Luc Hillege 14 december 2013, 08:45

Kilo's ijzer in oceaan om klimaatverandering te stoppen

Duizenden kilo’s ijzer in de oceanen storten. Miljoenen liters zwavelhoudende-deeltjes in de atmosfeer sproeien. De manieren om klimaatverandering tegen te gaan worden steeds wilder. Het Rathenau Instituut inventariseerde de opties.

Martin Jansen e1386943298866

Het rapport Klimaatengineering: hype, hoop of wanhoop leest als een science-fiction boek. Het doel van de auteurs van het Rathenau Instituut is om het debat aan te zwengelen over klimaat-engineering: het tegengaan van klimaatverandering door op grote schaal natuurlijke processen te manipuleren. Dan kom je uit bij het storten van duizenden kilo's ijzer in de oceanen om algengroei te bevorderen. Of het nabootsen van vulkanen om zwavelhoudende deeltjes in de lucht te sproeien. Beide opties hebben in potentie een koelend effect op het klimaat.

Hoewel de ideeën in het rapport nu nog vergezocht lijken (en vaak zijn), kan het toch zijn dat ze snel aan geloofwaardigheid winnen. Huidige maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan blijken niet effectief genoeg. Het Rathenau Instituut zegt ook dat het goed mogelijk is dat klimaatverandering sneller plaatsvindt dan verwacht. Zo komt de geaccepteerde grens van twee graden opwarming steeds dichterbij en wordt de kans op onomkeerbare kantelpunten in het klimaat steeds groter.

Dus toch maar kijken naar klimaatengineering, stelt het instituut. De maatregelen van klimaatengineering vallen in twee categorieën. De eerste is verwijdering van CO2 uit de atmosfeer: Carbon Dioxide Removal (CDR). De andere categorie is het voorkomen dat zonnestralen de aarde opwarmen, oftewel Solar Radiation Management (SRM).

CO2-verwijdering

Verwijdering van CO2 uit de atmosfeer ligt voor de hand en dan met name door op grote schaal bossen aan te planten. Per slot van rekening zijn de fossiele brandstoffen die we nu zo snel verstoken miljoenen jaren geleden op dezelfde manier ontstaan. Ook de grootschalige kap van (tropische) bossen voor bijvoorbeeld palmolieplantages is op dit moment verantwoordelijk voor zo’n 20 procent van de CO2-uitstoot.

Door herbebossing en de grootschalige aanplant van nieuw bos kunnen grote hoeveelheden CO2 worden vastgelegd. Maar deze optie vergt grote hoeveelheden land, analyseert het Rathenau Instituut, wat kan conflicteren met de behoefte aan landbouwgrond en gevolgen kan hebben voor de biodiversiteit. Hoewel bebossing eenvoudig en snel te realiseren is, verloopt de vastlegging van CO2 daarnaast door het trage groeiproces relatief langzaam.

IJzer en kolen

IJzerfertilisatie valt ook onder de noemer CDR. Hierbij worden oceanen voorzien van extra ijzer om de algengroei te bevorderen. In hun groei nemen zij extra CO2 op. De adder onder het gras is flink. De invloed van ijzerfertilisatie op de ecosystemen in de oceanen is volstrekt onduidelijk en kan leiden tot verdere verzuring van het zeewater.

Biokolen lijken een derde vruchtbare optie voor het verwijderen van CO2-uit de lucht. Als plantaardig materiaal groeit, slaat het CO2 op. Bij het afsterven komt dit weer vrij. Als plantaardig materiaal verkoold en begraven wordt, zit de CO2 voor langere tijd in de vorm van houtskool opgeslagen. Deze methode kent vrijwel geen technologische uitdagingen en heeft positieve neveneffecten op de bodemvruchtbaarheid. Alleen de teelt van biomassa op grote schaal vraagt om miljoenen hectaren landbouwgrond. Dezelfde problemen die ontstaan bij herbebossing duiken ook hier op.

