Chris Thijssen 09 september 2015, 18:18

Rekenmodel brengt besmettingsrisico Q-koorts in kaart

Een meteorologisch rekenmodel kan tot op straatniveau in kaart brengen welke bedrijven en mensen een risico lopen op besmetting met Q-koorts. Hierdoor kunnen dieren en mensen sneller worden genezen.

Stem feature 108 k W

Jeroen van Leuken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Institute for Risk Assessment Science (Iras) van de Universiteit Utrecht promoveerde dinsdag met een model dat de verspreiding van Q-koorts kan voorspellen.

Q-koorts is een infectieziekte die van dieren op mensen kan overgaan. In Nederland zijn vooral besmette melkgeiten en melkschapen de besmettingsbron voor mensen. De ziekte is niet van mens op mens overdraagbaar.

Snelle behandeling

Het meteorologisch model kijkt naar de bron van de Q-koortsbesmetting, zoals een besmette boerderij. Daarnaast bekijkt het model hoe de bacterie zich in de omgeving verspreidt.

Dat hangt onder andere af van de weersomstandigheden en omgevingsfactoren, zoals de hoeveelheid vegetatie en het type bodem.

Snelle behandeling

Met het rekenmodel kunnen onderzoekers enkele dagen vooruit voorspellen hoe een Q-koortsinfectie zich zal verspreiden. Op die manier kunnen dierenartsen en huisartsen risicovolle gebieden nauwkeurig in de gaten houden en besmette dieren en mensen sneller behandelen.

Wanneer een Q-koorts-besmetting op tijd wordt gesignaleerd, is de infectie goed te behandelen met antibiotica. 

Wageningen UR en het Economisch Instituut (SEO) schatten de maatschappelijke kosten van Q-koorts-uitbraken in Nederland op € 250 mln tot € 600 mln. De schade bestaat voor 85 procent uit humane kosten, zoals arbeidsuitval. Het voorspellen van het verspreidingsrisico kan deze kosten verlagen.

Andere infectieziektes

Behalve voor Q-koorts kunnen de resultaten van het promotieonderzoek van Van Leuken ook relevant zijn voor andere infectieziektes die via de lucht worden overgedragen, zoals legionella en vogelgriep.

Bron: Universiteit Utrecht | Foto: Arend, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

‘Opbrengst van zeewierteelt maximaliseren biedt kansen’

Een groot gezamenlijk onderzoek van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), Wageningen Universiteit en verschillende bedrijven toont aan dat bioraffinage van zeewier in Nederland technisch haalbaar is. Volgens de onderzoekers biedt de teelt van zeewier bovendien economische kansen.Dankzij de unieke chemische samenstelling en de snelle groei van zeewier, zijn de algen zeer geschikt voor bioraffinage. Zo kunnen stoffen uit zeewier worden geraffineerd tot biogas of duurzame chemicaliën.Opbrengst maximaliserenDe productie uit zeewier is nu echter vaak gericht op één eindproduct. Hierna blijven resten over en dat is zonde, stellen de onderzoekers. Volgens hen kan bioraffinage de economische opbrengst van alle bestanddelen uit zeewier maximaliseren.Zeewier bestaat uit suikers, eiwitten en mineralen, die bruikbaar zijn als grondstof voor polycarbonaten, diervoeding en meststoffen. De meest waardevolle componenten moeten volgens de onderzoekers voorrang krijgen. Wat overblijft, is geschikt voor vergisting tot biogas.NeveneffectenDe onderzoekers zien niet alleen veel kansen door de toepassingen van de algen, maar ook omdat zeewier geen landbouwgrond, zoetwater of mest nodig heeft. De algen kunnen in de Noordzee worden gekweekt, waar veel ruimte beschikbaar is. De teelt concurreert dus niet met voedselteelt op het land.Verder stellen de onderzoekers dat zeewierteelt relatief weinig energie kost. Bovendien kan het restafval dat overblijft na bioraffinage worden vergist tot biogas.Tot slot benoemen de wetenschappers de interessante neveneffecten van de teelt. Zo kan zeewier mogelijk golven dempen, met gunstige gevolgen voor kustafslag en windparken op zee. Ook kunnen grootschalige zeewierboerderijen op zee fungeren als oase, toevluchtsoord of kraamkamer voor (onder)waterflora en -fauna.Zeewierboerderij op TexelHet Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) heeft het bioraffinageproces van zeewier samen met Wageningen UR en een aantal (chemische) bedrijven, waaronder Rodenburg Biopolymers, ATO en Proces, in kaart gebracht. Volgens de organisaties worden de kansen van zeewierteelt ondertussen steeds breder erkend.Een aantal partijen houdt zich dan ook al even bezig met zeewierteelt, zoals Ecofys, Hortimare en Stichting Noordzeeboerderij. Laatstgenoemde installeerde vorig jaar een testveld voor de kweek van zeewier bij Texel.In Schotland werken onderzoekers momenteel aan de ontwikkeling van de eerste Schotse zeewierboerderij op commerciële schaal.Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | Foto: Geoff Stearns, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)