ gaat vervangen, is Van Doorn niet zeker. “Ik weet niet of dat gaat gebeuren. Wanneer spreek je dan van een circulair gebouw? Is dat als de toepassing 80 procent circulair is? Of 30 procent?” Hiervoor moet een definitie van een circulair gebouw volgens Van Doorn meer duidelijkheid geven. “Dit zou er moeten komen. Dan kun je kijken wat dat betekent en welke maatregelen je moet toepassen. Wordt het een nieuwe standaard of wordt het een Breeam-certificaat met een circulair element erin?” Foto: Hoofdafbeelding: Sami Pyylampi, Creative Commons, In tekst-afbeelding: DGBC, Voetafbeelding: DGBC (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)