Spiegels en witte verf

De opwarming van de aarde kan niet alleen gestopt worden door broeikasgas CO2 te verwijderen, maar ook door te voorkomen dat zonlicht de kans krijgt de aarde op te stoken. Solar Radiation Management (SRM) is de overkoepelende term voor maatregelen die zorgen dat minder zonlicht het aardoppervlak bereikt. Volgens het Rathenau Instituut kunnen we door 2 procent van de inkomende zonnestraling te blokkeren alle opwarming sinds de industriële revolutie ongedaan maken.

De ideeën om SRM te implementeren variëren van opmerkelijk tot waanzinnig. Een van de genoemde opties is om 55.000 reflecterende ‘zonnezeilen’ van honderd vierkante kilometer doorsnee in een baan om de aarde te brengen. Een andere opties is een ijzeren spiegel van 5,1 micrometer dikte en 3.600 vierkante kilometer doorsnee, met een gewicht van 420 miljoen ton.

Dan zijn we nog niet bij een dertig jaar durende lancering van triljoenen dunne schijfjes die het zonlicht weren. Deze hele dunne schijfjes, met een doorsnee van ongeveer zestig centimeter, moeten elke minuut van de dag met een miljoen tegelijk de ruimte in worden gelanceerd. Het is niet verbazingwekkend dat deze opties vooralsnog als technisch onhaalbaar en te duur zijn.

Een andere greep uit de SRM-maatregelen is woestijnen bedekken met wit folie zodat het woestijn oppervlak niet opwarmt. Technisch gezien is het wit schilderen van verharde oppervlaktes, zoals daken of wegen, een stuk simpeler. Alleen is de impact bijna nul en blijkt dit financieel niet haalbaar.

Lange termijn

Of klimaatengineering wenselijk is zal het maatschappelijk debat moeten uitwijzen. Frans Rooijers, directeur van onderzoeksbureau CE Delft, is in ieder geval weinig positief. "Adaptatie en klimaatengineering bestrijden slechts de symptomen van een opwarmend klimaat en doen niets aan de oorzaak van het probleem: ‘Het zijn pleisters.’"

Alleen al puur technisch gezien biedt klimaatengineering op de korte termijn geen perspectief om klimaatverandering de baas te zijn. Wel kunnen de verschillende technologieën om CO2 uit de lucht te halen en op te slaan op langere termijn een bijdrage leveren. De technologieën moeten nog verder ontwikkeld worden en er dient een internationaal kader ontwikkeld te worden waarin zij een plaats krijgen.

Nederlandse rol

Ook Nederland kan een bijdrage leveren, zegt het Rathenau Instituut, bijvoorbeeld door verwijdering van CO2 (CDR) als instrument op de agenda te zetten van de internationale klimaatonderhandelingen in 2015. Of door het voortouw te nemen en een nationaal onderzoeksprogramma in te stellen. Nederland heeft al enige expertise op het gebied van olivijn, biokolen, de 'biobased economy' en CCS. Een verdere uitbouw van deze onderzoeksgebieden kan leiden tot een koploperspositie bij de ontwikkeling van dergelijke technologieën.

Pier Vellinga is hoogleraar klimaatverandering aan de Vrije Universiteit en aan Wageningen Universiteit & Research Centrum en speelde een belangrijk rol in het opzetten en begeleiden van het IPCC. Als het aan Vellinga ligt, moet Nederland zich niet al te veel mengen in de discussie over klimaatengineering en al helemaal niet investeren in onderzoek. Er zijn volgens hem nog vele andere opties die gebruikt kunnen worden, zelfs wanneer de nood aan de man komt. Hij ziet meer kansen in CCS en een biobased economy. ‘We kunnen ons geld wel beter besteden, bijvoorbeeld aan de transitie naar een duurzame economie.'

