Teun Schröder
07 november 2022, 10:55

Helga van Leur: "De kwaliteit van leven gaat ook bij ons door klimaatverandering achteruit”

Helga van Leur presenteerde twintig jaar lang het RTL Weer. Inmiddels treedt ze vooral op als spreker. In het begin over het weer, maar later steeds meer over klimaatverandering en het snijvlak tussen psychologie en duurzaamheid. “Bijna bij iedereen zit nog wel weerstand om te veranderen. Ik probeer te laten zien dat er handelingsperspectief is.”

Helga1 Helga van Leur is één van de sprekers op het National Sustainability Congres op 17 november | Credits: Helga van Leur

Gedrag is een belangrijke pijler bij jouw lezingen. Hoe verleid je mensen tot het maken van de duurzame keuze?

“Iedereen komt op zijn eigen manier in beweging. Bij de één is dat wanneer de vlam in de pan slaat, bij de ander helpt het als de keuze voor hem of haar is gemaakt. En weer een ander verandert pas als mensen in de omgeving veranderen. Er is een kamp dat veranderen per definitie niet oké vindt. Maar dingen veranderen voortdurend. Ik benader verandering als een ontdekkingsreis. Je hoeft niet rigoureuze aanpassingen te doen om duurzamer te leven. Probeer eerst eens een dag vegetarisch te koken en kijk wat je dat brengt.”

Niet iedereen is bereid zich aan te passen. Hoe ga je om met de groep die zich tegen klimaatactie verzet?

“Vanuit de psychologie zit er waarschijnlijk een hoop onvrede en onmacht achter de groep die deze stelling inneemt. Het is een kleine groep, maar wel één die hard roept. Een veelgehoord argument is dan dat klimaatactie te veel geld kost of dat de wetenschap zelf ook verdeeld is over de exacte gevolgen van klimaatverandering. Terwijl de IPPC-rapporten, het verzameld werk van duizenden wetenschappers, heel duidelijk zijn. Tuurlijk discussieert de wetenschap over wat er precies moet gebeuren. Maar dat er dingen moeten veranderen om de aarde leefbaar te houden staat vast. En we moeten nu aan de slag. Uiteindelijk is het niet realistisch om te denken dat je iedereen hierin meekrijgt. We moeten het hebben van een groep voorlopers en de mensen die volgen.”

Naast Helga van Leur spreekt ook de Noorse psycholoog Per Espen Stoknes op het National Sustainability Congres. Lees hier het interview met hem.

Hoe vind je dat de media omgaan met de verslaglegging rond klimaat?

“Media laten altijd al de uitschieters zien: de overstroming, de langdurige hittegolf of de extreme droogte. Wat in mijn ogen vaak ontbreekt is de context. Wat is de oorzaak van de ramp? En wat zijn de gevolgen ervan voor de natuur en de inwoners? Wat betekent het voor de korte, maar ook langere termijn? Een mens is gewend de makkelijke weg te zoeken. Wordt het te ingewikkeld, dan kijken we weg. Het zou beter zijn als de media het bredere plaatje schetsen. En tegelijkertijd handelingsperspectief bieden. Wat gaat er wel goed? Wat kunnen we doen om de gevolgen van de volgende ramp te overzien?”

Als je het hebt over rampen, lijkt dat voor Nederland vaak ver weg. Hoe kwetsbaar is Nederland volgens jou?

“Heel kwetsbaar. We wonen in een rivierdelta. Rivieren deponeren sediment waardoor land ontstaat. Maar als je zoals wij alles indijkt gaat dit sediment recht naar zee. In feite zijn we een badkuip, waar ook nog de bodem steeds verder daalt. Op de korte termijn zijn de problemen nog tastbaarder. De periodes van extreme warmte worden langer en de temperaturen hoger. We gaan steeds meer in steden wonen en verruilen groen voor gebouwen, waardoor hitte-eilanden steeds groter worden. Als je op drie hoog in een huurappartement zit met een plat dak is dat niet uit te houden. Verder wordt de bodemkwaliteit in ons land steeds slechter en zijn we steeds minder in staat om drinkwater vast te houden. De kwaliteit van leven gaat ook bij ons door klimaatverandering achteruit.”

Onderschatten we dit?

“Dat ligt eraan aan wie je het vraagt natuurlijk. Maar over het algemeen denk ik van wel. Vooral omdat een meerderheid het nu nog goed heeft in Nederland. Is het te warm, dan zetten we een airco aan en als het te koud is, de kachel. Met betrekking tot dat laatste zie je uiteraard nu al met de huidig energieprijzen dat lang niet iedereen meer deze luxe heeft.”

Hoe blijf je optimistisch over de uitdagingen die ons te wachten staan?

