Het voelt toch goed, zo’n stukje kip pakken met het karakteristieke bio-keurmerk erop. Je ziet de kip voor je, vrij scharrelend door een voedselbos. Alleen de beste granen zijn goed genoeg voor de mevrouw. Dat het daardoor drie keer zo duur is als de plofkip die ernaast ligt, neem je voor lief. Het is toch louter om iets goed te doen voor de wereld?
Milieu-impact van biologisch eten
Maar zo eenvoudig is het niet. Want hoewel dierenwelzijn inderdaad veel beter is bij biologisch, geldt dat niet voor de milieu-impact. Er verschenen verschillende studies die laten zien dat biologisch vlees uiteindelijk evenveel of zelfs meer CO2-uitstoot oplevert dan de ‘conventionele landbouw’. En dat lijkt ook te gelden voor gewassen, zoals aardappels of groenten. Uit een Zweedse studie blijkt dat biologisch eten meer uitstoot veroorzaakt omdat er (veel) meer ruimte nodig is om gewassen te verbouwen. En meer oppervlak voor een kilo groenten betekent relatief meer CO2-uitstoot.
Biologisch eten is dus niet beter voor het milieu, en daarmee niet ‘duurzaam’. Hoe kan het dan dat de EU toch inzet op biologische landbouw, als onderdeel van de ambitieuze klimaatplannen? Dat blijkt ingewikkeld. “De vraag of biologisch beter is voor het klimaat, is moeilijk te beantwoorden”, vertelt Roline Broekema, onderzoeker bij Wageningen University and Research. “Ik ken verschillende studies die biologisch vergelijken met niet-biologisch, maar er is geen duidelijke lijn in de uitkomsten te trekken; soms is biologisch beter, soms niet.”
De (biologische) koe zorgt voor veel uitstoot van broeikasgas | Credit: Adobe StockFarm to fork is de naam voor de landblouwplannen van de EU. Ze passen in de ambitieuze klimaatdoelen die de unie voor zichzelf stelt, en zetten de landbouwsector op zijn kop. De Farm to Fork strategie stelt een boel nieuwe regels voor op het gebied van landbouw, onder meer om de biodiversiteit te beschermen. Zo komen er reductiedoelstellingen voor het gebruik van pesticiden, moet het aandeel biologische landbouw groeien, worden de normen voor dierenwelzijn herzien, moet de emissie van de landbouw omlaag en moeten boeren voortaan een eerlijk deel van de winst voor duurzaam geproduceerd voedsel krijgen.
De biologische voedselketen
Hoe kan dat? Daarvoor kom je al snel terecht bij de ‘keten’: de hele
rits aan boerderijen, producenten, verwerkers en transporteurs die komen
kijken bij een lapje vlees of een potje rodekool. Elk stapje in de
keten draagt bij aan de milieu- en CO2-impact van eten. Maar sommige
stappen meer dan anderen. Zo is de veeboer verantwoordelijk voor een
groot deel van de uitstoot van koeien, die in de wei methaan uitstoten.
Maar ook het verbouwen van soja in Brazilië, bedoeld als veevoer, is een
belangrijke bijdrage. Vaak gaat er regenwoud tegen de grond voor
sojaboerderijen.
Biologisch vlees gebruikt biologisch voedsel, en dat is vaak geen
soja uit het Braziliaanse regenwoud. Daarin is de milieu-impact dus
minder. En biologisch geteelde gewassen gebruiken geen
bestrijdingsmiddelen, wat de biodiversiteit ten goede komt. De
kleinschaligheid zorgt er soms ook voor dat er bij de oogst minder CO2
vrijkomt, omdat er minder zware machines nodig zijn. Bovendien gebruikt
biologische teelt doorgaans geen kunstmest. En kunstmest is een enorme
bron van CO2, vooral bij de productie.
Waarom is biologisch eten duurder?
Zo zijn er dus vele
onderzoeken die elk een ander aspect van landbouw en veeteelt belichten
en tot andere conclusies komen. Voor de EU is biologisch eten echter een
onmisbare peiler voor de duurzame toekomst. Dat heeft grote gevolgen
voor boeren in heel Europa, maar ook voor de Europeanen. Op dit moment
is biologisch flink duurder dan regulier eten. En hoewel er oproepen
zijn om de BTW voor biologisch eten te verlagen, geeft de politiek daar nog geen gehoor aan.
Betekent dit dan dat we straks allemaal veel meer moeten betalen voor
een stukje vlees, omdat het biologisch is? Misschien wel. Een recent
rapport van de Autoriteit Consument en Markt
laat zien dat de prijs van biologisch eten nu een grote barrière is
voor de mensen. Maar als je het Broekema van de WUR vraagt, is het
sowieso belangrijk dat ons eetpatroon verandert. “Biologisch eten kan
zeker duurzaam zijn, maar alleen als de consumptie ook verandert. Men
moet minder producten eten met een hoge milieu-impact, zoals vlees of
zuivel. En meer dingen met een lage milieu-impact, zoals peulvruchten,
vis en groente.”
Biologisch eten gezonder?
Broekema werkte aan een paper over de verandering in voedselpatroon
die nodig is om de klimaatdoelen te halen. Tegen 2030 moeten ‘we’ in
Nederland 33 procent minder vlees en zuivel eten en 150 procent meer
groenten, peulvruchten, vis en ander eten met lagere CO2-uitstoot. Als
we dat doen, dan kunnen alle producten biologisch zijn. En omdat we
minder vlees eten is de hogere prijs dan netto ook een minder groot
probleem. Het prijsverschil tussen biologische en niet-biologische
groenten en peulvruchten is minder groot. Een bijkomend voordeel: we
halen veel meer gezonde voedingsstoffen uit dit nieuwe eetpatroon.
Ten slotte: hoewel biologisch niet altijd duurzamer is qua
CO2-uitstoot, is het wel een manier om meer in balans met het land te
leven. Circulaire landbouw, de droom van Europa, is veel makkelijker
vanuit een biologische manier van werken omdat je de grond minder
uitput. Dat lijkt ook de belangrijkste reden dat de EU zo graag meer
biologische landbouw ziet: alleen door anders om te gaan met
landbouwgrond kunnen we de komende decennia nog verantwoord eten
verbouwen voor de hongerige Europeanen. Als die dan meer groenten en
minder vlees eten, is dat voor iedereen beter: mens, milieu en dier.



