Manon Entius 11 oktober 2012, 14:35

Pauli: ‘We moeten het beter doen dan groen’

Blauw is beter dan groen. Er zijn kansen genoeg voor duurzame ondernemers in de blauwe economie. Maar bedrijven moeten bereid zijn om risico te nemen.

3654608557 5f3c0d5c3b o e1349958498990

eid zijn om risico te nemen. 

Als het aan Gunter Pauli ligt, duurzaamheidsexpert en auteur van het boek ‘De blauwe economie’, gaat de groene economie niet ver genoeg. Het is duur, gesubsidieerd en er zijn teveel belastingen. De blauwe economie staat voor innovatie, competitie en banen. “Groen is het beste wat we konden bedenken, maar we moeten het beter doen”, verklaarde Pauli tijdens het tienjarig bestaan van duurzaam keurmerk UTZ Certified.

Groen is het beste wat we konden bedenken, maar we moeten het beter doen.

“Bedrijven moeten  beyond the obvious gaan.” Er moeten nieuw standaarden worden gezet. Dit houdt in: nul vervuiling, nul verbranding en nul ongelimiteerde mijnbouw. “Dit lijkt fantasie, maar het moet de realiteit worden. We kunnen geen genoegen nemen met minder. Iemand die steelt krijgt gevangenisstraf, iemand die een beetje steelt ook. Waarom krijgen vervuilers straf, maar diegene die iets minder vervuilen onderscheidingen?”

Keurslijf

Beter dan groen is blauw. Pauli noemt zijn visie ‘de blauwe economie’. Volgens hem zijn mensen zijn zich niet bewust van de overvloed die onze natuur te bieden heeft. Bedrijven zouden zich van het keurslijf moeten ontdoen en zich niet langer op één kernactiviteit moeten richten. Ondernemerschap is belangrijk. “Het draait om de vraag, wat heb ik, wat kan ik ermee doen?”. Een bedrijf dat koffie produceert kan op de resten van koffiebonen ook paddestoelen telen. Als de vraag naar koffie afneemt heeft een boer altijd nog zijn paddenstoelenhandel. En er hoeft niets te worden weggegooid.

Waarom krijgen vervuilers straf, maar diegene die iets minder vervuilen onderscheidingen?

Ter illustratie noemt Pauli het Nederlandse bedrijf Green Recycled Organics (GRO Holland). Wekelijks zamelen zij de koffieprut in van restaurantketen La Place. Deze koffieprut wordt gebruikt als vruchtbare voedingsbodem om biologische oesterzwammen op te kweken, welke vervolgens weer door La Place gebruikt worden in hun gerechten.

Gedeelde visie

Het klinkt haast allemaal te mooi om waar te zijn. Daarom rijst de vraag waarom ondernemers niet massaal in de blauwe economie springen. Het antwoord van Pauli doet denken aan de uitspraken die  zonne-energie entrepreneur Danny Kennedy onlangs deed in gesprek met DuurzaamBedrijfsleven.nl. Volgens Kennedy zijn “alle condities voor een revolutie van zonne-energie al op zijn plek. Maar mensen moeten het gewoon gaan doen”. In Pauli’s woorden: “Alle omstandigheden lijken de overgang naar de blauwe economie gunstig gestemd, maar we hebben ondernemers nodig die risico durven te nemen, ondernemers die het beter willen doen”.

We hebben ondernemers nodig die risico durven te nemen, ondernemers die het beter willen doen.

Om het sneeuwbaleffect in gang te zetten is het volgens Pauli belangrijk dat we mensen bewust maken van de mogelijkheden.  “Vijf landen in Afrika laten al zien dat het kan.” Grote bedrijven moeten de mogelijkheden en bewijzen onder ogen krijgen. De economische crisis kan in dit geval als katalysator werken. “De mens verandert als hij in een crisis zit, of als hij een visie heeft. Bedrijven kunnen dit ook”.