“Ik heb het ‘geluk’ dat ik in een soort bubbel zit waarin ik in aanraking kom met heel veel goeie initiatieven die de wereld willen helpen verduurzamen. Dat heb ik ook wel nodig om positief te blijven. Soms vraag ik me ook af waar we eigenlijk op afstevenen. Op sociale media kom je al snel klimaatontkenners tegen. Of mensen die tegen elke vorm van klimaatbeleid zijn. Volgens mij blijft die groep altijd bestaan, dus die moet je niet te veel je stemming laten bepalen.

Bij het Parijsakkoord, toen de afspraken voor een CO2-neutrale wereld in 2050 gemaakt werden, was er een land met een geheel vrouwelijke onderhandelingsdelegatie die de mannelijke regeringsleiders thuis moest vertellen over de gestelde ambities. De regeringsleiders vonden de plannen te ambitieus omdat het land nu eenmaal drijft op fossiele bronnen, waarop één van de vrouwen zei: ‘als je kind astronaut wil worden, hoe klein die kans ook is, dan ga je toch ook niet zeggen dat dat onmogelijk is?’ We moeten de lat hoog leggen. We zijn allemaal astronaut van deze aarde. Als we onze welvaart en ons welzijn willen behouden, moeten we met z’n allen aan de bak.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Een circulaire en CO2-neutrale procesindustrie in 2050, hoe krijgen we dat voor elkaar?

