Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 28 januari 2013, 10:05

Europa ontwijkt CO2-bommen

Veertien ‘CO2-bommen’ gaan de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen fors oppompen. Europa lijkt daaraan niet mee te doen. Maar is dat echt zo?

3052471353 382fc6fb1e o 1 e1359370906972

o?

Greenpeace noemt ze ‘CO2-bommen’: veertien gigantische fossiele brandstofprojecten die voor 6,3 gigaton extra CO2-uitstoot per jaar zorgen of gaan zorgen. De schuldigen zijn teerzanden in Canada, schaliegas in de VS en steenkoolwinning in Australië en China. In het Greenpeace-rapport Point of No Return dat door het Nederlandse consultancybedrijf Ecofys is uitgevoerd staan ze netjes op een rij.

De term ‘CO2-bommen’ klinkt dramatisch, maar de veertien projecten zijn wel degelijk controversieel en hoogstwaarschijnlijk schadelijk voor het klimaat. Met de extra CO2-uitstoot van de projecten wordt het een stuk lastiger om binnen de kritische grens van twee graden Celsius opwarming te blijven. Voorbij die twee graden voorspellen klimaatwetenschappers onomkeerbare en grootschalige consequenties. Als de projecten worden gestopt is er nog een kans van 75 procent dat het niet zover gaat komen.

Vervuilende landen als China en Australië weten wat de gevolgen van de opwarming kunnen zijn. Zo worden enorme kuststeden als Shanghai bedreigd door de stijging van de zeespiegel en gaat Australië gebukt onder hittegolven die elk record breken.

Schijnbaar positief: Europa blijft buiten schot. Geen van de veertien grote projecten vindt plaats in een van de EU-lidstaten. Is een compliment aan de EU daarmee op zijn plaats?

Europa

Opvallend genoeg verschillen opdrachtgever en uitvoerder van het onderzoek hierin van mening. Een compliment is terecht, vindt Kornelis Blok, hoogleraar energie aan de universiteit Utrecht en directeur energie bij Ecofys. Onterecht, volgens Hans Altevogt, campagneleider energietransitie bij Greenpeace. “Dat Europa buiten schot is gebleven komt door de keus van de auteurs van het onderzoek,” zegt Altevogt.

Dat Europa niet in het rapport voorkomt ligt volgens hem eraan dat de onderzoekers het niet als één land hebben beschouwd. “Alle aparte fossiele brandstofplannen van Europese landen zijn bij elkaar opgeteld behoorlijk groot,” zegt hij. “Schaliegas wordt ook hier ontdekt, zij het niet in dezelfde omvang als in de VS. Polen verzet zich vanouds tegen schonere energiebronnen en zet in op steenkool. Ook in de periferie van Europa, in Turkije, zijn grote steenkoolplannen.”

Een ander essentieel punt in de opzet van het onderzoek draagt ook bij aan de schijnbaar goede positie van Europa. Het rapport gaat namelijk niet over energieconsumptie, maar over fossiele brandstofproductie en de CO2 die vrijkomt als die verbruikt wordt. Zo importeert Europa flinke hoeveelheden fossiele brandstof uit andere landen.

“Europa beschikt niet over nieuwe fossiele reserves van dezelfde orde van grootte als de veertien projecten in het rapport,” zegt Altevogt. Dat betekent nog niet dat wij niet veel consumeren. Ook Blok sluit zich hier bij aan: “Als wij net zulke goedkope voorraden zouden hebben als Australië of de VS zouden wij die ook benutten.”

Koploperspositie

Hoewel hoogleraar Blok zeker niet al te lovend wil spreken over Europa wijst hij toch op de koploperspositie. “De klimaatproblematiek wordt steeds meer een gevecht tussen China en de VS, maar door andere landen wordt wel afgekeken van het Europese beleid. Sinds het sluiten van de Kyoto-verdragen in de jaren negentig zijn wij de enige geweest die de CO2-uitstoot omlaag hebben weten te brengen. In Japan en de VS is de uitstoot gestegen.”

Zo schakelt Duitsland op grote schaal over op hernieuwbare energie via een feed-in-tarief, een vaste prijs voor schone energie. China heeft dit model overgenomen, maar werkt nog aan de uitvoering. In de Volksrepubliek kunnen lokale overheden niet zoveel zekerheid bieden als de solide, Duitse Bondsstaten.

Europa doet het dus beter dan andere mogendheden, maar dat ligt niet perse aan effectief of doortastend beleid, riposteert Altevogt. “Na het uiteenvallen van de Sovjet Unie in 1990 zijn er grote economische veranderingen op gang gebracht. Inefficiënte, vervuilende fabrieken werden op grote schaal gesloten of gemoderniseerd,” erkent ook Blok. Een aanzienlijke CO2-reductie was het gevolg.

Twee keer zo hoog

Er valt dus veel op de Europese koploperspositie af te dingen, maar één feit pleit wel duidelijk in ons voordeel. “In Canada en de VS ligt de CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking twee keer zo hoog dan in Europa,” zegt Blok. Daarmee zijn wij  toch echt een stuk schoner dan andere Westerse landen. Zelfs met het oog op de grote hoeveelheden fossiele brandstoffen die worden geïmporteerd.

Foto: Freidwall

 

Unilever en Maersk te vroeg bij deadlines duurzaamheid

Deadlines van duurzaamheidsdoelen blijken vaak moeilijk te halen voor bedrijven. Unilever en de Deense rederij Maersk lopen echter ruim voor op hun schema’s voor 2020. Voor Unilever stonden de afgelopen jaren in het teken van afval. Het levensmiddelenconcern had zich ten doel gesteld in 2020 geen afval meer te storten op vuilstortplaatsen. Het bedrijf maakte gisteren bekend dat 130 van de 252 fabrieken dit doel nu al hebben bereikt, dus is de deadline vervroegd naar 2015. De afvalreductie leverde Unilever in 2012 een besparing op van ongeveer €70 mln. In 2010 stelde Unilever zich ten doel de waarde van het bedrijf te verdubbelen en tegelijkertijd de milieu-impact te halveren. Met het halen van de afvaldoelen en een stijging van de omzet van €40 mrd in 2010 naar €51 mrd in 2012, is Unilever goed op weg. CO2-uitstoot Maersk Line, de marktleider in zeecontainervervoer, loopt evenzeer voor op zijn schema. De rederij heeft de mijlpaal van 25 procent CO2-reductie ten opzichte van 2007 nu, acht jaar voor de oorspronkelijke deadline, bereikt. Het target voor 2020 is nu verhoogd naar 40 procent CO2-reductie. “Maersk Line is een voorstander van internationale CO2-regels voor de scheepvaart,” zegt Morten Engelstoft, COO van Maersk, “De reductie van CO2-emissie is een voordeel voor ons bedrijf, geen bedreiging.” Containervervoer per schip is de meest energie-efficiënte manier van transport, maar veroorzaakt toch 3 tot 4 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Met ongeveer 90 procent van het wereldwijde containervervoer per schip in handen, heeft Maersk dus een grote impact op de wereldwijde uitstoot van CO2. Engelstoft: “We zien dat onze klanten steeds klimaatbewuster worden, dus als wij onze CO2-uitstoot verminderen, verbeteren we de relaties met onze klanten.” Bron: Environmental leader, Mearsk Line Foto: cfarivar