Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 22 juli 2014, 07:15

McKinsey: 7 succesfactoren voor duurzame partnerships

Van bedrijven wordt steeds vaker verwacht dat ze samenwerken met andere organisaties, zowel publiek als privaat. McKinsey zette de zeven succesfactoren voor partnerships op een rij.

423806215 714c51feef b e1405944633520

rij.

Veel duurzame uitdagingen, zowel sociaal als voor het milieu, vragen systeemveranderingen. Eén onderneming is vaak niet in de positie om zo’n verandering in gang te zetten. Maar meerdere partijen bij elkaar kunnen dat soms wel. Een coalitie van overheden, NGO’s en bedrijven kan over waardeketens en nationale grenzen heen kijken.

Desalniettemin is het nog niet altijd zo gemakkelijk om zo’n partnership op te zetten. Adviesbureau McKinsey interviewde tientallen ervaringsdeskundigen en zette de zeven belangrijkste factoren op een rij.

 

1. Identificeer duidelijke redenen om samen te werken

 

Als organisaties aanhaken bij een partnership simpelweg omdat ze geen nee durven zeggen of niet buiten de boot willen vallen, dan is hun toewijding aan het project vaak ondermaats. Elke samenwerking moet logisch zijn voor alle partijen, of de motivatie nu bedrijfstechnisch van aard is (het behouden van je license to operate, het beschermen van een grondstof) is of juist draait om bescherming van milieu of mensen.

 

2. Vind een ‘goede fee’

 

Achter de meeste succesvolle samenwerkingen schuilt een organisatie, soms meerdere, die bereid is meer dan hun deel te investeren in geld, mankracht of anderszins. De first mover moet het grootste risico nemen, terwijl partijen die later aanhaken niet veel hoeven te investeren. Toch moet iemand het project durven starten: dat is de goede fee. Elke goed presterende, geloofwaardige organisatie kan deze rol vervullen.

 

3. Definieer simpele, haalbare doelen

 

Een samenwerking loopt vast als de verschillende partners andere agenda’s hebben. Om dit te vermijden is het nodig een groot doel te stellen – en dan bij voorkeur in de vorm van een tekst die op een bumpersticker past. Zo'n gedeelde visie geeft de benodigde fundering aan het partnership.

Bij de oprichting van het duurzame visserijkeurmerk MSC in 1997 was er zo'n doel. “[De NGO’s en de private sector] hadden verschillende motieven, maar hetzelfde doel: het zeker stellen van duurzame visstanden,” aldus Antony Burgmans, voormalig CEO van Unilever en mede-oprichter van MSC.

 

4. Schakel professionele hulp in

 

De meeste partnerships hebben een onafhankelijke, derde partij nodig als facilitator om het proces op gang te helpen. Als organisaties bij elkaar komen hebben ze nog hun eigen motieven, vooroordelen en gebruiken. Vooral als concurrenten of bedrijven die juist zeer uiteenlopen moeten samenwerken is het risico op conflict groot. Een externe facilitator kan het proces in goede banen leiden.

 

5. Zet je goede mensen in

 

Als deelnemende organisaties niet hun beste personeel inzetten, dan is dit een teken aan de wand. De oorzaak kan schuilen in de organisatie zelf: wellicht zitten ze niet om de juiste reden in het partnership. Het kan ook bij de werknemers zelf zitten: als goede werknemers zich niet aanmelden voor een project, dan hebben ze vaak meer zekerheid nodig. Een ‘goede fee’ kan dit bieden. Of is het doel nog niet geloofwaardig of simpel genoeg?

 

6. Wees flexibel in de definitie van succes

 

Een samenwerking kan succesvol zijn, ook al wordt het einddoel niet direct behaald. MSC verandert bijvoorbeeld de visserij ver voorbij de 10 procent van bedrijven in de sector die meedoen. Een veelvoud aan NGO’s werkt met visserijen die nooit de Gouden MSC-certificering zullen halen, maar zichzelf wel verbeteren. Het partnership levert zo alsnog een positieve bijdrage.

 

7. Laat los

 

Op een gegeven moment zal het partnership op een einde lopen of verder gaan als zelfstandige eenheid. Dat proces moet van tevoren ingecalculeerd worden. Sommige samenwerkingen behalen hun doel. Soms verdwijnt het momentum langzaam. Het is een slecht idee een samenwerking in leven te houden zonder nut.

Foto: badjonni via Flickr.com

Duitsland stort miljard in VN klimaatfonds

Het Green Climate Fund is een manier om klimaatgelden van rijke naar arme landen te verplaatsen. Het fonds financiert vervolgens projecten in ontwikkelingslanden om klimaatverandering tegen te gaan. Ook projecten die aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering krijgen financiering.De Duitse inleg moet het startschot zijn voor een grotere inzameling van Westerse landen. Bondkanselier Merkel sprak vorige week haar hoop uit dat andere landen ook een ‘passend’ bedrag over zullen maken. Ontwikkelingslanden verwachten ruim € 11 mrd nodig te hebben voor projecten van zonne-energie tot drinkwaterprojecten. Klimaattop Het Green Climate Fund heeft zijn oorsprong tijdens de klimaatonderhandelingen van Cancun in 2010. Daarna duurde het nog 4,5 jaar voordat het fonds ook daadwerkelijk geld kon ontvangen en verdelen. Vanaf mei kon er gestort worden.Voornaamste reden achter de oprichting van het fonds is de zogenaamde Noord-Zuid discussie. Ontwikkelingslanden kunnen de meeste toekomstige emissies reduceren, maar willen hiervan niet de kosten dragen. De geïndustrialiseerde landen in het noorden hebben zich immers al eeuwenlang ongelimiteerd kunnen ontwikkelen. Ter compensatie is er nu het klimaatfonds.Het Green Climate Fund valt onder het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC), waar bijna alle VN-landen lid van zijn. Zij komen elk jaar bijeen om een wereldwijde aanpak tegen klimaatverandering te bewerkstelligen. Bekende klimaatconferenties zijn bijvoorbeeld Kyoto in 1997 en Kopenhagen in 2009.Bron: Bloomberg, Trust.org | foto: NASA Goddard Space Flight Center