De transities die bedrijven binnen de procesindustrie moeten maken, worden steeds complexer. Zo complex zelfs dat ze het niet langer alleen kunnen. “De circulaire economie is daar een uitstekend voorbeeld van. Oplossingen en innovaties die daaraan bijdragen, vereisen altijd samenwerking tussen meerdere bedrijven, in meerdere schakels van de keten”, zegt Tjeerd Jongsma, algemeen directeur van het Institute for Sustainable Process Technology, of kortweg ISPT. Het Amersfoortse innovatieplatform heeft een duidelijk en ambitieus doel voor ogen: een CO2-neutrale en circulaire procesindustrie in 2050. Om dat doel te behalen, zijn sector-overstijgende samenwerkingen onmisbaar. Maar dergelijke (vaak unieke) samenwerkingen zet je niet zomaar op poten. “Daarom heeft de procesindustrie een onafhankelijke en betrouwbare partij nodig, die een veilige setting biedt waar dergelijke samenwerkingen kunnen ontstaan”, zegt Klaartje Rietkerken, director of operations bij het kennisinstituut. “Die partij is ISPT.” Hoe geeft ISPT invulling aan die rol? Rietkerken: “We hebben bovenal een regisserende en organiserende rol. We ontwikkelen verduurzamingsprogramma’s in samenspraak met de industrie, zetten de juiste mensen en bedrijven met elkaar aan tafel om daar invulling aan te geven en initiëren projecten die leiden tot een duurzamere procesindustrie. De resultaten daarvan communiceren we vervolgens naar de rest van BV Nederland, zodat iedereen ervan kan leren. Dit doen we met een team van gepassioneerde experts.” Jongsma: “We vormen een community van meer dan 150 partners, die al jaren samenwerkt op basis van vertrouwen. Daardoor ontstaan oplossingen voor verduurzamingsvraagstukken die er anders niet waren geweest.” Die oplossingen zijn hard nodig. CO2-neutraal én circulair worden, dat klinkt als een enorme uitdaging… Jongsma: “Dat is het ook. De procesindustrie is momenteel verantwoordelijk voor zo’n 35 tot 40 procent van de totale CO2-uitstoot in Nederland. En je moet je realiseren dat die uitstoot in de afgelopen decennia al enorm is teruggedrongen. Energiebesparing, energie-efficiëntie, het verbeteren van systemen en processen… Nederland is een duur land, dus industriële bedrijven waren altijd al zo zuinig mogelijk. De volgende stap, waar we nu aan de vooravond van staan, wordt een disruptieve. Tot nu toe vond verduurzaming vooral binnen bedrijfsmuren plaats. Nu moeten bedrijven sámen impact gaan maken. Een grote uitdaging, maar ook een grote kans.” Rietkerken: “Fossiele brandstoffen en olieachtige producten hebben bijvoorbeeld altijd aan de basis gestaan van de procesindustrie, maar hernieuwbare elektriciteit wordt de nieuwe norm. Dat is bijzonder ingrijpend: processen worden opnieuw ingericht, ketens opnieuw ingedeeld. Het illustreert hoe complex de transities tegenwoordig zijn. Het laaghangende fruit is grotendeels al wel geplukt. Nu moeten er echte keuzes gemaakt worden.” Tekst gaat verder onder het kader.Wat staat de procesindustrie precies te wachten in de aankomende decennia? Jongsma: “De uitdagingen zijn grofweg op te delen in drie transities: de energietransitie, de materialentransitie en de transitie in de agrifood-sector. Elke transitie kent zijn eigen uitdagingen. Zo is beschikbaarheid van energie een belangrijk vraagstuk in de energietransitie. Is er straks genoeg duurzame energie beschikbaar om de procesindustrie te laten draaien zoals die nu draait? Dat is verre van vanzelfsprekend. Elk land wil immers tegelijkertijd de omslag naar duurzame energie maken. Schaarste ligt dus wel degelijk op de loer.” Rietkerken: “Ook bij de materialentransitie is beschikbaarheid een belangrijk vraagstuk. Nederland is bijvoorbeeld een grote producent en exporteur van plastics. Als je dat (nu nog) lineaire systeem wil ombuigen naar een circulair systeem, moeten de exportproducten op de een of andere manier hun weg terugvinden naar ons. Dat is een grote logistieke uitdaging, op internationale schaal.” Jongsma: “De agrifood-sector is momenteel ook nog een zeer lineair systeem en de beschikbare landbouwgrond raakt uitgeput. Dat moet anders en de uitdagingen zijn legio. Hoe zetten we in op regeneratieve landbouw? Hoe kunnen we de reststromen circulair maken? En hoe zorgen we voor hoogwaardige, minder bewerkte voedingsmiddelen? Met al die vraagstukken moeten we aan de slag.” Wat is er nodig om die transities succesvol te maken? Jongsma: “De oplossing zit echt in de verbinding. Tussen bedrijven, tussen sectoren en tussen schakels in de keten. Daarbij zijn regisserende partijen zoals ISPT onmisbaar, om die verbindingen te faciliteren. Wat me positief stemt, is dat Nederland bij uitstek een geschikt land is om hier vorm aan te geven. Dankzij onze poldermentaliteit zijn we gewend om met elkaar te praten, gezamenlijk tot oplossingen te komen en gezamenlijk de handschoen op te pakken. Ik verwacht daarom dat de Nederlandse procesindustrie een koploperspositie kan pakken in de verduurzamingsuitdagingen.” Zijn er al voorbeelden van succesvolle samenwerkingen, die zoden aan de dijk zetten? Jongsma: “Absoluut. Onlangs zaten de vier grote zuivelcoöperaties van Nederland bij ons aan tafel, om gezamenlijk een strategie voor regeneratieve landbouw op te stellen en naar buiten te brengen. Hetzelfde geldt voor Tata Steel en Dow Chemicals, die onderzoeken bij ons of reststromen uit de staalindustrie kunnen dienen als grondstoffen voor de chemiesector. En nog een mooi voorbeeld: door de energiecrisis staan kassen die op aardgas draaien nu stil. Maar kassen die hun warmte uit datacenters halen, draaien nog gewoon. Die integratie van sectoren, daar moeten we naartoe.” Rietkerken: “En Shell en Dow werken gezamenlijk aan de ontwikkeling van elektrische kraaktechnologie (met kraken worden chemische bouwstenen uit grondstoffen gemaakt, waar momenteel nog zogeheten stoomkrakers voor gebruikt worden, red.). Dit is het type samenwerking dat het verschil kan maken.” Zijn jullie positief over het behalen van de ambities? En waarom? Jongsma: “Ja, om verschillende redenen. Ten eerste zie je dat iedereen in de procesindustrie, tot in de boardroom, het belang van verduurzaming onderschrijft. En ook niet onbelangrijk: heel veel bedrijven zijn bereid om zich openbaar aan verduurzamingsambities te verbinden. Dat is een mooie ontwikkeling, die snel is gegaan. Tien jaar geleden was het nog bijzonder als je je met dit onderwerp bezighield, nu doet de gehele sector het. Daarnaast heeft de procesindustrie in het verleden al grote slagen gemaakt. Met andere woorden: we weten dat we impact kunnen maken, we weten dat het kan. Technisch gezien kan alles. Hoogovens kunnen op waterstof draaien, vliegtuigen kunnen op schone kerosine vliegen… Maar niet alles zal economisch uit kunnen. En niet alles kan in Nederland. De procesindustrie moet zichzelf de vraag gaan stellen: welke producten (met de hoogste toegevoegde waarde) kunnen we blijven maken met de energie die er beschikbaar is? Als we hier bulkproducten maken die elders in de wereld goedkoper worden geproduceerd, doen we onszelf tekort, denk ik. Met andere woorden: niet alle industrieën hebben toekomst in Nederland. Er zullen bedrijven sneuvelen, maar er zullen ook een heleboel mooie bedrijven bijkomen. Maar de ambitie van een circulaire en CO2-neutrale procesindustrie kunnen we halen, juist in Nederland.”Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.