Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 14 juni 2016, 12:20

Hartpatiënten minder vaak naar ziekenhuis door zelfzorg-app

De Nederlandse tak van elektronicaonderneming Thales start een pilotproject om een app te testen, die zorg op afstand voor patiënten met hart- en vaatziekten verbetert.

14504974321 3478a49de1 o 1

Dat schrijft de website Skipr. Het pilotproject iMediSense bestaat uit een smartphone-app en meetapparatuur, zoals een bloeddrukmeter. Het systeem beschikt verder over een polsband met sensoren die automatisch afwijkingen in de hartslag registreren. Patiënten met hart- en vaatziekten kunnen gebruikmaken van het systeem om hun gezondheid actief bij te houden.

Chatten met de cardioloog

De gezondheidsdata die de smartphone-app en meetapparatuur verzamelen, worden vervolgens opgeslagen in een centrale, beveiligde server. Hierin kan de behandelende cardioloog en verpleegkundige inzicht krijgen in de gezondheid van de patiënten en tijdig ingrijpen bij mogelijke afwijkingen of veranderingen in de gezondheid.

Op die manier verbetert het systeem zorg op afstand, waardoor hartpatiënten minder vaak en minder snel naar het ziekenhuis hoeven ter controle. “Als de gegevens die een patiënt over zijn gezondheid doorgeeft buiten een bepaalde bandbreedte vallen, hoeft hij niet direct langs te gaan, maar kan de verpleegkundige of cardioloog contact met hem opnemen door bijvoorbeeld te chatten”, zegt Andy Swiebel van Thales Nederland tegen Skipr.

Testen

Thales ontwikkelde het iMediSense-systeem in samenwerking met Ziekenhuisgroep Twente (ZGT), zorgverzekeraar Menzis, Universiteit Twente en telecombedrijf Vodafone. Bij ZGT gaan 25 patiënten in het komende half jaar de app en meetapparatuur testen. In dit pilotproject zijn de patiënten rechtstreeks verbonden met verpleegkundigen van de cardiologieafdeling in de ZGT.

In dit pilotproject zegt Thales de app en de gebruiksinterface verder te ontwikkelen en de informatie uitwisseling te beveiligen. Voor de mobiele verbindingen is Vodafone verantwoordelijk. Bij gebleken succes zegt Menzis de telemonitoring-oplossing verder toe te passen in andere ziekenhuizen en bij patiënten met andere aandoeningen. 

Bron: Skipr, Tubantia | Foto: Nicola, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Is de E. coli-bacterie de oplossing voor bijensterfte?

Dat schrijft Resource. De studenten bouwen de bacterie om voor iGem, de internationale wedstrijd synthetische biologie. De wedstrijd is bedoeld voor studenten die bacteriën ombouwen voor een maatschappelijke toepassing, dit jaar het tegengaan van bijensterfte door de varroamijt.VarroamijtDe varroamijt plant zich voort op de larven van honingbijen in hun broedcel. Vrouwtjesmijten liften daarnaast mee op het lichaam van een volwassen bij, waar ze zich voeden met de lichaamssappen. Hierbij kan besmetting met voor de bijen gevaarlijke virussen optreden. Zo verzwakt de mijt de bij. Behalve het gebruik van bepaalde pesticiden, wordt ook de varroamijt gezien als belangrijke veroorzaker van bijensterfte.Bestrijding van de varroamijt vindt in veel gevallen plaats met zuren als oxaalzuur en de terpeen thymol. Deze producten zijn echter ook schadelijk voor de bijen. Daarom is het volgens teamcaptain Thomas Swartjes van Wageningen UR noodzakelijk om de juiste dosering te gebruiken.Giftig voor insectenOmdat veel bijenhouders en hobbyisten het volgens Swartjes ‘niet zo nauw nemen’ met de voorgeschreven doseringen, is een alternatieve methode welkom. Swartjes en zijn team passen daarom een vorm van biologische bestrijding toe. Daarvoor rusten ze de modelbacterie E. coli uit met een gif dat specifiek mijten doodt.Het gif is afkomstig van de Bacillus thuringiensis, een bacterie die op eiwit gebaseerde toxinen vormt die giftig zijn voor veel insecten, zoals mijten. Met zijn team wil hij die genen inbouwen in E. coli en die vervolgens op bijen loslaten, bijvoorbeeld door de bacterie toe te voegen aan suikerwater waarmee imkers bijen bijvoeren.CrowdfundingHet iGem-team, dat sinds oktober bestaat, denkt voor de ontwikkeling van het biologische bestrijdingsmiddel € 30.000 tot € 40.000 nodig te hebben. Van de leerstoelgroep Systeem en synthetische biologie van Wageningen UR ontvangt het team € 10.000. Het resterende bedrag wil het team binnenkort binnenhalen via crowdfunding.Bron: Resource | Foto: Monika Fischer, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)