Foto: Martin Jansen via Flickr

Het effect van de broeikas (Net van de Toekomst #1)

Je drukt op een knop en de spaarlamp verlicht de kamer. Je doet de kraan open en warm water stroomt je handen tegemoet. Het lijkt zo vanzelfsprekend, maar energie moet van ver komen om je behoefte te vervullen. Met meer hernieuwbare bronnen gekoppeld aan het energienetwerk wordt het ook steeds moeilijker om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Netwerken zullen zich dus een stuk slimmer moeten gedragen om aan de duurzaamheidstrend te voldoen. Ook netbeheerder Westland Infra ziet de noodzaak in van een slimmer net. Daarom heeft het bedrijf een thermal smart grid ontwikkeld, een slim netwerk waarmee optimaal warmte wordt verdeeld en vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd. Westland Infra Als je naar het hoofdkantoor van Westland Infra reist, kunnen de kassen je niet ontgaan. Gelegen in Poeldijk in de driehoek van Den Haag, Rotterdam en Hoek van Holland bevindt netbeheerder Westland Infra zich in het epicentrum van het Westland, een gebied met 50.000 huishoudens en ruim 1500 glastuinbouwbedrijven. Westland Infra is verantwoordelijk voor het gas- en elektriciteitsnetwerk. Hoewel het bedrijf vanuit traditioneel oogpunt vooral het transport van energie voor zijn rekening neemt, houdt het bedrijf zich ook bezig met het actief besturen van energievraag en aanbod. Mark van Driel, manager assetmanagement bij Westland Infra, is verantwoordelijk voor het warmtenet bij Westland Infra en de rol die de glastuinbouw hierin speelt. “De glastuinbouw is een prominente energiespeler in het Westland,” zegt hij. “meer dan 90 procent van de handelstromen van ons bedrijf is afkomstig uit deze sector. De belangen in de glastuinbouw zijn groot; de economische omvang van de glastuinbouw past in het rijtje van Schiphol en de Rotterdamse haven. WKK & Aardwarmte Warmte-krachtkoppeling (WKK), een techniek dat elektriciteit en warmte uit aardgas haalt, is in het Westland goed vertegenwoordigd. “De kassen zijn afgestemd op de warmtebehoefte, dus eigenlijk zijn kassen elektriciteitsbronnen,” aldus Van Driel. Er staat zo’n 800 megawatt aan opgesteld vermogen in deze regio. Een ander voordeel is dat de vrijgekomen CO2 niet als een afvalproduct maar juist als een groeistof wordt gezien. “De CO2 wordt teruggeleid afhankelijk van CO2-behoefte van de plant zelf. Wanneer de lichtopbrengst het grootst is – in de zomer dus – groeit de plant het hardst en heeft deze CO2 het meest nodig.” Eigenlijk zijn kassen elektriciteitsbronnen Er is echter wel iets aan het veranderen. De elektriciteitsprijzen staan onder druk en tegelijk zijn veel WKK’s aan het einde van de levensduur waardoor vervanging noodzakelijk is. Tegelijk is er een ontwikkeling op het gebied van aardwarmte (geothermie). Vervangingsinvesteringen voor WK-installaties kunnen dan ook aangewend worden door investeringen in aardwarmtesystemen. Op deze wijze gaat aardwarmte een grote rol spelen bij Westland Infra. De aardwarmte komt uit een watervoerende laag diep onder de grond. Op deze manier wordt water van ongeveer 90 graden Celsius uit de grond gepompt en komt via een warmtewisselaar in de kassen terecht. Het koude water gaat weer terug in de bron. Aardwarmte is daarmee een voorspelbare energiebron en werkt als basislast op de energievoorziening. E-Web Geo De aardwarmtebron levert een stabiele stroom warmte aan. De kwekers maken onderling afspraken over de verdeling van de aardwarmtebron. “Kom je dan nog warmte tekort, dan kun je de warmte van de WKK gebruiken. Is het nog te koud, kun je de ketel aanzetten,” zegt Van Driel. Om de beschikbare bronnen zoveel mogelijk te benutten, hebben de tuinders zich georganiseerd in een cluster en delen zo een warmtenetwerk. Hierin moet zoveel mogelijk geproduceerde aardwarmte daadwerkelijk