Foto: Cea.

‘Volop kansen’ voor elektrisch rijdend Nederland

beter met elkaar samenwerken. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit het ‘Visiedocument elektrische mobiliteit in 2020’ van consultancybureau Ernst & Young in samenwerking met Stichting Urgenda, een actie-organisatie voor duurzaamheid en innovatie. Ex-premier Jan Peter Balkenende, nu partner bij Ernst & Young, overhandigde het rapport woensdag aan Alexandra van Huffelen, Rotterdams wethouder van Duurzaamheid, Binnenstad en Buitenruimte. Speerpunten “We zitten in een tijd van verandering, iedereen beseft dat.” Met deze woorden opende oud-premier Balkenende zijn toespraak op Ecomobiel, de beurs voor elektrisch rijden, die op 10 oktober voor de derde keer werd gehouden in de Rotterdamse Ahoy. “Wat nodig is, is een duidelijke strategie gericht op transitie met drie speerpunten: beschikbaarheid, betaalbaarheid en performance.” We zitten in een tijd van verandering, iedereen beseft dat.Jan Peter BalkenendeVolgens het document dat de toepasselijke ondertitel ‘Volop kansen voor Nederland’ draagt, kan Nederland binnen enkele jaren gidsland op het gebied van elektrische stedelijke mobiliteit worden. Ondanks de crisis hebben de Nederlandse politiek en het bedrijfsleven de afgelopen jaren actief ingezet op elektrische mobiliteit. Hierdoor is er een ‘bloeiende industrie’ ontstaan rondom het integreren van elektrische mobiliteitsconcepten. Ook het feit dat de grote steden op relatief kleine afstand van elkaar liggen, waardoor een lagere actieradius een minder groot probleem is, zorgt ervoor dat Nederland bij uitstek een elektrisch vervoerland kan worden. Wat de boer niet kent Wim Kleijn, product manager bij Renault, ziet die potentie ook. "Juist Nederland, waar alle grote steden op korte afstand zijn van elkaar, kan hét land zijn van elektrisch rijden.” Kleijn ziet voornamelijk nog problemen in de onbekendheid van elektrisch rijden. ‘Wat de boer niet kent, lust ie niet’ luidt het gezegde, maar volgens Klein moet de maatschappij gewoon nog even wennen aan het nieuwe rijden. “De mensen kennen het nog niet en zeker wij nuchtere Hollanders kunnen moeite hebben met veranderingen."Juist Nederland, waar alle grote steden op korte afstand zijn van elkaar, kan hét land zijn van elektrisch rijden.Wim Kleijn, product manager RenaultVolgens Kleijn is de prijs van elektrische voertuigen daarnaast vaak nog een aankoopdrempel. De overheid kan daar verandering in brengen. “Nu heeft de aanschaf van hybride auto’s belastingtechnisch gezien dezelfde voordelen als de aanschaf van een volledig elektrische auto. Terwijl een hybride auto vaak na 15 kilometer al overgaat op fossiele brandstof en dus veel minder schoon is.” Samenwerking Balkenende benadrukte dat de overheid, het bedrijfsleven en de Nederlandse samenleving om dit te bereiken goed met elkaar moeten samenwerken. Zo kunnen zij gezamenlijk de barrières die de grootschalige introductie van elektrisch vervoer nog in de weg staan wegnemen, zoals onbekendheid bij de gebruiker en een gebrek aan beschikbaarheid van een breed palet aan elektrische voertuigen. We gaan naar een circulaire economie, waar zo veel mogelijk materialen worden hergebruikt.Jan Peter BalkenendeVan groot belang is hierbij dat de mindset rondom elektrisch vervoer verandert. “Jonge mensen hebben het niet meer over een auto bezitten, maar over een auto gebruiken”, constateerde Balkenende. “We gaan naar een circulaire economie, waar zo veel mogelijk materialen worden hergebruikt.”