worden gebruikt. [caption id="attachment_59842" align="aligncenter" width="600"] Warmteverbruik uitgesplitst naar herkomst[/caption] Een slim warmtenet probeert met prijsprikkels vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Om de energiebehoefte van de kwekers te kennen, moet je overal meten. “Als het licht in één kas aangaat, moet ergens een WKK-motor gaan draaien. Als de kweker geen warmtebehoefte heeft, moet de buurman de WKK-installatie aanzetten. Daarom is een handelsplatform ontwikkeld waar capaciteiten onderling verhandeld kunnen worden.” Dit handelsplatform heet E-Web Geo. Het systeem meet de warmtestromen en stuurt deze automatisch aan. Het handelsplatform is essentieel voor een optimaal gebruik van aardwarmte. Door de deelnemers in het cluster wordt naast een basisafspraak over capaciteit ook een prijs genoemd waarvoor je de warmte wil hebben of verkopen, waarbij het uitgangspunt is dat alle warmte altijd wordt benut. Het systeem (E-Web Geo) bepaalt waar de hoogste prijs is geboden en zorgt ervoor dat het gevraagde vermogen hiernaar toe wordt geleid. Zo wordt alle warmte optimaal benut. Slepen met warmte Van Driel ziet er ook wel wat in om de bewoners in de buurt te betrekken in het warmtenet. “De retourwatertemperatuur is veertig graden en kan niet door de kwekers worden gebruikt, maar wel door bewoners. Hoe groter het verschil is tussen uitgaande en inkomende watertemperatuur van de aardwarmtebron, hoe meer de bron benut wordt. Als je warmte moet terugstoppen in de bron, gaat die warmte verloren.” De grootte van een warmtenetwerk is echter een belangrijke beperking. “Slepen met warmte is duur door aanlegkosten en warmteverlies moet beperkt worden.” Voor partijen als Westland Infra die nadenken over het warmtenet van de toekomst, is de afweging tussen de benuttingsgraad van de aardwarmtebron en de aansluitkosten van het netwerk erg belangrijk. Hoe groter het verschil is tussen uitgaande en inkomende watertemperatuur van de aardwarmtebron, hoe beter de bron benut wordt Een warmtenet is een sterke oplossing voor de glastuinbouw en in combinatie met aardwarmte kan dit distributienetwerk op een duurzame manier de aangesloten partijen op een stabiele manier van warmte voorzien. Het lijkt er echter wel op dat de kosten en complexiteit van het systeem toenemen als het warmtenet wordt uitgebreid naar andere gebouwen zoals woningen, bedrijven en instellingen. Uitbreidingsmogelijkheden Aan het eind van 2014 verwacht Westland Infra mee te doen in drie aardwarmteprojecten. Het bedrijf hoopt in totaal tien projecten op te kunnen zetten. Ook zegt Van Driel een stap verder te willen gaan dan het huidige E-Web. ”Op het moment weten we van de deelnemende glastuinbouwbedrijven het gas- en elektriciteitsverbruik samen met de warmtebehoefte. Maar bij een kweker wil je het liefst alle assets kennen die met energie te maken hebben. Ook willen we dus weten hoe ze de WKK, CO2-dosering, belichting, de tuinbouwcomputer en nog veel meer gebruiken. Dan kun je de energieoptimalisatie nog nauwkeuriger regelen. Momenteel werken we dit systeem uit en lopen hierbij tegen tal van vraagstukken aan. De belangrijkste vraag hierbij is hoever je het besturingssysteem van de kwekers kan en wil overnemen.” Van Driel is hoopvol over de toekomst. “Wij geloven dat onze de klantgroep die slag [naar duurzaam, red.] zeker kan maken. En wij kunnen er volledig in meegaan om dat op een goede manier te kunnen doen. En we zien hierbij verschillende doelstellingen, er zijn kwekers die het beschouwen als een businesscase, die willen geld besparen. Maar anderen zijn volledig overtuigd om te verduurzamen. Want, zeggen ze, 'anders kan ik er maar beter gelijk mee stoppen'. Met slimme oplossingen als deze kan het Westland blijven floreren.”  Foto's: Rijkswaterstaat & Westland Infra